SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2024-2025 Zitting 2024-2025
________________
21 mars 2025 21 maart 2025
________________
Question écrite n° 8-132 Schriftelijke vraag nr. 8-132

de Goedele Liekens (Open Vld)

van Goedele Liekens (Open Vld)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Pauvreté - Familles monoparentales - Précarisation Armoede - Eenoudergezinnen - Kansarmoede 
________________
famille monoparentale
pauvreté
transport en commun
aide aux défavorisés
titre de transport
prix de transport
eenoudergezin
armoede
gemeenschappelijk vervoer
hulp aan minderbegunstigden
plaatsbewijs
vervoerskosten
________ ________
21/3/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 24/4/2025)
21/3/2025Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 24/4/2025)
________ ________
Question n° 8-132 du 21 mars 2025 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 8-132 d.d. 21 maart 2025 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La présente question écrite revêt un caractère transversal. La lutte contre la pauvreté relève de la responsabilité des Communautés et de l'autorité fédérale. Elle nécessite une approche dans différents domaines et à différents niveaux de pouvoir.

Outre l'insécurité financière, de nombreuses familles monoparentales rencontrent des problèmes de mobilité en raison du coût élevé des transports en commun et de la voiture, ce qui complique leur accès à l'emploi et leur participation sociale. En outre, leur participation à la vie culturelle est nettement plus faible parce que les activités de loisirs et de détente ne sont souvent pas accessibles financièrement.

Dans ce contexte, j'aimerais vous poser les questions suivantes:

1) Combien de parents isolés rencontrent des problèmes de mobilité en raison du coût élevé des transports en commun ou de la voiture?

2) Quelles sont les mesures spécifiques permettant de soutenir ce groupe?

3) Quelles initiatives sont prises pour accroître la participation à la vie culturelle des personnes précarisées, et en particulier des familles monoparentales?

4) Comment est évaluée l'utilisation du taux d'intervention majoré pour les transports en commun et les activités culturelles dans ce groupe cible?

 

Deze schriftelijke vraag heeft een transversaal karakter. De strijd tegen de armoede is een verantwoordelijkheid van de Gemeenschappen en van de federale overheid. Armoedebestrijding vergt een aanpak in verschillende domeinen en op de verschillende beleidsniveaus.

Naast financiële onzekerheid ervaren veel eenoudergezinnen mobiliteitsproblemen door de hoge kosten van openbaar vervoer en autogebruik, wat hun toegang tot werk en sociale participatie bemoeilijkt. Bovendien ligt hun cultuurparticipatie beduidend lager, omdat vrije tijd en ontspanning financieel vaak niet haalbaar zijn.

In dit kader had ik graag volgende vragen gesteld:

1) Hoeveel alleenstaande ouders ondervinden mobiliteitsproblemen door de hoge kosten van openbaar vervoer of autogebruik?

2) Welke specifieke beleidsmaatregelen zijn er om deze groep te ondersteunen?

3) Welke initiatieven zijn er om cultuurparticipatie bij mensen in kansarmoede, en specifiek bij eenoudergezinnen, te verhogen?

4) Hoe wordt het gebruik van het verhoogde tegemoetkomingstarief voor openbaar vervoer en cultuuractiviteiten in deze doelgroep geëvalueerd?