| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2024-2025 | Zitting 2024-2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 28 juillet 2025 | 28 juli 2025 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 8-282 | Schriftelijke vraag nr. 8-282 | ||||||||
de Özlem Özen (PS) |
van Özlem Özen (PS) |
||||||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Soins intensifs - Organisation - rapport du Centre fédéral d'expertise des soins de santé (KCE) - Recommandations - Mise en œuvre - Concertation avec les entités fédérées | Intensieve zorg - Organisatie - Rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) - Aanbevelingen - Implementatie - Overleg met de deelstaten | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Centre fédéral d'expertise des soins de santé établissement hospitalier base de données répartition géographique soins de santé rapport d'activité |
Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg ziekenhuis gegevensbank geografische spreiding gezondheidsverzorging verslag over de werkzaamheden |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 8-282 du 28 juillet 2025 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-282 d.d. 28 juli 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||||||
Le Centre fédéral d'expertise des soins de santé (KCE) a publié récemment un rapport sur l'organisation des soins intensifs en Belgique, ceci étant annoncé dans un communiqué du 28 juin 2025. L'institution critique la fragmentation et la mauvaise répartition des unités de soins intensifs à travers le pays. Elle recommande la mise en place d'une structure en deux niveaux, l'établissement d'un minimum de douze lits par unité, un financement plus adapté et la création d'une base de données nationale pour un suivi optimal. Selon le rapport, la Belgique dispose d'un nombre relativement élevé de lits en soins intensifs: en 2022, nonante-sept des nonante-neuf hôpitaux aigus proposaient ces soins sur cent dix-neuf sites différents. Cependant, «ces unités sont morcelées, inégalement réparties et ne répondent pas toujours aux besoins» souligne le KCE. La pandémie de Covid-19 a mis en évidence leur rôle crucial, tout en révélant leurs faiblesses structurelles, notamment le manque de coordination et l'absence de vue d'ensemble sur les capacités disponibles, insiste l'institution. Le rapport indique également que 60% des unités de soins intensifs comptaient douze lits agréés ou moins en 2022. «Ces petites unités sont coûteuses, nécessitent un personnel important et ont du mal à maintenir l'expertise requise» met en garde le rapport. De plus, la répartition hétérogène des unités sur le territoire engendre des disparités en termes de qualité et limite la collaboration efficace entre les établissements. Pour remédier à ces problématiques, le KCE propose une organisation en deux niveaux: des unités générales et des unités spécialisées, chacune répondant à des critères d'agrément précis. «Cette différenciation permettra un meilleur alignement du personnel, des infrastructures et des ressources en fonction des besoins, tout en facilitant l'orientation rapide des patients vers l'unité la plus adaptée», explique le rapport. Il note que cette approche est déjà appliquée, de manière informelle, dans certains pays européens. Le rapport insiste également sur la nécessité d'un minimum de douze lits par unité pour assurer une capacité suffisante en situation de crise, comme lors d'une pandémie ou d'une catastrophe. En ce qui concerne le financement, le KCE dénonce la complexité du système actuel, qui ne prend pas suffisamment en compte la lourdeur des soins prodigués. Il propose un modèle basé sur le financement par admission, avec des ressources supplémentaires pour les unités répondant à des critères de qualité, afin de mieux rémunérer la complexité des soins et d'éviter les pratiques inutiles. Par ailleurs, le rapport recommande la création d'une base de données nationale unique, permettant un suivi en temps réel de l'occupation des lits, de la gravité des cas et des ressources disponibles. «Actuellement, il est difficile d'obtenir rapidement une vue précise de la situation», souligne le KCE. Un système d'information centralisé est essentiel pour la gestion quotidienne et pour faire face aux crises sanitaires majeures. Cette réorganisation des soins intensifs s'inscrit dans une réforme hospitalière plus large en préparation. Le KCE insiste sur l'importance d'une approche intégrée et durable, centrée sur la sécurité des patients et une organisation efficace des soins. Cette question relève bien de la compétence du Sénat. En effet, la santé publique concerne tant le gouvernement fédéral que les entités fédérées, ces dernières étant notamment responsables des aspects liés à la prévention. Elles ont également des compétences dans les aspects liés à la politique hospitalière. Voici mes questions: 1) Comment le gouvernement entend-il donner suite aux recommandations du rapport du KCE, notamment concernant la mise en réseau des soins intensifs en deux niveaux? 2) Une norme minimale de douze lits par unité est-elle à l'étude dans le cadre des critères d'agrément? 3) Quelles mesures sont envisagées pour améliorer la répartition géographique des unités et éviter les doublons coûteux et inefficaces? 4) Un système de financement plus simple et aligné sur la charge réelle de soins est-il en cours de préparation, comme le suggère le modèle d'allocations par admission avec bonus qualité? 5) Le gouvernement soutient-il la création d'une base de données nationale centralisée permettant un suivi en temps réel des capacités en soins intensifs? 6) Des concertations sont-elles prévues avec les entités fédérées pour assurer la cohérence entre les compétences hospitalières fédérales et la planification régionale? ) Quelles sont les échéances envisagées pour intégrer ces réformes dans la refonte du paysage hospitalier? |
Het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) heeft onlangs een rapport gepubliceerd over de organisatie van de intensieve zorg in België, zoals aangekondigd in een persbericht van 28 juni 2025. In het rapport hekelt het KCE de versnippering en de ongelijke spreiding van de eenheden intensieve zorg in het land. Er worden aanbevelingen geformuleerd, waaronder het invoeren van een structuur met twee zorgniveaus, het vaststellen van een minimum van twaalf bedden per eenheid, een beter aangepast financieringsmodel en de oprichting van een nationale databank voor optimale follow-up. Volgens het rapport telt België relatief veel intensieve zorgbedden: in 2022 boden 97 van de 99 acute ziekenhuizen deze zorg aan op 119 verschillende locaties. Het KCE wijst er echter op dat deze eenheden versnipperd en ongelijk verdeeld zijn en niet altijd aangepast aan de behoeften. De Covid-19-pandemie heeft het cruciale belang van intensieve zorg aangetoond, maar tegelijk ook de structurele zwaktes blootgelegd, waaronder een gebrek aan coördinatie en een globaal overzicht van de beschikbare capaciteit, aldus het KCE. Bovendien blijkt dat 60% van de eenheden in 2022 twaalf of minder erkende bedden telde. Het rapport waarschuwt dat dergelijke kleine eenheden duur zijn, veel personeel vereisen en moeite hebben om de noodzakelijke expertise te behouden. Bovendien leidt de ongelijke spreiding van de eenheden tot kwaliteitsverschillen en belemmert ze een efficiënte samenwerking tussen de instellingen. Om deze problemen aan te pakken, stelt het KCE een organisatie op twee niveaus voor: algemene eenheden en gespecialiseerde eenheden, elk met specifieke erkenningscriteria. Volgens het rapport zal deze differentiatie een betere afstemming van personeel, infrastructuur en middelen mogelijk maken op basis van de noden, en de snelle doorverwijzing van patiënten naar de meest geschikte afdeling vergemakkelijken. Deze aanpak wordt informeel al toegepast in sommige Europese landen. Het rapport benadrukt ook de noodzaak van een minimum van twaalf bedden per eenheid om voldoende capaciteit te garanderen in crisissituaties, zoals bij een pandemie of ramp. Wat de financiering betreft, uit het KCE kritiek op de complexiteit van het huidige systeem, dat onvoldoende rekening houdt met de zwaarte van de verstrekte zorg. Het stelt een model voor op basis van financiering per opname, met extra middelen voor eenheden die aan kwaliteitscriteria voldoen, om de complexiteit van de zorg beter te vergoeden en onnodige praktijken te vermijden. Daarnaast beveelt het rapport aan om één enkele nationale databank op te zetten, die een realtime follow-up van de bedbezetting, de ernst van de gevallen en de beschikbare middelen mogelijk maakt. Het KCE benadrukt dat het momenteel moeilijk is om snel een accuraat beeld van de situatie te krijgen. Een gecentraliseerd informatiesysteem is essentieel voor het dagelijkse beheer en voor het omgaan met grote gezondheidscrisissen. Deze reorganisatie van de intensieve zorg maakt deel uit van een bredere ziekenhuishervorming die op dit moment wordt voorbereid. Het KCE beklemtoont het belang van een geïntegreerde en duurzame aanpak, gericht op patiëntveiligheid en een efficiënte organisatie van de zorg. Deze vraag valt duidelijk onder de bevoegdheid van de Senaat. Volksgezondheid is immers een gedeelde bevoegdheid van de federale overheid en de deelstaten, die meer bepaald verantwoordelijk zijn voor preventie. De deelstaten zijn ook bevoegd voor bepaalde aspecten die verband houden met het ziekenhuisbeleid. Ik zou de volgende vragen willen stellen: 1) Hoe is de regering van plan gevolg te geven aan de aanbevelingen van het rapport van het KCE, in het bijzonder wat de indeling van de intensieve zorg in twee niveaus betreft? 2) Wordt een minimale norm van twaalf bedden per eenheid overwogen in het kader van de erkenningscriteria? 3) Welke maatregelen worden overwogen om de geografische spreiding van de eenheden te verbeteren en dure, inefficiënte overlappingen te voorkomen? 4) Wordt er een eenvoudiger financieringssysteem voorbereid dat afgestemd is op de werkelijke zorgbelasting, zoals het voorgestelde model van financiering per opname, met kwaliteitsbonussen? 5) Steunt de regering de oprichting van een gecentraliseerde nationale databank die de realtime follow-up van de intensieve zorgcapaciteit mogelijk maakt? 6) Is er overleg gepland met de deelstaten om de coherentie tussen de federale ziekenhuisbevoegdheden en de gewestelijke planning te garanderen? 7) Welke timing wordt er gehanteerd voor de integratie van deze hervormingen in de hertekening van het ziekenhuislandschap? |
||||||||
| Réponse reçue le 1 décembre 2025 : | Antwoord ontvangen op 1 december 2025 : | ||||||||
En préambule, je souhaiterais rappeler que, dans le cadre de l’accord de coalition fédérale, la poursuite de la réforme engagée concernant le futur paysage hospitalier a été clairement annoncée; ainsi, des chantiers sont actuellement développés de manière parallèle, comme la réforme du financement et de la nomenclature, la réorganisation des capacités hospitalières, la promotion des soins alternatifs, le renforcement de la collaboration entre hôpitaux ou encore la gouvernance et la planification stratégique. C’est un chantier qui nécessite bien sûr des concertations permanentes avec les entités fédérées pour assurer, comme vous le soulignez, «la cohérence entre les compétences hospitalières fédérales et la planification régionale». C’est ainsi que la Conférence interministérielle «Santé publique» du 19 mars 2025 a approuvé la création d’un groupe d’experts indépendants chargé d’élaborer un projet de réforme du paysage hospitalier tout en assurant des soins de qualité et une optimisation de l’utilisation des ressources humaines et financières. La mission dévolue à ce panel d’experts – formuler des recommandations en ce qui concerne l’organisation du paysage hospitalier, en garantissant des soins de qualité tout en optimisant l’utilisation des ressources humaines et financières – passe par la nécessité de repenser la répartition des missions et le mode de fonctionnement des hôpitaux afin d’en optimiser l’utilisation des ressources, réfléchir à une meilleure collaboration entre hôpitaux pour améliorer la qualité et l’efficacité des soins, ayant à l’esprit l’équilibre indispensable entre accessibilité géographique et concentration des services. Ces éléments contextuels rappelés, il est bien sûr établi que les recommandations du rapport du Centre fédéral d'expertise des soins de santé (KCE) que vous mentionnez, ainsi l’organisation même des soins intensifs, leurs composantes normatives et les aspects de répartition sur le territoire, le mode du financement, trouveront écho dans les travaux actuels menés, entre autres, par le groupe de travail d’experts désigné par la Conférence. Ce panel remettra ses conclusions à la Conférence interministérielle à la fin de l’année 2025; à l’instar des autres éléments précités qui feront l’objet d’intenses travaux dudit panel, selon les propositions qui émaneront du groupe de travail d’experts et les accords qui pourront être conclus avec les entités en vue d’améliorer la prise en charge en soins intensifs, la question de l’outil d’enregistrement le plus efficient sera également abordée. Dans ce contexte, il est essentiel de souligner également le rôle déterminant des unités de soins intensifs en situation de crise, telle que la pandémie de COVID-19. La crise sanitaire a démontré l’importance stratégique de disposer d’une capacité suffisante en soins intensifs, non seulement pour répondre à une augmentation soudaine des besoins en hospitalisation aiguë, mais également pour garantir la continuité des soins pour l’ensemble de la population, y compris en dehors des périodes de crise. Je suis donc convaincu sur la nécessité d’un pilotage intégré, flexible et coordonné du secteur des soins intensifs, afin de permettre une adaptation rapide des capacités, le renforcement de la coopération interhospitalière et la mobilisation efficiente des ressources humaines et matérielles. Cette réforme des soins intensifs doit également garantir le maintien d’un niveau de qualité élevé et de l’anticipation des besoins futurs, tant en termes de formation que d’organisation des équipes, pour mieux faire face à d’éventuelles crises sanitaires à venir. |
Ter inleiding wil ik eraan herinneren dat, in het kader van het federale coalitieakkoord, de voortzetting van de ingeslagen hervorming van het toekomstige ziekenhuislandschap duidelijk werd aangekondigd; zo zijn er momenteel verschillende trajecten die parallel worden ontwikkeld, zoals de hervorming van de financiering en de nomenclatuur, de herorganisatie van de ziekenhuiscapaciteiten, de promotie van alternatieve zorgvormen, de versterking van de samenwerking tussen lokale ziekenhuizensnetwerken en tot slot de governance en strategische planning. Dit is een proces dat uiteraard permanente overlegmomenten vereist met de gefedereerde entiteiten om, zoals u terecht opmerkt, «de samenhang tussen de federale ziekenhuisbevoegdheden en de regionale planning» te waarborgen. Zo heeft de Interministeriële Conferentie «Volksgezondheid» van 19 maart 2025 de oprichting goedgekeurd van een groep onafhankelijke experten die belast zijn met het uitwerken van een hervormingsvoorstel voor het ziekenhuislandschap, met als doel kwaliteitsvolle zorg te garanderen en een optimale benutting van menselijke en financiële middelen te verzekeren. De opdracht van dit panel van experten – aanbevelingen formuleren over de organisatie van het ziekenhuislandschap, waarbij kwaliteitszorg wordt gegarandeerd en een optimale inzet van middelen wordt nagestreefd – vereist dat men nadenkt over een herverdeling van taken en de werkingswijze van ziekenhuizen, teneinde het gebruik van middelen te optimaliseren. Er wordt gestreefd naar een betere samenwerking tussen ziekenhuizen om de kwaliteit en efficiëntie van de zorg te verbeteren, met oog voor het noodzakelijke evenwicht tussen geografische toegankelijkheid en concentratie van diensten. Met deze context als achtergrond staat het vast dat de aanbevelingen uit het rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) dat u aanhaalt, evenals de organisatie van de intensieve zorgen, de normatieve componenten en aspecten van spreiding over het grondgebied, alsook de financieringswijze, zullen terugkeren in het lopende werk van onder meer de door de Conferentie aangestelde expertengroep. Dit panel zal zijn conclusies eind 2025 aan de Interministeriële Conferentie voorleggen; net als de andere genoemde elementen die het onderwerp zullen zijn van intensief werk door het panel, zal ook de kwestie van het meest efficiënte registratietool worden besproken, op basis van de voorstellen van de werkgroep en de akkoorden die met de entiteiten kunnen worden gesloten om de zorg op intensieve zorgen te verbeteren. In deze context is het ook essentieel om de bepalende rol van de afdelingen intensieve zorgen in crisissituaties, zoals de COVID-19 pandemie, te benadrukken. De gezondheidscrisis heeft het strategische belang aangetoond van voldoende capaciteit voor intensieve zorg, niet alleen om een plotse stijging van de behoefte aan acute ziekenhuisopnames op te vangen, maar ook om de continuïteit van de zorg voor de hele bevolking te waarborgen, ook buiten crisistijden. Ik ben dan ook overtuigd van de noodzaak van een geïntegreerde, flexibele en gecoördineerde aansturing van de intensieve zorgsector, zodat de capaciteit snel kan worden aangepast, de interhospitalaire samenwerking wordt versterkt en de menselijke en materiële middelen efficiënt worden ingezet. Deze hervorming van de intensieve zorg moet ook waarborgen dat een hoog kwaliteitsniveau behouden blijft en dat er wordt geanticipeerd op toekomstige noden, zowel op het vlak van opleiding als op het gebied van de organisatie van teams, om beter voorbereid te zijn op mogelijke toekomstige gezondheidscrises. |