SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2024-2025 Zitting 2024-2025
________________
17 avril 2025 17 april 2025
________________
Question écrite n° 8-170 Schriftelijke vraag nr. 8-170

de Klaas Slootmans (Vlaams Belang)

van Klaas Slootmans (Vlaams Belang)

au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de Beliris

aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris
________________
Brabant flamand - Service de l'adjoint du gouverneur - Activités - 2024 Vlaams-Brabant - Adjunct van de gouverneur - Activiteiten - 2024 
________________
répartition géographique
province de Brabant flamand
emploi des langues
statistique officielle
communes à statut linguistique spécial ou à facilités
geografische spreiding
provincie Vlaams-Brabant
taalgebruik
officiële statistiek
gemeenten met bijzonder taalstatuut of met faciliteiten
________ ________
17/4/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2025)
20/5/2025Antwoord
17/4/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2025)
20/5/2025Antwoord
________ ________
Question n° 8-170 du 17 avril 2025 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 8-170 d.d. 17 april 2025 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La mission et le fonctionnement du service de l'adjoint du gouverneur constituent une matière transversale.

Pouvez-vous me communiquer, pour l'année 2024, les données suivantes relatives aux activités de l'adjoint du gouverneur du Brabant flamand?

1) Pour ce qui est de la tutelle administrative:

a) En ce qui concerne le contrôle de l'enseignement maternel et primaire francophone, par commune:

– le nombre de dossiers transmis à ce sujet à l'adjoint du gouverneur ;

– le nombre d'attestations de connaissance du néerlandais, par type (Selor, centre d'enseignement pour adultes (CVO), etc.), qui ont été présentées ;

– le nombre de dossiers qui ont été respectivement approuvés et suspendus, et la raison de l'approbation ou de la suspension ;

– le nombre de dossiers suspendus qui ont été annulés par le gouvernement ;

– le nombre de demandes de dérogation linguistique.

b) En ce qui concerne les autres dossiers: le nombre de dossiers transmis par commune, leur nature et le nombre de dossiers respectivement approuvés et suspendus.

2) Pour ce qui est des plaintes:

a) le nombre de plaintes qui ont été déposées ;

b) le nombre de plaintes qui ont été déposées respectivement en néerlandais et en français ;

c) le nombre de plaintes émanant respectivement d'une commune périphérique, d'une autre commune de la région de langue néerlandaise et d'une commune de la Région de Bruxelles-Capitale ;

d) le nombre, par groupe linguistique, de plaintes irrecevables (par motif d'irrecevabilité), de plaintes recevables mais non fondées et de plaintes recevables et fondées ;

e) le nombre de cas, par groupe linguistique, dans lesquels l'adjoint du gouverneur a exercé une fonction de médiateur ;

f) pour chaque plainte:

– le profil de la personne qui a déposé la plainte (néerlandophone ou francophone, habitant d'une commune périphérique, d'une commune de la Région de Bruxelles-Capitale, autre) ;

– l'entité (l'administration) contre laquelle la plainte a été déposée ;

– la nature ou l'objet de la plainte ;

– la conclusion de l'adjoint du gouverneur et son fondement.

3) Pour ce qui est des demandes d'avis ou d'information:

a) le nombre de demandes ;

b) le nombre de demandes formulées respectivement en néerlandais et en français ;

c) le nombre de demandes émanant respectivement d'une commune périphérique, d'une autre commune de la région de langue néerlandaise et d'une commune de la Région de Bruxelles-Capitale ;

d) pour chaque demande:

– le profil du demandeur (néerlandophone ou francophone, habitant d'une commune périphérique, d'une commune de la Région de Bruxelles-Capitale, autre) ;

– l'administration ou l'organisation concernée ;

– la nature ou l'objet de la demande ;

– la conclusion de l'adjoint du gouverneur et son fondement.

4) Pour ce qui est des demandes d'intervention:

a) le nombre de demandes ;

b) pour chaque dossier:

– le profil de l'intéressé (néerlandophone ou francophone, habitant d'une commune périphérique, d'une commune de la Région de Bruxelles-Capitale, autre) ;

– l'administration ou l'organisation concernée ;

– la nature ou l'objet de la demande ;

– la nature de l'intervention de l'adjoint du gouvernement et son fondement.

 

De adjunct van de gouverneur is een transversale aangelegenheid.

Kan u mij voor het jaar 2024 meedelen welke de activiteiten van de adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant waren, meer bepaald:

1) Wat administratief toezicht betreft:

a) Inzake het toezicht op het Franstalig kleuteronderwijs en lager onderwijs, per gemeente:

– hoeveel dossiers kwamen ter zake binnen bij de adjunct-gouverneur;

– wat was naar aard (Selor, Centrum voor volwassenenonderwijs (CVO), enz.) het aantal taalbewijzen over de kennis van het Nederlands dat werd voorgelegd;

– hoeveel dossiers werden er goedgekeurd, hoeveel werden er geschorst en wat was de reden;

– hoeveel van de geschorste dossiers werden er door de regering vernietigd;

– hoeveel aanvragen voor taalafwijking waren er?

b) Inzake andere dossiers: hoeveel dossiers kwamen binnen per gemeente, wat was de aard ervan, hoeveel werden er goedgekeurd en hoeveel geschorst?

2) Wat klachten betreft:

a) Hoeveel klachten waren er?

b) Hoeveel werden in het Nederlands en hoeveel in het Frans ingediend?

c) Hoeveel waren afkomstig uit een randgemeente, uit een andere gemeente van het Nederlandse taalgebied en uit het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest?

d) Hoeveel waren er, per taalgroep, onontvankelijk (volgens reden van onontvankelijkheid), hoeveel ontvankelijk maar ongegrond en hoeveel ontvankelijk en gegrond?

e) In hoeveel gevallen, per taalgroep, bemiddelde de adjunct van de gouverneur?

f) Kan ten slotte per klacht worden meegedeeld:

– wat het profiel van de indiener was (Nederlandstalige of Franstalige, inwoner van een randgemeente, van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ander);

– tegen wie (welke administratie) ze werd ingediend;

– wat de aard of het voorwerp van de klacht was;

– wat het oordeel van de adjunct van de gouverneur was en waarop dat gebaseerd was?

3) Wat advies- en infovragen betreft:

a) Hoeveel vragen waren er?

b) Hoeveel werden in het Nederlands en hoeveel in het Frans ingediend?

c) Hoeveel waren afkomstig uit een randgemeente, uit een andere gemeente van het Nederlandse taalgebied en uit het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest?

d) Kan ten slotte per vraag worden meegedeeld:

– wat het profiel van de indiener was (Nederlandstalige of Franstalige, inwoner van een randgemeente, van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ander);

– welke administratie of organisatie het betrof;

– wat de aard of het voorwerp van de vraag was;

– wat het oordeel van adjunct van de gouverneur was en waarop dat gebaseerd was?

4) Wat vragen om tussenkomst betreft:

a) Hoeveel waren er?

b) Kan per dossier worden meegedeeld:

– wat het profiel van de betrokkene was (Nederlandstalige of Franstalige, inwoner van een randgemeente, van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ander);

– welke administratie of organisatie het betrof;

– wat de aard of het voorwerp ervan was;

waaruit de tussenkomst van de adjunct van de gouverneur bestond en waarop die gebaseerd was?

 
Réponse reçue le 20 mai 2025 : Antwoord ontvangen op 20 mei 2025 :

Dans la pratique, pour des raisons budgétaires et de personnel, seul un rapportage bisannuel est possible. Le rapport relatif aux activités de 2024 sera dès lors regroupé avec celui de 2025. En fonction des effectifs, la publication de ce rapport est prévue pour 2026. La priorité est donnée aux obligations imposées au service par la loi sur l’emploi des langues en matière administrative.

In de praktijk blijkt om budgettaire en personeelsgebonden redenen alleen een tweejaarlijkse verslaggeving mogelijk. Het verslag over de werkzaamheden van 2024 wordt dus gebundeld met dat van 2025. In functie van het personeelsbestand wordt de publicatie van dat verslag voorzien in 2026. Er wordt voorrang gegeven aan de verplichtingen die de Taalwet bestuurszaken aan de dienst oplegt.