SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
12 janvier 2009 12 januari 2009
________________
Question écrite n° 4-2650 Schriftelijke vraag nr. 4-2650

de Margriet Hermans (Open Vld)

van Margriet Hermans (Open Vld)

au ministre du Climat et de l'Energie

aan de minister van Klimaat en Energie
________________
Belgonucléaire - Démantèlement de l'usine Mox - Adjudication du marché - Sécurité Belgonucleaire - Ontmanteling van de Mox-fabriek - Gunning van de opdracht - Veiligheid 
________________
risque financier
politique nucléaire
combustible nucléaire
déclassement de centrale
Centre commun de recherche
matière radioactive
sûreté nucléaire
sécurité nucléaire
financieel risico
nucleair beleid
nucleaire brandstof
stillegging van een centrale
Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek
radioactieve stof
nucleaire veiligheid
nucleaire beveiliging
________ ________
12/1/2009Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2009)
5/3/2009Antwoord
12/1/2009Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2009)
5/3/2009Antwoord
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-2134 Herindiening van : schriftelijke vraag 4-2134
________ ________
Question n° 4-2650 du 12 janvier 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-2650 d.d. 12 januari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Notre pays est à la veille d'un important démantèlement d'une installation de production nucléaire, à savoir Belgonucléaire. Cela exige une organisation très rigoureuse étant donné qu'il s'agit de matériaux nucléaires qui doivent être évacués et stockés en toute sécurité et qu'il faut veiller à une stricte traçabilité.

Dans le monde, peu d'acteurs disposent d'un savoir-faire suffisant et reconnu pour assainir cette installation. Le Centre d'étude de l'énergie nucléaire (CEN) et BP sont deux de ces rares acteurs situés à proximité et qui, de plus, sont suffisamment familiarisés avec le site à assainir. En outre, pour le contribuable, il importe que les soumissionnaires travaillent autant que possible sur la base d'un prix fixe incluant tous les frais en ce, en se fondant sur l'expérience déjà acquise dans ce domaine, faute de quoi les provisions constituées par les anciens clients de Belgonucléaire pour le démantèlement risquent de se révéler insuffisantes, le contribuable devant alors finalement payer la différence.

Curieusement, j'ai appris à diverses sources que Belgonucléaire aurait fixé des conditions d'adjudication insuffisamment strictes en ce qui concerne l'expérience déjà acquise et, surtout, n'imposerait pas que le prix indiqué par les candidats potentiels à l'adjudication soit « tout compris ». De même, il ne serait pas suffisamment tenu compte des exigences de sécurité pour le personnel qui assainira le site et last but not least, la sous-traitance ne serait pas exclue. Il me semble évident que le démantèlement d'un site aussi sensible et comportant des résidus de matériaux radioactifs, ne peut, sous aucun prétexte, être confié à un sous-traitant n'offrant pas de garanties strictes concernant l'expérience acquise, la formation suffisante et la sécurité. Un sous-traitant sans scrupules se contente en effet d'engager des personnes qu'il renverra après le démantèlement.

J'ai également appris que le projet serait scindé en paquets, ce qui permettrait à certains acteurs de s'approprier les missions les plus faciles tandis que seules les tâches difficiles (à savoir celles présentant un risque financier) seraient attribuées aux entreprises publiques ayant un savoir-faire suffisant (comme CEN et BP). C'est une tromperie. J'estime que le projet entier doit être confié à un seul acteur ayant suffisamment d'expertise, pouvant offrir les garanties nécessaires et ayant démontré son expérience, et ce de préférence à un prix « tout compris » afin d'éviter que par la suite, une fois le projet adjugé, la facture ne dépasse les bornes. Si l'on procède ainsi, la population ainsi que le personnel auquel il est fait appel pourront dormir sur leur deux oreilles.

Je souhaite une réponse aux questions suivantes.

1. Le ministre peut-il garantir que pour le démantèlement de Belgonucléaire, on ne recourra pas à des sous-traitants inexpérimentés étant donné le risque particulier de sécurité pour le personnel auquel il sera fait appel ainsi que pour l'environnement, dès lors qu'il s'agit de résidus de matériaux radioactifs ? Le ministre peut-il détailler sa réponse ?

2. Le ministre estime-t-il comme moi que les prix renseignés par les entreprises soumissionnant pour le contrat de démantèlement doivent bien être « tout compris » et s'appliquer au projet dans son ensemble ? Ceci implique que le projet ne sera pas scindé en paquets et que donc les spécialistes n'obtiendront pas uniquement les projets très délicats et coûteux, les projets plus simples et rentables revenant à d'autres acteurs. Si tel n'était pas le cas, il ne serait pas possible de prévoir la facture totale, ce qui ne ferait pas l'affaire du contribuable?

3. Le ministre pense-t-il comme moi que les pouvoirs publics doivent veiller très strictement à ce que le personnel auquel il sera fait appel soit suffisamment formé et à ce que les entreprises concernées démontrent qu'elles ont suffisamment l'expérience de tels projets avant de pouvoir soumissionner pour ce contrat ? Peut-il détailler sa réponse ?

4. Le ministre juge-t-il comme moi que les conditions d'octroi doivent mentionner que le transport de matériaux radioactifs doit être limité autant que possible et que ces matériaux doivent de préférence être traités dans le voisinage immédiat ?

 

In ons land staan we aan de vooravond van een belangrijke ontmanteling van een nucleaire productiefaciliteit, namelijk Belgonucleaire. Dit alles vereist een zeer strikte organisatie gezien het om nucleair materiaal gaat en daar dit materiaal niet alleen veilig moet worden verwijderd en opgeslagen doch tevens er een strikte traceerbaarheid moet zijn.

Wereldwijd zijn er slechts weinig spelers die over voldoende bewezen knowhow beschikken om deze faciliteit te saneren. Het Studiecentrum voor Kernergie (SCK) en BP zijn twee van deze zeldzame spelers die in de buurt wonen en die bovendien voldoende vertrouwd zijn met de te saneren site. Verder is het ook belangrijk voor de belastingbetaler dat de indieners van de offertes zo veel mogelijk werken met een vaste prijs die alle kosten inhoudt en dit op basis van reeds opgedane expertise in dit domein. Anders wordt het risico gelopen dat de provisies voor ontmanteling, opgebouwd door de vroegere klanten van Belgonucleaire, onvoldoende zouden zijn, en dat de belastingbetaler uiteindelijk zou moeten opdraaien voor het verschil.

Vreemd genoeg heb ik vanuit diverse bronnen vernomen dat Belgonucleaire wat betreft de voorwaarden van de gunning onvoldoende vereisten zou stellen wat betreft reeds opgedane ervaring en vooral niet zou opleggen dat de opgegeven prijs vanwege potentiële kandidaten voor de gunning "all in" is. Ook wat betreft de veiligheidseisen van het personeel dat de site zal saneren zou onvoldoende rekening gehouden worden en last but nog least zou onderaanneming niet uitgesloten worden. Het hoeft geen betoog dat de ontmanteling van dergelijke gevoelige site waar resten van radioactief materiaal aanwezig zijn naar mijn mening onder geen enkel beding kan worden uitbesteed aan een onderaannemer zonder strikte garanties wat betreft opgedane ervaring, voldoende opleiding en veiligheid. Een onderaannemer zonder scrupules werft immers gewoon mensen aan die ze na afbraak kunnen dumpen.

Ook heb ik opgevangen dat men het project in pakketten zou kappen, waardoor de gemakkelijkere taken worden weggekaapt en enkel de moeilijke onderdelen (lees opruimonderdelen met financieel risico) aan die publieke ondernemingen zouden worden gegund die wel voldoende knowhow hebben (zoals SCK en BP). Dit is boerenbedrog. Het hele project moet mijns inziens aan één speler worden gegund die voldoende expertise heeft en voldoende garanties kan bieden en die reeds over bewezen ervaring beschikt, waarbij de prijs best "all in" moet zijn, om te voorkomen dat de factuur achteraf, eenmaal het project gegund is de spuigaten uitloopt en waarbij de bevolking en het ingeschakelde personeel op hun twee oren kunnen slapen.

Ik heb dan ook volgende vragen :

1) Kan de geachte minister garanderen dat er wat betreft de ontmanteling van Belgonucleaire geen beroep zal worden gedaan op onervaren onderaanneming gezien het specifieke veiligheidsrisico voor het personeel dat zal worden ingeschakeld, alsook voor de omgeving en gezien het gaat om resten van radioactief materiaal ? Kan hij dit zeer uitvoerig toelichten ?

2) Is hij het met mij eens dat de prijzen die ondernemingen geven die dingen naar het contract voor de ontmanteling wel degelijk all in moeten zijn en dat zij het gehele project omvatten en men dus niet het project in pakketten opdeelt, waarbij uiteindelijk alleen de zeer delicate -kostelijke- projecten voor specialisten zouden zijn en de eenvoudigere rendabele projecten worden weggekaapt, gezien de totaal factuur anders niet te voorspellen valt en de belastingbetaler hier niet mee gediend is ?

3) Is hij het met me eens dat er zeer strikt vanuit de overheid moet worden toegezien op de afdoende opleiding van het personeel dat wordt ingeschakeld en dat ook de desbetreffende ondernemingen voldoende bewezen ervaring moet hebben met dergelijke projecten alvorens ze mogen meedingen met dit contract ? Kan hij dit zeer uitvoerig toelichten ?

4) Is hij het met me eens dat bij de gunningsvoorwaarden moet worden aangegeven dat men het vervoer van radioactief materiaal zoveel mogelijk beperkt en best wordt verwerkt in de onmiddellijke nabijheid ?

 
Réponse reçue le 5 mars 2009 : Antwoord ontvangen op 5 maart 2009 :

J'ai l'honneur de donner à l'honorable membre les réponses suivantes :

1. La première question concerne la sécurité du démantèlement de l'usine MOX (mélange d'oxydes) de Belgonucleaire. On peut trouver la réponse à cette question dans l'autorisation de démantèlement qui a été octroyée fin février 2008 par le Roi, sur proposition du ministre de l'Intérieur. Pour plus d'information en la matière, l'honorable membre est prié de s'adresser à ce ministre.

2. En ce qui concerne cette question, je dois communiquer à l'honorable membre que je ne peux pas intervenir dans les relations entre Belgonucleaire et ses sous-traitants.

3. Cette question a également trait à la sûreté du démantèlement de l'usine MOX. Pour cette question, la même réponse est d'application que pour la première question.

4. Pour la réponse à la quatrième question, il faut se référer également à l'autorisation de démantèlement de Belgonucleaire. Pour plus d'information, l'honorable membre est de nouveau prié de s'adresser au ministre de l'Intérieur. En général, on peut bien affirmer qu'en vertu de la législation existante, les déchets radioactifs du démantèlement de l'usine MOX doivent être repris par l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) aux frais de Belgonucleaire. Ces déchets sont traités et conditionnés sur le site BP1 de Belgoprocess. Ils y sont ensuite entreposés, dans l'attente d'une évacuation ultérieure.

Ik heb de eer het geachte lid te antwoorden op de door haar gestelde vragen.

1. De eerste vraag heeft betrekking op de veiligheid van de ontmanteling van de MOX (“mélange d'oxydes”)-fabriek van Belgonucleaire. Het antwoord op deze vraag kan gevonden worden in de ontmantelingsvergunning die eind februari 2008 werd verleend door de Koning, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken. Voor meer informatie ter zake wordt het geachte lid verzocht zich te richten tot deze minister.

2. Met betrekking tot deze vraag, moet ik het geachte lid meedelen dat ik niet kan tussenkomen in de betrekkingen tussen Belgonucleaire en haar onderaannemers.

3. Deze vraag heeft eveneens betrekking op de veiligheid van de ontmanteling van de MOX-fabriek. Voor deze vraag geldt hetzelfde antwoord als voor de eerste vraag.

4. Voor het antwoord op de vierde vraag moet eveneens verwezen worden naar de ontmantelingsvergunning van Belgonucleaire. Voor meer informatie wordt het geachte lid opnieuw verzocht zich te richten tot de minister van Binnenlandse Zaken. In het algemeen kan wel gesteld worden dat, krachtens de bestaande wetgeving, het radioactief afval van de ontmanteling van de MOX-fabriek moet overgenomen worden door de Nationale Instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) op kosten van Belgonucleaire. Dit afval wordt verwerkt en geconditioneerd op de site BP1 van Belgoprocess. Het wordt er vervolgens opgeslagen in afwachting van de latere berging.