SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2020-2021 Zitting 2020-2021
________________
5 mars 2021 5 maart 2021
________________
Question écrite n° 7-1137 Schriftelijke vraag nr. 7-1137

de Annick Lambrecht (sp.a)

van Annick Lambrecht (sp.a)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee
________________
Établissements pénitentiaires - Détenus - Détenus dormant à même le sol - Nombre - Mesures Gevangenissen - Gedetineerden - Grondslapers - Aantal - Maatregelen 
________________
établissement pénitentiaire
détenu
régime pénitentiaire
strafgevangenis
gedetineerde
strafstelsel
________ ________
5/3/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/4/2021)
18/3/2021Antwoord
5/3/2021Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/4/2021)
18/3/2021Antwoord
________ ________
Question n° 7-1137 du 5 mars 2021 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-1137 d.d. 5 maart 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les établissements pénitentiaires relèvent avant tout du Service public fédéral (SPF) Justice mais divers services, tels que les soins de santé préventifs et la promotion de la santé, la réinsertion socio-professionnelle, l'enseignement, la culture et le sport, font partie des compétences des Régions ou des Communautés. De plus, à la suite de la mise en œuvre de la sixième réforme de l'État, la Flandre a obtenu de nouvelles compétences qui sont étroitement liées à l'univers carcéral. Les compétences en matière de maisons de justice ont ainsi été transférées aux Communautés. Les maisons de justice assurent l'accompagnement et le suivi entre autres des détenus libérés sous condition, des personnes condamnées à une peine de travail, des personnes bénéficiant d'un bracelet électronique et des personnes en probation. Je me réfère également au décret flamand du 8 mars 2013 concernant l'organisation de la prestation d'aide et de services au profit des détenus. Il est évident que cette question concerne une matière transversale et relève dès lors de la compétence du Sénat.

Précédemment, lorsque j'étais membre de la Chambre des représentants, j'ai déjà posé plusieurs questions au sujet des détenus dormant à même le sol (voir : question orale n° 54 24134, CRIV 54 COM 0836 du 7 mars 2018, p. 15, et question orale n° 54 27530, CRIV 54 COM 0994 du 7 novembre 2018, p. 18).

Ces derniers temps, la presse a de nouveau publié des affirmations inquiétantes au sujet du nombre croissant de détenus forcés de dormir à même le sol.

D'où mes questions.

1) Quel est aujourd'hui, dans chacune des prisons belges, le nombre de détenus qui dorment à même le sol ?

2) Pouvez-vous me donner un aperçu mensuel du nombre de détenus dormant à même le sol pour chacune des prisons belges et pour les deux dernières années ?

3) Comment se fait-il que le nombre de détenus dormant à même le sol ait à nouveau augmenté ?

4) Quelles mesures prendrez-vous pour résoudre ce problème et procurer un lit à tous les détenus de Belgique ?

 

Het gevangeniswezen valt in de eerste plaats onder de federale overheidsdienst (FOD) Justitie, maar heel wat dienstverlening, zoals preventieve gezondheidszorg en bevordering van de gezondheid, sociaal-professionele reïntegratie, onderwijs, cultuur en sport, behoren tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen of de Gewesten. Voorts kreeg Vlaanderen met de uitvoering van de zesde Staatshervorming een pak nieuwe bevoegdheden die nauwe linken hebben met het gevangeniswezen. Zo werden de bevoegdheden van de justitiehuizen naar de drie Gemeenschappen overgeheveld. De justitiehuizen staan in voor de begeleiding en opvolging van onder andere voorwaardelijk in vrijheid gestelde gevangenen, veroordeelden tot een werkstraf, mensen met een enkelband en probanten. Ik verwijs tevens naar het Vlaams decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. Deze vraag is duidelijk transversaal en behoort dus tot de bevoegdheid van de Senaat.

In het verleden stelde ik als federaal volksvertegenwoordiger meerdere malen een vraag over de grondslapers in België (zie: mondelinge vraag nr. 54 24134, CRIV 54 COM 0836 van 7 maart 2018, blz. 15, en mondelinge vraag nr. 54 27530, CRIV 54 COM 0994 van 7 november 2018, blz. 18).

Recent lezen we in de media terug verontrustende berichten over een toenemend aantal grondslapers.

Vandaar mijn vragen:

1) Hoeveel gedetineerden slapen op de grond per gevangenis in België vandaag de dag?

2) Kunt u mij een overzicht bezorgen van het aantal grondslapers de jongste twee jaar, verdeeld per maand en per gevangenis in België?

3) Hoe komt het dat er terug meer grondslapers zijn?

4) Welke maatregelen zal u nemen om alle gedetineerden in België een bed te geven en dit probleem op te lossen?

 
Réponse reçue le 18 mars 2021 : Antwoord ontvangen op 18 maart 2021 :

1) Au 1er mars 2021, le nombre total de détenus dormant à même le sol dans les prisons belges s’élevait à 148, ventilé comme suit:

Anvers: 78;

Gand: 32;

Bruges: 25;

Audenarde: 5;

Hasselt: 3;

Termonde: 3;

Malines: 2.

2) Ces données ne sont pas conservées systématiquement et ne peuvent donc malheureusement être communiquées.

3) Comme mon prédécesseur l’a indiqué à plusieurs reprises, il peut arriver lorsqu’une maison d’arrêt est confrontée à un nombre important d’incarcérations en un court laps de temps, que le nombre d’incarcérations dépasse le nombre de lits disponibles durant une courte période. Les entrées et les sorties de détenus ne sont naturellement pas des vases communicants.

4) Là où c’est possible (comme par exemple dans les prisons de Hasselt et de Gand), des lits superposés ont été installés afin de faire face à cette problématique. Ces lits supplémentaires ne signifient pas une augmentation formelle de capacité, mais font en sorte qu’un maximum de personnes puissent avoir un lit.

Quant aux solutions plus structurelles, la première mesure consiste naturellement à augmenter la capacité carcérale. La construction des prisons de Haren et de Termonde est en cours et sera achevée pendant cette législature. La construction de la prison d’Anvers devrait encore commencer dans le courant de la présente législature. La rénovation de Merksplas et les procédures visant la création de capacité supplémentaire à Ypres, Ruiselede et Jamioulx seront poursuivies.

Ces solutions structurelles ne doivent pas être la seule réponse. Ainsi une justice plus rapide doit également permettre de raccourcir la durée de la détention préventive car près de 38 % de la population carcérale est encore constituée de personnes placées en détention préventive. Cette amélioration aura également un impact sur la surpopulation. De façon plus générale, la surpopulation à laquelle nos établissements pénitentiaires sont toujours confrontés doit pouvoir être résolue en combinant un ensemble de mesures et pour cela je renvoie à mon plan en dix points.

1) Op 1 maart 2021 waren er in totaal 148 grondslapers in de Belgische gevangenissen, onderverdeeld als volgt:

– Antwerpen: 78;

– Gent: 32;

– Brugge: 25;

– Oudenaarde: 5;

– Hasselt: 3;

– Dendermonde: 3;

– Mechelen: 2.

2) Deze gegevens worden niet systematisch bijgehouden en kunnen dus helaas niet gegeven worden.

3) Zoals mijn voorganger het meermaals heeft aangegeven, kan het gebeuren dat wanneer een arresthuis zich geconfronteerd ziet met een groot aantal opsluitingen op korte termijn, het aantal opsluitingen het aantal beschikbare bedden voor een korte tijdsduur overschrijdt. Instroom en uitstroom van gedetineerden zijn uiteraard geen communicerende vaten.

4) Waar mogelijk (zoals bijvoorbeeld in de gevangenissen van Hasselt en van Gent) werden stapelbedden geplaatst om tegemoet te komen aan deze problematiek. Deze extra bedden betekenen geen formele verhoging van capaciteit maar zorgen er wel voor dat zoveel mogelijk mensen een bed kunnen krijgen.

Wat betreft meer structurele oplossingen, de eerste maatregel bestaat uiteraard erin de gevangeniscapaciteit te verhogen. De bouw van de gevangenissen te Haren en Dendermonde is bezig en wordt deze regeerperiode afgerond. De bouw van de gevangenis te Antwerpen moet nog tijdens deze regeerperiode worden aangevat. De renovatie van Merksplas en de procedures voor extra capaciteit in Ieper, Ruiselede en Jamioulx worden voortgezet.

Deze structurele oplossingen mogen niet het enige antwoord zijn. Een snellere rechtspleging moet het dus ook mogelijk maken de duur van de voorlopige hechtenis te verkorten, aangezien bijna 38 % van de gevangenisbevolking nog steeds bestaat uit personen die in voorlopige hechtenis zitten. Deze verbetering zal ook een effect hebben op de overbevolking. Meer in het algemeen moet de overbevolking waarmee onze gevangenissen nog steeds te kampen hebben, worden opgelost door een combinatie van maatregelen, en hiervoor verwijs ik naar mijn tien puntenplan.