| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2024-2025 | Zitting 2024-2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 8 septembre 2025 | 8 september 2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 8-293 | Schriftelijke vraag nr. 8-293 | ||||||||
de Anne-Charlotte d'Ursel (MR) |
van Anne-Charlotte d'Ursel (MR) |
||||||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Contraception masculine - Usage et évolution - Études - État des lieux et perspectives - Sensibilisation du grand public | Anticonceptie bij mannen - Gebruik en evolutie - Studies - Stand van zaken en toekomstperspectieven - Bewustmaking van het grote publiek | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| contraception assurance maladie sensibilisation du public politique de la santé |
anticonceptie ziekteverzekering bewustmaking van de burgers gezondheidsbeleid |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 8-293 du 8 septembre 2025 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-293 d.d. 8 september 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||||||
Les données disponibles en Belgique sur la contraception masculine restent limitées, malgré l'importance croissante d'un partage équilibré de la charge contraceptive au sein des couples. Une enquête de Solidaris datant de 2017 révélait que seuls 33 % des hommes belges déclaraient utiliser un moyen contraceptif, majoritairement le préservatif (60 %). La vasectomie progresse lentement, avec environ dix mille interventions réalisées en 2017, mais les méthodes alternatives (hormonales, thermiques, etc.) demeurent marginales. Des recherches universitaires et d'associations, ont mis en lumière l'inégalité persistante entre les femmes et les hommes dans la prise en charge contraceptive, tandis que la revue de la littérature sur la contraception en Belgique francophone de l'Observatoire du sida et des sexualités souligne le recul de la pilule féminine et le rejet croissant de la contraception hormonale féminine, sans que l'offre masculine n'ait été significativement renforcée. Dans ce contexte, je souhaiterais vous poser les questions suivantes: 1) Des enquêtes ou études récentes ont-elles été menées par les autorités fédérales ou en collaboration avec les organismes de santé publique concernant l'usage et l'évolution de la contraception masculine en Belgique? Avec quels résultats? 2) De quelles données actualisées disposent aujourd'hui les pouvoirs publics sur les taux de recours aux différentes méthodes contraceptives masculines (préservatif, vasectomie, pilule hormonale, etc.)? 3) Existe-t-il, au sein des instances de santé publique, un suivi spécifique des recherches en cours sur les méthodes contraceptives masculines innovantes (pilule masculine, injection hormonale, slip thermique, etc.) et un soutien éventuel à leur expérimentation clinique en Belgique? Dans la négative, pour quelles raisons? 4) Enfin, quelles actions ont déjà été entreprises pour sensibiliser le grand public, et en particulier les hommes, à une répartition plus équilibrée des responsabilités contraceptives au sein du couple? Cette question revêt un caractère transversal car la régulation et le remboursement des moyens contraceptifs relèvent principalement des compétences fédérales (Institut national d'assurance maladie-invalidité - INAMI, législation sur les médicaments et dispositifs médicaux), tandis que l'information, la sensibilisation et l'accompagnement sont portés par les régions et communautés via les centres de planning familial et les programmes de santé publique. Cette articulation nécessite la coopération entre niveaux fédéraux et entités fédérées pour garantir un accès équitable et une prise en charge. |
De beschikbare gegevens over anticonceptie bij mannen in België blijven beperkt, ondanks het groeiende belang van een evenwichtige verdeling van de verantwoordelijkheid rond anticonceptie binnen koppels. Uit een enquête van Solidaris uit 2017 bleek dat slechts 33% van de Belgische mannen aangaf een anticonceptiemiddel te gebruiken, voornamelijk condooms (60%). De vasectomie kent een trage opmars, met ongeveer tienduizend ingrepen in 2017, terwijl alternatieve methoden (hormonaal, thermisch, enz.) verwaarloosbaar in aantal blijven. Onderzoek van universiteiten en verenigingen heeft de blijvende ongelijkheid aangetoond tussen vrouwen en mannen in de verantwoordelijkheid rond anticonceptie. Tegelijk wijst de literatuurstudie over anticonceptie in Franstalig België van het Observatoire du sida et des sexualités op de terugval van het pilgebruik bij vrouwen en op de groeiende afwijzing van hormonale anticonceptie bij vrouwen, zonder dat het aanbod voor mannen noemenswaardig is versterkt. In deze context zou ik u de volgende vragen willen stellen: 1) Zijn er recent enquêtes of studies uitgevoerd door de federale overheid, of in samenwerking met volksgezondheidsinstanties, over het gebruik en de evolutie van anticonceptie bij mannen in België? Zo ja, met welke resultaten? 2) Over welke actuele gegevens beschikt de overheid vandaag met betrekking tot het gebruik van de verschillende anticonceptiemethoden voor mannen (condooms, vasectomie, hormonale pil, enz.)? 3) Bestaat er binnen de volksgezondheidsinstanties een specifieke follow-up van het lopende onderzoek naar innovatieve anticonceptiemethoden voor mannen (anticonceptiepil voor mannen, hormonale injectie, thermische slip, enz.) en wordt er eventueel steun verleend aan klinische proeven in België? Zo niet, om welke redenen? 4) Welke acties zijn er reeds ondernomen om het brede publiek, en in het bijzonder mannen, bewust te maken van een meer evenwichtige verdeling van de verantwoordelijkheid rond anticonceptie binnen koppels? Deze vraag heeft een transversaal karakter, aangezien de regulering en terugbetaling van anticonceptiemiddelen voornamelijk onder de federale bevoegdheden vallen (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - RIZIV, wetgeving inzake geneesmiddelen en medische hulpmiddelen), terwijl informatie, bewustmaking en begeleiding worden georganiseerd door de gewesten en gemeenschappen via de centra voor gezinsplanning en de volksgezondheidsprogramma's. In dit verband is samenwerking tussen de federale overheid en de deelstaten vereist, teneinde gelijke toegang en volwaardige ondersteuning te waarborgen. |