| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| Session 2020-2021 | Zitting 2020-2021 | ||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| 28 avril 2021 | 28 april 2021 | ||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| Question écrite n° 7-1217 | Schriftelijke vraag nr. 7-1217 | ||||||||||||||||
de Steven Coenegrachts (Open Vld) |
van Steven Coenegrachts (Open Vld) |
||||||||||||||||
au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME et de l'Agriculture, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique |
aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing |
||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| Viande de sanglier - Commercialisation - Interdiction de vente - Réglementation - Assouplissement possible - Trichine - Tests | Everzwijnenvlees - Vermarkting - Verkoopverbod - Regelgeving - Mogelijke versoepeling - Trichinellaparasiet - Testen | ||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| viande de gibier autorisation de vente peste animale chasse commercialisation |
vlees van wild verkoopvergunning veepest jacht commercialisering |
||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
| ________ | ________ | ||||||||||||||||
| Question n° 7-1217 du 28 avril 2021 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 7-1217 d.d. 28 april 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||||||||||
Les 18 octobre et 26 novembre 2019, j'ai déjà déposé au Parlement flamand des questions écrites (nos28 et 118) concernant la commercialisation de la viande de sanglier en Belgique. Un chasseur est autorisé à vendre du gibier à des particuliers, mais uniquement en quantité limitée, s'il dispose de l'attestation «personne formée» (délivrée par l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA)). Le petit gibier ne peut être vendu que non plumé, non dépiauté et non vidé. Le gros gibier, et donc le sanglier, ne peut être vendu qu'éviscéré mais en peau. Un sanglier destiné à la vente à un particulier doit donc lui être fourni entier, toutefois après avoir été contrôlé en laboratoire pour la recherche de trichines. Les particuliers n'y sont pas favorables, parce que la plupart d'entre eux ne disposent ni des compétences ni des infrastructures nécessaires pour traiter l'animal. L'analyse destinée à détecter la présence éventuelle de trichines est exigée par la loi lorsque la viande est destinée à des particuliers. Une obligation logique, puisque la trichinellose est une infection dangereuse et potentiellement mortelle. Le secteur de la chasse soutient donc unanimement cette obligation légale. Malgré la problématique des sangliers dans le Limbourg, 95 % de la viande de porc sauvage est toujours importée de l'étranger en raison du dumping sur son prix. Un chasseur ne reçoit souvent pas plus de 50 euros par sanglier de la part des commerçants en gibier. Un prix similaire est demandé aux particuliers. Soit le prix payé par l'acheteur couvre à peine les frais d'analyse, soit le chasseur y va de sa poche. Enfin, la réglementation fédérale n'autorise pas la vente directe de gibier au secteur horeca; l'affiliation à une unité de gestion du gibier est obligatoire. Aux Pays-Bas, la réglementation relative à la commercialisation de gibier est plus souple alors qu'elle est fondée sur le même Règlement européen n° 853/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 fixant des règles spécifiques d'hygiène applicables aux denrées alimentaires d'origine animale. Les chasseurs néerlandais peuvent vendre directement leur gibier aux établissements du secteur horeca et vendre aussi du gibier déjà traité à ces établissements comme aux particuliers. Le secteur flamand de la chasse préconise, depuis un certain temps déjà, l'instauration du modèle néerlandais en Belgique. Caractère transversal de la question : la compétence de la Région flamande en matière de conservation de la nature (au sens large) repose sur l'article 6, §1er, III, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980. En Région flamande, cette compétence a été transposée par le biais d'une loi et de plusieurs décrets relatifs à la nature, aux forêts, à la chasse et à la pêche. L'AFSCA est une institution fédérale chargée de veiller à la sécurité de la chaîne alimentaire. Je souhaiterais poser au ministre les questions suivantes : 1) La distribution de tests gratuits (en nombre limité ou non) de détection de trichines pour la viande de sanglier est-elle envisagée ? 2) Le ministre est-il favorable à l'assouplissement de l'interdiction de la vente de gibier par les chasseurs aux détaillants, aux grossistes, aux établissements horeca et aux volaillers ? Dans l'affirmative, selon quelles conditions ? 3) Est-il exact que le Règlement européen permet des conditions de vente plus souples et que les Pays-Bas, par exemple, tirent parti de cette possibilité ? Dans l'affirmative, pourquoi la Belgique ne suit- elle pas l'exemple néerlandais ? 4) Comment le ministre compte-t-il faire pour ne pas décourager les chasseurs d'abattre des sangliers tout en veillant à endiguer fermement le risque de transmission du virus de la peste porcine africaine (PPA)? |
Op 18 oktober en 26 november 2019 diende ik reeds in het Vlaams Parlement schriftelijke vragen (nrs. 28 en 118) in over de vermarkting van everzwijnenvlees in België. Een jager mag, indien hij beschikt over het attest «gekwalificeerd persoon» (afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV)), slechts wild in beperkte hoeveelheden verkopen aan particulieren. Kleinwild mag enkel ongeplukt, ongevild en ongekuist verkocht worden; grofwild, en dus ook everzwijnen, mag enkel ontweid, maar in de vacht verkocht worden. Men is dus genoodzaakt om bij particuliere interesse, een volledig everzwijn, weliswaar na labocontrole op de trichinellaparasiet, af te leveren aan de particulier. Particulieren staan daar niet voor te springen omdat ze veelal niet over de vaardigheden en de infrastructuur beschikken om het dier te verwerken. Het trichinellaonderzoek is wettelijk verplicht bij aflevering aan particulieren. Logisch, want trichinose is een gevaarlijke en potentieel dodelijke aandoening. De jachtsector staat dus unaniem achter deze wettelijke verplichting. Ondanks de everzwijnenproblematiek in Limburg, wordt nog altijd 95 % van het wilde varkensvlees geïmporteerd uit het buitenland, omdat het aan dumpingprijzen wordt aangeboden aan de wildhandelaren. Een jager krijgt bij een wildhandelaar vaak niet meer dan 50 euro per aangeboden everzwijn. Aan particulieren wordt een analoge prijs gevraagd. Ofwel betaalt de koper net voldoende om de kosten van de trichine-analyse te dekken, ofwel steekt de jager eraan toe. Tot slot laat de federale regelgeving geen rechtstreekse verkoop van wild aan de horeca toe, wanneer er geen wildverwerkingseenheid verbonden is aan de zaak. In Nederland is de regelgeving voor het vermarkten van wild soepeler. Een regelgeving die is gebaseerd op dezelfde Europese verordening nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Nederlandse jagers kunnen én rechtstreeks wildbraad aanleveren aan horecazaken én verwerkt wild aanleveren aan zowel horecazaken als particulieren. De Vlaamse jachtsector pleit al geruime tijd voor de invoering van het Nederlands model in België. Transversaal karakter van de vraag: de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest inzake natuurbehoud (in ruime zin) is gebaseerd op artikel 6, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Die bevoegdheid is voor het Vlaamse Gewest omgezet via een wet en enkele decreten omtrent natuur, bos, jacht en visserij. Het FAVV is een federale instelling die waakt over de voedselveiligheid. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gewesten. Ik heb hierover volgende vragen: 1) Wordt in het bijzonder gedacht aan het verdelen van (een al dan niet gelimiteerd aantal) gratis trichinella-testen voor everzwijnenvlees? 2) Is de geachte minister voorstander van het versoepelen van het verkoopverbod van wildbraad door jagers aan detailhandel, groothandel, horeca en poeliers? Zo ja, onder welke voorwaarden kan dat volgens haar gebeuren? 3) Klopt het dat deze soepelere verkoop op basis van een Europese verordening toegestaan is en bijvoorbeeld in Nederland op die manier wordt toegepast? Zo ja, waarom kan het Nederlandse voorbeeld in België niet worden toegepast? 4) Hoe zal hij trachten te voorkomen dat jagers ontmoedigd worden om everzwijnen te schieten en erover waken dat het risico op overdracht van het Afrikaanse varkenspest (AVP)-virus toch kordaat ingedijkt blijft? |
||||||||||||||||
| Réponse reçue le 22 novembre 2021 : | Antwoord ontvangen op 22 november 2021 : | ||||||||||||||||
L'AFSCA est un organisme de contrôle et n'a ni la compétence ni le budget pour fournir gratuitement des tests de dépistage. En outre, on peut conclure que le coût d'un test de dépistage de la trichine est négligeable par rapport aux droits de chasse. Comme vous l'avez souligné à juste titre, la Trichinella est un pathogène dangereux qui peut avoir des conséquences très graves pour les consommateurs qui sont infectés. C'est donc avant tout dans un souci de protection du consommateur que la Belgique a mis en place une réglementation nationale encadrant le commerce direct de petites quantités de gibier, comme le permet le règlement européen 853/2004. La viande commercialisée en Belgique doit garantir un niveau élevé de sécurité sanitaire. Ainsi, une carcasse de sanglier peut être donnée directement par un chasseur à un consommateur, sous réserve d'une analyse pour les trichines, puisque le consommateur sait que cette viande provient directement du chasseur et n'a pas été contrôlée. En revanche, un chasseur qui souhaite vendre une carcasse de sanglier à un restaurant ou à un boucher doit d'abord se rendre dans une usine de traitement du gibier où la carcasse est traitée et inspectée pour garantir la sécurité du consommateur. Il est important de noter que les détaillants, les restaurants et les bouchers ne disposent pas des infrastructures et des équipements nécessaires pour stocker, dépouiller ou plumer les carcasses de gibier dans des conditions d'hygiène acceptables. La viande commercialisée en Belgique doit garantir un niveau élevé de sécurité sanitaire. Ainsi, une carcasse de sanglier peut être donnée directement par un chasseur à un consommateur, sous réserve d'une analyse pour les trichines, puisque le consommateur sait que cette viande provient directement du chasseur et n'a pas été contrôlée. En revanche, un chasseur qui souhaite vendre une carcasse de sanglier à un restaurant ou à un boucher doit d'abord se rendre dans une usine de traitement du gibier où la carcasse est traitée et inspectée pour garantir la sécurité du consommateur. Il est important de noter que les détaillants, les restaurants et les bouchers ne disposent pas des infrastructures et des équipements nécessaires pour stocker, dépouiller ou plumer les carcasses de gibier dans des conditions d'hygiène acceptables. Il convient également de noter que si les chasseurs pouvaient vendre des sangliers abattus directement aux restaurants ou aux bouchers sans inspection, cela créerait non seulement un système de sécurité alimentaire à deux vitesses, mais aussi une concurrence déloyale à l'égard des transformateurs de gibier qui sont soumis aux coûts des inspections vétérinaires. La bonne préparation et la collaboration entre l'AFSCA et les partenaires impliqués dans la lutte contre les maladies animales chez le sanglier, comme la Région wallonne et les instituts de recherche, comme Sciensano et l'ULG, ont contribué au succès de l'éradication du virus de la peste porcine africaine. La qualité du formidable travail réalisé par la Région wallonne, ainsi que les énormes dépenses qu'elle a consenties, doivent être particulièrement soulignées. En effet, l'éradication des sangliers par les chasseurs lors de la crise de la peste porcine africaine a été largement subventionnée. Cette coopération se poursuivra en vue de prévenir une éventuelle nouvelle introduction du virus dans notre pays. Dans le cadre de la prévention des maladies porcines, dont la peste porcine africaine, les exploitations porcines sont soumises à des mesures de biosécurité obligatoires décrites dans l'arrêté royal du 18 juin 2014 relatif aux mesures de prévention des maladies porcines à déclaration obligatoire, qui a encore été modifié le 20 avril 2020. Cette dernière modification a pour but de renforcer la biosécurité dans les élevages porcins belges, notamment en rendant obligatoire l'évaluation annuelle des mesures de biosécurité par le vétérinaire d'entreprise. Pour réaliser cette évaluation, l'Agence a financé le développement - par ARSIA et la DGZ - d'une application conviviale pour les vétérinaires. Cette application est maintenant entièrement prête à être utilisée. Elle est entrée en vigueur le 1er juin. En outre, des mesures de vigilance accrue pour assurer la détection précoce de la peste porcine africaine dans les élevages porcins s'appliquent également, comme le stipule l'arrêté ministériel du 15 janvier 2021 relatif aux mesures de prévention de la peste porcine africaine, qui remplace l'arrêté ministériel de septembre 2018 relatif aux mesures urgentes de lutte contre la peste porcine africaine. L'AFSCA finance intégralement les analyses liées à cette vigilance accrue et le Fonds sanitaire prend en charge les vaccinations des échantillons de sang remis aux vétérinaires. Enfin, les différents acteurs impliqués dans la prévention de la peste porcine africaine, tels que les éleveurs, les vétérinaires et les chasseurs, mais aussi le grand public, sont sensibilisés par l'AFSCA et les Régions au travers de bulletins d'information, de formations et d'informations disponibles sur leurs sites internet respectifs. L'AFSCA a consacré une page entière à la peste porcine africaine sur son site internet. Les autorités régionales sont responsables de la prévention et du contrôle de la peste porcine africaine chez les sangliers. La Région wallonne a établi une stratégie de sortie progressive de ses mesures, étalée sur plus de deux ans. Au niveau européen, la Commission européenne, ainsi que d'autres instances européennes et internationales, ont souligné la qualité du travail accompli par la Belgique pour éradiquer la maladie. Nous continuerons à mettre en œuvre les recommandations de la Commission européenne, que nous avons contribué à élaborer. La Belgique a soumis un plan d'action sur le sanglier à la Commission DG SANTE le 7 avril 2021. Ce plan est une compilation des plans élaborés par les Régions. |
Het FAVV is een controle agentschap en beschikt niet over de bevoegdheid noch over de budgetten om dergelijke test gratis ter beschikking te stellen. Er kan daarenboven worden vastgesteld dat de kost van een trichinella-test verwaarloosbaar is ten opzichte van de jachtrechten. Zoals u terecht hebt opgemerkt, is Trichinella een gevaarlijke ziekteverwekker die zeer ernstige gevolgen kan hebben voor consumenten die besmet zijn. Het is dan ook in de eerste plaats met het oog op de bescherming van de consument dat België een nationale regelgeving heeft ingevoerd betreffende de rechtstreekse handel in kleine hoeveelheden wild, zoals is toegestaan door de Europese verordening 853/2004. Ik ben van mening dat een consument die vlees van everzwijnen bij een slager koopt of in een restaurant consumeert, het recht heeft om veilige producten te krijgen en dus vlees te consumeren dat door een officiële dierenarts is gecontroleerd en veilig is. Het vlees dat in België in de handel wordt gebracht, moet een hoog veiligheidsniveau inzake gezondheid garanderen. Daarom kan een karkas van everzwijnen rechtstreeks door een jager aan een consument worden gegeven, onder voorbehoud van een analyse op trichinen, aangezien de consument weet dat dit vlees rechtstreeks van de jager afkomstig is en niet werd gecontroleerd. Een jager die een everzwijnkarkas aan een restaurant of slager wil verkopen, moet daarentegen eerst naar een wildbewerkingsbedrijf gaan waar het karkas wordt verwerkt en gekeurd om de veiligheid van de consument te garanderen. Het is belangrijk op te merken dat detailhandelszaken, restaurants en slagerijen niet beschikken over de infrastructuur en de uitrusting om karkassen van wild onder aanvaardbare hygiënische omstandigheden op te slaan, te onthuiden of te pluimen. Deze regels voor wild zijn vergelijkbaar met die voor karkassen van pluimvee en konijnen die zonder veterinaire keuring op fokkerijen worden geslacht voor de rechtstreekse verkoop op de hoeve. Deze niet-gekeurde karkassen mogen door de fokker ook niet worden verkocht aan restaurants, slagerijen of detailhandels. Er moet eveneens worden opgemerkt dat, als jagers geschoten everzwijnen rechtstreeks aan restaurants of slagerijen zouden kunnen verkopen zonder keuring, dit niet alleen een voedselveiligheid met twee snelheden, maar ook oneerlijke concurrentie creëert ten opzicht van wildverwerkende bedrijven die onderworpen zijn aan kosten voor de veterinaire keuring. De goede voorbereiding en de samenwerking tussen het FAVV en de partners betrokken bij de bestrijding van dierziekten in everzwijnen, zoals het Waals Gewest en de onderzoeksinstellingen, zoals Sciensano en ULG, hebben bijgedragen tot de succesvolle uitroeiing van het Afrikaanse varkenspest virus. De kwaliteit van het enorme werk dat door het Waalse Gewest is verricht, evenals de enorme uitgaven die het heeft gedaan, moeten in het bijzonder worden benadrukt. De uitroeiing van everzwijnen door jagers tijdens de crisis in het gebied waar Afrikaanse varkenspest heerste, werd immers grotendeels gesubsidieerd. Deze samenwerking wordt verdergezet met het oog op de preventie van een mogelijke nieuwe introductie van het virus in ons land. In het kader van de preventie van varkensziekten, waaronder Afrikaanse varkenspest, gelden er voor de varkensbedrijven verplichte bioveiligheidsmaatregelen die beschreven staan in het koninklijk besluit van 18 juni 2014 houdende maatregelen ter voorkoming van aangifteplichtige varkensziekten dat nog gewijzigd werd op 20 april 2020. Deze laatste wijziging heeft tot doel om de bioveiligheid op de Belgische varkensbedrijven te versterken door onder andere het verplicht laten uitvoeren van een jaarlijkse evaluatie van de bioveiligheidsmaatregelen door de bedrijfsdierenarts. Voor het uitvoeren van deze evaluatie heeft het Agentschap de ontwikkeling – door ARSIA en DGZ – gefinancierd van een gebruiksvriendelijke applicatie voor dierenartsen. Deze applicatie is nu volledig klaar voor gebruik. Deze verplichting is op 1 juni van kracht geworden. Daarnaast gelden ook maatregelen van verhoogde waakzaamheid om een vroege detectie van Afrikaanse varkenspest op de varkensbedrijven te garanderen, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 15 januari 2021 houdende maatregelen ter preventie van Afrikaanse varkenspest die het ministerieel besluit van september 2018 houdende dringende maatregelen betreffende de bestrijding van de Afrikaanse varkenspest vervangt. Het FAVV financiert volledig de analyses in verband met deze verhoogde waakzaamheid en het Sanitair Fonds betaalt de vaccaties voor de bloednames aan de dierenartsen. Tenslotte worden de verschillende actoren die betrokken zijn bij de preventie van Afrikaanse varkenspest, zoals veehouders, dierenartsen en jagers, maar ook het grote publiek gesensibiliseerd door het FAVV en de Gewesten door middel van newsletters, opleidingen en de informatie beschikbaar op hun respectievelijke websites. Het FAVV heeft op zijn website een hele pagina specifiek gewijd aan Afrikaanse varkenspest. De Gewestelijke overheden zijn verantwoordelijk voor de preventie en bestrijding van Afrikaanse varkenspest bij wilde everzwijnen. Het Waals Gewest heeft een progressieve exitstrategie voor zijn maatregelen ingesteld, gespreid over meer dan twee jaar. Op Europees niveau heeft de Europese Commissie, net als andere Europese en internationale instanties, de nadruk gelegd op de kwaliteit van het werk van België dat het mogelijk heeft gemaakt de ziekte uit te roeien. We zullen de aanbevelingen van de Europese Commissie, die we hebben helpen ontwikkelen, blijven uitvoeren. België heeft op 7 april 2021 een actieplan everzwijnen overgemaakt aan de Commissie DG SANTE. Dit plan is een compilatie van de plannen die de Gewesten hebben opgesteld. |