| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2010-2011 | Zitting 2010-2011 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 1 mars 2011 | 1 maart 2011 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 5-1589 | Schriftelijke vraag nr. 5-1589 | ||||||||
de Fabienne Winckel (PS) |
van Fabienne Winckel (PS) |
||||||||
à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique scientifique |
aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Chômeurs - Différence de traitement - Statut professionnel du conjoint - Conjoint indépendant | Werklozen -Verschil in de behandeling - Beroepsstatuut van de echtgenoot - Zelfstandige echtgenoot | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| assurance chômage profession indépendante |
werkloosheidsverzekering zelfstandig beroep |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1588 | Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1588 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 5-1589 du 1 mars 2011 : (Question posée en français) | Vraag nr. 5-1589 d.d. 1 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||||||
En tant que partenaire d'une personne bénéficiant d'un revenu professionnel d'indépendant, un demandeur d'emploi qui vient de perdre son emploi n'a pas droit aux allocations de chômage en tant que cohabitant avec charge de famille. Après l'expiration de sa première période de chômage (un an), ses allocations passent de 60 % de son dernier salaire à 40 % selon une période déterminée en fonction de son passé professionnel. Ensuite, il obtient une indemnité forfaitaire. S'il avait pu être considéré comme cohabitant avec charge de famille, il aurait continué à recevoir, après sa première année de chômage, des allocations à hauteur de 60 % de son dernier salaire. Dans une situation similaire, la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage (CAPAC) et l'Office national de l'emploi (ONEm) octroie des dérogations pour les partenaires de salariés au revenu modeste (moins de 612 euros par mois). Pour le partenaire d'un salarié, si toutes les conditions requises sont remplies, ils conservent le statut de cohabitant avec charge de famille bien qu'ils cohabitent avec quelqu'un bénéficiant d'un revenu professionnel. Certains indépendants gagnent moins que le plafond légal de 612 euros par mois. Des indépendants, dont les revenus sont faibles, obtiennent même parfois une dispense de cotisations sociales prévue à l'article 37 de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants. Le chômeur vivant avec un partenaire indépendant perd donc une somme importante en allocations de chômage, simplement à cause de la nature des revenus de son partenaire. Pouvez-vous me donner le nombre de familles touchées par cette différence de traitement ? Pourquoi l'ONEm ne se base-t-il pas sur les revenus du conjoint pour déterminer le montant de l'allocation de chômage ? |
Als de partner van een zelfstandige beroepsbeoefenaar zijn werk verliest, heeft hij geen recht op de werkloosheidsuitkering voor een samenwonende met gezinslast. Na afloop van de eerste periode van werkloosheid valt de uitkering van 60% van het laatste loon terug op 40%, en dit voor een periode die door het beroepsverleden wordt bepaald. Nadien ontvangt hij een forfaitaire vergoeding. Mocht hij als samenwonende met gezinslast worden beschouwd, zou hij na het eerste jaar werkloosheid een uitkering ten bedrage van 60% van zijn laatste loon blijven ontvangen. In een gelijkaardige situatie kennen de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen en de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) afwijkingen toe voor partners van loontrekkenden met een bescheiden inkomen, dat wil zeggen minder dan 612 euro per maand. Als alle voorwaarden vervuld zijn, behoudt de partner van een loontrekkende het statuut van samenwonende met gezinslast, ook al woont hij samen met iemand die een beroepsinkomen heeft. Sommige zelfstandigen verdienen minder dan het wettelijke plafond van 612 euro per maand. Zelfstandigen met een bescheiden inkomen worden soms zelfs vrijgesteld van de betaling van sociale bijdragen op basis van artikel 37 van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. . De werkloze die met een zelfstandige partner samenleeft, verliest dus een aanzienlijk bedrag aan werkloosheidsuitkeringen, enkel en alleen vanwege de aard van het inkomen van zijn partner. Hoeveel gezinnen vallen onder die ongelijke behandeling? Waarom gaat de RVA niet van het inkomen van de echtgenoot uit om de hoogte van de werkloosheidsuitkering te bepalen? |
||||||||
| Réponse reçue le 1 avril 2011 : | Antwoord ontvangen op 1 april 2011 : | ||||||||
Les réponses à donner aux questions posées par l'honorable membre ne relèvent pas de la compétence de la ministre des Indépendants. C'est la règlementation du chômage qui contient les dispositions visées. |
De antwoorden die moeten worden gegeven op de vragen gesteld door het geachte lid, vallen niet onder de bevoegdheid van de minister van Zelfstandigen. Het is de werkloosheidsreglementering die de beoogde bepalingen bevat. |