SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2021-2022 Zitting 2021-2022
________________
17 décembre 2021 17 december 2021
________________
Question écrite n° 7-1440 Schriftelijke vraag nr. 7-1440

de Maud Vanwalleghem (CD&V)

van Maud Vanwalleghem (CD&V)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee
________________
Violence sexuelle - Drogues du viol - Substances inhibitrices - Taux de signalement - «Chiffre noir» Seksueel geweld - Verkrachtingsdrugs - Weerloos makende stoffen - Aangiftecijfer - «Dark number» 
________________
violence sexuelle
stupéfiant
Observatoire européen des drogues et des toxicomanies
statistique officielle
sanction pénale
seksueel geweld
verdovend middel
Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving
officiële statistiek
strafsanctie
________ ________
17/12/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 20/1/2022)
9/2/2022Antwoord
17/12/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 20/1/2022)
9/2/2022Antwoord
________ ________
Question n° 7-1440 du 17 décembre 2021 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-1440 d.d. 17 december 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Justification du caractère transversal de la question écrite : la thématique de la violence sexuelle concerne aussi bien l'autorité fédérale que les Communautés.

Les témoignages de femmes victimes de violences sexuelles facilitées par l'administration de drogues du viol se multiplient considérablement ces derniers mois. Diverses plateformes, telles que Féminisme Libertaire Bruxelles, Balance ton Bar et Meldet.org, rassemblent et diffusent les témoignages de victimes de violences sexuelles. Ces organisations mettent également en lumière d'autres aspects de la problématique, tels que le manque de données chiffrées, la peur des victimes de déclarer les faits et le manque de suites données aux déclarations.

La fréquence des violences sexuelles atteint des proportions épidémiques, les filles et les femmes en étant les principales victimes. Malgré cela, le taux de signalement est dramatiquement bas et l'on soupçonne même que 90 % des victimes ne font aucune déclaration. Pour pouvoir résoudre cette problématique de manière structurelle, il est essentiel de disposer de statistiques suffisantes et correctes.

L'utilisation de drogues du viol et d'autres substances inhibitrices gonfle encore plus le «chiffre noir». En effet, les auteurs droguent les victimes pour pouvoir les agresser ou les violer. Le plus souvent, la victime n'est pas en mesure de résister (et encore moins de donner son consentement) et souffre d'une perte de mémoire.

Selon l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies, le nombre de faits de viol et d'attentat à la pudeur facilités par l'usage de substances inhibitrices est en augmentation dans le monde entier.

Le nouveau projet de loi concernant le droit pénal sexuel prévoit un alourdissement de la peine, adapte la base de la définition de la violence sexuelle et considère l'usage de substances inhibitrices comme une circonstance aggravante. Ces adaptations constituent déjà un pas dans la bonne direction. Dans quelle mesure toutefois la Justice peut-elle se faire une meilleure idée de la problématique de l'usage de drogues du viol et d'autres substances inhibitrices ?

J'aimerais dès lors vous poser les questions suivantes :

1) Quels sont les derniers chiffres en matière de viols et d'attentats à la pudeur ? Dans combien de cas ces faits ont-ils respectivement donné lieu à une condamnation, à une suspension et à un internement ?

2) Existe-t-il une répartition ou incidence régionale du nombre de condamnations, de suspensions et d'internements pour des faits de viol et d'attentat à la pudeur ? Disposez-vous de chiffres par arrondissement judiciaire ?

3) Dans quelle mesure avez-vous connaissance de faits relatifs à l'usage de drogues du viol et d'autres substances inhibitrices ?

4) Connaissez-vous le nombre de condamnations pour viol et attentat à la pudeur avec circonstances aggravantes ? Opère-t-on actuellement une distinction entre les différents types de circonstances aggravantes ? Si pas, le fera-t-on à l'avenir ?

5) Savez-vous quel pourcentage des faits d'attentat à la pudeur et de viol a été commis par quel pourcentage des auteurs condamnés pour de tels faits ? Quelle visibilité avez- vous du phénomène de récidive ?

 

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag: de thematiek van seksueel geweld heeft zowel betrekking op het federale alsook op het niveau van de Gemeenschappen.

De jongste maanden loopt het aantal getuigenissen van vrouwen die slachtoffer werden van seksueel geweld na toediening van verkrachtingsdrugs sterk op. Diverse platformen zoals Féminisme Libertaire Bruxelles, Balance ton Bar en Meldet.org verzamelen en verspreiden de getuigenissen van slachtoffers van seksueel geweld. Deze organisaties kaarten ook de bredere problematiek aan zoals het gebrek aan cijfers, de angst van slachtoffers om aangifte te doen en het gebrek aan gevolg dat gegeven wordt aan de aangiftes.

Het voorkomen van seksueel geweld neemt epidemische proporties aan waar voornamelijk meisjes en vrouwen het slachtoffer van worden. Desondanks ligt het aangiftecijfer dramatisch laag en wordt er zelfs vermoed dat 90 % van de slachtoffers geen aangifte doet. Om op structurele wijze deze problematiek te kunnen aanpakken, is het essentieel te beschikken over voldoende en correcte cijfergegevens.

Het gebruik van verkrachtingsdrugs en andere weerloos makende stoffen draagt alleen maar bij aan de «dark number»: slachtoffers worden immers gedrogeerd zodat aanranding of verkrachting mogelijk gemaakt wordt. Veelal kan het slachtoffer zich niet verzetten (laat staan toestemming geven) en kampt hij of zij met geheugenverlies.

Volgens het Europees Monitoringcentrum voor drugs en drugsverslaving neemt het aantal incidenten van verkrachting of aanranding van de eerbaarheid door middel van het gebruik van weerloos makende stoffen wereldwijd toe.

In het nieuw wetsontwerp seksueel strafrecht wordt al ingezet op de verhoging van de strafmaat, wordt de basis van de definitie seksueel geweld aangepast en wordt het gebruik van weerloos makende stoffen gezien als een verzwarende omstandigheid. Deze aanpassingen zijn al een stap in de goede richting. In welke mate kan Justitie echter een beter inzicht krijgen in de problematiek van het gebruik van verkrachtingsdrugs en andere weerloos makende stoffen?

Daarom volgende vragen:

1) Wat zijn de meest actuele cijfers met betrekking tot verkrachtingen en aanranding van de eerbaarheid? Wat is hierbij de opdeling tussen de veroordeling, de opschorting en de internering?

2) Is er een regionale spreiding of incidentie van het aantal veroordelingen, opschortingen en interneringen voor zaken van verkrachting en aanranding van de eerbaarheid? Beschikt u over cijfers per gerechtelijk arrondissement?

3) In welke mate heeft u zicht op de problematiek rond het gebruik verkrachtingsdrugs en andere weerloos makende stoffen?

4) Beschikt u over cijfers van het aantal veroordelingen van verkrachting en aanranding van de eerbaarheid met verzwarende omstandigheden? Wordt er tot op heden een onderscheid gemaakt tussen de soorten verzwarende omstandigheden? Zo neen, zal dit in de toekomst gebeuren?

5) Beschikt u over cijfers over hoeveel procent van de veroordeelde daders van aanranding van de eerbaarheid of verkrachting verantwoordelijk zijn voor hoeveel procent van de gepleegde feiten van aanranding van de eerbaarheid of verkrachting? In welke mate kan een inzicht verkregen worden in het fenomeen van recidive?

 
Réponse reçue le 9 février 2022 : Antwoord ontvangen op 9 februari 2022 :

1) Les chiffres les plus récents actuellement validés en matière de condamnation, suspension et internement enregistrés au casier judiciaire pour viol ou attentat à la pudeur sont de 2019. Les nombres de ces condamnations, suspensions et internements sont mentionnés à l’annexe 1. Les données du casier judiciaire renseignent uniquement sur le nombre de condamnations, suspensions ou internements individuels des personnes reconnues coupables pour viol ou attentat à la pudeur, et non sur les condamnations d’autres personnes qui seraient poursuivies pour d’autres infractions dans le cadre de ces mêmes affaires de viol ou d’attentat à la pudeur.

Tableau 1. Internements, condamnations et suspensions pour viol ou attentat à la pudeur, par ressort de cour d’appel et arrondissement judiciaire (2019)


Internement

Condamnation

Suspension du prononcé


Ressort de cour d’appel

Arrondissement

Attentat à la pudeur

Viol

Attentat à la pudeur

Viol

Attentat à la pudeur

Viol

Total

Anvers

Cour d’appel d’Anvers

2

1

36

41

2

0

82

Anvers

0

0

49

26

3

0

78

Limbourg

2

1

26

24

3

1

57

Gand

Cour d’appel de Gand

2

0

32

32

4

1

71

Flandre orientale

17

11

51

30

4

1

114

Flandre occidentale

4

2

51

35

4

0

96

Bruxelles

Cour d’appel de Bruxelles

2

0

18

30

1

1

52

Brabant wallon

1

1

1

3

1

0

7

Bruxelles

7

5

36

47

2

1

98

Louvain

1

0

14

5

0

0

20

Liège

Cour d’assises de Liège

0

0

5

5

0

0

10

Cour d’appel de Liège

2

1

23

20

2

1

49

Eupen

0

0

2

0

0

0

2

Liège

2

1

43

30

2

0

78

Luxembourg

2

0

12

6

2

0

22

Mons

Cour d’appel de Mons

3

2

10

11

1

1

28

Hainaut

9

4

72

35

8

2

130

Total

56

31

494

388

40

9

1 018

2) Une répartition régionale des chiffres ne peut pas être effectuée étant donné que l’organisation judiciaire ne suit pas les contours du territoire des régions (Flandre, Bruxelles-Capitale, Wallonie). En effet, le ressort de la cour d’appel de Bruxelles s’étend sur les trois régions et l’arrondissement judiciaire de Bruxelles néerlandophone sur Bruxelles-Capitale et la Flandre.

Par contre, les chiffres des condamnations, suspensions et internements par ressort de cour d’appel et arrondissement judiciaire sont présentés à l’annexe 1.

3) On ne dispose pas d’information précise sur l’usage de tels produits dans le cadre des condamnations, suspensions ou internement en matière de viol ou d’attentat à la pudeur.

Le casier judiciaire central n’enregistre pas d’éléments contextuels relatifs au modus operandi des infractions, autres que ceux repris et formulés selon les circonstances aggravantes prévues par la loi. Dans ce cadre, le projet de loi «droit pénal sexuel» est un pas dans la bonne direction.

4) Les chiffres relatifs aux condamnations prononcées en 2019 en fonction des différentes circonstances aggravantes prévues par le Code pénal sont présentés, d’une part, à l’annexe 2 pour les viols et, d’autre part, à l’annexe 3 pour les attentats à la pudeur. Il convient de noter qu’une même condamnation peut sanctionner à la fois une des infractions de viol et d’attentat à la pudeur et que différentes circonstances aggravantes peuvent être retenues pour une qualification de viol ou d’attentat à la pudeur. Une même condamnation est comptabilisée une fois dans chaque catégorie d’infraction et de circonstance aggravante qui la concerne. Une distinction est en effet établie dans le Code pénal entre les types de circonstances aggravantes. Ce sera également le cas à l’avenir, compte tenu de l’actuel projet de loi «droit pénal sexuel».

Tableau 2. Circonstances aggravantes des condamnations pour viol (2019)

viol sur mineur de plus de 16 ans accomplis (art. 375, § 4, CP)

54

viol sur mineur de plus de 14 ans accomplis et moins de 16 ans accomplis (art. 375, § 5, CP)

82

viol sur enfant de moins de 14 ans mais plus de de 10 ans accomplis (art. 375, § 6, CP)

111

viol sur enfant de moins de 10 ans accomplis (art. 375, § 7, CP)

72

ayant causé la mort (art. 376, § 1er, CP)

1

précédé de tortures corporelles ou de séquestration (art. 376, § 2, CP)

37

sur personne particulièrement vulnérable ou par menace d’une arme ou d’un objet y ressemblant (art. 376, § 3, CP)

20

sur personne particulièrement vulnérable (art. 376, § 3, CP)

71

par menace d’une arme ou d’un objet y ressemblant (art. 376, § 3, CP)

7

auteur = ascendant, ayant autorité, médecin, …, ou aidé par une ou plusieurs personnes (art. 377 CP)

8

auteur = ascendant, ayant autorité, médecin, … (art. 377 CP)

105

auteur aidé par une ou plusieurs personnes (art. 377 CP)

30

délit de haine (art. 377bis CP)

2

grooming (art. 377ter CP)

1

Récidive = 30.

Tableau 3. Circonstances aggravantes des condamnations pour attentat à la pudeur (2019)

attentat à la pudeur sans violences ni menace commis par un ascendant sur un mineur agé de 16 ans accomplis, mais non émancipé par le mariage (art. 372, § 2, CP)

2

attentat à la pudeur sans violences ni menace sur la personne ou a l’aide de la personne d’un mineur du meme sexe de moins de 18 ans accomplis (art. 372, § 2, CP)

3

attentat à la pudeur avec violences ou menaces sur mineur de plus de 16 ans accomplis (art. 373, § 2, CP)

64

attentat à la pudeur avec violences ou menaces sur mineur de moins de 16 ans accomplis (art. 373, § 2, CP)

250

ayant causé la mort (art. 376, § 1er, CP)

0

précédé de tortures corporelles ou de séquestration (art. 376, § 2, CP)

15

sur personne particulièrement vulnérable ou par menace d’une arme ou d’un objet y ressemblant (art. 376, § 3, CP)

13

sur personne particulièrement vulnérable (art. 376, § 3, CP)

78

par menace d’une arme ou d’un objet y ressemblant (art. 376, § 3, CP)

4

auteur = ascendant, ayant autorité, médecin, …, ou aidé par une ou plusieurs personnes (art. 377 CP)

6

auteur = ascendant, ayant autorité, médecin, … (art. 377 CP)

180

auteur aidé par une ou plusieurs personnes (art. 377 CP)

22

délit de haine (art. 377bis CP)

2

grooming (art. 377ter CP)

6

online grooming (art. 377quater CP)

7

Recidive = 35.

5) Les statistiques de condamnations ne mentionnent pas le nombre de faits commis pour lesquels les personnes sont reconnues coupables, étant donné que seule la qualification légale des infractions détermine les peines applicables. Par ailleurs, un même fait peut recevoir différentes qualifications pénales simultanément et être attribué à plusieurs justiciables. En outre, la qualification infractionnelle des faits peut changer entre l’enregistrement de la plainte initiale (laquelle peut déjà viser des faits multiples identiques ou divers) et l’issue finale du traitement judiciaire, grâce au travail d’enquête mené au cours de la procédure pénale. Les bases de données statistiques policières et judiciaires ne permettent pas de suivre le devenir de faits depuis les procès-verbaux jusqu’aux jugements individuels en passant par les affaires dans lesquelles plusieurs faits et parties prenantes (victimes, suspects) sont regroupés.

Les statistiques de condamnations rendent compte uniquement de la récidive légale, laquelle répond à des critères juridiques précis, et non à toute commission d’une nouvelle infraction après une décision pénale (in)déterminée.

Un état des lieux des connaissances scientifiques sur la récidive en Belgique a été dressé récemment en 2021 par des chercheurs de l’Institut national de criminalistique et de criminologie (E. Maes, L. Robert, B. Mine, «État des lieux des travaux criminologiques sur la récidive en Belgique», in B. Mine, La récidive et les carrières criminelles en Belgique, Col. Les Cahiers du Groupe d’études sur les politiques de sécurité, Politeia, Bruxelles, 2021, p. 55-88).

1) De recentste cijfers inzake veroordeling, opschorting en internering wegens verkrachting of aanranding van de eerbaarheid die thans zijn gevalideerd en in het strafregister zijn geregistreerd, dateren van 2019. Het aantal veroordelingen, opschortingen en interneringen wordt vermeld in tabel 1. De gegevens van het strafregister geven enkel informatie over het aantal individuele interneringen, veroordelingen of opschortingen van personen die zijn veroordeeld wegens verkrachting of aanranding van de eerbaarheid en niet over de veroordelingen van anderen die zouden zijn vervolgd wegens andere misdrijven in het kader van diezelfde zaken van verkrachting of aanranding van de eerbaarheid.

Tabel 1. Interneringen, veroordelingen en opschortingen wegens verkrachting of aanranding van de eerbaarheid, per rechtsgebied van het hof van beroep en gerechtelijk arrondissement (2019)


Internering

Veroordeling

Opschorting van de uitspraak


Rechtsgebied van het hof van beroep

Arrondissement

Aanranding van de eerbaarheid

Verkrachting

Aanranding van de eerbaarheid

Verkrachting

Aanranding van de eerbaarheid

Verkrachting

Totaal

Antwerpen

Hof van beroep Antwerpen

2

1

36

41

2

0

82

Antwerpen

0

0

49

26

3

0

78

Limburg

2

1

26

24

3

1

57

Gent

Hof van Beroep Gent

2

0

32

32

4

1

71

Oost-Vlaanderen

17

11

51

30

4

1

114

West-Vlaanderen

4

2

51

35

4

0

96

Brussel

Hof van beroep Brussel

2

0

18

30

1

1

52

Waals-Brabant

1

1

1

3

1

0

7

Brussel

7

5

36

47

2

1

98

Leuven

1

0

14

5

0

0

20

Luik

Hof van assisen Luik

0

0

5

5

0

0

10

Hof van beroep Luik

2

1

23

20

2

1

49

Eupen

0

0

2

0

0

0

2

Luik

2

1

43

30

2

0

78

Luxemburg

2

0

12

6

2

0

22

Bergen

Hof van Beroep Bergen

3

2

10

11

1

1

28

Henegouwen

9

4

72

35

8

2

130

Totaal

56

31

494

388

40

9

1 018

2) Het is niet mogelijk om een regionale spreiding van de cijfers te verstrekken, aangezien de rechterlijke organisatie de contouren van het grondgebied van de gewesten (Vlaams Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals Gewest) niet volgt. Het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel strekt zich namelijk uit over de drie Gewesten en het Nederlandstalig gerechtelijk arrondissement Brussel over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaams Gewest.

De cijfers inzake de veroordelingen, opschortingen en interneringen worden in bijlage 1 echter wel weergegeven per rechtsgebied van een hof van beroep en per gerechtelijk arrondissement.

3) We beschikken niet over precieze informatie over het gebruik van dergelijke producten in het kader van de veroordelingen, opschortingen of interneringen inzake verkrachting of aanranding van de eerbaarheid.

In het centraal strafregister worden geen andere contextuele elementen met betrekking tot de modus operandi van de misdrijven geregistreerd dan degene die worden opgenomen en geformuleerd volgens de wettelijk bepaalde verzwarende omstandigheden. In dit kader is het wetsontwerp seksueel strafrecht een stap in de goede richting.

4) De cijfers met betrekking tot de veroordelingen die zijn uitgesproken in 2019 worden volgens de verschillende verzwarende omstandigheden waarin het Strafwetboek voorziet, weergeven in tabel 2 voor wat verkrachting betreft en in tabel 3 voor wat aanranding van de eerbaarheid betreft. Er dient te worden opgemerkt dat eenzelfde veroordeling tegelijkertijd een misdrijf van verkrachting en een misdrijf van aanranding van de eerbaarheid kan bestraffen en dat voor een kwalificatie van verkrachting of van aanranding van de eerbaarheid verschillende verzwarende omstandigheden in aanmerking kunnen worden genomen. Eenzelfde veroordeling wordt één keer geteld in elke misdrijfcategorie en categorie van verzwarende omstandigheden die er betrekking op heeft. Er wordt in het Strafwetboek inderdaad een onderscheid gemaakt in de soorten verzwarende omstandigheden. Dat zal ook het geval zijn in de toekomst, rekening houdende met het huidige wetsontwerp seksueel strafrecht.

Tabel 2. Verzwarende omstandigheden van de veroordelingen wegens verkrachting (2019)

verkrachting van een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar (art. 375, § 4, SW)

54

verkrachting van een minderjarige boven de volle leeftijd van 14 jaar en beneden die van 16 jaar (art. 375, § 5, SW)

82

verkrachting van een kind beneden de volle leeftijd van 14 jaar, maar boven die van 10 jaar (art. 375, § 6, SW)

111

verkrachting van een kind beneden de volle leeftijd van 10 jaar (art. 375, § 7, SW)

72

heeft de dood veroorzaakt (art. 376, § 1, SW)

1

voorafgegaan door lichamelijke foltering of opsluiting (art. 376, § 2, SW)

37

van een bijzonder kwetsbaar persoon of onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp (art. 376, § 3, SW)

20

van een bijzonder kwetsbaar persoon (art. 376, § 3, SW)

71

onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp (art. 376, § 3, SW)

7

dader = bloedverwant in de opgaande lijn, heeft gezag, is arts, …, of werd door een of meer personen geholpen (art. 377 SW)

8

dader = bloedverwant in de opgaande lijn, heeft gezag, is arts ... (art. 377 SW)

105

dader werd door een of meer personen geholpen (art. 377 SW)

30

haatmisdrijf (art. 377bis SW)

2

grooming (art. 377ter SW)

1

Herhaling = 30.

Tabel 3. Verzwarende omstandigheden van de veroordelingen wegens aanranding van de eerbaarheid (2019)

aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging door een bloedverwant in de opgaande lijn gepleegd op een minderjarige die de volle leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, maar niet ontvoogd is door het huwelijk (art. 372, § 2, SW)

2

aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een minderjarige van hetzelfde geslacht beneden de volle leeftijd van 18 jaar (art. 372, § 2, SW)

3

aanranding van de eerbaarheid, met geweld of bedreiging gepleegd op een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar (art. 373, § 2, SW)

64

aanranding van de eerbaarheid, met geweld of bedreiging gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van 16 jaar (art. 373, § 2, SW)

250

heeft de dood veroorzaakt (art. 376, § 1, SW)

0

voorafgegaan door lichamelijke foltering of opsluiting (art. 376, § 2, SW)

15

van een bijzonder kwetsbaar persoon of onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp (art. 376, § 3, SW)

13

van een bijzonder kwetsbaar persoon (art. 376, § 3, SW)

78

onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp (art. 376, § 3, SW)

4

dader = bloedverwant in de opgaande lijn, heeft gezag, is arts, …, of werd door een of meer personen geholpen (art. 377 SW)

6

dader = bloedverwant in de opgaande lijn, heeft gezag, is arts, ...(art. 377 SW)

180

dader werd door een of meer personen geholpen (art. 377 SW)

22

haatmisdrijf (art. 377bis SW)

2

grooming (art. 377ter SW)

6

online grooming (art. 377quater SW)

7

Herhaling = 35.

5) In de veroordelingsstatistieken wordt geen melding gemaakt van het aantal gepleegde feiten waarvoor personen zijn veroordeeld, aangezien enkel de wettelijke kwalificatie van de misdrijven bepaalt welke straffen van toepassing zijn. Eenzelfde feit kan overigens verschillende strafrechtelijke kwalificaties tegelijk krijgen en worden toegewezen aan verschillende justitiabelen. Voorts kan de kwalificatie van de feiten veranderen tussen de registratie van de oorspronkelijke klacht (die reeds betrekking kan hebben op identieke of diverse meervoudige feiten) en de uiteindelijke uitkomst van de gerechtelijke procedure, dankzij het onderzoekswerk dat tijdens de strafrechtelijke procedure wordt verricht. Op basis van de politiële en gerechtelijke statistische gegevensbanken is het niet mogelijk om de ontwikkeling van feiten vanaf het proces-verbaal tot het individuele vonnis te volgen, omdat een zaak meerdere feiten en betrokkenen (slachtoffers, verdachten) omvatten.

De veroordelingsstatistieken geven enkel de wettelijke herhaling weer, die voldoet aan specifieke juridische criteria en niet louter neerkomt op het plegen van een nieuw misdrijf na een (on)bepaalde strafrechtelijke beslissing.

In 2021 werd een stand van zaken van de wetenschappelijke kennis inzake herhaling in België opgemaakt door onderzoekers van het Nationaal Instituut voor criminalistiek en criminologie (E. Maes, L. Robert, B. Mine, «État des lieux des travaux criminologiques sur la récidive en Belgique», in B. Mine, La récidive et les carrières criminelles en Belgique, Col. Les Cahiers du Groupe d’études sur les politiques de sécurité, Politeia, Brussel, 2021, blz. 55-88).