SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2009-2010 Zitting 2009-2010
________________
2 mars 2010 2 maart 2010
________________
Question écrite n° 4-7044 Schriftelijke vraag nr. 4-7044

de Ann Somers (Open Vld)

van Ann Somers (Open Vld)

à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
________________
Agences locales pour l'emploi (ALE) - Investissement obligatoire des bénéfices dans la formation - Dépenses totales - Type de formations Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA) - Verplichte investering van winst in opleiding - Totale uitgaven - Soort van opleiding 
________________
service d'emploi
formation professionnelle
Office national de l'emploi
dienst voor arbeidsbemiddeling
beroepsopleiding
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
________ ________
2/3/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/4/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
2/3/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 1/4/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
________ ________
Question n° 4-7044 du 2 mars 2010 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-7044 d.d. 2 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les agences locales pour l'emploi (ALE) sont réglementairement tenues de consacrer 25 % de leurs bénéfices à la formation. Comme le flou régnait depuis des années sur l'application effective de cette mesure, celle-ci est contrôlée depuis 2005 par un groupe de travail de l'Office national de l'emploi (ONEM). Le Comité de gestion de l'ONEM reçoit un rapport sur le nombre d'ALE qui remplissent leurs obligations de formation et le nombre d'ALE qui n'y satisfont pas.

Je souhaiterais savoir, pour chaque année de 2005 à 2009 :

1. Quelles ALE n'ont pas respecté les exigences en matière de formation ?

2. Combien les ALE susmentionnées ont-elles cependant dépensé en formations ?

3. Combien les ALE dans leur ensemble ont-elles dépensé en formations ?

4. Quels sont les principaux types de formations proposées ?

5. Combien de travailleurs ALE ont-ils suivi les formations ?

6. Sur le plan de la transition vers l'emploi régulier, y a-t-il une différence entre les travailleurs ALE ayant suivi une formation et les autres ?

 

De plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA) worden volgens de reglementering verplicht om 25 % van hun winst te investeren in opleiding. Gezien er heel wat jaren onduidelijkheid is geweest over de toepassing van die regel, wordt dit sinds 2005 gecontroleerd door een werkgroep van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. Het Beheerscomité van de RVA krijgt een verslag over het aantal PWA dat in orde is met de investering in opleiding en het aantal PWA dat in gebreke blijft.

Voor de periode van 2005 tot 2009 kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen, opgedeeld per jaar:

1. Welke PWA hebben zich niet gehouden aan de verplichtingen inzake opleidingsinitatieven?

2. Hoeveel hebben de overtreders van deze bepaling dan wel uitgegeven aan opleiding?

3. Hoeveel hebben de PWA in totaal besteed aan opleidingsinitiatieven?

4. Welk soort opleidingen werden vooral aangeboden?

5. Hoeveel PWA-ers hebben de opleidingen gevolgd?

6. Is er een verschil qua doorstroming merkbaar tussen PWA-ers die opleiding hebben gekregen en zij die geen bijkomende opleiding volgden?