SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2024-2025 Zitting 2024-2025
________________
25 juin 2025 25 juni 2025
________________
Question écrite n° 8-255 Schriftelijke vraag nr. 8-255

de Kelly Van Tendeloo (Vooruit)

van Kelly Van Tendeloo (Vooruit)

à la ministre de l'Asile et de la Migration, et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes villes

aan de minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid
________________
Demandeurs d'asile - Mineurs non accompagnés - Accueil - Qualité et accessibilité - Centres d'accueil collectifs - Aménagement - Initiatives locales d'accueil (ILA) - Remplacement Asielzoekers - Niet-begeleide minderjarige - Opvang - Kwaliteit en toegankelijkheid - Collectieve opvangcentra - Inrichting - Lokale opvanginitiatieven (LOI) - Vervanging 
________________
Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile
demandeur d'asile
minorité civile
enfant
CPAS
aide sociale
Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers
asielzoeker
minderjarigheid
kind
OCMW
sociale bijstand
________ ________
25/6/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 24/7/2025)
29/7/2025Antwoord
25/6/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 24/7/2025)
29/7/2025Antwoord
________ ________
Question n° 8-255 du 25 juin 2025 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 8-255 d.d. 25 juni 2025 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

L'accueil des demandeurs d'asile en Belgique est une compétence fédérale, ce qui signifie que l'État fédéral, via Fedasil, est responsable de l'organisation et du financement de l'accueil.

Selon le Commissariat aux droits de l'enfant, l'aménagement des centres d'accueil collectifs actuels ne répond pas aux normes minimales, ce qui signifie que les besoins fondamentaux des enfants, des jeunes et des familles ne sont pas toujours satisfaits de manière suffisante.

Les initiatives locales d'accueil (ILA) sont un complément utile et nécessaire aux centres d'accueil collectifs. Elles permettent d'offrir une aide matérielle aux demandeurs d'asile, mais elles ne relèvent pas de la compétence de la Région flamande. Gérées par les centres publics d'action sociale (CPAS), en collaboration avec Fedasil, les ILA relèvent de la compétence de l'État fédéral.

Le démantèlement programmé des ILA offrant un accompagnement adapté pour les profils vulnérables soulève dès lors des questions quant à la qualité et à la durabilité de l'accueil de ces jeunes demandeurs d'asile et à l'impact de cette situation sur leurs perspectives d'avenir.

Je souhaiterais vous poser les questions suivantes :

1) Quels sont les plans concrets en matière de démantèlement des ILA et de transition vers l'accueil collectif, et dans quel délai seront-ils mis en œuvre?

2) Comment garantir que le démantèlement des ILA n'entraînera pas une diminution de la qualité et de l'accessibilité de l'accueil pour les demandeurs d'asile mineurs non accompagnés, en particulier pour ceux qui n'ont pas encore de statut reconnu et n'ont pas encore trouvé de lieu de résidence? En effet, ceux-ci peuvent toujours être hébergés dans une initiative locale d'accueil de la même commune ou ville, mais prévue pour les adultes.

3) Comment s'assurer que les besoins fondamentaux et le bien-être des demandeurs d'asile mineurs non accompagnés seront garantis pendant et après cette transition, eu égard notamment aux informations faisant état de conditions d'accueil insuffisantes?

4) Quelles mesures sont prises pour éviter que les jeunes qui atteignent l'âge de dix-huit ans sans bénéficier d'un statut reconnu et d'un réseau d'accueil stable ne soient renvoyés vers des centres collectifs moins adaptés, avec le risque de perdre tout contact avec le réseau d'accueil et toute perspective d'avenir?

5) Comment les organisations de défense des droits de l'enfant et les autres acteurs concernés sont-ils associés à l'élaboration et à l'évaluation de ces mesures d'accueil?

J'attends votre réponse avec impatience, afin que nous puissions œuvrer ensemble à une politique d'accueil qui protège au mieux les droits et le bien-être de nos jeunes vulnérables.

 

De opvang van asielzoekers in België is een federale bevoegdheid, wat betekent dat de federale overheid, via Fedasil, verantwoordelijk is voor de organisatie en financiering van de opvang.

Volgens het Kinderrechtencommissariaat worden de huidige collectieve opvangcentra onder de minimumnormen ingericht, waardoor aan de basisbehoeften van kinderen, jongeren en gezinnen niet steeds voldoende wordt voldaan.

Een kwaliteitsvolle en zeer noodzakelijke aanvulling hierop zijn de lokale opvanginitiatieven (LOI). LOI's bieden materiële hulp aan asielzoekers, maar ze vallen niet onder de bevoegdheid van het Vlaamse gewest. Ze zijn een federale zaak, die door openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW) worden beheerd, in samenwerking met Fedasil.

De geplande afbouw van de LOI's met aangepaste begeleiding voor kwetsbare profielen roept daarom vragen op over de kwaliteit en duurzaamheid van de opvang voor deze jonge asielzoekers en de impact hiervan hun toekomstkansen.

Daarom volgende vragen:

1) Welke concrete plannen bestaan er voor de afbouw van LOI's en de overgang naar collectieve opvang, en binnen welke termijn worden deze uitgevoerd?

2) Hoe wordt gegarandeerd dat de afbouw van LOI's niet leidt tot een vermindering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de opvang voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers, vooral voor diegenen die nog geen erkende status hebben en nog geen woonst hebben gevonden? Deze kunnen namelijk nu nog opgevangen worden in een lokaal opvanginitiatief van dezelfde gemeente of stad maar dan voor volwassenen.

3) Hoe wordt gegarandeerd dat de basisbehoeften en het welzijn van niet-begeleide minderjarige asielzoekers tijdens en na deze overgang worden gewaarborgd, vooral gezien de meldingen over ondermaatse opvangomstandigheden?

4) Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat jonge mensen die de leeftijd van achttien jaar bereiken zonder erkende status en zonder een stabiel opvangnetwerk, worden teruggestuurd naar minder geschikte collectieve centra, met mogelijk verlies van netwerk en toekomstperspectieven?

5) Hoe wordt de participatie van kinderrechtenorganisaties en andere relevante belanghebbende betrokken bij het vormgeven en evalueren van deze opvangmaatregelen?

Ik zie uw antwoord graag tegemoet, zodat wij samen kunnen zorgen voor een opvangbeleid dat de rechten en het welzijn van onze kwetsbare jongeren maximaal beschermt.

 
Réponse reçue le 29 juillet 2025 : Antwoord ontvangen op 29 juli 2025 :

1) Pour l’instant, il n’est pas encore prévu de fermer les places ILA («initiatives locales d’accueil») existantes. Le gouvernement prend d’abord plusieurs mesures pour réduire l’afflux dans le réseau d’accueil et favoriser le nombre de départs.

Lorsque ces mesures auront eu leur effet sur le taux d’occupation du réseau d’accueil, des concertations concernant des fermetures commenceront.

2) Le transfert vers une structure d’accueil individuelle est lié au droit de séjour, à l’âge et à l’autonomie suffisante. Les mineurs non accompagnés (MENA) ne passent pas vers la structure individuelle spécialisé pour des MENA avant d’avoir obtenu un droit de séjour. Ils sont pour l’instant pas hébergé dans un ILA pour des adultes. Une période de transition est alors prévue pour, entre autres, trouver un logement.

Dans les centres collectifs, il y a aussi des places spécifiques pour les mineurs étrangers non accompagnés, où il y a un cadre et un accompagnement adaptés à ce groupe cible. L’accord de gouvernement prévoit qu’à l’avenir, ces profils vulnérables seront encore plus souvent hébergés dans des centres collectifs de petite taille, avec un encadrement approprié.

3) Toutes les normes minimales s’appliquent à l’accueil des mineurs non accompagnés; certaines normes sont spécifiquement conçues pour ce groupe cible.

Les normes couvrent l’accompagnement, l’aide matérielle, l’infrastructure, le mobilier et la sécurité.

L’Agence s’efforce de respecter les normes minimales d’accueil, ce qui n’est pas évident dans le contexte d’accueil actuel.

4) Le transfert des mineurs non accompagnés vers une ILA étant lié au droit de séjour, ils ou elles restent dans une structure d’accueil collective jusqu’à ce qu’ils ou elles obtiennent une décision leur accordant le statut de réfugié, la protection subsidiaire, ou une décision négative. Il y a donc pas de question d’un renvoi.

5) Des échanges réguliers ont lieu avec les organisations de défense des droits de l’enfant (par exemple, les deux commissariats aux droits de l’enfant) et d’autres partenaires (d’accueil) en vue d’améliorer les conditions d’accueil et une politique d’accueil (plus) centrée sur l’enfant.

1) Op dit ogenblik zijn er nog geen concrete plannen om bestaande LOI («lokale opvang initiatieven»)-plaatsen te sluiten. De regering neemt eerst een aantal maatregelen om de instroom in het opvangnetwerk te verminderen en het aantal vertrekken te bevorderen.

Pas van zodra deze maatregelen hun effect zullen hebben op de bezettingsgraad van het opvangnetwerk, zal het overleg over de afbouw van LOI-plaatsen gestart worden.

2) De overgang naar een individuele opvangstructuur is gekoppeld aan verblijfsrecht, leeftijd en voldoende zelfredzaamheid. Niet-begeleide minderjarigen (NBMV) stromen niet door naar een specifieke, individuele opvangstructuur voor NBMV vooraleer ze verblijfsrecht hebben verkregen. Ze verblijven momenteel niet in een LOI voor volwassenen. Er is een transitieperiode voorzien voor onder andere het vinden van huisvesting.

In de collectieve centra zijn er ook plaatsen die specifiek bedoeld zijn voor niet begeleide minderjarige vreemdelingen, waar er een aangepast kader en begeleiding aanwezig is voor deze doelgroep. Het regeerakkoord voorziet dat deze kwetsbare profielen in de toekomst nog meer zullen opgevangen worden in kleinschalige collectieve centra met aangepaste begeleiding.

3) Alle minimale normen zijn van toepassing op de opvang van niet-begeleide minderjarigen ; sommige normen zijn specifiek voor deze doelgroep opgesteld.

De normen hebben betrekking op begeleiding, materiële hulp, infrastructuur, inboedel en veiligheid.

Het Agentschap doet er alles aan om de minimale opvangnormen na te leven hetgeen in de huidige opvangcontext geen evidentie is.

4) Gezien de doorstroom van niet-begeleide minderjarigen naar een LOI gekoppeld is aan verblijfsrecht blijven ze in een collectieve opvangstructuur tot het verkrijgen van een beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus, subsidiaire bescherming, of een negatieve beslissing. Er is dus geen sprake van een terugsturen.

5) Er vinden op regelmatige basis uitwisselingen plaats met kinderrechtenorganisaties (bijvoorbeeld beide kinderrechtencommissariaten) en andere (opvang)partners met het oog op de verbetering van de opvangomstandigheden en een (meer) kindgericht opvangbeleid.