SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2021-2022 Zitting 2021-2022
________________
18 juillet 2022 18 juli 2022
________________
Question écrite n° 7-1725 Schriftelijke vraag nr. 7-1725

de Gaëtan Van Goidsenhoven (MR)

van Gaëtan Van Goidsenhoven (MR)

au vice-premier ministre et ministre de la Mobilité

aan de vice-eersteminister en minister van Mobiliteit
________________
Société nationale des chemins de fer belges (SNCB) - Communications orales dans les trains - Emploi des langues - Règles - Amélioration - Solutions Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) - Mondelinge aankondigingen in de trein - Gebruik van talen - Regels - Verbetering - Oplossingen 
________________
Société nationale des chemins de fer belges
emploi des langues
compétence linguistique
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
taalgebruik
talenkennis
________ ________
18/7/2022Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 19/8/2022)
6/9/2022Rappel
26/9/2022Antwoord
18/7/2022Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 19/8/2022)
6/9/2022Rappel
26/9/2022Antwoord
________ ________
Question n° 7-1725 du 18 juillet 2022 : (Question posée en français) Vraag nr. 7-1725 d.d. 18 juli 2022 : (Vraag gesteld in het Frans)

L'emploi des langues et la mobilité sont des compétences transversales.

Prendre le train en Belgique, c'est se trouver confronter à un emploi des langues changeant en fonction des zones traversées.

En règle générale, si le convoi se trouve en Flandre, les communications au micro de l'accompagnateur se feront uniquement en néerlandais. En Wallonie, ce sera en français, sauf en ce qui concerne les communes germanophones où ce sera l'allemand. Quant aux messages délivrés par haut-parleur en Région bruxelloise, ils se font en français et en néerlandais, zone bilingue oblige.

L'on imagine sans peine les circonvolutions linguistiques auxquelles doivent se plier les accompagnateurs d'une ligne telle que celle reliant Eupen à Ostende, par exemple, où les communications se feront successivement en allemand, en français, en néerlandais, en français et néerlandais et, enfin, en néerlandais.

Cette manière de fonctionner, bien qu'empreinte de ce surréalisme typiquement belge qui nous fait régulièrement sourire, n'en est pas moins embêtante à plusieurs égards.

Tout le monde ne maîtrisant pas forcément plus d'une langue, il arrive fréquemment que les usagers des trains de la Société nationale des chemins de fer belges (SNCB) ne comprennent pas ce qui leur est dit pendant leur voyage. Ce qui peut sembler anodin (sans l'être vraiment) quand il ne s'agit que d'une énumération de noms de villes est d'autant plus problématique à l'occasion des incidents qui rythment malheureusement les trajets sur le rail belge.

Ne pas savoir pourquoi le train dans lequel on se trouve est immobilisé en rase campagne ou dans une gare, ignorer la marche à suivre pour rallier quand même sa destination (via un autre train, une navette de bus extraordinaire, etc.), ne pas comprendre les tenants et aboutissants d'une situation et donc ne pas pouvoir communiquer avec les personnes qui vous attendent, etc.: autant de difficultés dues à la barrière de la langue, quelle qu'elle soit.

Compte tenu que nombre de personnes d'origine étrangère font quotidiennement confiance à la SNCB pour leurs déplacements sur notre territoire, que ce soit pour le travail ou pour raisons touristiques, ce fâcheux état de fait linguistique s'apparente à une mauvaise publicité pour notre pays.

Ces difficultés pourraient être en partie compensées par l'utilisation des écrans et des systèmes sonores. Les premiers ne sont malheureusement pas présents dans tous les trains tandis que les seconds ne fonctionnent parfois plus aussi bien qu'ils le devraient.

Les voyageurs peuvent par contre toujours compter sur l'aide de l'accompagnateur de leur train pour obtenir les informations utiles. Il n'est toutefois pas forcément aisé de trouver celui-ci dans des convois parfois très longs ou dont les liaisons entre les wagons ne permettent pas d'aller partout dans le train sans devoir sortir de celui-ci lors d'un arrêt en gare.

À l'heure où le futur contrat de gestion de la SNCB devrait être notamment voué à l'amélioration du confort des usagers avec davantage d'espace, de prises de courant, de voitures climatisées, un meilleur éclairage LED, etc., permettez-moi de vous poser les questions suivantes:

1) Dans quel document est-il explicitement prévu que la langue des communications orales soit déterminée en fonction de la région linguistique visitée? Quelle est votre appréciation concernant cette règle?

2) Que se passe-t-il si un accompagnateur de train déroge à ces principes? Est-il susceptible de subir des sanctions? Si oui, lesquelles? Ici aussi, quelle est votre appréciation concernant cette règle?

3) Est-il envisageable de modifier cette règle qui prévoit l'usage des langues en fonction des régions traversées vers davantage de multilinguisme? Si oui, pourquoi ne pas l'avoir fait plus tôt? Si non, quels sont les freins à un changement?

4) Qu'est-il prévu pour les trains qui passent par l'aéroport de Bruxelles-National? Une communication bilingue français-néerlandais ou en anglais sont-elles prévues d'office ou non?

5) Quelles sont les compétences linguistiques exigées de la part des accompagnateurs de train? Ont-elles été modifiées ces dernières années? Pourraient-elles l'être à l'avenir?

6) Est-il prévu de solutionner le problème de la piètre qualité des installations sonores de certains trains, qui est un frein à la qualité de l'information dans les wagons? Si oui, par quels biais: rénovations des installations, renouvellement de la flotte, etc.?

 

Het gebruik van talen en mobiliteit zijn transversale bevoegdheden.

Wie de trein neemt in België, merkt dat het taalgebruik wijzigt naargelang het gebied waar men doorheen reist.

Als algemene regel geldt dat, indien de trein zich in Vlaanderen bevindt, de treinbegeleider de aankondigingen via de luidspreker uitsluitend in het Nederlands doet. In Wallonië is dat het Frans, behalve voor de Duitstalige gemeenten, waar het in het Duits is. De mededelingen via de luidspreker in het Brusselse Gewest, de verplicht tweetalige zone, zijn in het Frans en het Nederlands.

Men kan zich gemakkelijk inbeelden hoezeer de begeleiders hun hersens moeten pijnigen op bijvoorbeeld de lijn Eupen - Oostende, waar de berichten achtereenvolgens in het Duits, Frans, Nederlands, Frans en Nederlands, en tenslotte in het Nederlands moeten worden gegeven.

Die manier van werken, die het typische Belgisch surrealisme weerspiegelt waar we vaak om moeten glimlachen, is niettemin in verschillende opzichten vervelend.

Omdat niet iedereen meer dan één taal beheerst, begrijpen de passagiers van de treinen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) vaak niet wat er tijdens hun reis wordt gezegd. Wanneer slechts plaatsnamen worden opgesomd, kan dat onbeduidend lijken (hoewel het dat niet echt is), maar bij incidenten, die helaas regelmatig plaatsvinden op de Belgische spoorwegen, is dat des te problematischer.

Niet weten waarom de trein waarin men zit stilstaat middenin het platteland of in een station, niet weten hoe men toch op zijn bestemming moet geraken (via een andere trein, een speciale buslijn, enz.), het fijne van een situatie niet begrijpen en dus niet kunnen communiceren met de mensen die in het station wachten, enz.: dat zijn allemaal moeilijkheden te wijten aan de taalbarrière, in welke richting dan ook.

Aangezien veel personen van buitenlandse afkomst dagelijks een beroep doen op de NMBS voor hun verplaatsingen op ons grondgebied, hetzij voor het werk, hetzij in de vrije tijd, is deze vervelende taaltoestand slechte publiciteit voor ons land.

Die moeilijkheden zouden gedeeltelijk kunnen worden verholpen door het gebruik van schermen en geluidssystemen. De eerste zijn helaas niet in alle treinen aanwezig, terwijl de laatste niet altijd naar behoren functioneren.

De reizigers kunnen wel altijd rekenen op de hulp van de treinbegeleider om nuttige informatie te krijgen. Het is echter niet altijd gemakkelijk om de begeleider te vinden, bijvoorbeeld wanneer de trein erg lang is of in treinen waarin men slechts naar een ander rijtuig kan gaan via het station.

Nu het toekomstige beheerscontract van de NMBS gewijd zou moeten zijn aan de verbetering van het comfort van de reizigers met meer ruimte, stopcontacten, airconditioning, betere ledverlichting, enzovoort, zou ik u de volgende vragen willen stellen:

1) In welk document wordt uitdrukkelijk bepaald dat de taal van de mondelinge aankondigingen wordt bepaald door het taalgebied waarin de trein rijdt? Wat is uw oordeel over die regel?

2) Wat gebeurt er als een treinbegeleider van die beginselen afwijkt? Kan hij een sanctie krijgen? Zo ja, welke? Wat is uw oordeel over die regel?

3) Is het mogelijk de regel die bepaalt dat de taal van het doorkruiste taalgebied gebruikt wordt, te wijzigen in de richting van meer meertaligheid? Zo ja, waarom is dit niet eerder gebeurd? Zo niet, wat zijn de belemmeringen voor een wijziging?

4) Wat is er bepaald voor treinen die via Brussels Airport rijden? Is tweetalige communicatie in het Frans en Nederlands of in het Engels standaard voorzien of niet?

5) Welke talenkennis is vereist voor de treinbegeleiders? Zijn die eisen gewijzigd de laatste jaren? Zouden ze in de toekomst kunnen wijzigen?

6) Zijn er plannen om het probleem van de povere kwaliteit van de geluidssystemen in sommige treinen, waardoor de informatie in de rijtuigen niet helder is, op te lossen? Zo ja, op welke manier: via herstel van de installaties, vernieuwing van de vloot, enz.?

 
Réponse reçue le 26 septembre 2022 : Antwoord ontvangen op 26 september 2022 :

Je renvoie l’honorable membre vers ma réponse aux questions orales nos 55024115c et 55023913c des députés Roggeman et Troosters lors de la commission de la Mobilité, des Entreprises publiques et des Institutions fédérales du 8 février 2022 (doc. Chambre, no CRIV 55 COM 687, p. 29).

Ik heb de eer het geacht lid te verwijzen naar de antwoorden die ik gaf op de mondelinge vragen nrs. 55024115c en 55023913c van volksvertegenwoordigers Roggeman en Troosters tijdens de commissie voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale Instellingen van 8 februari 2022 (doc. Kamer, nr. CRIV 55 COM 687, blz. 29.