| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2022-2023 | Zitting 2022-2023 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 19 janvier 2023 | 19 januari 2023 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 7-1850 | Schriftelijke vraag nr. 7-1850 | ||||||||
de Klaas Slootmans (Vlaams Belang) |
van Klaas Slootmans (Vlaams Belang) |
||||||||
à la ministre du Climat, de l'Environnement, du Développement durable et du Green Deal |
aan de minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Organes fédéraux de gestion et d'administration - Institutions fédérales actives dans le domaine de l'énergie et du climat - Entités fédérées - Représentation - Mesures | Federale beheers- en bestuursorganen - Federale instellingen die werken rond energie en klimaat - Deelstaten - Vertegenwoordiging - Maatregelen | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| administration centrale coopération institutionnelle Communauté flamande politique énergétique politique en matière de changement climatique |
centrale overheid institutionele samenwerking Vlaamse Gemeenschap energiebeleid beleid inzake klimaatverandering |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 7-1850 du 19 janvier 2023 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 7-1850 d.d. 19 januari 2023 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||
Le caractère transversal de cette question n'appelle aucun commentaire. L'accord de gouvernement fédéral contient un passage précisant que le gouvernement fédéral examinera «dans quels organes fédéraux d'administration ou de gestion des représentants supplémentaires des entités fédérées peuvent être inclus en vue d'une plus grande synergie entre les niveaux politiques». Je me suis permis de demander aux membres du gouvernement flamand s'ils avaient certains souhaits à formuler à ce propos (doc. Parlement flamand, question écrite n° 13 du 5 octobre 2022, voir: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire documenten/schriftelijke vragen/1666470). La ministre flamande Demir, compétente pour l'Environnement, m'a répondu qu'elle était demandeuse d'une représentation sous la forme suivante : «(traduction) Organes au sein desquels une représentation renforcée des entités fédérées est jugée opportune: Dans la perspective de la transition vers une économie circulaire, la Société publique des déchets pour la Région flamande (Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest - OVAM) estime important de mener une collaboration renforcée concernant les compétences fédérales en matière de politique de produits (normes) et de fiscalité. Dans ce cadre, l'OVAM confirme l'importance de la Plateforme intrabelge, qui assume désormais un rôle formel par le biais de la Conférence interministérielle de l'environnement (CIE). Agence flamande pour l'Énergie et le Climat (Vlaams Energie en Klimaatagentschap – VEKA) La VEKA est demandeuse d'une représentation des entités fédérées au sein des institutions fédérales dont le travail est étroitement lié aux compétences régionales dans le domaine de l'énergie et du climat. Il s'agit par exemple d'institutions fédérales en charge de la politique énergétique sociale et d'institutions fédérales réalisant des analyses d'impact, des prévisions, etc. en matière d'énergie et de climat. Parmi ces institutions fédérales figurent entre autres le Bureau fédéral du Plan et l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN). La manière dont une telle représentation devrait être concrétisée n'a pas été examinée.» 1) Dans quelle mesure êtes-vous prête à répondre à ces souhaits formulés par la ministre flamande? Pouvez-vous préciser? 2) Quelles mesures concrètes avez-vous déjà prises ou sont prises actuellement à cet égard? 3) Si vous n'êtes pas prête à répondre à ces souhaits, pouvez-vous justifier votre point de vue, notamment à la lumière du passage concerné de l'accord de gouvernement fédéral? |
Het transversale karakter van deze vraag behoeft geen verdere toelichting. In het federale regeerakkoord is een passage opgenomen die ertoe strekt dat de federale regering zal onderzoeken of er in de «federale bestuurs- of beheersorganen bijkomend vertegenwoordigers van de deelstaten kunnen worden opgenomen met het oog op een grotere synergie tussen de beleidsniveaus». Ik ben zo vrij geweest de leden van de Vlaamse regering te ondervragen of zij ter zake een aantal wensen hebben (doc. Vlaams Parlement, schriftelijke vraag nr. 13 van 5 oktober 2022, zie: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/schriftelijke-vragen/1666470). Vlaams minister Demir, bevoegd voor Omgeving, antwoordde mij in dat verband dat zij vragende partij is voor een vertegenwoordiging als volgt: «Organen waarin een sterkere vertegenwoordiging van de deelstaten aangewezen wordt geacht: In het licht van de transitie naar een circulaire economie vindt de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM) een versterkte samenwerking rond de federale bevoegdheden inzake productbeleid (normering) en fiscaliteit belangrijk. In dat kader bevestigt de OVAM het belang van het IntraBelgisch Platform, dat nu een formele rol heeft gekregen via de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL). Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap is vragende partij om in federale instellingen met sterke raakvlakken met de regionale bevoegdheden inzake energie en klimaat, een vertegenwoordiging van de deelstaten te hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld over federale instellingen die werken rond het sociaal energiebeleid, en federale instellingen die werken rond impactanalyses, prognoses, en dergelijke op vlak van energie en klimaat. Onder deze federale instellingen vallen onder meer het Federaal Planbureau en het Federaal Agentschap voor nucleaire controle (FANC). De manier waarop dergelijke vertegenwoordiging zou moeten worden gerealiseerd, is niet onderzocht.» 1) In hoeverre bent u bereid tegemoet te komen aan deze wensen van de Vlaamse minister? Kan u dat specificeren? 2) Welke concrete maatregelen heeft u in dat verband reeds genomen of worden er verder genomen? 3) Indien u hiertoe niet bereid bent, kan u dat motiveren, mee in het licht van deze passage uit het federale regeerakkoord? |
||||||||
| Réponse reçue le 20 février 2023 : | Antwoord ontvangen op 20 februari 2023 : | ||||||||
En ce qui concerne les souhaits de la Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA), je peux vous informer que ni le Bureau fédéral du Plan ni l’Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN) ne sont sous ma tutelle. De ce fait, je vous renvoie respectivement au premier ministre et au vice-premier ministre Dermagne pour le Bureau du Plan et à la ministre Verlinden pour l’AFCN. L’Administration fédérale du climat a sa propre trajectoire avec des scénarios pour une Belgique climatiquement neutre d’ici 2050 et des études connexes. Vous trouverez des informations à ce sujet sur le site https://klimaat.be/2050-fr. Je regrette que le gouvernement flamand ne se soit pas encore engagé en faveur de l’objectif de neutralité climatique d’ici 2050, mais je suis ouverte à un partage permanent des connaissances acquises ou à l’implication des gouvernements régionaux dans un exercice commun de renforcement des connaissances. En ce qui concerne la transition vers une économie circulaire, je confirme l’analyse de la Région flamande selon laquelle une forte coopération est nécessaire aux croisements des compétences régionales et fédérales respectives telles que la politique des déchets, la politique des produits, la fiscalité. La Plateforme d’économie circulaire intra-belge, qui, comme son nom l’indique, est une plateforme «intra-belge», où les entités concernées en Belgique sont représentées à parts égales, constitue un forum pour une coopération renforcée entre, notamment, les départements de l’économie et de l’environnement des trois Régions et le niveau fédéral. La Conférence interministérielle Environnement étendue à l’Économie a renforcé le mandat de cette plateforme en juin 2022. Cela comprenait la création d’un Bureau de gestion quotidienne de quatre membres, avec un représentant par entité régionale et fédérale, et la délimitation de quatre thèmes prioritaires: 1) Éco-conception, normes de produits, fermeture des cycles de matériaux et nouveaux modèles d’affaires, 2) Financement et fiscalité, 3) Suivi et indicateurs et 4) Barrières juridiques. |
Wat de wensen van het Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA) betreft, kan ik meegeven dat noch het federaal planbureau noch het Federaal Agentschap voor nucleaire controle (FANC) onder mijn voogdij vallen. Daarvoor wijs ik u door naar respectievelijk de premier en vice-eersteminister Dermagne voor het Planbureau en minister Verlinden voor het FANC. De Federale Klimaatadministratie heeft wel een eigen traject met scenario’s voor een klimaatneutraal België tegen 2050 en gerelateerde studies. De informatie daarover vindt u terug via https://klimaat.be/2050-nl. Ik betreur het dat de Vlaamse regering zich nog niet inschakelt in de doelstelling van klimaatneutraliteit voor 2050 maar sta open om blijvend alle verworven inzichten te delen of de regionale regeringen te betrekken in een gemeenschappelijke kennisopbouw. Wat betreft de transitie naar een circulaire economie bevestig ik de analyse van het Vlaams Gewest dat er sterke samenwerking nodig is op de raakvlakken van de respectievelijke gewestelijke en federale bevoegdheden zoals afvalbeleid, productbeleid, fiscaliteit. Het intra Belgisch Platform Circulaire Economie, dat zoals de naam zelf zegt een «intra-Belgisch» platform is, waar de betrokken entiteiten in België evenwaardig vertegenwoordigd zijn, biedt een forum voor versterkte samenwerking tussen onder andere de departementen Economie en Leefmilieu van de drie Gewesten en het federale niveau. De Interministeriële Conferentie Leefmilieu uitgebreid met Economie versterkte in juni 2022 het mandaat van dit platform. Daarbij werd onder andere een vier-koppig Bureau voor het dagelijks bestuur opgericht, met een vertegenwoordiger per gewestelijke en federale entiteit, en werden vier prioritaire thema’s afgebakend: 1) Eco-design, productnormen, sluiten van materiaalkringlopen en nieuwe bedrijfsmodellen, 2) Financiering en belastingen, 3) Toezicht en indicatoren en 4) Juridische belemmeringen. |