| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2011-2012 | Zitting 2011-2012 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 28 décembre 2011 | 28 december 2011 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 5-4762 | Schriftelijke vraag nr. 5-4762 | ||||||||
de Bert Anciaux (sp.a) |
van Bert Anciaux (sp.a) |
||||||||
au secrétaire d'État à la Fonction publique et à la Modernisation des Services publics, adjoint au ministre des Finances et du Développement durable, chargé de la Fonction publique |
aan de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, toegevoegd aan de minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Réchauffement de la Terre - Lutte contre les émissions de CO2 - Achat de véhicules hybrides par l'administration fédérale | Opwarming van de aarde - Strijd tegen uitstoot - Aankoop van hybride dienstvoertuigen door de federale overheid | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| réchauffement climatique réduction des émissions de gaz véhicule non polluant ministère entreprise publique Protocole de Kyoto |
opwarming van het klimaat vermindering van gasemissie minder vervuilend voertuig ministerie overheidsbedrijf Protocol van Kyoto |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Herindiening van : schriftelijke vraag 5-1570 | Herindiening van : schriftelijke vraag 5-1570 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 5-4762 du 28 décembre 2011 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 5-4762 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||
La lutte contre les émissions de CO2 et le réchauffement de la Terre nécessite une politique globale et systématique, qui doit se manifester dans tous les domaines politiques. La contribution des voitures et camions ne doit évidemment pas être sous-estimée. L'administration fédérale possède un parc automobile étendu dont les véhicules parcourent chaque année quelque centaines de milliers de kilomètres. J'aimerais obtenir une réponse aux questions suivantes : 1) De combien de véhicules, répartis selon les différentes catégories (voitures, camions, etc.), les services de l'administration fédérale et les entreprises publiques disposent-ils ? Comment ce parc a-t-il évolué de 2006 à 2010 ? Comment expliquez-vous et évaluez-vous cette évolution ? Combien de kilomètres l'ensemble de ces véhicules a-t-il parcourus en moyenne chaque année de 2006 à 2010 ? Comment expliquez-vous et évaluez-vous cette évolution ? 2) Combien de ces véhicules (en valeur absolue et en valeur relative) sont-ils des véhicules hybrides (alimenté par une combinaison de combustibles fossiles et d'énergie électrique) ? Comment ce nombre a-t-il évolué durant la période de 2006 à 2010 ? Comment expliquez-vous et évaluez-vous cette évolution ? 3) Possédez-vous un plan d'action visant à remplacer systématiquement les véhicules de ce parc par des véhicules hybrides ? S'il existe, comment ce plan d'action se présente-t-il, qui en est saisi, quels sont les objectifs et effets recherchés et dans quel délai ? Si non, estimez-vous qu'un tel plan d'action ne soit pas prioritaire ? 4) Le ministre du Climat et de l'Énergie se concerte-t-il avec la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques pour des achats groupés de ces véhicules hybrides ? |
De strijd tegen de CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde vraagt een integraal en systematisch beleid, dat zich in alle geledingen van de beleidsvoering moet manifesteren. Zeker het aandeel van personen- en vrachtwagens mag niet worden onderschat. De federale overheid beschikt over een uitgebreid wagenpark dat gezamenlijk en jaarlijks wellicht honderdduizenden kilometers presteert. Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen: 1) Over hoeveel voertuigen beschikken de diensten van de federale overheid en de overheidsbedrijven, opgesplitst tussen de verschillende categorieën (personenwagens, vrachtwagens, …)? Hoe evolueerde dit aantal in de periode van 2006 tot 2010? Hoe duidt en evalueert u deze evolutie? Hoeveel kilometers reden deze voertuigen gezamenlijk en gemiddeld per jaar, in de periode van 2006 tot 2010? Hoe duidt en evalueert u deze evolutie? 2) Hoeveel van deze voertuigen (in absolute en relatieve waarden) zijn er van hybride aard (dus combinatie van fossiele brandstof en elektrische aandrijving)? Hoe evolueerde dit aantal in de periode van 2006 tot 2010? Hoe duidt en evalueert u deze evolutie? 3) Beschikt u over een actieplan om voor de vervangingen binnen dit wagenpark systematisch over te gaan naar meer en meer hybride voertuigen? Zo ja, hoe is dit actieplan opgebouwd, wie wordt daardoor gevat, welke doelstellingen en effecten worden beoogd en op welke termijnen? Zo niet, vindt u zulk actieplan onvoldoende prioritair? 4) Plegen de geachte minister van Klimaat en Energie en de geachte minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven overleg over gezamenlijke aankopen van deze hybride voertuigen? |
||||||||
| Réponse reçue le 10 février 2012 : | Antwoord ontvangen op 10 februari 2012 : | ||||||||
J’ai l’honneur de communiquer à l’honorable membre les informations concernant le Service public fédéral (SPF) Personnel et Organisation : 1. Le SPF Personnel et Organisation dispose de huit voitures particulières. Fin 2006, le SPF en avait dix. La diminution du nombre de voitures résulte d’une plus grande attention du SPF Personnel et Organisation pour l’utilisation du transport public et du vélo. Évolution du kilométrage : 2007 : 190 192 km (soit une moyenne de 19 019 km par voiture) 2008 : 108 849 km (soit une moyenne de 12 094 km par voiture) 2009 : 108 403 km (soit une moyenne de 12 045 km par voiture) 2010 : 108 687 km (soit une moyenne de 13 586 km par voiture) Selor dispose de deux voitures particulières. Ce nombre est resté identique entre 2006 et 2010. Le nombre de voitures a été ramené au strict minimum et est maintenu à ce niveau. En 2010, les deux voitures ont roulé conjointement à raison de 39 734 kilomètres. En ce qui concerne les années précédentes, aucun chiffre n’est disponible (début 2010, les deux voitures de société ont été remplacées par deux nouvelles qui répondaient à toutes les conditions en matière d’environnement). L’Institut de Formation de l'Administration fédérale (IFA) dispose de deux voitures particulières utilisées essentiellement comme « navette » entre les trois sites d’implantation de l’Institut : Une pour les déplacements de service, pour une moyenne de 7 500 km par an. Une pour le directeur général, utilisée depuis 2009 uniquement comme véhicule de service. Kilométrage : 2006 : 35 000 km ; 2007 : 35 000 km ; 2008 : 10 000 km ; 2009 : 5 000 km ; 2010 : 5 000 km. 2. Aucune voiture de nature hybride n’est disponible dans mon département. 3. À ce jour, aucune voiture hybride n’a été achetée par mon département. La cause réside dans le nombre très limité de modèles de voitures hybrides jusqu’à un passé récent. Le manque d’une concurrence suffisante a eu comme conséquence que le coût pour cette sorte de voiture n’a presque pas diminué. Les dernières évolutions sur le marché des automobiles font apparaître que la plupart des marques disposeront vers fin 2012 d’un modèle de voiture hybride. Vu qu’en ce moment, il n’y a pas de nouveaux besoins, il ne sera probablement plus procédé cette année à l’achat d’une nouvelle voiture. Il n’y a pas de plan d’action concret. En cas de remplacement des voitures, le remplacement par une voiture hybride sera pris en considération. À ce moment là, les prix pour cette sorte de voitures seront probablement plus favorables, sous l’influence d’une plus grande concurrence. 4. Lorsque la globalisation, dans un contrat, des besoins en voitures hybrides en provenance de plusieurs administrations fédérales entraînera un avantage d’échelle important, il sera déterminé, au sein du réseau de concertation des acheteurs fédéraux, quelle administration fonctionnera comme centrale de marchés. |
Ik kan het geachte lid het volgende meedelen voor wat de Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel en Organisatie betreft : 1. De FOD Personeel en Organisatie beschikt over acht personenwagens. Op het einde van 2006 waren er tien. De afname van het aantal personenvoertuigen is het gevolg van een grotere aandacht van de FOD Personeel en Organisatie voor het gebruik van openbaar vervoer en fiets. Evolutie van het aantal kilometers : 2007 : 190 192 km (gemiddeld 19 019 km per voertuig) 2008 : 108 849 km (gemiddeld 12 094 km per voertuig) 2009 : 108 403 km (gemiddeld 12 045 km per voertuig) 2010 : 108 687 km (gemiddeld 13 586 km per voertuig) Selor beschikt over 2 personenwagens. Dit aantal bleef hetzelfde tussen 2006 en 2010. Het aantal voertuigen is tot een strikt minimum beperkt en wordt op hetzelfde niveau gehouden. In 2010 reden de beide voertuigen samen 39 734 kilometer. Wat de jaren ervoor betreft, zijn er geen cijfers beschikbaar (aanvang 2010 werden de 2 bedrijfswagens vervangen door 2 nieuwe die aan alle voorwaarden voldoen inzake milieuaspecten). Het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO) beschikt over twee personenwagens die voornamelijk gebruikt worden als pendeldienst tussen de drie locaties van het Instituut : Eén voor de dienstverplaatsingen, gemiddeld 7 500 km per jaar. Eén voor de directeur-generaal, vanaf 2009 enkel gebruikt als dienstvoertuig. Aantal kilometers : 2006 : 35 000 km ; 2007 : 35 000 km ; 2008 :10 000 km ; 2009 : 5 000 km ; 2010 : 5 000 km. 2. Mijn departement beschikt over geen enkel voertuig van hybride aard. 3. Tot op heden werd binnen mijn departement geen hybride voertuig aangekocht. Dit komt doordat het aantal modellen aan hybridevoertuigen in het recente verleden zeer beperkt was. Het gebrek aan voldoende concurrentie heeft ervoor gezorgd dat de kostprijs voor dit soort van voertuigen nauwelijks is gedaald. De laatste ontwikkelingen op de automobielmarkt laat evenwel uitschijnen dat de meeste merken tegen eind 2012 over een model van hybridevoertuig zullen beschikken. Aangezien momenteel niet onmiddellijk nieuwe behoeften aan voertuigen bestaan, zal er dit jaar wellicht niet meer worden overgegaan tot de aankoop van een nieuw voertuig. Er bestaat geen concreet actieplan. In geval van vervanging van de wagens zal een vervanging door een hybridewagen in overweging genomen worden. Op dat ogenblik zullen de prijzen voor dit soort van voertuigen onder de invloed van een grotere concurrentie, wellicht gunstiger geworden zijn. 4. Wanneer het bundelen van behoeften aan hybride voertuigen van verschillende federale administraties in één contract een belangrijk schaalvoordeel kan opleveren, zal binnen het netwerkoverleg van federale aankopers worden bepaald welke administratie als opdrachtencentrale zal optreden. |