SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
28 janvier 2009 28 januari 2009
________________
Question écrite n° 4-2886 Schriftelijke vraag nr. 4-2886

de Nele Jansegers (Vlaams Belang)

van Nele Jansegers (Vlaams Belang)

au ministre de la Justice

aan de minister van Justitie
________________
Offre de permis de conduire falsifiés dans le cadre d’un échange - Signalement au procureur du Roi - Nombres Aanbieden van vervalste rijbewijzen in het kader van omruiling - Melding aan de procureur des Konings - Aantallen 
________________
permis de conduire
fraude
poursuite judiciaire
statistique officielle
répartition géographique
rijbewijs
fraude
gerechtelijke vervolging
officiële statistiek
geografische spreiding
________ ________
28/1/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/2/2009 )
6/3/2009 Antwoord
28/1/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/2/2009 )
6/3/2009 Antwoord
________ ________
Question n° 4-2886 du 28 janvier 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-2886 d.d. 28 januari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Les ressortissants de très nombreux pays peuvent échanger leur permis de conduire national contre un permis belge en vertu, soit de la Convention de Genève sur le transport routier, soit d’accords bilatéraux relatifs à la reconnaissance de permis de conduire non européens, pour autant que ce permis ait été acquis avant le séjour en Belgique. Depuis 2003, plus de 10 000 permis sont échangés chaque année.

Dans un certain nombre de pays, la falsification a grande échelle de permis nationaux constitue un gros problème. De tels documents n’entrent effectivement pas en ligne de compte pour un échange contre un permis belge. Il revient aux fonctionnaires communaux de distinguer les vrais documents des faux, souvent très bien reproduits, avant d’accéder à la demande du conducteur.

L’article 207 du Code pénal prévoit que celui qui aura falsifié un certificat, et celui qui se sera servi d'un certificat falsifié, se sera rendu coupable d’un délit et sera puni d’un emprisonnement dépendant du type de falsification.

L’article 29 du Code d’instruction criminelle prévoit généralement une obligation de dénoncer pour les fonctionnaires qui, dans l’exercice de leurs fonctions, ont connaissance d’un délit. Il dispose en effet : « Toute autorité constituée, tout fonctionnaire ou officier public, qui, dans l'exercice de ses fonctions, acquerra la connaissance d'un crime ou d'un délit, sera tenu d'en donner avis sur-le-champ au procureur du Roi près le tribunal dans le ressort duquel ce crime ou délit aura été commis ou dans lequel l'inculpé pourrait être trouvé, et de transmettre à ce magistrat tous les renseignements, procès-verbaux et actes qui y sont relatifs.”

Le ministre peut-il me communiquer combien de permis de conduire falsifiés, faux et/ou contrefaits ont été signalés, sur la base de l’article 29 du Code d’instruction criminelle, au procureur du Roi, chaque année depuis 2003 ? J’aimerais avoir une ventilation par arrondissement judiciaire.

Dans combien de cas a-t-on engagé des poursuites et à combien de condamnations ont-elles mené, le tout en chiffres absolus ?

 

Onderdanen van heel wat landen kunnen door hetzij de Conventie van Genève op het wegvervoer, hetzij door bilaterale akkoorden aangaande de erkenning van niet-Europese rijbewijzen, hun nationaal rijbewijs inruilen voor een Belgisch rijbewijs, voor zover dit rijbewijs werd verkregen vóór het verblijf in België. Sinds 2003 gaat het om meer dan 10 000 inwisselingen per jaar.

In een aantal landen vormt de grootschalige vervalsing van nationale rijbewijzen een groot probleem. Dergelijke documenten komen uiteraard niet in aanmerking om ingeruild te worden tegen een Belgisch rijbewijs. Het komt de ambtenaren van de gemeenten toe echte van vervalste en vaak erg goed nagemaakte documenten te onderscheiden alvorens in te gaan op het verzoek van de bestuurder.

Artikel 207 van het Strafwetboek bepaalt dat wie een getuigschrift vervalst en wie zich bedient van een vervalst getuigschrift, zich schuldig maakt aan een wanbedrijf en wordt gestraft met een gevangenisstraf, afhankelijk van het soort vervalsing.

Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering voorziet in het algemeen in een meldingsplicht voor ambtenaren die in de uitoefening van hun ambt kennis hebben van een misdrijf. Het stelt immers : " Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alle betreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. "

Kan de geachte minister mij meedelen hoeveel meldingen van vervalste, onechte en/of nagemaakte rijbewijzen op basis van artikel 29 van het Wetboek voor strafvordering sinds 2003 per jaar aan de procureur des Konings werden overgemaakt ? Kan hierbij een onderscheid gemaakt worden per gerechtelijk arrondissement ?

In hoeveel van deze gevallen werd overgegaan tot vervolging en tot hoeveel veroordelingen heeft dit geleid, telkens in absolute cijfers ?

 
Réponse reçue le 6 mars 2009 : Antwoord ontvangen op 6 maart 2009 :

Il n’est malheureusement pas possible à mes services de fournir des éléments de réponse à votre question.

En effet, la banque de données du Collège des procureurs généraux ne permet pas d’identifier ce type d’affaires, une distinction n’étant pas opérée suivant la nature des faux.

Toute autre démarche impliquerait une recherche systématique au sein des parquets qui sont astreints à se consacrer prioritairement à l’exercice de l’action publique.

De plus, il s’avérerait très difficile de pouvoir identifier les dossiers concernés au départ des procès-verbaux établis, etc.

Het is mijn diensten helaas onmogelijk elementen van antwoord op uw vraag te verschaffen.

In de gegevensbank van het College van procureurs-generaal wordt geen onderscheid gemaakt op basis van de aard van de vervalsingen, zodat dit soort zaak niet kan worden geïdentificeerd.

Elke andere manier van werken zou om een systematisch onderzoek binnen de parketten vragen die verplicht zijn om zich in de eerste plaats aan de uitoefening van de strafvordering te wijden.

Bovendien zou het zeer moeilijk zijn om de betrokken dossiers te identificeren aan de hand van de processen-verbaal, enz.