| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2009-2010 | Zitting 2009-2010 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 4 février 2010 | 4 februari 2010 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 4-6796 | Schriftelijke vraag nr. 4-6796 | ||||||||
de Freddy Van Gaever (Vlaams Belang) |
van Freddy Van Gaever (Vlaams Belang) |
||||||||
au ministre du Climat et de l'Énergie |
aan de minister van Klimaat en Energie |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Centre d'étude de l'énergie nucléaire (CEN) - Conseil d'administration - Réglementation sur les émoluments - Octroi non réglementaire d'avantages | Studiecentrum voor kernenergie (SCK) - raad van bestuur - Regelgeving betreffende de bezoldiging - Niet-reglementaire toekenning van voordelen | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Centre commun de recherche conseil d'administration rémunération du travail Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies Cour des comptes (Belgique) |
Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek raad van bestuur arbeidsbezoldiging Nationale Instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen Rekenhof (België) |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 4-6796 du 4 février 2010 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 4-6796 d.d. 4 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||
Les statuts du CEN ne prévoient ni critères ou conditions de sélection, ni cas d’incompatibilité pour la nomination des membres du conseil d’administration. Leur rémunération ne repose sur aucune base réglementaire propre. De facto et « dans le but de respecter les règles d’uniformité dans le secteur public », le CEN a aligné les montants des émoluments et des indemnités octroyés aux membres de son conseil d’administration et du conseil scientifique sur ceux alloués par l’Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (Ondraf). C'était une décision logique mais elle n'a pas été appliquée de manière cohérente. Des membres du conseil d’administration du CEN bénéficient d’une voiture de fonction et d’une carte de carburant à charge de l’organisme. Or, dans le cas de l’Ondraf, la tutelle n’avait pas accordé expressément ce type d’avantage aux membres du conseil d’administration. Suite à un contrôle récent de la Cour des comptes, l’Ondraf a par ailleurs mis fin à l’existence de cas similaires non réglementaires. Le maintien de pareils avantages au CEN n'est donc pas justifié. Le CEN a mis en avant son statut actuel de fondation d’utilité publique à caractère privé, afin de justifier l’autonomie du conseil d’administration en matière de fixation des émoluments de ses membres. La Cour relève toutefois que c’est l’État qui a financé le CEN de manière prépondérante et continue à le financer de manière substantielle. 1. Quelles mesures le ministre a-t-il déjà prises pour faire en sorte que soient mentionnés dans les statuts du CEN les critères et conditions de sélection des membres du conseil d'administration ? 2. Le ministre estime-t-il nécessaire que le CEN fixe les émoluments des membres de son conseil d'administration dans un règlement ou donne-t-il la préférence au système actuel où ces émoluments sont fixés selon ce qui est en usage à l'Ondraf ? 3. Quelles mesures le ministre a-t-il déjà prises pour mettre fin à l'octroi non réglementaire de cartes de carburant et de voitures de fonction ? 4. Quelle est sa position dans la controverse entre la Cour des comptes et le CEN concernant l'autonomie du conseil d'administration dans le statut actuel ? |
In de statuten van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) zijn geen selectiecriteria of selectievoorwaarden en geen onverenigbaarheidsregels vastgelegd voor de benoeming van de leden van de raad van bestuur. Er bestaat ook geen reglementaire basis voor hun bezoldiging. Het SCK heeft de facto, en "om de eenvormigheidsregels in de openbare sector te eerbiedigen" de bedragen van de emolumenten en van de vergoedingen die worden toegekend aan de leden van zijn raad van bestuur en van het wetenschappelijk adviescollege afgestemd op deze die door de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) worden toegekend. Dat is een logische regeling, maar ze wordt niet consequent toegepast. Sommige leden van de raad van bestuur van het SCK beschikken echter over een dienstvoertuig en een tankkaart ten laste van de instelling. Bij NIRAS had de toezichthoudende overheid dergelijke voordelen nochtans uitdrukkelijk niet toegekend aan de leden van de raad van bestuur. Ingevolge een recente controle van het Rekenhof heeft NIRAS bovendien komaf gemaakt met gelijkaardige niet-reglementaire gevallen. Het behoud van zulke voordelen bij het SCK heeft dus geen enkele redelijke grond. Het SCK heeft verwezen naar zijn huidig statuut van private stichting van openbaar nut om de autonomie van de raad van bestuur inzake het vaststellen van de emolumenten van zijn leden te rechtvaardigen. Het Rekenhof merkt echter op dat de meeste middelen van het SCK van de Staat komen en dat de Staat het nog in hoge mate financiert. 1. Welke maatregelen heeft de minister reeds genomen om in de statuten van het SCK de nodige selectiecriteria en -voorwaarden voor de leden van de raad van bestuur te laten opnemen? 2. Acht hij het noodzakelijk dat het SCK de bezoldigingen voor de leden van de raad van bestuur in een reglement vastlegt, of geeft hij de voorkeur aan het huidige systeem, waarbij die bezoldigingen afgestemd worden op wat bij NIRAS gebruikelijk is? 3. Welke maatregelen heeft hij reeds genomen om een einde te maken aan de niet-reglementaire toekenning van tankkaarten en dienstvoertuigen? 4. Wat is zijn standpunt in het dispuut tussen het Rekenhof en het SCK over de autonomie van de raad van bestuur binnen het huidige statuut? |
||||||||
| Réponse reçue le 16 mars 2010 : | Antwoord ontvangen op 16 maart 2010 : | ||||||||
À la suite du rapport de contrôle de la Cour des Comptes relatif aux comptes des années 2006 et 2007 du Centre d'Étude de l'Énergie nucléaire (SCK.CEN), j’ai adressé une lettre au Centre avec la demande de donner suite aux remarques qui ont été faites. 1. En particulier, j’ai demandé au SCK.CEN de me proposer des critères de sélection et des conditions pour la nomination des membres du Conseil d’Administration. Les membres du Conseil d’Administration sont nommés par arrêté royal, après approbation par le Conseil des ministres. À ce sujet, il est important que le Centre maintienne une position stratégique dans les domaines de la science et de la recherche. De la part du SCK.CEN, j’ai reçu une proposition de critères et de conditions, qui revient à ce qui suit. La nomination des membres du Conseil d’Administration du SCK.CEN se fait sur base de leurs qualités scientifiques ou professionnelles particulières, mentionnées dans l’arrêté de nomination, sur le plan de la science nucléaire et de ses domaines d’application et/ou de l’expérience administrative. Au président près, le Conseil d’Administration est composé à parité linguistique. 2. Suite au rapport provisoire de la Cour des Comptes, l'historique de l'évolution de la rémunération des membres du Conseil d’Administration a été rappelé, notamment le lien avec les émoluments de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) basé sur un accord historique des responsables gouvernementaux de l'époque (années '80). L'autonomie dans la fixation des émoluments trouverait son origine dans le caractère privé de l'institution. Suite au rapport définitif de la Cour des Comptes, le Conseil d'Administration a formalisé la problématique dans un document intitulé "Émoluments, voitures, missions et autres dépenses". 3.La mise à disposition de voitures ne constitue pas une infraction par rapport à une quelconque réglementation. Les règles de mise à disposition sont consignées dans le document « Émoluments, voitures, missions et autres dépenses. » 4.La composition du Conseil d'Administration relève de la compétence du Conseil des ministres sur proposition des ministres de tutelle. En son sein, deux commissaires du gouvernement sont chargés de faire rapport aux ministres de tutelle et de contrôler l'allocation de l'argent fédéral. Dans un domaine de recherche aussi pointu que celui du SCK.CEN, il est logique que le Conseil d'Administration dispose d'une autonomie suffisante, tout en veillant prioritairement au respect de l'objet social et des missions du Centre conformément à l'article 8 de ses statuts. Le Conseil d'Administration a le pouvoir d'accomplir tous les actes nécessaires ou utiles à la réalisation des missions du Centre. Les articles 5 à 23 des statuts décrivent clairement les droits et devoirs et par là-même l'autonomie du Conseil d'Administration. |
Naar aanleiding van het controlerapport van het Rekenhof betreffende de rekeningen van de jaren 2006 en 2007 van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK.CEN) heb ik een brief gericht aan het Centrum met het verzoek gevolg te geven aan de geformuleerde opmerkingen. 1.In het bijzonder heb ik aan het SCK.CEN gevraagd mij de selectiecriteria en voorwaarden voor te stellen voor de benoeming van de leden van de Raad van Bestuur. De leden van de Raad van Bestuur worden benoemd bij koninklijk besluit, na goedkeuring door de Ministerraad. Hierbij is het belangrijk dat het Centrum een strategische positie behoudt in de domeinen van wetenschap en onderzoek. Ik heb vanwege het Centrum een voorstel van criteria en voorwaarden ontvangen dat op het volgende neerkomt. De benoeming van de leden van de Raad van Bestuur van het SCK.CEN geschiedt op basis van hun bijzondere wetenschappelijke of professionele kwaliteiten, vermeld in het benoemingsbesluit, op het vlak van de kernwetenschap en haar toepassingsgebieden en/of van de bestuurservaring. Op de voorzitter na, wordt de Raad van Bestuur taalparitair samengesteld. 2.Na het voorlopig rapport van het Rekenhof, werd de historiek van de evolutie van de vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur in herinnering gebracht en, met name, het verband met de vergoedingen van de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) gebaseerd op een historisch akkoord van de toenmalige regeringsverantwoordelijken (jaren ’80). De zelfstandigheid in de vastlegging van de vergoedingen zou haar oorsprong vinden in het private karakter van het instituut. Na het definitief rapport van het Rekenhof, heeft de Raad van Bestuur de problematiek geformaliseerd in een document getiteld “Vergoedingen, wagen, zendingen en andere uitgaven”. 3.De terbeschikkingstelling van de wagens vormt geen inbreuk ten aanzien van één of andere reglementering. De terbeschikkingstellingregels zijn vermeld in het document “Vergoedingen, wagens, zendingen en andere uitgaven”. 4.De samenstelling van de Raad van Bestuur behoort tot de bevoegdheid van de ministerraad, op voorstel van de voogdijministers. In zijn schoot zijn twee regeringscommissarissen ermee belast verslag uit te brengen aan de voogdijministers en de toewijzing van het federaal geld te controleren. In zo’n vernuftig onderzoeksdomein als dat van het SCK.CEN is het logisch dat de Raad van Bestuur over een voldoende zelfstandigheid beschikt, terwijl prioritair gewaakt wordt over eerbiediging van het maatschappelijk doel en de opdrachten van het Centrum overeenkomstig artikel 8 van zijn statuten. De Raad van bestuur heeft de macht om alle daden te stellen die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van de opdrachten van het Centrum. De artikelen 5 tot 23 van de statuten beschrijven duidelijk de rechten en plichten en daaruit afgeleid de zelfstandigheid van de Raad van Bestuur. |