| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2022-2023 | Zitting 2022-2023 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 9 février 2023 | 9 februari 2023 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 7-1902 | Schriftelijke vraag nr. 7-1902 | ||||||||
de Philippe Courard (PS) |
van Philippe Courard (PS) |
||||||||
à la ministre de l'Énergie |
aan de minister van Energie |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Politique énergétique - Avenir - Nouvelles centrales nucléaires potentielles | Energiebeleid - Toekomst - Mogelijke nieuwe kerncentrales | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| politique énergétique énergie nucléaire crise de l'énergie Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat |
energiebeleid kernenergie energiecrisis Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 7-1902 du 9 février 2023 : (Question posée en français) | Vraag nr. 7-1902 d.d. 9 februari 2023 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||||||
Les entités fédérées ayant des compétences en matière d'énergie, cette question du fait de sa transversalité relève de la compétence du Sénat. La crise énergétique que nous rencontrons actuellement nous démontre à quel point, nous, pays européens, sommes dépendants des énergies fossiles, tout particulièrement du gaz russe. Plusieurs experts du Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat (GIEC) nous expliquent que les pics pétroliers et gaziers ont été atteints et que nous devrions connaître une décrue énergétique dans les décennies à venir. Ces problèmes qui verront le jour prochainement nécessitent une vision d'avenir à long terme et pas uniquement sur un mandat politique. Naturellement, l'éolien et le photovoltaïque sont des solutions existantes; elles présentent cependant des inconvénients majeurs lorsqu'il n'y a pas de vent ou de soleil… D'autres sources d'énergie existent, mais le nucléaire semble représenter le meilleur coefficient bénéfice-risque. Dès lors, quelle est la vision à long terme en matière énergétique pour la Belgique? La construction de nouvelles centrales nucléaires est-elle à l'ordre du jour? Je ne doute pas que vous m'apporterez davantage de précisions et d'éléments concrets. |
Aangezien de deelstaten bevoegdheden hebben inzake energie is deze vraag transversaal en behoort ze tot de bevoegdheid van de Senaat. De huidige energiecrisis toont aan hoe sterk de Europese landen afhankelijk zijn van fossiele energie, vooral van Russisch gas. Verschillende experts van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) hebben verduidelijkt dat de pieken inzake petroleum- en gasproductie werden bereikt en dat we de komende decennia een daling van dat energieaanbod zouden moeten kennen. De problemen die bijgevolg binnenkort zullen opduiken vergen een langetermijnvisie over een langere periode dan de duur van een politiek mandaat. Natuurlijk zijn wind- en zonne-energie duurzame oplossingen, maar ze hebben een belangrijk nadeel als er geen wind of zon is… Er zijn andere energiebronnen, maar voor nucleaire energie lijkt de verhouding van het voordeel ten opzichte van het risico het beste. Wat is de langetermijnvisie op het vlak van energie voor België? Staat de bouw van nieuwe kerncentrales op de agenda? Ik twijfel er niet aan dat u me meer details en concrete antwoorden zult bezorgen. |
||||||||
| Réponse reçue le 19 septembre 2023 : | Antwoord ontvangen op 19 september 2023 : | ||||||||
En planifiant notre approvisionnement en énergie à long terme, nous devrions également prendre en compte et minimiser notre dépendance géopolitique vis-à-vis d’autres régions. En ce qui concerne l’approvisionnement en gaz, en uranium et en pétrole, nous constatons que l’Europe a été trop longtemps aveugle aux conséquences d’une dépendance excessive à l’égard d’un ou de quelques régimes peu fiables. La transition énergétique offre l’opportunité de corriger cette erreur historique, de se concentrer davantage sur notre propre production européenne d’énergie renouvelable et de diversifier les approvisionnements en provenance de l’extérieur de l’Union européenne (UE). Le plan Repower EU du 18 mai 2022 vise à réduire à court terme la dépendance aux énergies fossiles russes en accélérant la transition vers une énergie durable et à unir les forces pour créer un système énergétique plus résilient.
Les résultats de cette étude permettront de répondre à la question de savoir si le fait de miser sur l’énergie nucléaire présente le meilleur rapport coût-bénéfice pour atteindre nos objectifs collectifs en matière de climat, en tenant compte du coût total de production sur la durée de vie de la centrale, y compris le coût des déchets, mais cela ne doit pas nous empêcher de maximiser dès à présent notre propre production d’énergie renouvelable, car nous aurons besoin de tout notre potentiel. Le gouvernement a également décidé de prolonger de dix ans la capacité nucléaire de 2 GW afin de garantir l’approvisionnement en électricité. Ces dix années supplémentaires donneront à notre pays le temps de développer d’autres méthodes de production. Ainsi, ce gouvernement a également décidé d’augmenter la capacité éolienne offshore de la zone Princess Elisabeth à 3,5 GW. De plus, à travers le CRM (mécanisme de rémunération de la capacité), nous misons sur les technologies de flexibilité. Notre système énergétique évolue d’un système de production centralisé avec des consommateurs passifs vers un système décentralisé et flexible avec des consommateurs actifs. Le potentiel des technologies de stockage et de réponse à la demande est très élevé. Entre-temps, des décisions d’investissement pour l’installation de parcs de batteries sont prises régulièrement dans notre pays, et les premiers tests de réponse à la demande ont déjà lieu. Enfin, le plan de développement fédéral du gestionnaire de réseau Elia prévoit une capacité d’interconnexion supplémentaire dans la perspective d’un système énergétique européen pleinement intégré. Dans tout cela, il ne faut pas oublier que l’ensemble de notre système énergétique doit être climatiquement neutre d’ici 2050 au plus tard, conformément à la loi européenne sur le climat. |
De Europese klimaatwet (verordening (EU) 2021/1119) vraagt dat de in het Unierecht geregelde emissies en verwijderingen van broeikasgassen in de hele Unie uiterlijk in 2050 binnen de Unie in evenwicht zijn, zodat de netto-uitstoot tegen die datum tot nul kan worden herleid, en de Unie streeft daarna naar negatieve emissies. De lidstaten dienen de nodige maatregelen te nemen om de collectieve verwezenlijking van deze doelstellingen mogelijk te maken. Voor 2030 wordt in lijn met de Europese Fit for 55 doelstellingen alvast een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de energiesector van 55 % ten opzichte van de uitstoot in 1990 voorzien. In lijn met de Akkoorden van Parijs en in de strijd tegen de klimaatverandering, is er nood aan een duurzaam en klimaatneutraal energiesysteem tegen 2050 met méér elektrificatie, met name voor mobiliteit en warmte, méér stuurbare capaciteit en méér opslag. Om de bevoorradingszekerheid te vrijwaren, vereist dit investeringen, onderzoek en ontwikkeling in duurzame en klimaat-neutrale energieproductiemogelijkheden, in opslag en vervoer van energie en in stuurbaarheid van vraag en aanbod. In het plannen van onze energiebevoorrading op de lange termijn dienen we daarnaast rekening te houden met onze geopolitieke afhankelijkheid van andere regio’s en deze zo klein mogelijk te houden. Voor de bevoorrading van gas, uranium en aardolie stellen we vast dat Europa te lang blind is geweest voor de consequenties van een te grote afhankelijkheid van een of enkele onbetrouwbare regimes. De energietransitie biedt de mogelijkheid om deze historische vergissing te corrigeren, meer in te zetten op onze eigen, Europese, hernieuwbare energieproductie en de bevoorrading van buiten de EU te diversifiëren. Het Repower EU plan van 18 mei 2022 heeft zo tot doel om de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen op korte termijn te verminderen door de transitie naar duurzame energie te versnellen en om de krachten te bundelen om een veerkrachtiger energiesysteem tot stand te brengen. We moeten aldus de ontwikkeling stimuleren van alle klimaatneutrale technologieën. Toegepast op de federale bevoegdheden hebben we het dan over alle energie-opwekking die mogelijk is op de Noordzee (niet enkel offshore wind, maar ook getijden energie, drijvende zonnepanelen, enz.), opslag en power-to-x, en kleine modulaire reactoren. België vervult een unieke pioniersrol in Europa op verschillende zaken. Belgische bedrijven die actief zijn in de windenergiesector, behoren vandaag tot de wereldtop. Dat is te danken aan het feit dat ons land al in de jaren ’90 een pionier was in deze vorm van hernieuwbare energie. Zo had België het eerste offshore windmolenpark die gebruik maakte van multi-MW windturbines. C-Power had bij zijn opstart de windmolens met de grootste capaciteit op de markt. Belwind was dan weer het eerste zogenaamde «far-shore» windmolenpark op zee dat verder dan 20 km uit de kust lag – in het geval van Belwind was dat 45-50 km. De pioniers in offshore energie van vandaag vormen de volwassen industrie van morgen. België en haar offshore industrie hebben hier belangrijke troeven om ook op internationale markten een belangrijke rol te spelen. We hebben zowel wereldspelers inzake EPCI (engineering, procurement, construction, and installation) (DEME, Jan De Nul), alsook fabrikanten van essentiële onderdelen of structuren (ZF Wind Power, Smulders, Equans, EME, Bekaert, enz.), innovatieve dienstverleners (EBO, GeoXYZ, enz.) én héél wat innovatieve start-ups en KMO’s (24SEA, Marlinks, enz.). Inzake R&D (research and development – onderzoek en ontwikkeling) hebben we in België de grootste klimaatkamer van Europa, en blinken we uit op het thema «structural health monitoring» en materiaalonderzoek met oog op inzicht in levensduurverlenging en duurzaamheid. Een innovatie- en kennisplatform, OWI-lab, werd gecreëerd met een veertigtal onderzoekers en ingenieurs van Sirris, Vrije Universiteit Brusse (VUB) en UGent om de industrie te helpen met onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovatieprojecten voor onshore en offshore windparken. België is het meest geïnterconnecteerde land in Europa en heeft een pioniersrol gespeeld in de marktkoppeling met en tussen zijn buurlanden. Het stond aan de wieg van de flow-based market coupling tussen de Europese elektriciteitsmarkten die vandaag reikt van Frankrijk tot in Roemenië. De direct current (DC) interconnector met het Verenigd Koninkrijk NEMO-link en de aansluitingen van de offshore windparken via het Modular Offshore Grid hebben een unieke kennis en ervaring opgeleverd voor de verdere uitbouw van windenergie in de Noordzee. De Port of Antwerp-Bruges is nu al een draaischijf voor liquefied natural gas (LNG) van over de hele wereld en pijpleidinggas vanuit Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk en is bezig met de transitie naar de import van duurzame en klimaatneutrale moleculen. Belgische bedrijven zijn ook actief in nieuwe ontwikkelingen voor drijvende windturbines, maar ook voor drijvende zonnepanelen en zonne-energie op zee, alsook de ontwikkeling van waterstoftechnologieën. Het is een vaststelling dat de hele waterstofketen, van productie, over technologieontwikkeling en -toepassing tot eindgebruikers, sterk vertegenwoordigd is in België. Waterstoftechnologie werd de laatste tientallen jaren succesvol ontwikkeld en gedemonstreerd. Daarbij komt nog dat de infrastructurele omstandigheden in België zich uitstekend lenen tot een omslag naar een waterstofeconomie, met onze havens, pijpleidinginfrastructuur, industrieclusters en dicht vervoersnet. In het streven naar een koolstofvrij en klimaatneutraal energiesysteem, vormt het gebruik van fossiele brandstoffen in de industrie en het vervoer een belangrijke uitdaging. De afgelopen tien jaar heeft een aanzienlijke verlaging van de kosten van hernieuwbare energie een grootschalige penetratie van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk gemaakt, waardoor bepaalde specifieke toepassingen koolstofvrij kunnen worden gemaakt. In auto’s en licht vervoer bijvoorbeeld vervangen batterijen en elektrische aandrijvingen de klassieke verbrandingsmotor. Gebouwen kunnen middels hoogefficiënte elektrische warmtepompen zorgen voor uitstootvrije verwarming. Maar hoewel deze voordelen waardevol zijn, blijft het zware werk van een vergaande decarbonisering achterwege. Directe elektrificatie is eenvoudigweg niet haalbaar voor veel sectoren zoals het maritiem transport en de luchtvaart. Grootschalige en goedkope opwekking uit wind- en zonne-energie effent het pad naar een klimaatneutraal energiesysteem. Hernieuwbare elektronen kunnen via elektrolyse worden omgezet in hernieuwbare moleculen in de vorm van waterstof. Waterstof, vandaag bijna uitsluitend geproduceerd uit fossiele brandstoffen, is een belangrijke grondstof in industriële processen. De federale waterstofstrategie wil hernieuwbare waterstof promoten. Hernieuwbare waterstof kan ook worden gebruikt om synthetische brandstoffen («e-fuels») te produceren, die mogelijks fossiele brandstoffen kunnen vervangen bijvoorbeeld in de luchtvaart en de zeescheepvaart. Voortbouwend op de hernieuwbare energieproductie van offshore wind kan de productie van hernieuwbare waterstof en e-brandstoffen verder worden ontwikkeld. Op die manier kunnen power-to-x-technologieën zorgen voor «indirecte elektrificatie». Eén van de uitgangspunten is het omzetten van de bestaande vraag naar waterstof van de zware industrie in een vraag naar hernieuwbare waterstof. De ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie gaat echter gepaard met talrijke onzekerheden en vereisen aanzienlijke, gerichte investeringen. Hernieuwbare waterstof en power-to-x hebben in dat verband een belangrijk potentieel. Het is daarom nodig om de ontwikkeling van deze technologieën verder te stimuleren. Ook kleine modulaire reactoren kunnen deel uitmaken van dat duurzaam en klimaatneutraal energiesysteem indien zij minimaal voldoen aan volgende principes: 1) de veiligheidsfuncties van de installatie zijn minstens gegarandeerd door passieve beschermingsmiddelen; 2) de installatie produceert geen hoogactief langlevend radioactief afval; 3) de installatie vormt geen risico op de proliferatie van kernwapens; 4) de installatie kan energie op flexibele wijze ter beschikking stellen; 5) de installatie is economisch rendabel en verzekerbaar door de uitbater; 6) de installatie is inzetbaar in een duurzaam energiesysteem; 7) de installatie is realiseerbaar binnen een redelijke termijn. De regering heeft in dat kader al meer dan 500 miljoen euro toegezegd om de eerste fase van het MYRRHA (multi-purpose hybrid research reactor for high-tech applications) project, de deeltjesversneller MINERVA, te bouwen, en om het onderzoek en de ontwikkeling van de tweede en derde fase verder te zetten. Met MYRRHA wordt België weerom een pionier door als eerste een grootschalige versneller aangedreven snelle reactor te ontwikkelen. De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor kleine modulaire reactoren (small modular reactors – SMR) en hun toepassingen. Volgens de eerste analyses zouden SMRs een eenvoudige fabricage toelaten, zouden ze in sommige gevallen vele jaren kunnen werken op één enkele brandstoflading en zouden ze kunnen worden ingezet als een installatie met één of meerdere modules, wat de financiering van deze projecten meer haalbaar zou maken. Bepaalde SMR zouden volgens bepaalde analyses daarbij potentieel komaf kunnen maken met de nadelen van de huidige tweede en derde generatie kerncentrales. Vandaag is het nog onduidelijk of al deze beloftes effectief zullen kunnen worden ingelost. Er liggen momenteel een zeventigtal mogelijke types SMR reactoren op de tekentafel. Er is dus nood aan belangrijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling, computermodellering, eventueel de ontwikkeling van een prototype- of demonstratiereactor en de daartoe benodigde operationele ervaring. In die context, besliste de regering daarom op 23 december 2021 om 100 miljoen euro vrij te maken om een lange termijn programma op te starten naar het onderzoek in SMRs. De resultaten van dit onderzoek zullen mede de vraag beantwoorden of inzetten op nucleaire energie de beste kosten-batenverhouding heeft voor het behalen van onze collectieve klimaatdoelstellingen, rekening houdend met de totale productiekost over de hele levensduur van de installatie, inclusief ook de kosten voor het afval, Dit mag ons echter niet verhinderen om nu al maximaal onze eigen hernieuwbare energieproductie nu te maximaliseren, gezien we ons volledig potentieel nodig zullen hebben. De regering heeft ook beslist om 2 GW aan nucleaire capaciteit met tien jaar te verlengen met het oog op het verzekeren van de elektriciteitsbevoorrading. Deze bijkomende tien jaar geeft ons land de tijd om andere productiemethoden op te schalen. Zo heeft deze regering ook beslist om de capaciteit van offshore wind van de prinses Elisabeth zone te verhogen naar 3,5 GW. Via het CRM (capacity renumeration mechanism) zetten we bovendien in op flexibiliteitstechnologieën. Ons energiesysteem evolueert van een gecentraliseerd productiepark met passieve verbruikers naar een gedecentraliseerd, flexibel systeem met actieve consumenten. Het potentieel van opslag en demand-response technologieën is zeer groot. Er worden ondertussen in ons land op geregelde basis investeringsbeslissingen genomen voor de installatie van batterijparken en de eerste testen met demand-response vinden ook reeds plaats. Ten slotte plant het federaal ontwikkelingsplan van de netbeheerder Elia bijkomende interconnectiecapaciteit in het streven naar een volledig geïntegreerd Europees energiesysteem. Bij dit alles mag mag zoals gezegd niet uit het oog verloren worden dat ons volledige energiesysteem tegen ten laatste 2050 klimaatneutraal moet zijn conform de Europese klimaatwet. |