SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2021-2022 Zitting 2021-2022
________________
17 novembre 2021 17 november 2021
________________
Question écrite n° 7-1405 Schriftelijke vraag nr. 7-1405

de Julien Uyttendaele (PS)

van Julien Uyttendaele (PS)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee
________________
Stupéfiants - Infractions - Peines prononcées - Chiffres Verdovende middelen - Opgelegde straffen - Cijfers 
________________
stupéfiant
sanction pénale
statistique officielle
verdovend middel
strafsanctie
officiële statistiek
________ ________
17/11/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/12/2021)
22/12/2021Antwoord
17/11/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/12/2021)
22/12/2021Antwoord
________ ________
Question n° 7-1405 du 17 novembre 2021 : (Question posée en français) Vraag nr. 7-1405 d.d. 17 november 2021 : (Vraag gesteld in het Frans)

La loi du 24 février 1921 (ci-après «la loi de 1921») incrimine un nombre important de comportements en matière de substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques.

Plus particulièrement, ladite loi incrimine l'importation, l'exportation, la fabrication, le transport, la détention, la vente, l'offre en vente et l'acquisition à titre onéreux ou à titre gratuit de substances qu'elle énumère.

La loi de 1921, véritable pierre angulaire de la politique prohibitionniste en matière de drogues illégales, devrait faire l'objet d'une évaluation circonstanciée.

Il va de soi que la politique répressive en matière de stupéfiants a des répercussions sur les entités fédérées.

Celles-ci participent en effet aux réunions du Collège des procureurs généraux et se coordonnent avec l'État fédéral, chacun dans le cadre de ses compétences, à propos du Plan national de sécurité et de la Note-cadre sur la sécurité intégrale.

À ce titre, je vous saurais gré de m'indiquer pour les années 2019, 2020 et 2021:

1) combien de personnes ont été condamnées à des peines d'emprisonnement pour des faits d'importation, d'exportation, de fabrication, de transport, de détention, de vente, d'offre en vente, et d'acquisition à titre onéreux ou à titre gratuit, respectivement pour du cannabis, de la cocaïne, de l'héroïne et de la MDMA/XTC;

2) combien ont reçu des peines de plus de trois ans d'emprisonnement;

3) quelle est la ventilation des peines prononcées en fonction des substances précitées et des comportements incriminés;

4) quel est le taux de récidive;

5) quelle est la proportion de personnes détenues pour des infractions visées par la loi de 1921 par rapport à la population carcérale en général;

6) quelle est la ventilation entre les différents arrondissements judiciaires pour l'ensemble des questions précitées?

 

De wet van 24 februari 1921 (hierna de wet van 1921) stelt een groot aantal gedragingen inzake giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica strafbaar.

Meer bepaald wordt de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, het vervoer, het bezit, de verkoop, het te koop stellen en het aanschaffen onder bezwarende titel of om niet van de opgesomde stoffen strafbaar gesteld.

De wet van 1921, die de hoeksteen is van het verbod op illegale drugs zou aan een zorgvuldige evaluatieronde moeten onderworpen worden.

Het spreekt voor zich dat het verbieden van verdovende middelen ook een weerslag heeft op de deelstaten.

Vanuit de deelstaten wordt er immers deelgenomen aan de vergaderingen van het College van procureurs-generaal en is er afstemming met het beleid van de federale staat, elk vanuit de eigen bevoegdheden, over het Nationaal Veiligheidsplan en de Kadernota Integrale Veiligheid.

Kunt u mij zeggen, voor de jaren 2019, 2020 en 2021:

1) hoeveel personen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen voor feiten van invoer, uitvoer, vervaardiging, vervoer, bezit, verkoop, te koop stellen en aanschaffen onder bezwarende titel of om niet, respectievelijk van cannabis, cocaïne, heroïne en MDMA/XTC;

2) hoeveel personen gevangenisstraffen hebben gekregen van meer dan drie jaar;

3) hoe de straffen verdeeld zijn over de voornoemde stoffen en strafbare gedragingen;

4) wat de graad van recidive is;

5) wat het aandeel is van de personen die gedetineerd zijn wegens inbreuken op de wet van 1921 in het geheel van de gevangenisbevolking;

6) wat de verdeling is over de verschillende gerechtelijke arrondissementen voor alle voorgaande vragen?

 
Réponse reçue le 22 décembre 2021 : Antwoord ontvangen op 22 december 2021 :

1) à 4) et 6) Les condamnations sont enregistrées au casier judiciaire central sur base de la qualification légale des infractions, laquelle ne mentionne pas la substance incriminée. Les chiffres demandés pour les substances indiquées ne sont dès lors pas disponibles.

5) Trois personnes sur dix sont actuellement détenues dans les prisons belges pour des infractions visées par la loi de 1921.

1) tot 4) en 6) De veroordelingen worden in het centraal strafregister geregistreerd op basis van de wettelijke kwalificatie van de misdrijven, waarbij de strafbare stof niet wordt vermeld. De gevraagde cijfers met betrekking tot de genoemde stoffen zijn dan ook niet beschikbaar.

5) In de Belgische gevangenissen zijn thans drie op de tien personen gedetineerd wegens misdrijven bedoeld in de wet van 1921.