SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2024-2025 Zitting 2024-2025
________________
28 mai 2025 28 mei 2025
________________
Question écrite n° 8-229 Schriftelijke vraag nr. 8-229

de Kelly Van Tendeloo (Vooruit)

van Kelly Van Tendeloo (Vooruit)

à la ministre des Classes moyennes, des Indépendants et des PME

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's
________________
Habitation - Surface habitable - Abus - Mode de détermination - Définition - Concertation Woning - Bewoonbare oppervlakte - Misbruik - Berekeningswijze - Definitie - Overleg 
________________
industrie du bâtiment
propriété immobilière
politique du logement
courtier
bouwnijverheid
onroerend eigendom
woningbeleid
makelaar
________ ________
28/5/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/6/2025)
28/5/2025Antwoord
28/5/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/6/2025)
28/5/2025Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-228 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-228
________ ________
Question n° 8-229 du 28 mai 2025 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 8-229 d.d. 28 mei 2025 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La surface habitable d'une habitation constitue, pour les acquéreurs et les vendeurs, l'un des principaux critères pour la détermination de la valeur d'une habitation. Chaque mètre carré en moins ou en plus se répercute sur le prix. Il est dès lors primordial que chaque vendeur ou agent immobilier détermine la surface habitable de la même manière et l'indique dans l'annonce correctement. Lorsqu'il s'agit d'une vente sur plan, l'acheteur est totalement dépendant des indications faites dans l'annonce par le vendeur ou l'agent immobilier puisqu'il n'est pas encore possible de visiter le bien.

Il n'existe aujourd'hui aucune règle claire précisant ce qu'il y a lieu d'entendre par «surface habitable» dans le cadre de la vente d'un bien immobilier. Cela donne lieu à des abus. Certains acheteurs constatent après la signature de l'acte de vente que la surface habitable réelle est plus petite que ce qu'a indiqué l'agent ou promoteur immobilier dans l'annonce. L'absence de définition légale favorise de tels abus.

Il s'impose donc de définir sans délai une méthode uniforme pour la détermination de la surface habitable et un mode de calcul précis indiquant clairement ce qui doit être pris en compte et ce qui ne doit pas l'être. Cette définition doit être ancrée dans la loi afin que les personnes victimes d'une tromperie puissent engager une action en responsabilité à l'encontre des vendeurs ou agents immobiliers déloyaux.

Le problème concerne donc l'information (correcte et précise) à donner lors du transfert de propriété d'une habitation. Il s'agit au fond des renseignements précontractuels fournis à l'occasion d'une convention de vente. La Flandre est compétente pour la politique du logement, mais la réglementation relative aux droits d'usage (comme la propriété, l'emphytéose, les règles communes à tous les baux, etc.), ainsi que le droit des obligations et des contrats sont, en vertu de l'article 35 de la Constitution, des compétences résiduelles de l'autorité fédérale. La législation relative au courtage immobilier est d'ailleurs également une matière fédérale. Ces principes ne connaissent que trois exceptions: depuis la sixième réforme de l'État, les Régions sont compétentes pour les «régimes particuliers de baux», à savoir le bail à ferme, le bail commercial et le bail de résidence principale. La propriété et l'achat ne font en revanche pas partie des matières flamandes. Ils sont régis par le Code civil fédéral. De plus, la loi Breyne fédérale assure aussi une protection particulière en cas de vente sur plan ou de contrat clé sur porte, entre autres. Il appartient donc à l'autorité fédérale de répondre à la question de savoir si les pouvoirs publics sont prêts à définir un mode de détermination de la «surface habitable». Cette question concerne la ministre de la Justice et, pour ce qui a trait spécifiquement aux agents immobiliers, le ministre des Classes moyennes.

Envisagez-vous, avec votre collègue, de vous pencher sur ce problème et de vous entretenir avec la ministre flamande du Logement, Melissa Depraetere, afin de mettre un terme à cette pratique déloyale?

En réponse à la question écrite que je lui ai adressée à ce sujet au Parlement flamand, la ministre Depraetere a déjà annoncé qu'elle était toute disposée à discuter de cette problématique.

 

De bewoonbare oppervlakte van een woning is een van de belangrijkste criteria voor kopers en verkopers om de waarde van een woning te bepalen. Elke vierkante meter meer of minder, heeft een aanzienlijke invloed op de prijs. Het is dan ook van groot belang dat elke verkoper of makelaar de bewoonbare oppervlakte op dezelfde wijze berekent en adverteert. Zeker bij aankopen op plan is de koper volledig afhankelijk van wat die verkoper of makelaar hem adverteren, aangezien hij de woning nog niet kan bezichtigen.

Vandaag zijn er geen duidelijke regels die bepalen wat er onder «bewoonbare oppervlakte» moet worden verstaan in het kader van de verkoop van onroerend goed. Dat zorgt voor misbruik. Kopers stellen na ondertekening van de verkoopovereenkomst vast dat de werkelijke bewoonbare oppervlakte kleiner is dan wat de makelaar of bouwpromotor had geadverteerd. Dat misbruik wordt in de hand gewerkt door het gebrek aan een wettelijke definitie.

Daarom moet er dringend een eenvormige methode komen om de bewoonbare oppervlakte te meten. Een duidelijke berekeningswijze waarin duidelijk omschreven is wat meetelt en wat niet. Die definitie moet wettelijk worden verankerd, zodat gedupeerden de misleidende verkopers en makelaars juridisch aansprakelijk kunnen stellen.

De problematiek gaat dus over het verstrekken van – correcte, eenduidige – informatie bij de overdracht van een woning. In wezen gaat het om het verstrekken van precontractuele informatie bij een koopovereenkomst. Vlaanderen is daarbij bevoegd voor het huisvestingsbeleid, maar de regeling rond gebruiksrechten (zoals eigendom, erfpacht, algemeen huurrecht, enz.) en het verbintenissen- en contractenrecht zijn – krachtens artikel 35 van de Grondwet – residuaire bevoegdheden van de federale overheid. Overigens is ook de wetgeving op de vastgoedmakelarij een federale aangelegenheid. Op die principes bestaan slechts drie uitzonderingen: sinds de zesde Staatshervorming zijn de Gewesten bevoegd voor de «bijzondere huurregimes», met name pacht, handelshuur en woninghuur. Eigendom en koop zijn daarentegen géén Vlaamse materie. Dit wordt geregeld in het federale Burgerlijk Wetboek. Daarnaast voorziet de federale Wet Breyne bijvoorbeeld ook een specifieke bescherming bij onder meer verkoop op plan en sleutel-op-de-deur-contracten. De vraag of de overheid werk wil maken van een berekeningswijze van «bewoonbare oppervlakte», is dus een vraag die de federale overheid zou moeten beantwoorden. Dit in de persoon van de minister van Justitie en, voor zover het specifiek om vastgoedmakelaars gaat, de minister van Middenstand.

Overwegen de beide ministers werk te maken van deze problematiek en in gesprek te gaan met Vlaams minister van wonen, Melissa Depraetere, om een einde te maken aan die misleidende praktijk?

Daarover door mij schriftelijk bevraagd in het Vlaams Parlement, deelde minister Depraetere mij alvast mee dat zij over deze problematiek zeker in overleg wil gaan.

 
Réponse reçue le 28 mai 2025 : Antwoord ontvangen op 28 mei 2025 :
Texte pas encore disponible. Tekst nog niet beschikbaar.