| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session extraordinaire de 2010 | Buitengewone zitting 2010 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 30 aôut 2010 | 30 augustus 2010 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 5-58 | Schriftelijke vraag nr. 5-58 | ||||||||
de Bart Tommelein (Open Vld) |
van Bart Tommelein (Open Vld) |
||||||||
au ministre des Pensions et des Grandes villes |
aan de minister van Pensioenen en Grote Steden |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Réchauffement climatique - Déplacements - Utilisation de l'avion - Préférence pour les voyages en train | Klimaatopwarming - Verplaatsingen - Gebruik van het vliegtuig - Voorkeur voor reizen per trein | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| réchauffement climatique voyage ministère échange de droits d'émission réduction des émissions de gaz transport aérien transport ferroviaire quota d'émission Protocole de Kyoto empreinte écologique |
opwarming van het klimaat reis ministerie emissiehandel vermindering van gasemissie luchtvervoer vervoer per spoor emissierechten Protocol van Kyoto ecologische voetafdruk |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-52 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-53 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-54 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-55 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-56 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-57 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-59 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-60 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-61 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-62 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-63 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-64 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-65 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-66 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-67 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-68 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-69 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-70 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-71 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-72 |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-52 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-53 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-54 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-55 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-56 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-57 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-59 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-60 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-61 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-62 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-63 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-64 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-65 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-66 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-67 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-68 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-69 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-70 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-71 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-72 |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 5-58 du 30 aôut 2010 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 5-58 d.d. 30 augustus 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||
En 2008, le ministre du Climat et de l'Énergie avait déclaré qu'il préparait une circulaire à l'attention des membres du gouvernement belge, où il les exhortait à utiliser davantage le train. Le ministre s'est en effet indigné du fait que les membres du gouvernement belge et les membres des cellules stratégiques faisaient environ 6 500 vols allers et retours par an. Avec les 13 000 tonnes d'émissions de CO2 que ces vols représentent, l'État est un grand émetteur de polluants atmosphériques. Le ministre du Climat et de l'Énergie a déclaré que cet impact sur l'environnement était considérable. Dans une circulaire, il a proposé de ne plus utiliser l'avion pour les déplacements courts (jusqu'à trois cents kilomètres). Pour les déplacements plus longs, c'est la règle des dix heures qui s'applique. Selon la circulaire, partout où il est possible d'aller en train en dix heures, il faut utiliser ce moyen de transport. En 2008, le ministre du Climat et de l'Énergie et celui des Affaires sociales et de la Santé publique avaient arrêté des instructions visant à obliger les fonctionnaires des départements concernés à prendre le train pour toutes les destinations situées à moins de trois cents kilomètres (Londres, Paris, Amsterdam, Cologne...) et à préférer le train pour de plus longs parcours qui peuvent être effectués en train en moins de dix heures (par exemple vers les villes du Sud de la France, la Suisse...). Pour les déplacements qui doivent quand même se faire par avion, les émissions sont neutralisées par l'achat de certificats dans des programmes de compensation ou par l'achat et l'annulation de droits d'émission sur la base du système européen du commerce des émissions ou sur la base du Protocole de Kyoto. Le ministre du Climat et de l'Énergie a fait savoir qu'il voulait élargir cette initiative à tous les membres du gouvernement et au personnel des services publics fédéraux (SPF) et des services publics de programmation (SPP) ainsi qu'aux organismes d'intérêt public. Une décision de principe a été prise en ce sens et un groupe de travail a été mis sur pied, mais aucun accord n'est encore intervenu au sein de ce groupe. J'aimerais dès lors poser les questions suivantes : 1) Le ministre ou les membres de son administration ou de sa cellule stratégique ont-ils utilisé un avion en 2008 et en 2009 pour des déplacements dans un rayon de trois cents kilomètres ? Dans l'affirmative, combien de fois et le ministre a-t-il l'intention d'en réduire l'utilisation ? 2) Que pense-t-il du principe selon lequel les membres du gouvernement, les départements et les SPF qui relèvent de leur compétence doivent prendre le train pour toutes les destinations étrangères situées à moins de trois cents kilomètres ? Peut-il donner des précisions à ce sujet ? 3) Ce système est-il déjà appliqué par le ministre lui-même et par les SPF, les cellules stratégiques et les départements pour lesquels il est compétent ? Dans la négative, pourquoi ? 4) Que pense-t-il du principe selon lequel les émissions doivent être neutralisées lorsque le déplacement doit quand même se faire par avion ? 5) Ce système est-il déjà appliqué par le ministre en personne et par les départements, les cellules stratégiques et les SPF pour lesquels il est compétent ? Dans l'affirmative, combien cela a-t-il déjà coûté et quel est le surcoût estimé sur une base annuelle ? 6) Dans la négative, pourquoi le ministre n'applique-t-il pas le principe de neutralisation des déplacements par avion ? 7) Est-il d'accord pour dire qu'en matière de climat, le gouvernement doit servir d'exemple, tout comme le Parlement ? |
In 2008 gaf de minister van Klimaat en Energie aan dat hij een rondzendbrief voorbereidt ter attentie van de Belgische regeringsleden waarin hij hen aanmaande om meer gebruik te maken van de trein. Verontwaardigd stelde de excellentie immers vast dat de Belgische regeringsleden en de leden van de beleidscellen jaarlijks ongeveer 6 500 heen- en terugvluchten maken. Met de hierbij gepaard gaande 13 000 ton CO2-uitstoot is de overheid een grote luchtvervuiler. De minister van Klimaat en Energie noemde de impact hiervan op het milieu aanzienlijk. In een rondzendbrief stelde hij voor om bij korte verplaatsingen (tot driehonderd kilometer) niet langer gebruik te maken van een vliegtuig. Voor langere verplaatsingen geldt de tienurenregel. Overal waar men binnen de tien uur met de trein kan geraken moet volgens de rondzendbrief ook gebruik worden gemaakt van de trein. In 2008 hadden de ministers van Klimaat en Energie en van Sociale Zaken en Volksgezondheid instructies uitgevaardigd waarbij de ambtenaren van de betrokken departementen verplicht worden de trein te nemen voor alle bestemmingen die zich op minder dan driehonderd kilometer afstand bevinden (Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen, ...) en dat de trein ook de voorkeur zal krijgen voor grotere afstanden die per trein kunnen worden bereikt in minder dan tien uur (bijvoorbeeld de steden in Zuid-Frankrijk, Zwitserland, …). Voor de verplaatsingen die toch per vliegtuig moeten gebeuren, wordt de uitstoot geneutraliseerd door de aankoop van certificaten bij compensatieprogramma's of door de aankoop en de annulatie van emissierechten op basis van het Europese emissiehandelssysteem of van het Protocol van Kyoto. De minister van Klimaat en Energie liet weten het initiatief te willen uitbreiden tot alle regeringsleden en het personeel van de federale overheidsdiensten (FOD) en de programmatorische federale overheidsdiensten (POD) en de instellingen van openbaar nut. Een principebeslissing in die zin werd genomen en een werkgroep werd opgericht, doch binnen de groep werd nog geen akkoord bereikt. Ik heb dan ook volgende vragen: 1) Heeft u of hebben leden van uw administratie of beleidscel in 2008 en 2009 gebruik gemaakt van een vliegtuig voor verplaatsingen binnen een straal van driehonderd kilometer? Zo ja, hoeveel keer en bent u van plan om het gebruik ervan te reduceren? 2) Wat vindt u van het principe dat de regeringsleden en de departementen en FOD's die onder hun bevoegdheid vallen de trein moeten nemen voor alle bestemmingen in het buitenland die zich op minder dan driehonderd kilometer afstand bevinden? Kan u dat uitvoerig toelichten? 3) Wordt dat systeem nu reeds toegepast door de uzelf en de FOD's, beleidscellen en departementen waarvoor u bevoegd bent? Zo neen, waarom niet? 4) Wat vindt u van het principe dat als de verplaatsing toch per vliegtuig moet geschieden, de uitstoot moet worden geneutraliseerd? 5) Past u dit principe persoonlijk reeds toe en passen de departementen, de beleidscellen en de FOD's waarvoor u bevoegd bent dit reeds toe? Zo ja, hoeveel heeft dit reeds gekost en wat is de geschatte meerkost op jaarbasis? 6) Zo niet, waarom past u het principe van de neutralisering van de verplaatsingen per vliegtuig niet toe? 7) Is u het eens met de stelling dat de regering inzake het klimaat een voorbeeldfunctie moet vervullen, net als het Parlement? |
||||||||
| Réponse reçue le 27 octobre 2010 : | Antwoord ontvangen op 27 oktober 2010 : | ||||||||
En réponse à ses questions, j’ai l’honneur de répondre ce qui suit à l’honorable membre. A. Office National des Pensions. (ONP) 1. En 2008 et 2009, les membres du personnel de l’ONP n’ont pas fait usage d’un avion pour un déplacement dans un rayon de 300 kilomètres. 2. Il y a d’abord lieu d’observer que l’ONP effectue peu de déplacements à l’étranger. Les déplacements relativement courts à l’étranger ont lieu en train. En principe, l’ONP est d’accord pour faire usage des transports publics pour ses courts déplacements à l’étranger. Cette vision se retrouve aussi dans l’engagement de l’ONP de porter attention à l’environnement à tous niveaux de ses activités, ce qui a amené à l’obtention d’un enregistrement dans le Système européen de management environnemental EMAS pour le bâtiment Tour du Midi et dans l’inscription du principe de développement durable dans le contrat d’administration. 3. Voir réponses aux questions 1 et 2. 4. Pour les rares déplacements plus lointains à l’étranger, l’ONP fait usage de l’avion. Comme mentionné au point 2 et conformément à notre philosophie en la matière, nous sommes en principe d’accord pour neutraliser les émissions de CO2 dans l’avenir. 5. Ce principe n’est pas encore appliqué actuellement, mais sera envisagé pour des déplacements futurs. 6. Voir points 4 et 5. Il est toutefois rappelé que les déplacements en avion sont très limités. 7. Il apparaît clairement dans tout ce qui précède que l’ONP est d’accord sur le postulat que l’autorité publique doit remplir une fonction d’exemple en matière de climat. B. Service des Pensions du Secteur Public.(SdPSP) 1.) Les voyages en avion qui ont été effectués en 2008 et 2009 par des membres du personnel du SdPSP dans le cadre de leur mission sont : 2008 : une personne : vol aller-retour à Helsinki 2009 : une personne : vol aller-retour à Berlin et Bilbao ; Deux personnes : vol aller-retour à Munich. 2) Les déplacements de service vers Paris (voyage aller-retour pour deux personnes) et vers Amsterdam (voyage aller-retour pour une personne) se sont fait en train conformément aux recommandations des ministres du Climat et de l'Énergie concernant la règle des dix heures. 3.) De par la réponse à la première question, il semble que les membres du personnel du SdPSP s’adaptent dans la pratique à la règle des dix heures. Dans le choix entre le train et l’avion, les facteurs temps et destination jouent aussi un rôle. Les membres du personnel du SdPSP font exceptionnellement usage de l’avion. 4.) / 5.) /6.) Appliquer le principe de la neutralisation de l’échappement si l’avion est choisi comme moyen de transport, occasionnerait naturellement un coût supplémentaire pour le SdPSP. Étant donné que pour l’année budgétaire 2010, aucun budget n’est prévu et que le SdPSP ne peut supporter ces frais supplémentaires, le principe de neutralisation de l’échappement n’est actuellement pas appliqué par le SdPSP. C. Cabinet du ministre. Pour l’année 2009, lors de mes déplacements professionnels effectués dans le cadre de mes fonctions de ministre des Pensions et des Grandes Villes, il est à noter que je n’ai pas eu recours aux transports aériens dans un rayon de moins de trois cents kilomètres. |
In antwoord op zijn vragen heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen. A. Rijksdienst voor Pensioenen.(RVP) 1. De personeelsleden van de RVP hebben in 2008 en 2009 geen gebruik gemaakt van een vliegtuig voor een verplaatsing binnen een straal van 300 kilometer. 2. Vooreerst moet worden opgemerkt dat de RVP weinig verplaatsingen uitvoert in het buitenland. De relatief korte verplaatsingen naar het buitenland gebeuren met de trein. Principieel gaat de RVP ermee akkoord om voor zijn korte verplaatsingen in het Buitenland gebruik te maken van het openbaar vervoer. Deze visie wordt ook gedragen door het engagement van de RVP om op alle niveaus van zijn activiteiten aandacht te besteden aan het milieu, wat heeft geleid tot het behalen van een registratie van het Europese milieubeheersysteem EMAS voor het gebouw de Zuidertoren en het inschrijven van het principe van de duurzame ontwikkeling in de bestuursovereenkomst. 3. Zie antwoorden op vragen 1 en 2 4. Voor de zeldzame verdere verplaatsingen in het buitenland maakt de RVP gebruik van het vliegtuig. Zoals vermeld onder punt 2 en overeenkomstig onze filosofie ter zake, gaan we er principieel mee akkoord om in de toekomst de CO2 uitstoot te neutraliseren. 5. Dit principe wordt nu nog niet toegepast, maar zal worden overwogen voor toekomstige verplaatsingen 6. Zie punt 4 en 5. Er wordt nogmaals herhaald dat de verplaatsingen met het vliegtuig zeer beperkt zijn. 7. Uit al wat voorafgaat, blijkt duidelijk dat de RVP akkoord gaat met de stelling dat de overheid inzake het klimaat een voorbeeldfunctie moet vervullen. B. Pensioendienst voor de Overheidssector.(PDOS) 1.) De vliegtuigreizen die in 2008 en 2009 ondernomen werden door personeelsleden van de PDOS in het kader van hun opdracht zijn: 2008: een persoon: heen- en terugvlucht naar Helsinki 2009: een persoon: heen- en terugvlucht naar Berlijn en Bilbao; Twee personen: heen- en terugvlucht naar München. 2) De dienstverplaatsingen naar Parijs (heen- en terugreis voor twee personen) en naar Amsterdam (heen- en terugreis voor een persoon) gebeurden overeenkomstig de door de ministers van Klimaat en Energie uitgevaardigde instructies omtrent de tien urenregel met de trein. 3.) Uit het antwoord op de eerste vraag blijkt dat de personeelsleden van de PDOS in de praktijk de tien-urenregel al toepassen. Bij de keuze tussen trein en vliegtuig spelen de factoren tijd en bereikbaarheid uiteraard ook een rol. Desalniettemin maken de personeelsleden van de PDOS slechts uitzonderlijk gebruik van het vliegtuig. 4.)/ 5.) / 6.) Het principe van de neutralisering van de uitstoot toepassen indien het vliegtuig als vervoermiddel wordt gekozen, zou uiteraard voor de PDOS een bijkomende kost betekenen. Vermits hier voor het budgettair jaar 2010 geen budgetten zijn voorzien en de PDOS deze bijkomende kost niet kan dragen, wordt het principe van de neutralisering van de uitstoot door de PDOS momenteel niet toegepast. C. Kabinet van de minister. Voor het jaar 2009 dient opgemerkt te worden dat ik bij mijn zakelijke verplaatsingen, uitgevoerd in het kader van mijn functie als minister van Pensioenen en Grote Steden, geen beroep heb gedaan op luchtvervoer binnen een straal van minder dan driehonderd kilometer. |