SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2010-2011 Zitting 2010-2011
________________
19 juillet 2011 19 juli 2011
________________
Question écrite n° 5-2797 Schriftelijke vraag nr. 5-2797

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie
________________
Sécurité alimentaire - Inspections - Horeca Voedselveiligheid - Inspecties - Horeca 
________________
Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire
contrôle sanitaire
sécurité des aliments
industrie de la restauration
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
gezondheidsinspectie
voedselveiligheid
horecabedrijf
________ ________
19/7/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten
19/7/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten
________ ________
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4542 Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4542
________ ________
Question n° 5-2797 du 19 juillet 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-2797 d.d. 19 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Le rapport annuel de l'Agence fédérale pour la sécurité alimentaire (AFSCA) signale que 60 % des inspections réalisées dans les établissements de l'horeca ont permis de constater des infractions. L'AFSCA a effectué 3000 contrôles dans des restaurants. Les règles relatives à la sécurité de la chaîne alimentaire et à l'hygiène n'étaient pas correctement appliquées dans 1800 établissements. Le pourcentage d'infractions le plus élevé a été relevé dans les bars à pitas. Quatre écoles, maisons de repos et hôpitaux sur dix n'étaient pas en ordre non plus.

Les 3000 contrôles effectués dans l'horeca ont donné lieu à : 6000 avertissements (200 %), 700 procès-verbaux (23 %), 70 fermetures (2,3 %). 42 tonnes de produits alimentaires ont également été saisies. L'AFSCA précise en outre que 17 % des infractions concernent la propreté des installations et 11 % des dépassements de la date de conservation des aliments. Horeca Vlaanderen déclare que de nombreuses infractions sont de nature administrative, notamment la possession d'attestations, mais que l'on accorde énormément d'attention aux règles d'hygiène essentielles.

Je souhaiterais poser les questions suivantes :

1) Les inspections de l'AFSCA ont donné lieu à 2,3 % de fermetures. Cela signifie-t-il que ces établissements présentaient un danger immédiat et important pour les clients ?

2) Des infractions à l'hygiène ont été constatées dans 17 % des contrôles effectués et un procès-verbal a été dressé. Ces procès-verbaux ont-ils (eu) une suite, avec quels résultats ?

3) Le nombre d'infractions dans les bars à pita est manifestement beaucoup plus élevé. La ministre peut-elle quantifier ce problème ?

4) Pourquoi 42 tonnes de marchandises ont-elles été saisies et de quoi étaient-elles composées ? Qu'est-il advenu de ces produits ?

5) La ministre partage-t-elle le point de vue d'Horeca Vlaanderen, à savoir que la (grande) majorité des procès-verbaux avaient trait à des manquements au niveau administratif plutôt qu'à des problèmes d'insécurité ou d'hygiène ?

6) L'échantillon de 3000 contrôles peut-il être considéré comme représentatif des établissements horeca de notre pays ?

 

Het jaarverslag van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) vermeldt dat 60 % van de inspecties bij horecabedrijven leidde naar vaststellingen van overtredingen. Het FAVV voerde 3 000 controles uit in restaurants. In 1 800 zaken stelde men vast dat de voorschriften omtrent voedselveiligheid en hygiëne niet correct werden gevolgd. Bij pitazaken lag het percentage overtredingen hoger. Vier op tien gecontroleerde scholen, rusthuizen en ziekenhuizen bleken ook niet in orde.

De 3 000 horecacontroles leidden naar de volgende effecten: 6 000 waarschuwingen (200 %), 700 processen verbaal (23 %), 70 sluitingen (2,3 %). Er werd eveneens 42 ton levensmiddelen in beslag genomen. Het FAVV specificeert verder: 17 % overtredingen met betrekking tot de reinheid van de accommodaties en 11 % overschrijdingen van de houdbaarheidsdatum van voedingswaren. Belangenorganisatie Horeca Vlaanderen reageerde door te stellen dat heel wat overtredingen van administratieve aard zijn, onder andere bezit van attesten enz., maar dat de wezenlijke hygiëneaspecten wel heel veel aandacht krijgen.

Hierover de volgende vragen:

1) De inspecties van het FAVV resulteerden in 2,3 % sluitingen. Betekent dit dat deze zaken een direct en ingrijpend gevaar opleverden voor de klanten?

2) In 17 % van de inspecties werd een overtreding van de reinheid vastgesteld en een proces-verbaal (PV) opgesteld. Werden of worden deze PV's opgevolgd, met welke resultaten?

3) Blijkbaar ligt het aantal overtredingen bij pitazaken beduidend hoger. Kan de geachte minister deze stelling kwantificeren?

4) Waarom werd er tweeënveertig ton goederen in beslag genomen en hoe waren deze goederen samengesteld? Wat gebeurde ermee?

5) Deelt zij de stelling van Horeca Vlaanderen dat de (grote) meerderheid van de PV's betrekking had op administratieve tekorten eerder dan op directe onveilige of onhygiënische omstandigheden?

6) Mag het staal van 3 000 controles als representatief voor de Belgische horecazaken worden beschouwd?