SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2011-2012 Zitting 2011-2012
________________
4 mai 2012 4 mei 2012
________________
Question écrite n° 5-6197 Schriftelijke vraag nr. 5-6197

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________________
Point d'appui Lutte contre la pauvreté - Transfert vers le Service public de programmation (SPP) Intégration sociale Steunpunt Armoedebestrijding - Overheveling naar de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie 
________________
pauvreté
Unia
intégration sociale
Myria
armoede
Unia
sociale integratie
Myria
________ ________
4/5/2012Verzending vraag
31/7/2012Antwoord
4/5/2012Verzending vraag
31/7/2012Antwoord
________ ________
Question n° 5-6197 du 4 mai 2012 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-6197 d.d. 4 mei 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

On lit dans l'accord de gouvernement : « Le Centre pour l’égalité des chances et la lutte contre le racisme (CECLR) deviendra un organe interfédéral indépendant et dans ce cadre le point de contact de lutte contre la pauvreté sera transféré vers le SPP Intégration sociale en vue d’optimiser la lutte contre la pauvreté ».

Il semble toutefois que le Point d'appui ne soit pas au courant de ce choix stratégique, et qu'on ne l'ait encore moins consulté. Le Comité d'accompagnement, où siègent des acteurs de terrain, n'a pas été le moins du monde avisé. On entend de ce côté bien des questions sur l'efficacité de cette « transfusion ».

En effet, le Point d'appui Lutte contre la pauvreté est déjà un organe interfédéral. On continue à se demander pourquoi, à l'occasion de la transformation du CECLR en organe interfédéral indépendant, transférer le Point d'appui vers une administration fédérale. On aurait pu s'attendre à l'inverse, car, eu égard à ses caractéristiques, le Point d'appui paraît mieux s'intégrer au cadre interfédéral que l'on veut créer pour le CECLR.

Les questions suivantes visent à clarifier la situation :

1) En fonction de quels arguments a-t-on opté pour le transfert de ce Point d'appui vers le SPP Intégration sociale ? Comment peut-on le concilier avec son caractère interfédéral et l'opinion généralement admise qu'il doit pouvoir remplir sa mission en toute indépendance ? Cette décision a-t-elle été prise en accord avec les communautés et les régions ? Après le transfert, le Point d'appui continuera-t-il à opérer au niveau interfédéral ? Quels sont les effets de ce transfert sur l'accord de coopération de 1998 ?

2) À quel stade en est le transfert vers le SPP Intégration sociale ? Quand et comment sera-t-il réalisé ? Le Point d'appui conserve-t-il ses missions et sa structure ? Si non, quelles modifications envisage-t-on ?

3) Comment la ministre explique-t-elle que le comité d'accompagnement n'ait pas été impliqué ? Quel sera le sort de ce comité ? Sera-t-il maintenu ou essayera-t-on d'impliquer d'une autre manière les acteurs de terrain ?

4) Comment la ministre assurera-t-elle que le Point d'appui puisse encore remplir sa mission après le transfert ? Comment compte-t-elle garantir que le Point d'appui continue à produire des rapports indépendants (et critiques) s'il relève directement de l'autorité du ministre qui définit la politique de lutte contre la pauvreté ? Ne craint-elle pas que ce transfert ne nuise à la relation avec la société civile et ne compromette le dialogue structurel ?

 

In het regeerakkoord staat "Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) zal een onafhankelijk interfederaal orgaan worden en in dit kader zal het steunpunt armoedebestrijding naar de Programmatorische Overheidsdienst (POD) maatschappelijke integratie overgeheveld worden om de armoedebestrijding te optimaliseren."

Het steunpunt zou van deze beleidskeuze echter helemaal niet op de hoogte zijn, laat staan erbij betrokken zijn. Ook het begeleidingscomité, dat onder andere is samengesteld uit spelers uit het middenveld, bleek totaal niet ingelicht. Er komen vanuit die hoek dan ook heel wat vragen over de doeltreffendheid van deze "transfusie".

Het Steunpunt Armoedebestrijding is immers al een interfederaal orgaan. Het blijft dan ook enigszins duister waarom men dit steunpunt in het kader van de omvorming van het CGKR in een onafhankelijk interfederaal orgaan overhevelt naar een federale administratie. De plausibele redenering zou juist andersom klinken want het steunpunt lijkt, gelet op zijn eigenschappen, beter te passen in het nieuwe interfederale kader dat men voor het CGKR wil creëren.

Met het oog op verduidelijking, volgende vragen:

1) Op basis van welke argumenten is ervoor gekozen dit steunpunt over te hevelen naar de POD Maatschappelijke Integratie (MI)? Hoe valt dit te rijmen met zijn interfederale karakter en met de breed gedragen opvatting dat het zijn opdracht volledig onafhankelijk moet kunnen uitvoeren? Is deze beslissing genomen in overeenstemming met de Gemeenschappen en de Gewesten? Zal het steunpunt na de overheveling op interfederaal niveau blijven opereren? Welke gevolgen heeft deze overheveling voor het samenwerkingsakkoord van 1998?

2) Hoever staat het met de overheveling naar de POD Maatschappelijke Integratie? Wanneer en op welke wijze zal dit gebeuren? Behoudt het steunpunt daarbij dezelfde opdrachten en dezelfde structuur? Zo neen, welke wijzigingen zijn gepland?

3) Hoe verklaart de minister dat het begeleidingscomité hier niet bij betrokken werd? Wat gebeurt er met het begeleidingscomité? Zal men het behouden of zal men het middenveld op andere manieren proberen te betrekken?

4) Op welke wijze zal de minister garanderen dat het steunpunt zijn opdrachten na de overheveling nog kan blijven vervullen? Hoe wil zij garanderen dat het steunpunt onafhankelijke (en kritische) rapporten blijft uitbrengen als het rechtstreeks zal ressorteren onder de bevoegdheid van de minister die het armoedebestrijdingbeleid uittekent? Vreest zij niet dat deze overheveling de relatie met het middenveld zal verstoren en de structurele dialoog zal doorkruisen?

 
Réponse reçue le 31 juillet 2012 : Antwoord ontvangen op 31 juli 2012 :

Ces questions relèvent de la compétence de ma collègue, la secrétaire d’État à l'Intégration sociale et à la Lutte contre la pauvreté.

Deze vragen behoren tot de bevoegdheid van mijn Collega, de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding.