SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2021-2022 Zitting 2021-2022
________________
11 mai 2022 11 mei 2022
________________
Question écrite n° 7-1627 Schriftelijke vraag nr. 7-1627

de Steven Coenegrachts (Open Vld)

van Steven Coenegrachts (Open Vld)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee
________________
Terres agricoles - Nuisances causées par des citoyens - Dommages - Mise en cause de responsabilité - Identification de l'auteur - Droits du propriétaire Landbouwgronden - Overlast van burgers - Schade - Aansprakelijkstelling - Identificatie van de dader - Rechten van de eigenaar 
________________
responsabilité civile
terre agricole
propriété des biens
vandalisme
tourisme rural
civiele aansprakelijkheid
landbouwgrond
eigendom van goederen
vandalisme
plattelandstoerisme
________ ________
11/5/2022Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 9/6/2022)
31/5/2022Antwoord
11/5/2022Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 9/6/2022)
31/5/2022Antwoord
________ ________
Aussi posée à : question écrite 7-1628 Aussi posée à : question écrite 7-1628
________ ________
Question n° 7-1627 du 11 mai 2022 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-1627 d.d. 11 mei 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Si la crise du coronavirus a donné à de nombreuses personnes l'envie de se rendre à la campagne, le printemps génère, lui aussi, un afflux de touristes. Motards, cyclistes et promeneurs mettent le cap sur les zones rurales pour flâner entre les champs, la végétation en fleur et les parcelles fleuries. Cela peut occasionner des nuisances. Les propriétaires fonciers voient augmenter la quantité de déchets sauvages et les actes de vandalisme. Les bandes fleuries, prévues dans les accords de gestion conclus avec des agriculteurs pour lutter contre l'érosion, protéger les oiseaux des champs et des prairies ou servir de tampon près de zones vulnérables, sont une halte très prisée des touristes. Si ces parcelles sont piétinées, elles peuvent être endommagées et passer à côté de l'objectif de leur aménagement. De plus, l'agriculteur risque de voir diminuer l'indemnisation qu'il touche dans le cadre de l'accord de gestion.

Le nouveau droit des biens est entré en vigueur le 1er septembre 2021. En ce qui concerne l'accès aux terres agricoles, l'une des nouvelles dispositions de la loi prévoit explicitement que «lorsqu'un immeuble non bâti et non cultivé n'est pas clôturé, quiconque peut s'y rendre, sauf si cela engendre un dommage ou nuit au propriétaire de cette parcelle ou si ce dernier a fait savoir de manière claire que l'accès au fonds est interdit aux tiers sans son autorisation.» (article 3.67 du Code civil, livre 3 «Les biens», titre 3 «Droit de propriété»)

Le qualificatif «non cultivé» exclut toute forme de terre agricole. Il reste donc interdit de pénétrer dans un champ ou une prairie, même si la parcelle concernée n'est pas cultivée cette année-là, dans le cadre d'une rotation des cultures par exemple.

Lorsqu'un propriétaire foncier subit des dommages à ses plantations ou à ses parcelles, il pourrait mettre en cause la responsabilité des personnes concernées. Les intéressés peuvent néanmoins refuser de présenter leur carte d'identité au propriétaire foncier, qui est dès lors toujours tributaire d'une intervention des services d'ordre.

Le caractère transversal de la question écrite se justifie comme suit : le tourisme et l'agriculture sont des compétences flamandes, tandis que les services d'ordre et le Règlement général sur la protection des données (RGPD) relèvent de l'autorité fédérale. Il s'agit par conséquent d'une matière transversale.

J'aimerais poser les questions suivantes à ce sujet :

1) Des propriétaires fonciers vous ont-ils déjà fait part de leur impuissance face à la destruction de plantations ou de parcelles ?

2) Dans quelle mesure les propriétaires fonciers qui subissent des dommages peuvent-ils mettre en cause la responsabilité des auteurs de ces dommages ?

3) De quels droits disposent les propriétaires pour identifier les personnes qui pénètrent sur leur propriété ?

 

Niet alleen de coronacrisis heeft veel mensen naar het platteland gelokt, ook het voorjaar brengt het nodige toerisme met zich mee. Bromfietsers, fietsers en wandelaars trekken richting de landbouwgebieden om er te struinen tussen velden, bloesems of bloemenranden. Dat kan soms de nodige overlast met zich meebrengen. Landeigenaars zien de hoeveelheid zwerfvuil of vandalisme toenemen. Bloemenranden die kaderen in beheerovereenkomsten die landbouwers afsluiten om erosie te bestrijden, akker- en weidevogels te beschermen of kwetsbare landschapselementen te bufferen, zijn een gegeerde stop voor toeristen. Als die stroken betreden worden, kunnen ze beschadigd geraken, schiet het aanleggen ervan zijn doel voorbij, én riskeert de landbouwer bovendien een lagere vergoeding te krijgen voor zijn beheerovereenkomst.

Op 1 september 2021 trad het nieuwe goederenrecht in werking. Wat de toegang tot landbouwgronden betreft, stelt één van de nieuwe bepalingen van de wet letterlijk: «Wanneer een onbebouwd en onbewerkt onroerend goed niet is afgesloten, mag ieder er zich op begeven tenzij de eigenaar van dit perceel schade of hinder hiervan ondervindt of op duidelijke wijze kenbaar heeft gemaakt dat het verboden is voor derden om zonder zijn toestemming de grond te betreden.» (artikel 3.67 van het Burgerlijk Wetboek, boek 3 «Goederen», titel 3 «Eigendomsrecht»).

Met de kwalificatie «onbewerkt» wordt dus elke vorm van landbouwgrond uitgesloten. Een weide of akker zomaar betreden blijft dus verboden, ook al wordt het stuk grond dat jaar niet bewerkt in het kader van bijvoorbeeld teeltrotatie.

Wanneer een landeigenaar schade ondervindt aan zijn of haar gewassen of percelen, zou hij of zij de betrokkene aansprakelijk kunnen stellen voor de geleden schade. Doch mogen die betrokkenen aan de landeigenaar weigeren om hun identiteitsgegevens mee te delen. De landeigenaar is daarom steeds aangewezen op een tussenkomst van de ordediensten.

Wat het transversaal karakter van de schriftelijke vraag betreft: toerisme en landbouw zijn beide Vlaamse bevoegdheden. Ordediensten en GDPR (general data protection regulation, algemene verordening gegevensbescherming – AVG) zijn een federale bevoegdheid. Het betreft dus een transversale aangelegenheid.

Ik heb hierover volgende vragen:

1) Ontvingen de geachte ministers reeds signalen van landeigenaren over de machteloosheid bij vernieling van gewassen of percelen?

2) In hoeverre kunnen landeigenaren die schade ondervinden betrokkenen aansprakelijk stellen voor de toegebrachte schade?

3) Wat zijn de rechten van eigenaren om mensen die hun eigendom betreden te kunnen identificeren?

 
Réponse reçue le 31 mai 2022 : Antwoord ontvangen op 31 mei 2022 :

1) La loi du 4 février 2020 portant le livre 3 «Les biens» du Code civil est entrée en vigueur le 1er septembre 2021.

Peu avant l’entrée en vigueur de cette loi, j’ai été informé que des interrogations avaient été exprimées à propos de la portée exacte de l’article 3.67, § 3, de ce livre 3. Il est apparu que ces interrogations résultaient de communications imprécises diffusées par certains médias. Il a alors notamment été clarifié que, comme vous l’indiquez, cette disposition n’est pas destinée à s’appliquer aux terres agricoles.

Depuis l’entrée en vigueur de la loi, mon administration n’a pas été contactée pour des problèmes liés à l’application de cette disposition.

2) Il est bien entendu qu’en cas de dommage causé à un terrain, la personne responsable de ce dommage sera tenue de le réparer et ce, conformément aux règles du droit de la responsabilité extracontractuelle.

L’article 3.67, § 3, précise d’ailleurs expressément qu’il ne s’applique en aucun cas si cela engendre un dommage ou nuit au propriétaire du terrain.

3) Les services de police ont compétence pour identifier des auteurs présumés d’une infraction.

Il est à noter que la procédure en matière d’expulsion de lieux occupés sans droit ni titre, telle que prévue par les articles 1344octies à 1344duodecies du Code judiciaire, est applicable et qu’elle peut, en cas d’absolue nécessité, être introduite par requête unilatérale, notamment lorsque l’identité de l’autre partie n’est pas connue (voir justice de paix de Hal, 12 mars 2019, in Res Jur. Imm., 2019, no 1, p. 31 et s.).

1) De wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 «Goederen» van het Burgerlijk Wetboek, is in werking getreden op 1 september 2021.

Kort voor de inwerkingtreding van die wet werd mij meegedeeld dat er vragen circuleerden over de precieze strekking van artikel 3.67, § 3, van voornoemd boek 3. Het bleek dat die vragen er gekomen waren naar aanleiding van onnauwkeurige berichtgeving vanwege bepaalde media. Er is dan met name een verduidelijking gevolgd dat, zoals u aangeeft, die bepaling niet van toepassing is op de landbouwgronden.

Sinds de inwerkingtreding van de wet is mijn administratie niet gecontacteerd in verband met problemen rond de toepassing van deze bepaling.

2) Ingeval van schade aan een grond zal uiteraard de persoon die daarvoor aansprakelijk is de schade moeten herstellen, overeenkomstig de regels van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.

Artikel 3.67, § 3, preciseert overigens uitdrukkelijk dat het in geen geval van toepassing is indien de eigenaar van de grond daarvan schade of hinder ondervindt.

3) De politiediensten zijn bevoegd om vermeende daders van een misdrijf te identificeren.

Er dient opgemerkt dat de rechtspleging inzake uithuiszetting uit plaatsen betrokken zonder recht of titel, zoals bepaald bij de artikelen 1344octies tot 1344duodecies van het Gerechtelijk Wetboek, van toepassing is en dat zij, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift kan worden ingeleid, onder andere wanneer de identiteit van de andere partij niet gekend is (zie vredegerecht Halle, 12 maart 2019, in Res Jur. Imm., 2019, nr. 1, blz. 31 ev.).