SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2009-2010 Zitting 2009-2010
________________
7 décembre 2009 7 december 2009
________________
Question écrite n° 4-5296 Schriftelijke vraag nr. 4-5296

de Franco Seminara (PS)

van Franco Seminara (PS)

à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie
________________
Suicides - Nombre élevé Belgique - Problème de santé publique - Lutte - Politiques mises en place - Problème de coordination - Accompagnement des individus, liens humains et repères solidaires - Valorisation Zelfdodingen - Hoge cijfers in België - Probleem van volksgezondheid - Bestrijding - Beleid - Coördinatieproblemen - Begeleiding van individuen, menselijke banden en sociaal houvast - Valorisatie 
________________
suicide
bien-être social
qualité de la vie
zelfmoord
sociaal welzijn
levenskwaliteit
________ ________
7/12/2009Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010)
6/5/2010Einde zittingsperiode
7/12/2009Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010)
6/5/2010Einde zittingsperiode
________ ________
Réintroduction de : question écrite 4-4637 Réintroduction de : question écrite 4-4637
________ ________
Question n° 4-5296 du 7 décembre 2009 : (Question posée en français) Vraag nr. 4-5296 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

La Journée mondiale de prévention contre le suicide, le 10 septembre 2009, fut l'occasion de rappeler une situation bien douloureuse pour notre pays : la Belgique est le deuxième pays qui compte le taux de suicide le plus élevé en Europe.

Les chiffres font froid dans le dos et témoignent d'un réel phénomène de société : 2 000 suicides par an, soit six personnes par jour ; 40 000 personnes concernées par des tentatives de suicide et un des plus hauts taux de suicide européen avec 23/100 000 habitants.

Aujourd'hui, en Belgique, le suicide est considéré comme la première cause externe de mortalité, faisant davantage de victimes que les accidents de la route.

La volonté de rendre la vie de nos concitoyens meilleure et aboutir à une société de progrès doit guider l'action de nos décideurs politiques. C'est pourquoi une réponse forte, appropriée et ambitieuse doit être apportée à tous ceux qui s'impliquent au quotidien dans l'accompagnement des personnes fragiles, sujettes au suicide.

Connaissant votre attachement au progrès social et votre sensibilité à l'égard de ce véritable fléau, je sais que vous concevez le suicide comme un véritable problème de santé publique. Il s'agit là d'un enjeu qui mérite une attention particulière.

Dans un pays fédéral où les compétences relatives à la prise en charge du suicide sont réparties aisément entre trois voire quatre ministres, une réponse appropriée exige la mise en place d'une concertation efficace. Ce qui n'est pas simple.

Ainsi, par exemple, bien que la Communauté française traite de la politique de prévention, lorsque l'on parle du suicide en tant que problème de santé, c'est la Région wallonne. Et si l'on veut faire intervenir les hôpitaux, il faut faire intervenir le niveau fédéral.

Face à un phénomène qui a pris une ampleur considérable et qui sonne comme un échec pour toutes les politiques de progrès et d'épanouissement social, il est urgent de faire bouger les choses.

Aussi, j'aimerais vous poser les questions suivantes :

La mise en place de politiques concertées pour lutter efficacement contre le suicide constitue-t-elle toujours aujourd'hui une priorité à vos yeux ?

Une conférence de consensus sur le sujet, voire un plan national pour la Belgique, ont-ils une chance de voir le jour ?

Dans le cadre de vos compétences, quel genre de relais pouvez-vous constituer pour les actions menées par les acteurs de terrain ?

Enfin, dans un cadre plus large, le phénomène du suicide traduit indéniablement la fragilité du mode de fonctionnement de nos sociétés, beaucoup plus individualiste et stressant.

N'estimez-vous pas qu'il est grand temps de recentrer le message politique sur l'accompagnement des individus, sur la mise en valeur des liens humains et sur l'octroi de nouveaux repères solidaires pour chacun d'entre nous ?

 

De Werelddag ter preventie van zelfdoding op 10 september 2009 was de gelegenheid om te wijzen op een voor België erg pijnlijke situatie : België heeft het op één na hoogste aantal zelfdodingen in Europa.

Die cijfers jagen koude rillingen over de rug en getuigen van een ernstig fenomeen in de maatschappij : 2000 zelfdodingen per jaar, of zes per dag; 40.000 mensen doen een zelfmoordpoging. België heeft één van de hoogste zelfmoordcijfers in Europa, namelijk 23 op 100.000 inwoners.

Zelfdoding wordt in België nu beschouwd als de voornaamste externe doodsoorzaak en maakt meer slachtoffers dan het wegverkeer.

Het streven naar een beter leven voor onze burgers en een vooruitgangsmaatschappij moet de rode draad zijn in het optreden van de politici die beslissingsbevoegdheid hebben. Daarom moet een krachtig, gepast en ambitieus antwoord worden geboden aan degenen die zich dagelijks inzetten voor de begeleiding van de kwetsbare personen die zelfmoordneigingen hebben.

Ik ken uw gehechtheid aan de sociale vooruitgang en uw gevoeligheid voor deze plaag en weet dat u zelfdoding beschouwt als een echt probleem van de volksgezondheid. Deze aangelegenheid verdient een bijzondere aandacht.

In een federaal land, waar de bevoegdheden in verband met zelfdoding tussen drie of zelfs vier niveaus zijn verdeeld, kan er maar een gepast antwoord worden gegeven na een efficiënt overleg. Dat laatste is niet eenvoudig.

Als men bijvoorbeeld over zelfdoding spreekt in termen van een gezondheidsprobleem is het Waals Gewest bevoegd, terwijl het preventiebeleid een zaak is van de Franse Gemeenschap. Als de ziekenhuizen erbij betrokken worden, moet het federale niveau echter optreden.

Dit fenomeen heeft een aanzienlijke omvang heeft gekregen en doet elk beleid op het vlak van sociale vooruitgang en bloei als een mislukking aanvullen. Daarom moet er dringend een en ander in beweging komen.

Ik heb dan ook enkele vragen.

Beschouwt u de totstandkoming van een overlegd beleid om het fenomeen van de zelfdoding efficiënt te bestrijden, nog altijd als een prioriteit?

Is een consensusconferentie over dit onderwerp, of een nationaal plan voor België, volgens u mogelijk?

Welke initiatieven kunt u binnen het kader van uw bevoegdheden nemen voor de acties van de mensen op het terrein?

Ruimer gezien is het fenomeen van zelfdoding ontegensprekelijk een uiting van de zwakke manier van functioneren van onze maatschappij. Ze is namelijk individualistischer en stresserender dan vroeger.

Vindt u niet dat het de hoogste tijd is om de politieke boodschap opnieuw te concentreren op de begeleiding van het individu en de nadruk te leggen op de menselijke banden en het creëren van nieuwe vormen van sociaal houvast voor ieder van ons?