| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Session 2024-2025 | Zitting 2024-2025 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| 16 mai 2025 | 16 mei 2025 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question écrite n° 8-182 | Schriftelijke vraag nr. 8-182 | ||||
de Özlem Özen (PS) |
van Özlem Özen (PS) |
||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||
| ________ | ________ | ||||
| Personnes âgées - Surmédicalisation - Risques - Limitation - Mesures | Ouderen - Overmedicalisering - Risico's - Beperking - Maatregelen | ||||
| ________ | ________ | ||||
| soins aux personnes âgées personne âgée médicament politique de la santé |
zorg voor ouderen bejaarde geneesmiddel gezondheidsbeleid |
||||
| ________ | ________ | ||||
|
|
||||
| ________ | ________ | ||||
| Question n° 8-182 du 16 mai 2025 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-182 d.d. 16 mei 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
La question de la surmédicalisation des personnes âgées est un sujet de plus en plus préoccupant dans notre société, notamment en raison des conséquences néfastes qu'elle peut engendrer sur la santé des seniors. Alors que le vieillissement de la population belge est un phénomène croissant, les traitements médicaux de plus en plus nombreux, parfois inadaptés, peuvent entraîner des effets indésirables, voire des complications graves. Cette surmédicalisation, qu'elle soit liée à la multiplication des prescriptions médicamenteuses ou à des examens diagnostiques parfois excessifs, soulève des inquiétudes concernant la qualité de vie des seniors. Des risques concrets, comme les interactions médicamenteuses dangereuses voire mortelles, les effets secondaires graves, la dépendance médicamenteuse, la démence et la réduction de l'autonomie, doivent être sérieusement pris en considération. Dans ce contexte, je souhaiterais connaître la position du gouvernement belge sur cette question et savoir quelles mesures sont envisagées, avec les entités fédérée, pour prévenir la surmédicalisation des seniors, tout en garantissant un suivi médical adéquat, de qualité et personnalisé. Plus précisément: 1) Quelles actions concrètes le gouvernement fédéral compte-t-il mettre en place pour sensibiliser les professionnels de la santé, notamment les généralistes, à la problématique de la surmédicalisation des seniors et les encourager à adopter une approche plus équilibrée dans les prescriptions médicales? 2) Existe-t-il déjà des programmes ou des lignes directrices visant à réduire les prescriptions excessives ou inappropriées, en particulier pour les personnes âgées, tout en garantissant une prise en charge de qualité? 3) Le gouvernement envisage-t-il de renforcer la formation des médecins et autres professionnels de la santé concernant les risques spécifiques de la surmédicalisation chez les personnes âgées? 4) Quelles sont les initiatives actuelles pour encourager la coordination entre les différents professionnels de la santé impliqués dans le suivi des seniors, afin de garantir une approche plus globale et mieux ajustée aux besoins individuels? 5) Comment les autorités belges de santé publique travaillent-elles en collaboration avec les médecins généralistes, les gériatres et les pharmaciens afin d'assurer une prise en charge optimale des seniors sans recourir systématiquement à des traitements médicamenteux? 6) Le gouvernement fédéral consulte-t-il les mutualités (leurs centres et leurs réseaux associatifs) pour mettre en place des campagnes d'information ciblées à destination des seniors et de leurs proches? Ces campagnes pourraient porter sur les risques de la surmédicalisation, la gestion des médicaments et la nécessité de réévaluer régulièrement les prescriptions. 7) Le gouvernement envisage-t-il de développer des outils de support pour les prescripteurs, comme des guides de bonne pratique ou des listes de contrôle, qui leur permettraient de mieux évaluer la nécessité des traitements médicamenteux chez les seniors? 8) Enfin, quelles sont les pistes pour proposer des bilans de médication réguliers, réalisés en collaboration avec des pharmaciens et les généralistes, pour identifier les médicaments qui doivent être supprimés ou qui peuvent être remplacés par des alternatives non médicamenteuses? Cette question écrite relève de la compétence du Sénat vu son caractère transversal. La santé publique est une matière fédérale et la politique de prévention relève des entités fédérées. |
De kwestie van overmedicalisering van ouderen is een groeiende bezorgdheid in onze samenleving, niet in het minst door de schadelijke gevolgen die dit kan hebben voor de gezondheid van ouderen. Terwijl de Belgische bevolking alsmaar veroudert, kunnen de steeds talrijkere medische behandelingen, die soms onaangepast zijn, ongewenste effecten of zelfs ernstige complicaties veroorzaken. Deze overmedicalisering, in de vorm van een wildgroei aan medicatievoorschriften of van soms overdreven diagnostische onderzoeken, wekt bezorgdheid op over de levenskwaliteit van ouderen. Concrete risico's, zoals gevaarlijke of zelfs dodelijke interacties tussen geneesmiddelen, ernstige bijwerkingen, medicijnafhankelijkheid, dementie en verminderde autonomie, moeten ernstig worden genomen. In deze context wil ik graag weten wat het standpunt van de Belgische regering is over deze kwestie en welke maatregelen worden overwogen, samen met de deelstaten, om overmedicalisering van senioren te voorkomen en tegelijk een adequate, kwaliteitsvolle en gepersonaliseerde medische opvolging te garanderen. Meer bepaald: 1) Welke concrete maatregelen wil de federale regering nemen om beroepsbeoefenaars, in het bijzonder huisartsen, bewust te maken van het probleem van overmedicalisering van ouderen en om hen aan te moedigen tot een evenwichtigere benadering van het voorschrijfgedrag? 2) Bestaan er al programma's of richtlijnen om het overmatig of ongepast voorschrijven te verminderen, in het bijzonder voor ouderen, en tegelijk een kwaliteitsvolle zorg te garanderen? 3) Is de regering van plan meer aandacht te besteden aan de specifieke risico's van overmedicalisering van ouderen in de opleidingen van artsen en andere beroepsbeoefenaars? 4) Welke initiatieven worden er momenteel genomen om de coördinatie te bevorderen tussen de verschillende beroepsbeoefenaars die betrokken zijn bij de zorg voor ouderen, om te zorgen voor een meer alomvattende aanpak die beter is afgestemd op individuele behoeften? 5) Hoe werken de Belgische volksgezondheidsinstanties samen met huisartsen, geriaters en apothekers om een optimale zorg voor senioren te garanderen zonder systematisch naar medicamenteuze behandelingen te grijpen? 6) Overlegt de federale overheid met de ziekenfondsen (hun centra en verenigingsnetwerken) om gerichte informatiecampagnes voor senioren en hun naasten op te zetten? Deze campagnes zouden zich kunnen richten op de risico's van overmedicatie, het beheer van geneesmiddelen en de noodzaak om voorschriften regelmatig te herzien. 7) Is de regering van plan ondersteunende hulpmiddelen te ontwikkelen voor voorschrijvers, zoals gidsen voor goede praktijken of checklists, om hen te helpen de behoefte aan medicamenteuze behandelingen bij ouderen beter te beoordelen? 8) Tot slot, welke plannen zijn er om regelmatige medicatiereviews aan te bieden, uitgevoerd in samenwerking met apothekers en huisartsen, om geneesmiddelen te identificeren die moeten worden ingetrokken of vervangen door niet-medicamenteuze alternatieven? Deze schriftelijke vraag behoort wegens haar transversale aard tot de bevoegdheden van de Senaat. Volksgezondheid is een federale aangelegenheid en preventie een aangelegenheid van de deelstaten. |