SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2024-2025 Zitting 2024-2025
________________
18 septembre 2025 18 september 2025
________________
Question écrite n° 8-318 Schriftelijke vraag nr. 8-318

de Özlem Özen (PS)

van Özlem Özen (PS)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Burn-out - Travailleurs indépendants - Vulnérabilité spécifique - Suivi et accompagnement adaptés - Mesures - Organisations représentatives - Collaboration - Entités fédérées - Concertation - Femmes - Dimension genrée - Besoin différenciés Burn-out - Zelfstandigen - Specifieke kwetsbaarheid - Aangepaste follow-up en begeleiding - Maatregelen - Representatieve organisaties - Samenwerking - Deelstaten - Overleg - Vrouwen - Genderdimensie - Verschillende behoeften 
________________
incapacité de travail
santé publique
sécurité sociale
profession indépendante
femme
arbeidsongeschiktheid
volksgezondheid
sociale zekerheid
zelfstandig beroep
vrouw
________ ________
18/9/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 23/10/2025)
18/9/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 23/10/2025)
________ ________
Question n° 8-318 du 18 septembre 2025 : (Question posée en français) Vraag nr. 8-318 d.d. 18 september 2025 : (Vraag gesteld in het Frans)

Une récente enquête menée par les Mutualités libres révèle que le nombre de travailleurs en incapacité de travail pour cause d'épuisement professionnel («burn-out») a pratiquement doublé en six ans.

Ce constat témoigne d'une aggravation préoccupante d'un problème de santé publique qui affecte directement non seulement les individus concernés, mais également l'ensemble de notre système de soins et la soutenabilité de notre sécurité sociale.

Une sous-prise en charge du «burn-out» des travailleurs contribue en effet à alourdir les coûts pour la collectivité, à fragiliser la santé mentale de nombreux citoyens et à mettre sous tension le personnel médical et les structures de soins.

Il s'agit dès lors d'un enjeu majeur de santé publique qui requiert une réponse politique et institutionnelle à la hauteur.

À la lumière de l'étude précitée, deux dimensions particulières posent question.

1) L'étude susmentionnée met en évidence la vulnérabilité spécifique des travailleurs indépendants, qui ne bénéficient pas toujours du même accompagnement ni des mêmes dispositifs de prévention que les salariés. Or, ces derniers se trouvent souvent isolés, parfois sans relais syndicaux ou structures de soutien comparables, ce qui rend plus difficile la détection précoce des signaux de détresse.

a) Quelles mesures le gouvernement fédéral entend-il renforcer ou mettre en place afin d'assurer un suivi et un accompagnement adaptés pour cette catégorie de travailleurs particulièrement exposée?

b) Comment collaborez-vous avec le monde du travail, en particulier les organisations représentatives des indépendants, afin de concevoir des dispositifs de prévention réellement efficaces?

c) Enfin, compte tenu de la répartition des compétences, de quelle manière travaillez-vous en concertation avec les entités fédérées, notamment en matière de prévention, de santé mentale et d'accompagnement psychosocial, pour garantir une politique cohérente et coordonnée dans ce domaine?

2) Les femmes sont surreprésentées parmi les personnes actives souffrant d'épuisement professionnel, en raison notamment de la persistance d'inégalités dans la répartition des tâches professionnelles et familiales.

a) Quelles actions spécifiques envisagez-vous afin de mieux intégrer cette dimension genrée dans les politiques de prévention et de prise en charge de l'épuisement professionnel?

b) Des programmes spécifiques sont-ils prévus pour améliorer les dispositifs de soutien et garantir un suivi adapté aux besoins différenciés des femmes et des hommes, notamment les indépendants?

c) Enfin, comment le gouvernement compte-t-il renforcer la collecte de données genrées afin de mieux évaluer l'efficacité des politiques publiques et adapter les interventions aux réalités de terrain?

La transversalité de cette thématique est évidente: la question relève de la compétence du Sénat. En effet, les entités fédérées sont responsables en matière de promotion de la santé et de prévention, tandis que la santé publique relève des compétences du niveau fédéral.

 

Een recent onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen toont aan dat het aantal werkenden dat arbeidsongeschikt is wegens burn-out in zes jaar tijd bijna is verdubbeld.

Deze vaststelling wijst op een zorgwekkende verslechtering van een volksgezondheidsprobleem dat niet alleen de betrokken individuen rechtstreeks treft, maar ook ons hele zorgsysteem en de houdbaarheid van onze sociale zekerheid onder druk zet.

Onvoldoende aandacht voor burn-out bij werkenden leidt immers tot hogere maatschappelijke kosten, een verzwakking van de mentale gezondheid van talloze burgers en een toenemende belasting van het medisch personeel en de zorgstructuren.

Het gaat bijgevolg om een belangrijke uitdaging op het vlak van volksgezondheid die een politieke en institutionele respons vereist die in verhouding staat tot de ernst van het probleem.

In het licht van bovenvermeld onderzoek werpen zich twee bijzondere aandachtspunten op:

1) De studie benadrukt de specifieke kwetsbaarheid van zelfstandigen, die niet altijd kunnen rekenen op dezelfde begeleiding en preventiemaatregelen als werknemers. Bovendien staan zij vaak geïsoleerd, soms zonder vakbondsvertegenwoordiging of vergelijkbare ondersteuningsstructuren, wat de vroegtijdige detectie van signalen van uitputting bemoeilijkt.

a) Welke maatregelen wil de federale regering versterken of invoeren om te zorgen voor een adequate follow-up en begeleiding van deze bijzonder kwetsbare categorie van werkenden?

b) Hoe werkt u samen met de arbeidsmarkt, in het bijzonder met de representatieve organisaties van zelfstandigen, om doeltreffende preventiemechanismen uit te werken?

c) Hoe werkt u, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling, samen met de deelstaten, met name op het gebied van preventie, geestelijke gezondheid en psychosociale begeleiding, om een samenhangend en gecoördineerd beleid op dit gebied te garanderen?

2) Vrouwen zijn oververtegenwoordigd onder de werkenden die lijden aan burn-out, onder meer door de aanhoudende ongelijkheid in de verdeling van werk- en gezinstaken.

a) Welke specifieke acties plant u om deze genderdimensie beter te integreren in het beleid rond preventie en aanpak van burn-out?

b) Zijn er specifieke programma's gepland om de ondersteuningsmaatregelen te verbeteren en te zorgen voor een follow-up die is afgestemd op de verschillende behoeften van vrouwen en mannen, met name zelfstandigen?

c) Hoe wil de regering ten slotte de verzameling van gendergedifferentieerde gegevens versterken, teneinde de doeltreffendheid van het overheidsbeleid beter te evalueren en de maatregelen aan te passen aan de realiteit op het terrein?

Dit is duidelijk een transversaal thema: deze vraag valt onder de bevoegdheid van de Senaat. De deelstaten zijn immers bevoegd voor gezondheidsbevordering en preventie, terwijl volksgezondheid een federale bevoegdheid is.