SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2013-2014 Zitting 2013-2014
________________
17 mars 2014 17 maart 2014
________________
Question écrite n° 5-11251 Schriftelijke vraag nr. 5-11251

de Bert Anciaux (sp.a)

van Bert Anciaux (sp.a)

au ministre des Finances, chargé de la Fonction publique

aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
________________
TVA - Code de la TVA - Article 12 § 2 - Interprétation - Immeubles à appartements - Occupation BTW - Wetboek van BTW - Artikel 12 §2 - Interpretatie - Appartementsgebouwen - Ingebruikname 
________________
TVA
logement collectif
BTW
meergezinswoning
________ ________
17/3/2014Verzending vraag
22/4/2014Antwoord
17/3/2014Verzending vraag
22/4/2014Antwoord
________ ________
Question n° 5-11251 du 17 mars 2014 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-11251 d.d. 17 maart 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

L'article faisant l'objet de la présente question est libellé comme suit : « L’assujetti qui, d’une manière habituelle cède à titre onéreux des biens visés à l’article 1er, § 9, 1°, qu’il a construits, fait construire ou acquis, avec application de la taxe, au plus tard le 31 décembre de la deuxième année qui suit celle au cours de laquelle a lieu leur première occupation ou leur première utilisation, est censé prélever pour ses propres besoins le bien non cédé à l’expiration du délai précité, lorsque ce bien n’a pas encore fait l’objet à ce moment de l’utilisation visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°. Cet assujetti est également censé prélever pour ses propres besoins le sol y attenant lorsque celui-ci a ouvert droit à une déduction complète ou partielle de la taxe. Le prélèvement qu’il est censé effectuer à cette date est assimilé à une livraison à titre onéreux. »

La pratique démontre que cet article de loi est interprété comme suit par les offices de contrôle de la TVA : dès lors qu'un seul appartement ou garage d'un immeuble à appartements est occupé, il faut considérer que l'ensemble de l'immeuble est occupé. En voici un exemple. Le constructeur d'un immeuble à appartements vend ces appartements sous le régime de la TVA, jusqu'à ce qu'il reste, par exemple, un garage qui sera acquis par la suite, avec perception de la TVA, par un habitant ayant déjà acheté plus tôt un appartement. Ce garage a été vendu le 14 novembre 2007, date de la première occupation. Les offices de contrôle de la TVA interprètent l'article 12, § 2 en ce sens que la première occupation des appartements ayant eu lieu en 2007, la TVA devait être versée pour l'ensemble de l'immeuble au plus tard pour le quatrième trimestre 2009. Selon cette interprétation, les offices de contrôle de la TVA se basent par conséquent sur le fait que lorsqu'un appartement est occupé, il faut considérer que l'ensemble de l'immeuble est occupé, y compris les garages.

D'où les questions suivantes :

1) Lorsqu'un appartement ou un garage faisant partie d'un immeuble à appartements est occupé, doit-on considérer que l'ensemble du bâtiment est occupé ?

2) Les appartements et garages ne doivent-ils pas être considérés comme des entités séparées, soumises chacune à l'obligation prévue en matière de TVA, à savoir verser la TVA au plus tard le 31 décembre de la deuxième année suivant l'occupation individuelle de chaque entité ?

3) Le fait qu'un dernier garage soit vendu à une personne ayant déjà acheté auparavant un appartement dans le bâtiment implique-t-il automatiquement que le garage ait été occupé en même temps que l'appartement, alors qu'en réalité, ce n'était absolument pas le cas et que l'achat d'un garage devrait être considéré comme une transaction purement séparée, indépendante de l'achat antérieur de l'appartement ?

 

Het artikel dat het voorwerp is van deze vraag luidt als volgt: "de belastingplichtige die geregeld goederen bedoeld in artikel 1&9, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming, onder bezwarende titel vervreemdt, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op het tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat ogenblik geacht wordt te verrichten, wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld."

De praktijk bewijst dat dit wetsartikel door de diensten van de BTW-controle als volgt wordt geïnterpreteerd: wanneer één appartement of één garage van een opgericht appartementsgebouw in gebruik wordt genomen, dan moet dit worden aanzien alsof het ganse gebouw in gebruik wordt genomen. Ter illustratie een casus. Een oprichter van een appartementsgebouw verkoopt deze appartementen systematisch met BTW. Op een bepaald ogenblik blijft er bijvoorbeeld nog één garage over die naderhand door één bewoner, die reeds vooraf een appartement had aangekocht, wordt verworven met BTW. Deze garage werd verkocht op datum van 14 november 2007 en alsdan voor de eerste maal in gebruik genomen. De controle van de BTW interpreteert artikel 12 §2 in die zin dat de eerste ingebruikname van appartementen gebeurde in 2007 en dat bijgevolg de BTW voor het ganse gebouw tegen uiterlijk het 4de kwartaal 2009 moest worden voldaan. In deze interpretatie gaat de controle van de BTW er bijgevolg van uit dat de ingebruikname van één appartement moet worden aanzien als de ingebruikname van het ganse gebouw, met inbegrip van de garages.

Hierbij de volgende vragen:

1) Moet de ingebruikname van één appartement of één garage in een appartementsgebouw worden aanzien als de ingebruikname van het ganse gebouw?

2) Moeten de opgerichte appartementen en garages niet aanzien worden als afzonderlijke entiteiten, elk onderworpen aan de regel van BTW-plicht uiterlijk tegen 31 december van het 2de jaar volgend op de individuele ingebruikname van elke entiteit?

3) Houdt het feit dat een laatste overgebleven garage uiteindelijk wordt verkocht aan een bewoner die voordien reeds een appartement had gekocht in het gebouw, automatisch in dat de garage gelijktijdig met het appartement in gebruik zou zijn genomen, hoewel dit in werkelijkheid hoegenaamd niet het geval was en de aankoop van de garage puur als een afzonderlijke transactie dient te worden aanzien, los van de eerdere aankoop van het appartement?

 
Réponse reçue le 22 avril 2014 : Antwoord ontvangen op 22 april 2014 :

La vente d’un bâtiment neuf et du sol y attenant constitue une exception à l’exemption de l’article 44, § 3, 1°, du Code de la TVA lorsque la cession est effectuée endéans le délai TVA, c’est-à-dire au plus tard le 31 décembre de la deuxième année qui suit celle au cours de laquelle a lieu la première occupation ou la première utilisation de ce bâtiment neuf.

Pour les immeubles à appartements dont la propriété est divisée entre plusieurs personnes, par lots comprenant chacun une partie privative et une quote-part dans les parties communes (comp. article 577-3, du Code Civil), l’occupation ou l’utilisation doit être appréciée lot par lot. Cela signifie que les quotes-parts indivises dans les parties communes de l’immeuble à appartements obéissent au régime applicable aux parties privatives auxquelles elles se rapportent.

Compte tenu de ce qui précède, la première occupation d’un appartement dans un immeuble nouvellement érigé n’a donc pas pour effet que le délai TVA commence à courir pour les autres appartements de l’immeuble non encore occupés.

L’honorable membre vise apparemment un cas concret où un assujetti visé à l’article 12, § 2, du Code de la TVA vend un garage non encore occupé, faisant partie d’un projet de nouvelle construction commercialisé par cet assujetti, à une personne qui, quelques années auparavant, a acheté un appartement dans le même projet de construction et l’a occupé. Eu égard aux éléments qui précèdent, l’occupation antérieure de l’appartement par cette personne n’a dès lors pas pour conséquence que le délai TVA a déjà à ce moment commencé à courir pour le garage nouvellement construit acheté séparément mais non occupé précédemment.

De verkoop van een nieuwbouw en het bijhorend terrein vormt een uitzondering op de vrijstelling van artikel 44, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek wanneer de vervreemding wordt verricht binnen de btw-termijn, dat wil zeggen uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van die nieuwbouw.

Voor appartementsgebouwen, waarvan de eigendom wordt verdeeld tussen verschillende personen, volgens kavels die elk een privatief gedeelte en een aandeel in gemeenschappelijke delen bevatten (verg. artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek), dient de ingebruikneming of de inbezitneming te worden beoordeeld kavel per kavel. Dit betekent dat de onverdeelde aandelen in de gemeenschappelijke delen van het appartementsgebouw onderhevig zijn aan de regeling die van toepassing is op de privatieve gedeelten waarop ze betrekking hebben.

Gelet op hetgeen voorafgaat heeft de eerste ingebruikneming van een appartement in een nieuw opgericht flatgebouw niet tot gevolg dat dan de btw-termijn begint te lopen voor de andere nog niet in gebruik genomen appartementen van het gebouw.

Het geachte lid beoogt blijkbaar een concreet geval waarbij een in artikel 12, § 2, van het BTW-Wetboek beoogde belastingplichtige een nog niet eerder in gebruik genomen garage, die deel uitmaakt van een door die belastingplichtige gecommercialiseerd nieuwbouwproject, verkoopt aan een persoon die een paar jaar eerder een appartement in hetzelfde bouwproject heeft gekocht en in gebruik genomen. Gelet op hetgeen voorafgaat heeft de eerdere ingebruikneming van het appartement door laatstgenoemde niet tot gevolg dat dan de btw-termijn reeds begon te lopen voor de later afzonderlijk aangekochte en nog niet eerder in gebruik genomen nieuwbouwgarage.