SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2010-2011 Zitting 2010-2011
________________
15 février 2011 15 februari 2011
________________
Question écrite n° 5-1357 Schriftelijke vraag nr. 5-1357

de Piet De Bruyn (N-VA)

van Piet De Bruyn (N-VA)

à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
________________
Société nationale des chemins de fer belges (SNCB) - Prévention du suicide chez les travailleurs - Compétence Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) - Zelfmoordpreventie bij werknemers - Deskundigheid 
________________
Société nationale des chemins de fer belges
condition de travail
suicide
tension mentale
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
arbeidsvoorwaarden
zelfmoord
mentale spanning
________ ________
15/2/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten
15/2/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten
________ ________
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4117 Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4117
________ ________
Question n° 5-1357 du 15 février 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-1357 d.d. 15 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Un nombre croissant d'employeurs reconnaissent qu'ils sont également responsables du bien-être social et émotionnel de leurs travailleurs. Les travailleurs représentent en effet le capital le plus précieux de toute entreprise et méritent dès lors l'attention et l'encadrement nécessaires.

Cette prise de conscience s'est encore récemment intensifiée en raison d'exemples tragiques belges ou étrangers où l'on a constaté un lien indirect, voire peut-être direct, entre plusieurs tentatives de suicide et la situation au travail.

Le législateur impose à juste titre aux employeurs un certain nombre d'obligations pour améliorer le bien-être social et émotionnel de leurs travailleurs. L'application de ces obligations diffère grandement d'une entreprise à l'autre. À cet égard, les entreprises publiques jouent indubitablement un rôle d'exemple.

Une enquête sur la prévention du suicide révèle clairement qu'une détection rapide de la suicidalité augmente considérablement la chance de prévenir une tentative. Il est évident qu'une détection rapide est uniquement possible si les responsables du bien-être social et émotionnel des travailleurs possèdent les compétences nécessaires. Il s'agit, entre autres, de l'identification et de la reconnaissance au moment opportun de signaux qui peuvent révéler des pensées suicidaires, de l'acquisition de certains comportements fondamentaux et de la maîtrise de certaines techniques en matière de communication avec un travailleur (potentiellement) suicidaire, de la compréhension du processus suicidaire et de la connaissance de ce qu'on peut qualifier de carte sociale.

La SNCB est sans conteste une entreprise particulièrement importante qui compte de nombreux travailleurs. En outre, nombre d'entre eux font régulièrement face à une pression et à une charge de travail importantes. Il semble donc tout indiqué que les responsables du bien-être social et émotionnel des travailleurs de la SNCB fassent preuve de suffisamment de connaissances et de compétences afin de pouvoir détecter correctement la suicidalité.

Le contexte ayant été défini, je souhaiterais poser les questions suivantes :

1) La ministre estime-t-elle comme moi que les responsables du bien-être social et émotionnel des travailleurs de la SNCB doivent faire preuve de suffisamment de connaissances et de compétences afin de pouvoir détecter correctement la suicidalité ?

2) Comment s'assure-t-on de la présence suffisante de cette connaissance et de cette compétence ? Fait-on appel à des personnes extérieures ? Quelles sont-elles ?

3) La prévention du suicide fait-elle structurellement partie de la politique (de bien-être) du groupe SNCB ? Dans l'affirmative, la ministre peut-elle préciser sa réponse ? Dans la négative, envisage-t-elle de demander à la SNCB d'intégrer cet aspect de manière structurelle dans sa politique ? Si non, pour quelles raisons ?

4) Depuis 2005, quelles initiatives concrètes ont-elles été prises pour s'assurer de la présence suffisante de connaissances et de compétences chez les responsables en matière de bien-être ? Je souhaiterais une ventilation par année en précisant la nature exacte de l'initiative, les partenaires (internes et externes) concernés qui étaient chargés de l'initiative ainsi que le coût de celle-ci.

 

Steeds meer aanvaarden werkgevers dat ze ook een verantwoordelijkheid hebben wat betreft het sociaal en emotioneel welbevinden van hun werknemers. Werknemers zijn immers het meest kostbare kapitaal van elke onderneming en verdienen de nodige zorg en bijhorende omkadering.

Dit besef werd recent nog aangewakkerd door tragische voorbeelden uit binnen- en buitenland waaruit op zijn minst een indirecte en mogelijk zelfs een directe link bleek tussen een aantal ondernomen zelfdodingspogingen en de situatie op het werk.

De wetgever legt werkgevers terecht een aantal verplichtingen op ter ondersteuning van het sociaal en emotioneel welbevinden van hun werknemers. De wijze waarop de bestaande verplichtingen worden ingevuld, verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. De overheidsbedrijven hebben in deze zeker een voorbeeldfunctie.

Uit wetenschappelijk onderzoek naar preventie van zelfdoding blijkt duidelijk dat een vroege detectie van suïcidaliteit de kans op het voorkomen van een zelfdodingspoging aanzienlijk vergroot. Uiteraard is een vroege detectie maar mogelijk indien de personen die verantwoordelijk zijn voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de werknemers, zelf over de nodige deskundigheid beschikken. Het gaat hierbij onder meer om elementen als het tijdig herkennen en erkennen van signalen die kunnen wijzen op suïcidale gedachten, het verwerven van een aantal basishoudingen en het beheren van een aantal technieken met betrekking tot het voeren van een gesprek met (mogelijk) suïcidale medewerkers, inzicht hebben in het suïcidaal proces en kennis hebben van wat kan omschreven worden als de sociale kaart.

De NMBS-groep kan gezien worden als een bijzonder groot bedrijf met vele werknemers. Voor heel wat van deze werknemers geldt bovendien dat ze regelmatig blootstaan aan een grote (werk)druk. Het lijkt dus aangewezen om bij de medewerkers van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de medewerkers van de te zorgen voor voldoende kennis en deskundigheid wat betreft het correct omgaan met suïcidaliteit.

Tegen deze achtergrond stelde ik de geachte minister graag de volgende vragen:

1) Erkent zij de noodzaak aan voldoende kennis en deskundigheid betreffende omgaan met suïcidaliteit bij de medewerkers van de NMBS-groep die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de NMBS-medewerkers?

2) Hoe wordt er voor gezorgd dat deze kennis en deskundigheid op voldoende wijze aanwezig is? Wordt hiervoor beroep gedaan op externen? Wie zijn dit?

3) Maakt preventie van suïcide op een structurele wijze deel uit van het (welzijns)beleid van de NMBS-groep? Zo ja, kan zij hier dan meer duidelijkheid over verschaffen? Zo neen, overweegt zij dan om de NMBS-groep de opdracht te geven dit op structurele wijze in haar beleid te incorporeren? Indien niet, wat zijn daar dan de redenen voor?

4) Welke concrete initiatieven werden er sinds 2005 genomen om te zorgen dat er voldoende kennis en deskundigheid betreffende preventie van suïcide aanwezig is bij de verantwoordelijke medewerkers van de NMBS-groep? Graag een opsplitsing per jaar met aandacht voor de precieze aard van het initiatief, de betrokken partners (intern of extern) die instonden voor het initiatief en de kostprijs ervan.