SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2022-2023 Zitting 2022-2023
________________
21 avril 2023 21 april 2023
________________
Question écrite n° 7-1977 Schriftelijke vraag nr. 7-1977

de Philippe Courard (PS)

van Philippe Courard (PS)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee
________________
Enfants proches de djihadistes de l'État Islamique - Détention en Syrie - Rapatriement Kinderen van jihadisten van Islamitische Staat - Gevangenschap in Syrië - Repatriëring 
________________
islam
Syrie
extrémisme
migration de retour
enfant
islam
Syrië
extremisme
remigratie
kind
________ ________
21/4/2023Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/5/2023)
13/6/2023Antwoord
21/4/2023Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/5/2023)
13/6/2023Antwoord
________ ________
Aussi posée à : question écrite 7-1978
Aussi posée à : question écrite 7-1979
Aussi posée à : question écrite 7-1978
Aussi posée à : question écrite 7-1979
________ ________
Question n° 7-1977 du 21 avril 2023 : (Question posée en français) Vraag nr. 7-1977 d.d. 21 april 2023 : (Vraag gesteld in het Frans)

Si la France a été condamnée par le Comité contre la torture de l'Organisation des Nations unies (ONU) pour ne pas avoir rapatrié les ressortissantes françaises des camps de prisonniers du Nord-Est de la Syrie en violation des articles 2 et 16 de la Convention contre la torture et les traitements inhumains ou dégradants, la Belgique et l'Allemagne ont choisi une voie différente en appliquant une politique de retour des enfants belges de djihadistes présumés et en respectant dès lors la Convention internationale des droits de l'enfant et ses Protocoles facultatifs.

C'est ainsi qu'en juin 2022, la Belgique rapatriait d'un camp du Nord-Est syrien sous contrôle kurde seize enfants proches de jihadistes et six mères, tous de nationalité belge. Il s'agissait de la plus importante opération de rapatriement organisée depuis la défaite du groupe État islamique en Syrie en 2019.

Dans la mesure où cette question du rapatriement de mineurs et touchant à la nationalité concerne à la fois le niveau fédéral et les entités fédérées via leur compétence d'aide et de protection de la jeunesse, notamment pour ce qui est de la prise en charge et du suivi médico-social de ces enfants, cette question justifie par suffisance sa transversalité.

Fin décembre 2022, l'organisation non gouvernementale (ONG) «Save the Children» recensait encore quelques sept mille enfants étrangers de djihadistes présumés détenus dans les camps du Nord-Est de la Syrie (camps de Al-Hol et de Roj ). L'ONG appelait à leur rapatriement d'urgence dans la mesure où ces enfants courent le risque d'attaques et de violences et vivent dans des conditions sanitaires inhumaines, manquent des produits de première nécessité, notamment l'eau, la nourriture et les soins de santé, et font face à un risque imminent de mort.

1) Aujourd'hui tous les enfants de nationalité belge ont-ils pu être rapatriés en Belgique? Dans la négative, combien d'entre eux restent encore présents dans ces camps? Quelles en sont les raisons?

2) En outre, dans la mesure où la filiation des enfants proches de djihadistes belges mais nés en Syrie est parfois difficile à établir, des cas d'apatridie sont-ils connus de vos services et sont-ils la cause de ce non-rapatriement? De combien d'enfants apatrides s'agit-il?

 

Frankrijk werd veroordeeld door het Comité tegen Foltering van de Verenigde Naties (VN) omdat het land de Franse onderdanen uit gevangenenkampen in het noordoosten van Syrië niet heeft gerepatrieerd. Dat is een schending van de artikelen 2 en 16 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing. België en Duitsland hebben voor een andere oplossing gekozen. De Belgische kinderen van vermoedelijke jihadisten kunnen terugkeren en dat is conform het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en de facultatieve protocollen erbij.

Zo heeft België in juni 2022 uit een kamp in het noordoosten van Syrië, dat onder Koerdische controle staat, zestien kinderen van jihadisten en zes moeders, die allen de Belgische nationaliteit hebben, gerepatrieerd. Het was de grootste repatriëringsoperatie sinds de nederlaag van IS in Syrië in 2019.

Deze vraag gaat over de repatriëring van minderjarigen en heeft betrekking op de nationaliteit, waardoor ze tegelijk verband houdt met het federale niveau en dat van de deelstaten, die bevoegd zijn voor hulp aan jongeren en jeugdbescherming, vooral wat betreft de medische en psychosociale begeleiding van die kinderen. Ze is om die redenen transversaal.

Eind december 2022 telde de niet-gouvernementele organisatie (ngo) «Save the Children» nog zowat 7.000 buitenlandse kinderen van vermoedelijke jihadisten die in kampen in het noordoosten van Syrië (kampen van Al Hol en Roj) vastzaten. De ngo riep op om ze dringend te repatriëren omdat die kinderen gevaar lopen om aangevallen te worden of geweldpleging te ondergaan en in onmenselijke sanitaire omstandigheden moeten leven, verstoken van de allernoodzakelijkste zaken zoals water, voedsel en gezondheidszorg. Hun overleving staat elke dag op het spel.

1) Zijn alle kinderen met de Belgische nationaliteit op vandaag gerepatrieerd? Zo niet, hoeveel Belgische kinderen blijven er nog over in de kampen? Waarom?

2) De afstamming van kinderen van Belgische vermoedelijke jihadisten die in Syrië geboren zijn is soms moeilijk vast te stellen. Zijn er bij uw diensten gevallen bekend van staatloze kinderen en worden ze daarom niet gerepatrieerd? Over hoeveel staatloze kinderen gaat het?

 
Réponse reçue le 13 juin 2023 : Antwoord ontvangen op 13 juni 2023 :

1) Début mars 2021, le gouvernement fédéral belge a annoncé sa volonté à rapatrier tous enfants belges de moins de douze ans ainsi que leurs mères, sous certaines conditions (c’est-à-dire que les mères possèdent la nationalité belge, acceptent de rentrer en Belgique et ne représentent pas de menace pour leur enfant ou la société belge). Ces critères ont été à la base des deux opérations de rapatriements vers la Belgique intervenues en juillet 2021 et juin 2022, qui ont permis le retour global de douze femmes et vingt-six mineurs.

Précédemment, les autorités belges ont accepté un rapatriement actif de six personnes mineures, cinq en date du 14 juin 2019, une en date du 25 décembre 2020. Le rapatriement opéré en décembre 2020 a fait suite à l’accord de la mère de l’enfant, alors maintenue en sa compagnie dans un camp sous contrôle kurde, que celui-ci soit rapatrié seul en Belgique.

La Sûreté de l’État (VSSE) a connaissance de la présence actuelle dans les camps sous contrôle kurde du nord-est syrien de huit enfants de nationalité belge ou qui pourraient en bénéficier du fait que l’un de leur parent était belge au moment de leur naissance. Ces huit enfants sont localisés dans ces camps en compagnie de leur mère. L’une de ces mères, qui dispose à ce jour de la nationalité belge, a explicitement refusé lors de chacune des deux opérations de rapatriement précitées d’être rapatriée en Belgique ou d’autoriser celui de tous ou partie de ses quatre enfants.

Les deux autres mères ont fait l’objet, dans le contexte de leur condamnation par la justice belge pour activités terroristes, d’une déchéance de nationalité. Un jugement de la cour d’appel de Bruxelles a en date du 25 avril 2023 annulé la déchéance de nationalité de l’une de ces mères. Aucune de ces deux mères n’a exprimé son autorisation à ce que leurs enfants puissent être rapatriés en Belgique.

2.) La VSSE n’a pas connaissance de cas d’enfants apatrides.

1) Begin maart 2021 heeft de Belgische federale regering aangekondigd te willen overgaan tot de repatriëring van alle Belgische kinderen jonger dan twaalf jaar en hun moeders, onder bepaalde voorwaarden: indien de moeders de Belgische nationaliteit hebben, ermee instemmen om naar België terug te keren en geen bedreiging vormen voor hun kind of de Belgische samenleving. Die criteria lagen aan de basis van de twee repatriëringen naar België die in juli 2021 en juni 2022 hebben plaatsgevonden en waarbij in totaal twaalf vrouwen en zesentwintig minderjarigen konden terugkeren.

Eerder al hadden de Belgische autoriteiten ingestemd met een actieve repatriëring van zes minderjarige personen: vijf op 14 juni 2019 en éen op 25 december 2020. De repatriëring die in december 2020 werd uitgevoerd, kwam er nadat de moeder van het kind, die toen samen met haar werd vastgehouden in een kamp dat onder Koerdische controle staat, ermee had ingestemd dat het kind alleen naar België zou worden gerepatrieerd.

De Veiligheid van de Staat (VSSE) weet dat er in de kampen in het noordoosten van Syrië die onder Koerdische controle staan thans acht kinderen aanwezig zijn die de Belgische nationaliteit hebben of die voordeel zouden kunnen halen uit het feit dat een van hun ouders Belg was op het tijdstip van hun geboorte. Die acht kinderen bevinden zich in die kampen in het gezelschap van hun moeder. Een van die moeders, die op heden de Belgische nationaliteit heeft, heeft bij elk van de twee voormelde repatriëringen uitdrukkelijk geweigerd om naar België te worden gerepatrieerd of om in te stemmen met de repatriëring van haar vier kinderen of van een deel van hen.

De nationaliteit van de andere twee moeders werd vervallen verklaard in het kader van hun veroordeling door het Belgische gerecht wegens terroristische activiteiten. De vervallenverklaring van de nationaliteit van een van die moeders werd bij een vonnis van het hof van beroep te Brussel op 25 april 2023 vernietigd. Die moeders hebben er geen van beide mee ingestemd dat hun kinderen naar België kunnen worden gerepatrieerd.

2) De VSSE heeft geen weet van gevallen van staatloze kinderen.