| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Session 2007-2008 | Zitting 2007-2008 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| 4 septembre 2008 | 4 september 2008 | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question écrite n° 4-1453 | Schriftelijke vraag nr. 4-1453 | ||||||||
de Margriet Hermans (Open Vld) |
van Margriet Hermans (Open Vld) |
||||||||
à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Voyages en avion - Courtes distances - Directives pour les membres du gouvernement et l’administration | Vliegreizen - Korte afstanden - Richtlijnen voor regeringsleden en administratie | ||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| voyage transport aérien transport à grande vitesse transport ferroviaire ministre fonctionnaire réduction des émissions de gaz protection de l'environnement Protocole de Kyoto |
reis luchtvervoer snelvervoer vervoer per spoor minister ambtenaar vermindering van gasemissie milieubescherming Protocol van Kyoto |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
|
|
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1451 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1452 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1454 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1455 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1456 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1457 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1458 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1459 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1460 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1461 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1462 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1463 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1464 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1465 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1466 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1467 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1468 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1469 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1470 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1471 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1472 |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1451 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1452 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1454 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1455 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1456 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1457 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1458 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1459 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1460 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1461 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1462 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1463 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1464 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1465 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1466 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1467 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1468 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1469 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1470 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1471 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1472 |
||||||||
| ________ | ________ | ||||||||
| Question n° 4-1453 du 4 septembre 2008 : (Question posée en néerlandais) | Vraag nr. 4-1453 d.d. 4 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||||||
Je me réfère à ma question écrite précédente nº 4-978 dans laquelle je plaidais pour que l’on utilise le plus possible le train comme moyen de transport pour les missions à l’étranger. Cela, à l’instar de l’État néerlandais qui a adopté une motion fixant, notamment, que le train (à grande vitesse) constitue une bonne alternative et que le gouvernement doit veiller à ce que l’on prenne le train pour des missions de moins de cinq cents kilomètres. Un récent calcul montre que les déplacements par avion effectués par les membres du gouvernement, les membres des cellules stratégiques et les fonctionnaires de l’administration fédérale représentent environ 6.500 allers et retours par an. Ces vols entraînent environ 13.000 tonnes d’émissions de CO2 par an et ont donc un impact considérable sur l’environnement. Le ministre du Climat et de l’Énergie déclare qu’il essaie, en concertation avec les autres membres du gouvernement, de trouver des solutions pour limiter cet impact et veiller à ce que les autorités fédérales prennent leur rôle d’exemple dans ce domaine à cœur. Á l’heure actuelle, le ministre du Climat et de l’Énergie et celui des Affaires sociales et de la Santé publique ont arrêté des instructions visant à obliger les fonctionnaires des départements concernés à prendre le train pour toutes les destinations situées à moins de 300 kilomètres (Londres, Paris, Amsterdam, Cologne, etc) et à préférer le train pour des plus grands parcours qui peuvent être effectués en train en moins de dix heures (par exemple vers les villes du Sud de la France, la Suisse, …) Pour les déplacements qui doivent quand même se faire par avion, les émissions sont neutralisées soit par l’achat de certificats dans des programmes de compensation, soit par l’achat et l’annulation de droits d’émission prévus par le système européen du commerce des émissions ou par le Protocole de Kyoto. Le ministre du Climat et de l’Énergie a répondu qu’il veut élargir cette initiative à tous les membres du gouvernement et au personnel des SPF et des SPP, ainsi qu’aux organismes d’intérêt public. Une décision de principe a été prise en ce sens et un groupe de travail a été mis sur pied, mais aucun accord n’est encore intervenu au sein de ce groupe. Il y a manifestement un problème. Je souhaiterais par conséquent obtenir une réponse détaillée aux questions suivantes : 1) Partagez-vous le point de vue selon lequel, à l’instar du parlement, le gouvernement a une mission d’exemple à remplir en matière de climat ? 2) Quelle est votre position à l’égard du principe selon lequel le ministre ou le secrétaire d’état ainsi que les départements et SPF qui relèvent de sa ou de ses compétences doivent utiliser le train pour toutes les destinations à l’étranger qui se situent à moins de 300 km ? 3) Ce principe est-il déjà appliqué par vous-même et par les SPF, les cellules stratégiques et les départements qui relèvent de votre compétence ? Dans la négative, pourquoi pas ? 4) Quelle est votre position à l’égard du principe selon lequel l’émission doit être neutralisée lorsque le déplacement s’effectue malgré tout par avion ? 5) Appliquez-vous déjà ce principe personnellement ? Les départements, cellules stratégiques et SPF qui relèvent de vos compétences appliquent-ils déjà ce principe ? Dans l’affirmative, combien cela vous a-t-il déjà coûté et quelle est l’estimation du surcoût sur une base annuelle ? 6) Dans la négative, pourquoi n’appliquez-vous pas le principe de la neutralisation des déplacements par avion ? |
Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 4-978, waarin ik pleitte om waar mogelijk bij buitenlandse missies de trein als vervoermiddel te gebruiken. Dit naar het Nederlandse voorbeeld, waar een parlementaire motie werd goedgekeurd die onder meer stelde dat de (hogesnelheids)trein een goed alternatief is en dat de regering ervoor moet zorgen dat voor dienstreizen tot vijf honderd kilometer de trein wordt genomen. Volgens een recente evaluatie zou het aantal verplaatsingen per vliegtuig door de regeringsleden, de leden van de strategische cellen en de ambtenaren van de federale administraties ongeveer 6 500 heen- en terugvluchten per jaar bedragen. Die vluchten veroorzaken een jaarlijkse CO2-uitstoot van om en bij de 13 000 ton en hebben dus een aanzienlijke impact op het milieu. De minister van Klimaat en Energie gaf aan dat hij in overleg met de andere leden van de regering oplossingen tracht te zoeken om die impact te beperken, en om ervoor te zorgen dat de federale overheden hun voorbeeldfunctie op dit domein ter harte nemen. Momenteel hebben de ministers van Klimaat en Energie en van Sociale Zaken en Volksgezondheid instructies uitgevaardigd waarbij de ambtenaren van de betrokken departementen verplicht worden de trein te nemen voor alle bestemmingen die zich op minder dan 300 kilometer afstand bevinden (Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen, enz.) en dat de trein ook de voorkeur zal krijgen voor grotere afstanden die per trein bereikt kunnen worden in minder dan tien uur (bijvoorbeeld de steden in Zuid-Frankrijk, Zwitserland, …). Voor de verplaatsingen die toch per vliegtuig moeten gebeuren, wordt de uitstoot geneutraliseerd, ofwel door de aankoop van certificaten bij compensatieprogramma’s, ofwel door het aankopen en het annuleren van emissierechten volgens het Europees emissiehandelsysteem, of volgens het Protocol van Kyoto. De minister van Klimaat en Energie antwoordde dit initiatief te willen uitbreiden tot alle regeringsleden en het personeel van de FOD’s en de POD’s en de instellingen van openbaar nut. Een principebeslissing in die zin werd genomen en een werkgroep werd opgericht, doch binnen de groep werd nog geen akkoord bereikt. Er zit dus duidelijk iets strop. Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen : 1) Bent u het eens met de stelling dat de regering inzake het klimaat een voorbeeldfunctie heeft te vervullen, net als het parlement? 2) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat de minister of staatssecretaris en de departementen en FOD’s die onder zijn of haar bevoegdheid vallen de trein moeten nemen voor alle bestemmingen in het buitenland die zich op minder dan 300 km afstand bevinden? 3) Wordt dit heden reeds toegepast door uzelf en de FOD’s, beleidscellen en departementen waarvoor u bevoegd bent? Zo neen, waarom niet? 4) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat als de verplaatsing toch per vliegtuig dient te geschieden, de uitstoot dient te worden geneutraliseerd? 5) Past u dit persoonlijk reeds toe en passen de departementen, de beleidscellen en de FOD’s waarvoor u bevoegd bent dit reeds toe? Zo ja, hoeveel heeft dit u reeds gekost en wat is de geschatte meerkost op jaarbasis? 6) Zo neen waarom past u het principe van de neutralisering van de verplaatsingen per vliegtuig niet toe? |
||||||||
| Réponse reçue le 17 novembre 2008 : | Antwoord ontvangen op 17 november 2008 : | ||||||||
En réponse à vos différentes questions, je souhaite attirer votre attention sur les points suivants : 1. Les émissions de gaz à effet de serre de l’aviation internationale ne font actuellement l’objet d’aucune réglementation. La contribution du transport aérien aux émissions de gaz à effet de serre, et donc son impact sur les changements climatiques, est toutefois en progression constante et rapide. 2. L’action 17 du Plan fédéral de développement durable (PFDD) 2004-2008 (rôle d’exemple des autorités) établit que la mobilité des fonctionnaires entraîne d’importantes nuisances environnementales, et qu’à terme un système international reconnu de gestion environnementale (Eco-Management and Audit Scheme (EMAS, ISO 14001) doit devenir un instrument obligatoire pour tous les Services publics fédéraux (SPF). Ce type de systèmes impose aux administrations de réduire l’impact de leurs activités sur l’environnement et d’améliorer progressivement leurs performances environnementales, y compris dans les aspects liés à la mobilité. 3. Dans ce contexte, la rationalisation des déplacements en avion des agents des services fédéraux, le recours au train, lorsque cela est praticable, et la compensation des émissions de CO2 gaz à effet de serre générées par les déplacements en avion m’apparaissent comme des mesures prioritaires. 4. J’ai donc décidé que le SPF Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement et le SPF Affaires sociales dans leur ensemble et leurs différentes directions générales, devaient montrer l’exemple. Anticipant les résultats du groupe de travail du gouvernement fédéral relatif à la compensation des émissions de gaz à effet de serre causées par les déplacements en avion des membres du gouvernement et des administrations fédérales, j’ai donc transmis, le 22 avril 2008, des instructions en ce sens au président du Comité de direction du SPF Santé publique et du SPF Affaires sociales. En ce qui concerne le SPF Santé publique : 1. Les instructions suivantes, examinées par le Comité de direction du SPF Santé publique du 6 juin 2008, sont d’ores et déjà d’application:
2. Les émissions causées par tous les déplacements qui se feront par avion devront être compensées dans tous les cas au moyen de :
Atmosfair: www.atmosfair.com; MyClimate: www.myclimate.ch; Climatefriendly: www.climatefriendly.com; Climact: www.climact.com; CO2Logic: www.CO2logic.com; CompenCO2: www.compenCO2.be.
L’établissement de la procédure pour la mise en œuvre pratique de ce dernier point est actuellement en phase de finalisation au sein du SPF Santé publique. 3. Sur base de l’expérience menée au sein du Service Changements climatiques (direction générale (DG) Environnement), qui pratique volontairement depuis plusieurs années la compensation des émissions pour l’ensemble des déplacements en avion de ses agents, le surcoût associé à l’achat de certificats de compensation est estimé, sur base annuelle, à 5,3%. Il convient de noter que ce surcoût peut largement être réduit (voire annulé) si le système de compensation est envisagé dans une démarche intégrée visant à rationnaliser les déplacements en avion. En ce qui concerne le SPF Sécurité Sociale: Les directives internes du SPF Sécurité sociale stipulent que les agents qui doivent se rendre en mission de service dans un rayon de 500 km ont droit à un billet de train de première classe. Seules les missions de service d’une distance supérieure à 500 km s’effectuent en avion. Pour l’instant, les émissions causées par les missions de service du SPF Sécurité sociale (cellule stratégique exclue) effectuées en avion ne sont pas neutralisées. Le coût d’une éventuelle neutralisation de ces émissions a été calculé l’an dernier et représenterait un surcoût annuel de 1 000 à 1 800 euros, sans tenir compte de la charge de travail supplémentaire. Le SPF Sécurité sociale choisit de ne pas neutraliser les émissions par le biais de la compensation mais préfère limiter le nombre de missions à l’étranger effectuées en avion et encourager l’utilisation du train. En ce qui concerne les institutions publiques de sécurité sociale placées sous ma tutelle: Fonds des maladies professionnelles : Pour des déplacements de moins de 300 km, le Fonds des maladies professionnelles a opté pour un déplacement en train. Institut national d’assurance maladie-invalidité : Le nombre de missions à l’étranger confiées aux agents de l’INAMI est relativement limité. Les déplacements de moins de 300 km se font en train. Office national de sécurité sociale : Lorsqu’un collaborateur est chargé d’une mission à l’étranger et que sa destination se situe à moins de 300 km, l’utilisation de l’avion comme moyen de transport n’est jamais envisagé à l’ONSS. Si la localité de destination est desservie par le chemin de fer, l’utilisation de ce moyen de transport est privilégiée. Si la localité n’est pas, ou trop difficilement, accessible par le train, la mission est réalisée à l’aide d’un véhicule de service. La « neutralisation », par l’achat de certificats quelconques n’est pas d’application dès lors que l’utilisation de l’avion n’est pas autorisée dans les hypothèses soulevées par le membre. Caisse auxiliaire d’assurance maladie-invalidité : Les membres du personnel de la Caisse auxiliaire n’utilisent pas d’avion pour leurs missions. Office national de sécurité sociale des administrations provinciales et locales (ONSSAPL) : Les fonctionnaires de l’ONSSAPL n’effectuent pas de missions à l’étranger et n’utilisent donc pas d’avion dans ce cadre. Les missions ne dépassent pas les frontières de notre pays. Office national d’allocations familiales pour travailleurs salariés (ONAFTS) : Lors du choix d’un moyen de transport pour des voyages à l’étranger, on tient compte du coût, de la durée du voyage et de l’environnement. L’usage du train n’est toutefois pas systématiquement privilégié pour une destination distante de moins de 300 km. En 2006, au total, neuf voyages en avion ont été faits par des membres du personnel de l’ONAFTS. En 2007, au total, huit voyages en avion ont été faits et en 2008 (jusqu’au 23 septembre 2008) trois. Chacun de ces voyages portait sur une distance de plus de 300 km. Le principe de la neutralisation de l’émission sera toutefois prochainement appliqué à l’ONAFTS. J’ai transmis récemment des instructions en ce sens au président du Comité de direction du SPF Affaires sociales. Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins : Ces deux dernières années, les membres du personnel de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins n'ont pas effectué de déplacement à l'étranger. Office de la sécurité sociale d’outre-mer (OSSOM): Les déplacements de moins de 300 km se font en train. Le principe de la neutralisation de l’émission sera toutefois prochainement appliqué à l’OSSOM. J’ai transmis récemment des instructions en ce sens au président du Comité de direction du SPF Affaires sociales. Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités : Les agents de l'Office de contrôle ne prennent pas, dans le cadre de missions de service, d'avion pour les destinations qui se situent à moins de 300 km. Banque-carrefour de la sécurité sociale : La Banque-carrefour de la sécurité sociale ne connaît pas de directives spécifiques en ce qui concerne les éventuels déplacements lointains de ses agents. Lorsque les collaborateurs de la Banque-carrefour doivent se déplacer à des fins professionnelles, ces déplacements sont généralement effectués en voiture ou en train (en tout cas si la distance est inférieure à 300 km). Ce n'est que dans les cas exceptionnels où la distance à parcourir ne peut pas être raisonnablement effectuée en voiture ou en train qu'un voyage en avion est possible (les cinq dernières années moins de quatre vols par an en moyenne). Le principe de la neutralisation de l’émission sera toutefois prochainement appliqué à la Banque-carrefour de la sécurité sociale. J’ai transmis récemment des instructions en ce sens au président du Comité de direction du SPF Affaires sociales. |
Als antwoord op uw verschillende vragen wens ik uw aandacht te vestigen op de volgende punten: 1. De broeikasgasemissies van de internationale luchtvaart zijn momenteel aan geen enkele regelgeving onderworpen. Het aandeel van het luchtvervoer in de broeikasgasemissies, en dus de impact ervan op de klimaatverandering, stijgt nochtans voortdurend en in snel tempo. 2. Actie 17 van het Federale Plan voor duurzame ontwikkeling (FPDO) 2004-2008 (voorbeeldfunctie van de overheid) stelt dat de verplaatsing van de ambtenaren aanzienlijke milieuhinder veroorzaakt, en dat een internationaal erkend systeem inzake milieuzorg (Eco-Management and Audit Scheme (EMAS), ISO 14001) op termijn een verplicht instrument moet worden voor alle Federale Overheidsdiensten (FOD’s). Dit soort systemen verplicht de administraties om de impact van hun activiteiten op het milieu te beperken en hun milieuprestaties geleidelijk aan te verbeteren, ook voor de aspecten die verband houden met verplaatsingen. 3. In deze context zijn de rationalisatie van de verplaatsingen per vliegtuig van de ambtenaren van de federale diensten, het gebruik van de trein als dat haalbaar is, en de compensatie van de CO2-broeikasgasemissies die veroorzaakt worden door verplaatsingen per vliegtuig, mijns inziens prioritaire maatregelen. 4. Ik heb dus beslist dat de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu en de FOD Sociale Zaken in hun geheel en binnen hun verschillende directoraten-generaal, het voorbeeld moest geven. Vooruitlopend op de resultaten van de werkgroep van de federale regering met betrekking tot de compensatie van de broeikasgasemissies veroorzaakt door de verplaatsingen per vliegtuig van de leden van de regering en de federale administraties, heb ik dus op 22 april 2008 instructies in die zin bezorgd aan de voorzitter van het Directiecomité van de FOD Volksgezondheid en de FOD Sociale Zaken. Wat de FOD Volksgezondheid betreft: 1. De volgende instructies werden onderzocht door het Directiecomité van de FOD Volksgezondheid van 6 juni l2008 en zijn nu al van toepassing:
2. Alle emissies die veroorzaakt worden door verplaatsingen met het vliegtuig moeten in elk geval gecompenseerd worden door middel van:
Atmosfair: www.atmosfair.com; MyClimate: www.myclimate.ch; Climatefriendly: www.climatefriendly.com; Climact: www.climact.com; CO2Logic: www.CO2logic.com;
Momenteel wordt binnen de FOD Volksgezondheid de laatste hand gelegd aan de uitwerking van de procedure voor de praktische uitvoering van dit laatste punt. 3. Op basis van het experiment binnen de dienst Klimaatverandering directie generaal (DG) Leefmilieu), waar de uitstoot van alle verplaatsingen per vliegtuig van de ambtenaren die er werken, al meerdere jaren vrijwillig gecompenseerd wordt, worden de meerkosten die gepaard gaan met de aankoop van compensatiecertificaten op jaarbasis geraamd op 5,3%. Er dient te worden opgemerkt dat deze meerkosten aanzienlijk kunnen worden verminderd (of zelfs weggewerkt) als het compensatiesysteem beschouwd wordt binnen een geïntegreerde aanpak met het oog op de rationalisatie van de verplaatsingen per vliegtuig. Wat de FOD Sociale Zekerheid betreft: De interne richtlijnen van de FOD Sociale Zekerheid bepalen dat de ambtenaren die op dienstopdracht dienen te gaan binnen een straal van 500 km recht hebben op een treinticket eerste klas. Pas wanneer de afstand groter is dan 500 km kan de dienstopdracht gebeuren per vliegtuig. Op dit moment wordt de uitstoot veroorzaakt door de dienstopdrachten van de FOD Sociale Zekerheid (exclusief beleidscel) die per vliegtuig gebeuren niet geneutraliseerd. De kostprijs van een eventuele neutralisatie van deze uitstoot werd vorig jaar berekend en dit zou een jaarlijkse meerkost van 1 000 à 1 800 euro met zich meebrengen, dit zonder rekening te houden met de extra werklast. De FOD Sociale Zekerheid kiest ervoor om de uitstoot niet te neutraliseren via compensatie maar om het aantal buitenlandse zendingen per vliegtuig te beperken en het gebruik van trein te stimuleren. Wat betreft de openbare instellingen van sociale zekerheid die onder mijn bevoegdheid staan: Fonds voor de beroepsziekten Voor verplaatsingen van minder dan 300 km wordt in het Fonds voor de beroepsziekten een verplaatsing per trein geopteerd. Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeits-verzekering (RIZIV): Het aantal buitenlandse zendingen van personeelsleden van het RIZIV is vrij beperkt. Verplaatsingen binnen de 300 km gebeuren per trein. Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ): In het geval dat een medewerker met een opdracht in het buitenland wordt belast en zijn bestemming zich op een afstand van minder dan 300 km bevindt, wordt het gebruik van het vliegtuig als vervoermiddel nooit overwogen bij de RSZ. Indien er voor de plaats van bestemming een spoorwegverbinding is, wordt het gebruik van dit vervoermiddel bevoorrecht. Indien de plaats van bestemming niet of veel te moeilijk met de trein bereikbaar is, wordt de opdracht uitgevoerd door gebruik te maken van een dienstwagen. De “neutralisering” via de aankoop van welke certificaten dan ook is niet van toepassing, aangezien het gebruik van het vliegtuig als vervoermiddel in de hypothesen geopperd door het geachte lid niet is toegestaan. Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering: De personeelsleden bij de Hulpkas maken geen gebruik van het vliegtuig bij hun dienstreizen. Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO): De ambtenaren van RSZPPO ondernemen geen buitenlandse missies en maken dus ook geen gebruik van het vliegtuig in dat kader. De dienstreizen strekken zich niet verder uit dan onze landsgrenzen. Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers (RKW): Bij de keuze van een vervoersmiddel voor reizen naar het buitenland wordt rekening gehouden met de kostprijs, de reisduur en het milieu. Er wordt echter niet systematisch gekozen voor het gebruik van de trein naar een bestemming voor een afstand van minder dan 300 km. In 2006 werden in totaal negen reizen per vliegtuig gemaakt door personeelsleden van de RKW. In 2007 werden acht vliegreizen gemaakt en in 2008 (tot 23 september 2008) drie. Elk van deze reizen had een langere afstand dan 300 km. Het principe van het neutraliseren van de uitstoot zal echter binnenkort ook toegepast worden in de RKW. Ik heb onlangs instructies in die zin bezorgd aan de voorzitter van het Directiecomité de FOD Sociale zaken. Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden: De jongste twee jaren werden geen verplaatsingen naar het buitenland gemaakt door personeelsleden van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden. Dienst voor de overzeese sociale zekerheid (DOSZ): Verplaatsingen binnen de 300 km gebeuren per trein. Het principe van het neutraliseren van de uitstoot zal echter binnenkort ook toegepast worden in de DOSZ. Ik heb onlangs instructies in die zin bezorgd aan de voorzitter van het Directiecomité de FOD Sociale zaken. Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen: De ambtenaren van de Controledienst nemen, in het kader van dienstopdrachten, geen vliegtuig voor bestemmingen die zich op minder dan 300 km afstand bevinden. Kruispuntbank van de sociale zekerheid: De Kruispuntbank van de sociale zekerheid kent geen specifieke richtlijnen met betrekking tot de eventuele verre verplaatsingen van haar personeelsleden. Indien medewerkers van de Kruispuntbank zich voor beroepsdoeleinden dienen te verplaatsen, gebeurt dat doorgaans met de auto of de trein (in elk geval indien de afstand minder dan 300 km bedraagt). Enkel in het uitzonderlijke geval dat een afstand niet redelijkerwijze met de auto of de trein kan worden afgelegd, wordt gebruik gemaakt van het vliegtuig (de laatste vijf jaar gemiddeld minder dan vier vluchten per jaar). Het principe van het neutraliseren van de uitstoot zal echter binnenkort ook toegepast worden in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Ik heb onlangs instructies in die zin bezorgd aan de voorzitter van het Directiecomité de FOD Sociale zaken. |