SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
24 mai 2013 24 mei 2013
________________
Question écrite n° 5-9119 Schriftelijke vraag nr. 5-9119

de Cindy Franssen (CD&V)

van Cindy Franssen (CD&V)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken
________________
La signature et la ratification du traité d'Oviedo de 1997 relatif aux droits de l'homme et à la biomédecine De ondertekening en de ratificatie van het Verdrag van Oviedo van 1997 inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde 
________________
ratification d'accord
droits de l'homme
droits du malade
protocole d'accord
transplantation d'organes
convention européenne
bioéthique
ratificatie van een overeenkomst
rechten van de mens
rechten van de zieke
overeenkomstprotocol
orgaantransplantatie
Europese Conventie
bio-ethiek
________ ________
24/5/2013 Verzending vraag
10/10/2013 Antwoord
24/5/2013 Verzending vraag
10/10/2013 Antwoord
________ ________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3087 Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3087
________ ________
Question n° 5-9119 du 24 mai 2013 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-9119 d.d. 24 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les droits des patients font l'objet d'une plus grande attention depuis la fin des années nonante. En Belgique, ils sont réglés par la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient. Ils comprennent un grand nombre de dispositions : droit d'être informé, droit de consentir librement moyennant information préalable, droit au libre choix, droit de déposer plainte... Les groupes à risque, à savoir les enfants et les personnes qui ne sont pas en mesure de donner leur consentement, ne bénéficient toutefois pas de la protection maximale.

Le Traité d'Oviedo du 4 avril 1997 du Conseil de l'Europe pour la protection des droits de l'homme et de la dignité de l'être humain à l'égard des applications de la biologie et de la médecine offre cette protection, plus précisément en matière d'applications médicales et biologiques. Le point de départ du traité est en effet la primauté de l'intérêt de l'être humain sur celui de la communauté ou de la science. Il présente à cet effet un certain nombre de principes et d'interdits en matière de bioéthique, de recherche médicale, de consentement, de vie privée, d'informations fournies par le médecins et de transplantation d'organes. Il interdit ainsi toute forme de discrimination basée sur le patrimoine génétique et n'autorise les tests génétiques que pour raisons médicales.

Le traité accorde une grande importante au débat public sur les questions biomédicales et leurs implications éthiques. Bref, ce traité assure à tous l'égalité d'accès à des soins de santé appropriés et de qualité et constitue donc un document important pour toutes les questions bioéthiques.

Jusqu'à présent, 29 pays ont déjà signé et ratifié ce traité et 6 pays l'ont signé. Notre pays en a reporté la signature et donc la ratification. Ce traité constitue pourtant un consensus minimal entre divers États européens. Une convention d'une telle importance offre en effet un excellent cadre international pour un sujet de société essentiel.

J'aimerais obtenir une réponse aux questions suivantes :

1) Avez-vous, en concertation avec les ministres compétents, l'intention de soumettre à nouveau ce traité au conseil des ministres ? Dans l'affirmative, quand ?

2) Notre pays signera-t-il le traité ? Dans l'affirmative, quand est-ce prévu ? Dans la négative, sur la base de quels arguments ?

3) Le gouvernement est-il disposé à signer le protocole additionnel relatif à la transplantation d'organes et de tissus d'origine humaine (établi le 24 janvier 2002 à Strasbourg) et à le faire ratifier par le Parlement ?

 

Patiëntenrechten krijgen sinds het einde van de jaren negentig meer aandacht. In België worden deze geregeld via de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. Deze patiëntenrechten omvatten een breed scala: recht op informatie, recht om geïnformeerd en vrij toe te stemmen, recht op vrije keuze, recht om klacht in te dienen, … Zogenaamde risicogroepen, met name kinderen en mensen die niet bij machte zijn hun toestemming te verlenen, genieten evenwel niet de maximale bescherming.

Het Verdrag van Oviedo van 4 april 1997 van de Raad van Europa tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde biedt deze bescherming wel en meer bepaald op het vlak van medische en biologische toepassingen. Het uitgangspunt van het verdrag is immers de voorrang van het belang van het menselijk wezen op dat van de gemeenschap of de wetenschap. Het stelt daartoe een aantal principes en verboden op het vlak van bio-ethiek, medisch onderzoek, toestemming, persoonlijke levenssfeer, informatie door de arts en orgaantransplantatie. Zo verbiedt het elke vorm van discriminatie op grond van genetische achtergrond van personen en staat het genetische tests enkel toe voor medische redenen.

Het verdrag hecht veel belang aan het publieke debat over biomedische vraagstukken en hun ethische implicaties. Kortom, dit verdrag verankert ten volle het recht van elk individu op gelijke toegang tot passende en kwaliteitsvolle gezondheidszorg en is dus een belangrijk document voor alle bio-ethische kwesties.

Tot op heden hebben 29 landen dit Verdrag reeds ondertekend en geratificeerd. Daarnaast hebben nog eens 6 landen het al ondertekend. Ons land heeft de ondertekening, en dus ook de ratificatie, van dit verdrag steeds op de lange baan geschoven. Nochtans is dit Verdrag een minimale consensus tussen meerdere Europese landen. Dergelijk belangrijk Verdrag biedt immers een zeer goed internationaal kader voor een belangrijk maatschappelijk gegeven.

Ik had graag het volgende van de minister vernomen:

1) Bent u van plan om, in samenspraak met de bevoegde ministers, dit verdrag opnieuw ter sprake te brengen op de Ministerraad? Zo ja, wanneer?

2) Zal ons land overgaan tot de ondertekening van het verdrag? Zo ja, wanneer staat dit gepland? Zo neen, op grond van welke argumenten?

3) Is de regering eveneens bereid om het bijhorend aanvullend protocol inzake transplantatie van organen en weefsel van menselijke oorsprong (gedaan te Straatsburg op 24 januari 2002) te ondertekenen en ter ratificatie aan het Parlement voor te leggen?

 
Réponse reçue le 10 octobre 2013 : Antwoord ontvangen op 10 oktober 2013 :

La Belgique n’a pas signé la Convention d’Oviedo de 1997 du Conseil de l’Europe relative aux droits de l’Homme et de la médecine biologique et ne prévoit pas de le faire. Ceci répond également à la question concernant son Protocole additionnel de 2002 relatif à la transplantation des organes et des tissus d’origine humaine.

Selon le Service public fédéral (SPF) Santé, la Convention d’Oviedo contredit la législation belge sur plusieurs points. Par exemple, ses articles 12 et 20.2 relatifs à la pratique de tests permettant de prévoir les maladies génétiques, sont plus restrictifs que l’article 10 paragraphe 3 de la loi belge du 19 décembre 2008 relatif au matériel humain pour la médecine et l’étude scientifique. L’article 18 de la Convention d’Oviedo interdit de construire des embryons humains pour la recherche scientifique alors que la loi belge du 11 mai 2003 sur les embryons in vitro le permet parfois en son article 4. De plus, il ne paraît pas que les développements les plus récents et pragmatiques dans notre pays en matière de santé mentale soient de nature à rapprocher la Belgique de la Convention d’Oviedo.

Pour plus d’information, je vous réfère à la ministre de la Santé.

België heeft het Verdrag van Oviedo van 1997 van de Raad van Europa inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde niet getekend en voorziet ook niet om dit te doen. Dit beantwoordt ook de vraag over diens Aanvullende Protocol van 2002 inzake transplantatie van organen en weefsel van menselijke oorsprong.

Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, spreekt het Verdrag van Oviedo immers de Belgische wetgeving op een aantal punten tegen. Zijn Artikels 12 en 20.2 bijvoorbeeld inzake het verrichten van testen om genetische ziektes te voorspellen werken beperkender dan Artikel 10 paragraaf 3 van de Belgische wet van 19 december 2008 over menselijk materiaal voor geneeskunde en wetenschappelijk onderzoek. En Artikel 18. van het Verdrag van Oviedo verbiedt menselijke embryo’s op te bouwen voor wetenschappelijk onderzoek, terwijl de Belgische wet van 11 mei 2003 over embryo’s in vitro dit in haar Artikel 4 soms wel toelaat. Overigens lijkt het er niet op dat in ons land de recente, meer pragmatische ontwikkelingen van de geestesgesteldheid rond deze materies België nader tot het Verdrag van Oviedo zullen brengen.

Voor meer informatie, verwijs ik u graag naar de minister van Volksgezondheid.