SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2007-2008 Zitting 2007-2008
________________
4 septembre 2008 4 september 2008
________________
Question écrite n° 4-1466 Schriftelijke vraag nr. 4-1466

de Margriet Hermans (Open Vld)

van Margriet Hermans (Open Vld)

au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au Premier ministre

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister
________________
Voyages en avion - Courtes distances - Directives pour les membres du gouvernement et l’administration Vliegreizen - Korte afstanden - Richtlijnen voor regeringsleden en administratie 
________________
voyage
transport aérien
transport à grande vitesse
transport ferroviaire
ministre
fonctionnaire
réduction des émissions de gaz
protection de l'environnement
Protocole de Kyoto
reis
luchtvervoer
snelvervoer
vervoer per spoor
minister
ambtenaar
vermindering van gasemissie
milieubescherming
Protocol van Kyoto
________ ________
4/9/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 9/10/2008)
24/9/2008Antwoord
4/9/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 9/10/2008)
24/9/2008Antwoord
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1451
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1452
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1453
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1454
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1455
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1456
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1457
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1458
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1459
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1460
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1461
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1462
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1463
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1464
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1465
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1467
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1468
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1469
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1470
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1471
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1472
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1451
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1452
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1453
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1454
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1455
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1456
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1457
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1458
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1459
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1460
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1461
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1462
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1463
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1464
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1465
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1467
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1468
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1469
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1470
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1471
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1472
________ ________
Question n° 4-1466 du 4 septembre 2008 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-1466 d.d. 4 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Je me réfère à ma question écrite précédente nº 4-978 dans laquelle je plaidais pour que l’on utilise le plus possible le train comme moyen de transport pour les missions à l’étranger. Cela, à l’instar de l’État néerlandais qui a adopté une motion fixant, notamment, que le train (à grande vitesse) constitue une bonne alternative et que le gouvernement doit veiller à ce que l’on prenne le train pour des missions de moins de cinq cents kilomètres.

Un récent calcul montre que les déplacements par avion effectués par les membres du gouvernement, les membres des cellules stratégiques et les fonctionnaires de l’administration fédérale représentent environ 6.500 allers et retours par an. Ces vols entraînent environ 13.000 tonnes d’émissions de CO2 par an et ont donc un impact considérable sur l’environnement.

Le ministre du Climat et de l’Énergie déclare qu’il essaie, en concertation avec les autres membres du gouvernement, de trouver des solutions pour limiter cet impact et veiller à ce que les autorités fédérales prennent leur rôle d’exemple dans ce domaine à cœur.

Á l’heure actuelle, le ministre du Climat et de l’Énergie et celui des Affaires sociales et de la Santé publique ont arrêté des instructions visant à obliger les fonctionnaires des départements concernés à prendre le train pour toutes les destinations situées à moins de 300 kilomètres (Londres, Paris, Amsterdam, Cologne, etc) et à préférer le train pour des plus grands parcours qui peuvent être effectués en train en moins de dix heures (par exemple vers les villes du Sud de la France, la Suisse, …)

Pour les déplacements qui doivent quand même se faire par avion, les émissions sont neutralisées soit par l’achat de certificats dans des programmes de compensation, soit par l’achat et l’annulation de droits d’émission prévus par le système européen du commerce des émissions ou par le Protocole de Kyoto.

Le ministre du Climat et de l’Énergie a répondu qu’il veut élargir cette initiative à tous les membres du gouvernement et au personnel des SPF et des SPP, ainsi qu’aux organismes d’intérêt public. Une décision de principe a été prise en ce sens et un groupe de travail a été mis sur pied, mais aucun accord n’est encore intervenu au sein de ce groupe. Il y a manifestement un problème.

Je souhaiterais par conséquent obtenir une réponse détaillée aux questions suivantes :

1) Partagez-vous le point de vue selon lequel, à l’instar du parlement, le gouvernement a une mission d’exemple à remplir en matière de climat ?

2) Quelle est votre position à l’égard du principe selon lequel le ministre ou le secrétaire d’état ainsi que les départements et SPF qui relèvent de sa ou de ses compétences doivent utiliser le train pour toutes les destinations à l’étranger qui se situent à moins de 300 km ?

3) Ce principe est-il déjà appliqué par vous-même et par les SPF, les cellules stratégiques et les départements qui relèvent de votre compétence ? Dans la négative, pourquoi pas ?

4) Quelle est votre position à l’égard du principe selon lequel l’émission doit être neutralisée lorsque le déplacement s’effectue malgré tout par avion ?

5) Appliquez-vous déjà ce principe personnellement ? Les départements, cellules stratégiques et SPF qui relèvent de vos compétences appliquent-ils déjà ce principe ? Dans l’affirmative, combien cela vous a-t-il déjà coûté et quelle est l’estimation du surcoût sur une base annuelle ?

6) Dans la négative, pourquoi n’appliquez-vous pas le principe de la neutralisation des déplacements par avion ?

 

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 4-978, waarin ik pleitte om waar mogelijk bij buitenlandse missies de trein als vervoermiddel te gebruiken. Dit naar het Nederlandse voorbeeld, waar een parlementaire motie werd goedgekeurd die onder meer stelde dat de (hogesnelheids)trein een goed alternatief is en dat de regering ervoor moet zorgen dat voor dienstreizen tot vijf honderd kilometer de trein wordt genomen.

Volgens een recente evaluatie zou het aantal verplaatsingen per vliegtuig door de regeringsleden, de leden van de strategische cellen en de ambtenaren van de federale administraties ongeveer 6 500 heen- en terugvluchten per jaar bedragen. Die vluchten veroorzaken een jaarlijkse CO2-uitstoot van om en bij de 13 000 ton en hebben dus een aanzienlijke impact op het milieu.

De minister van Klimaat en Energie gaf aan dat hij in overleg met de andere leden van de regering oplossingen tracht te zoeken om die impact te beperken, en om ervoor te zorgen dat de federale overheden hun voorbeeldfunctie op dit domein ter harte nemen.

Momenteel hebben de ministers van Klimaat en Energie en van Sociale Zaken en Volksgezondheid instructies uitgevaardigd waarbij de ambtenaren van de betrokken departementen verplicht worden de trein te nemen voor alle bestemmingen die zich op minder dan 300 kilometer afstand bevinden (Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen, enz.) en dat de trein ook de voorkeur zal krijgen voor grotere afstanden die per trein bereikt kunnen worden in minder dan tien uur (bijvoorbeeld de steden in Zuid-Frankrijk, Zwitserland, …).

Voor de verplaatsingen die toch per vliegtuig moeten gebeuren, wordt de uitstoot geneutraliseerd, ofwel door de aankoop van certificaten bij compensatieprogramma’s, ofwel door het aankopen en het annuleren van emissierechten volgens het Europees emissiehandelsysteem, of volgens het Protocol van Kyoto.

De minister van Klimaat en Energie antwoordde dit initiatief te willen uitbreiden tot alle regeringsleden en het personeel van de FOD’s en de POD’s en de instellingen van openbaar nut. Een principebeslissing in die zin werd genomen en een werkgroep werd opgericht, doch binnen de groep werd nog geen akkoord bereikt. Er zit dus duidelijk iets strop.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen :

1) Bent u het eens met de stelling dat de regering inzake het klimaat een voorbeeldfunctie heeft te vervullen, net als het parlement?

2) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat de minister of staatssecretaris en de departementen en FOD’s die onder zijn of haar bevoegdheid vallen de trein moeten nemen voor alle bestemmingen in het buitenland die zich op minder dan 300 km afstand bevinden?

3) Wordt dit heden reeds toegepast door uzelf en de FOD’s, beleidscellen en departementen waarvoor u bevoegd bent? Zo neen, waarom niet?

4) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat als de verplaatsing toch per vliegtuig dient te geschieden, de uitstoot dient te worden geneutraliseerd?

5) Past u dit persoonlijk reeds toe en passen de departementen, de beleidscellen en de FOD’s waarvoor u bevoegd bent dit reeds toe? Zo ja, hoeveel heeft dit u reeds gekost en wat is de geschatte meerkost op jaarbasis?

6) Zo neen waarom past u het principe van de neutralisering van de verplaatsingen per vliegtuig niet toe?

 
Réponse reçue le 24 septembre 2008 : Antwoord ontvangen op 24 september 2008 :

J'ai l'honneur de communiquer à l'honorable membre les informations suivantes.

1. Conformément à la disposition contenue dans l'Accord du gouvernement d'opter résolument pour le développement durable comme ligne conductrice de sa politique et de ses actions, le gouvernement souscrit la thèse qu'il a, comme le Parlement, une fonction d'exemple à l'égard de la politique de climat en général et de la diminution des émissions de CO2 en particulier.

2. Pour les trajets en Belgique, conformément à la réglementation en vigueur, les déplacements se font dans la quasi totalité des cas en train.

Pour ce qui concerne les missions à l'étranger, une note de service interne au SPF Mobilité et Transports en fixe les règles. Même si la « règle des 300 km » n'y est pas formellement inscrite, dans le cadre du développement durable et du projet EMAS (Eco-Management and Audit Scheme) visant une intégration de la composante environnementale dans le cadre des activités et missions du SPF Mobilité et Transports, les agents du département sont invités à utiliser de préférence le train pour leurs déplacements à condition que la durée totale du trajet ne dépasse pas de plus de 50 % le temps total d'un autre moyen de transport envisageable (avion ou voiture) et que les horaires le permettent.

Cette note précise par ailleurs que toute mission vers l'une des destinations desservies par les lignes Thalys et Eurostar ainsi que vers Bonn, Lille, Strasbourg, Hoofddorp, Utrecht, Luxembourg et Maastricht doit être effectuée exclusivement en train.

3. Une nouvelle note de service en matière de déplacements à l'étranger est en cours d'élaboration. Les dispositions actuellement en vigueur seront renforcées et l'accent sera mis davantage encore sur un plus grand respect des normes environnementales.

4. Sur proposition du ministre du Climat et de l'Énergie, le Conseil des ministres a, le 15 février 2008, marqué son accord de principe sur la compensation des émissions de gaz à effet de serre lors des déplacements en avion des membres du gouvernement. Le groupe de travail chargé d'affiner le champ d'application ainsi que les modalités, n'a jusqu'à présent pas pu clôturer ses travaux par un accord unanime.

Dans le cadre de la certification EMAS du département, une première estimation de l'incidence sur les émanations de CO2 pour les voyages de service depuis l'année 2006 a été entamée. Ces chiffres concernent les voyages effectués en avion mais il est prévu à court terme de mettre en balance les mêmes données pour les déplacements en voiture et en train.

Il est également prévu que pour la fin de cette année, le SPF Mobilité et Transports entame les démarches en vue de demander la neutralisation de nos émanations CO2 par le biais du Fonds Kyoto.

Dans l'attente des dispositions légales et réglementaires formelles, les données relatives aux déplacements au sein du SPF Mobilité et Transports sont récoltées et analysées en fonction de l'application liée au site https://myclimate.org/.

5 et 6. Comme expliqué plus haut, le SPF Mobilité et Transports dispose des données depuis 2006.

Pour information, voici un tableau récapitulatif relatif au nombre de voyages en avion, au nombre de kilos de CO2 dégagé ainsi qu'au coût théorique de la neutralisation :


Année

Nombre de voyages en avions

Compensation CO2

Coût en euros

2006

152

109 366 kg

2 581,98

2007

205

185 100 kg

4 107,67

2008

126

84 842 kg

1 879,67





Ik heb de eer het geachte lid de volgende informatie mee te delen.

1. In lijn met de bepaling in het Regeerakkoord om resoluut te kiezen voor duurzame ontwikkeling als leidraad van haar beleid en haar handelen, onderschrijft de regering de stelling dat zij, net als het Parlement, een voorbeeldfunctie heeft ten aanzien van het klimaatbeleid in het algemeen en de beperking van de CO2-uitstoot in het bijzonder.

2. In overeenstemming met de geldende reglementering gebeuren de dienstreizen in België bijna volledig met de trein.

Bij de FOD Mobiliteit en Vervoer legt een interne dienstnota de regels vast met betrekking tot de buitenlandse reizen. Zelfs al bestaat er formeel geen « 300 km afstand regel », toch vragen we de personeelsleden van het departement om voor hun verplaatsingen bij voorkeur de trein te nemen, op voorwaarde dat het traject maximum 50 % langer duurt dan de volledige tijd met een ander mogelijk vervoersmiddel (vliegtuig of auto) en de arbeidstijden het toelaten. Dit past in het kader van duurzame ontwikkeling en van het EMAS-project (Eco-Management and Audit Scheme), dat het milieuaspect in de activiteiten en opdrachten van de FOD Mobiliteit en Vervoer wil integreren.

De nota verduidelijkt ook dat elke dienstreis naar een bestemming waarvoor een Thalys of Eurostarverbinding bestaat, evenals deze naar Bonn, Rijsel, Straatsburg, Hoofddorp, Utrecht, Luxemburg en Maastricht, uitsluitend met de trein moet gebeuren.

3. Men werkt momenteel aan een nieuwe dienstnota over buitenlandse dienstreizen. De huidige bepalingen zullen worden versterkt. Men zal er nog meer de nadruk op leggen dat de milieunormen nog beter nageleefd worden.

4. Op voorstel van de minister van Klimaat en Energie heeft de Ministerraad op 15 februari 2008 zijn principiële goedkeuring gehecht aan een compensatie van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt door verplaatsingen per vliegtuig van de regeringsleden. De werkgroep die er toen mee werd belast het toepassingsgebied en de modaliteiten te verfijnen, heeft haar werkzaamheden nog niet met een eensluidend besluit kunnen afronden.

In het kader van de EMAS certificatie van het departement werd gestart met een eerste schatting van de gevolgen van de CO2-uitstoot voor de dienstreizen sinds het jaar 2006. Deze cijfers hebben betrekking op vliegtuigreizen maar op korte termijn zullen dezelfde gegevens bekeken worden voor de verplaatsingen met de wagen en de trein.

Voor het einde van het jaar is het eveneens voorzien dat de FOD Mobiliteit en Vervoer de eerste stappen zet om onze CO2-uitstoten te neutraliseren via het Kyoto Fonds.

In afwachting van formele wettelijke en reglementaire bepalingen worden de gegevens met betrekking tot de verplaatsingen binnen de FOD Mobiliteit en Vervoer verzameld en geanalyseerd volgens de applicatie op de site https://myclimate.org/.

5 en 6. Zoals hierboven vermeld, beschikt de FOD Mobiliteit en Vervoer sinds 2006 over cijfers.

Ter info vindt u hierbij een overzichtstabel met betrekking tot het aantal vliegtuigreizen, het aantal kilo vrijgekomen CO2 als ook de theoretische kost van de neutralisatie :


Jaar

Aantal vliegreizen

CO2 compensatie

Kost in euro

2006

152

109 366 kg

2 581,98

2007

205

185 100 kg

4 107,67

2008

126

84 842 kg

1 879,67