SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2007-2008 Zitting 2007-2008
________________
17 juin 2008 17 juni 2008
________________
Question écrite n° 4-1130 Schriftelijke vraag nr. 4-1130

de Michel Delacroix (FN)

van Michel Delacroix (FN)

au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
________________
Tribunal de police de Bruxelles - Infractions de roulage - Signification des citations - Délais Politierechtbank van Brussel - Verkeersovertredingen - Betekenen van dagvaardingen - Termijnen 
________________
juridiction pénale
infraction au code de la route
arriéré judiciaire
strafrechtspraak
overtreding van het verkeersreglement
gerechtelijke achterstand
________ ________
17/6/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 17/7/2008)
10/7/2008Antwoord
19/11/2008Aanvullend antwoord
17/6/2008Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 17/7/2008)
10/7/2008Antwoord
19/11/2008Aanvullend antwoord
________ ________
Question n° 4-1130 du 17 juin 2008 : (Question posée en français) Vraag nr. 4-1130 d.d. 17 juni 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

L’usage parait s’être installé au parquet du tribunal de police de Bruxelles de signifier des citations aux prévenus d’infractions de roulage dans un délai qui va de six mois à un an précédant l’audience pour laquelle ils sont convoqués.

Même s’ils n’ont rien d’irrégulier, de tels délais sont au moins inhabituels en matière pénale.

Il en résulte que nombre de prévenus (il s’agit ici pour la plupart du temps d’infractions mineures) perdent de vue leur convocation pour de tels termes et encourent une condamnation par défaut.

Celle-ci pouvant être lourde, il en résulte corollairement un accroissement des oppositions et ainsi un dédoublement des procédures qui ne contribuent bien entendu en rien à la résorption de l’arriéré judiciaire.

J’aimerais savoir si votre département dispose de statistiques à cet égard et si des mesures sont envisagées pour que les délais entre les citations et les audiences soient réduits de manière raisonnable.

 

Het lijkt in de politierechtbank van Brussel een gewoonte te zijn geworden om dagvaardingen voor verkeersovertredingen te betekenen zes maanden tot een jaar vóór de datum waarop de gedagvaarde voor de rechter moet verschijnen.

Dergelijke termijnen zijn weliswaar niet strijdig met de wet, maar in strafzaken zijn ze toch op zijn minst ongewoon.

Het resultaat daarvan is dat talrijke verdachten (het gaat hier in de meeste gevallen om kleinere overtredingen) hun dagvaarding na een tijd uit het oog verliezen en bij verstek worden veroordeeld.

Omdat de uitgesproken straf zwaar kan zijn, wordt er meer verzet aangetekend, wat leidt tot een toename van de procedures. Op die manier kan de gerechtelijke achterstand uiteraard niet worden weggewerkt.

Ik zou graag weten of uw departement daarover statistieken heeft en of er wordt gedacht aan maatregelen om de termijnen tussen de dagvaardingen en de zittingen aanzienlijk in te korten.

 
Réponse reçue le 10 juillet 2008 : Antwoord ontvangen op 10 juli 2008 :

Les données nécessaires pour répondre aux questions ont été demandées aux instances compétentes. Le résultat sera communiqué ultérieurement.

De gegevens nodig om te antwoorden op de vraag werden opgevraagd aan de bevoegde instanties. Het resultaat hiervan zal later worden medegedeeld.

Réponse complémentaire reçue le 19 novembre 2008 : Aanvullend antwoord ontvangen op 19 november 2008 :

Selon la réponse du parquet du procureur du Roi de Bruxelles, les dossiers sont fixés dans les dix mois qui suivent l'infraction. Les dossiers prescrits en un an et pour lesquels des peines d'emprisonnement peuvent être requises sont fixés en surnombre dans les audiences dès la clôture de l'information. Cette pratique n'est pas illicite. Le nombre d'oppositions liées à l'oubli de l'audience reste minime.

La problématique des fixations tardives est également liée au nombre insuffisant d'audiences pénales, lui-même résultant d'un cadre incomplet et insuffisant du tribunal de police.

Le président de l'Assemblée générale francophone des juges de paix et des juges au tribunal de police du ressort de Bruxelles a signalé à la Commission d'avis et d'enquête réunie du Conseil supérieur de la Justice (CAER) que le tribunal de police de Bruxelles faisait face à un manque de personnel. La CAER s'est ainsi réunie le 14 avril 2005 pour traiter cette question. Un audit du tribunal de police et du parquet de police de Bruxelles a été réalisé en 2007. Il reprend les constats, les recommandations ainsi que les plans d'action proposés pour améliorer la maîtrise de leurs activités. Il est accessible via le site Internet du Conseil supérieur de la Justice.Dans le rapport sont proposées diverses mesures pour diminuer le délai de fixation :

- définir quel est, selon le parquet, le délai endéans lequel une affaire devrait idéalement être fixée à l'audience afin de pouvoir établir un suivi chiffré;

- suivi périodique par le parquet de l'évolution du délai effectif de fixation par rapport à l'objectif et en tienne informé le tribunal de police, le parquet général et le ministre de la Justice,

-mise en place d'un dialogue structuré entre le parquet et le tribunal de police quant au nombre d'audiences pénales et au nombre de dossiers fixés par audience.

La volonté du procureur du Roi est de diminuer le délai de fixation à six mois. Diverses mesures ont été mises en oeuvre en concertation avec les polices pour réduire le délai de traitement. Elles portent sur l'amélioration de la qualité de traitement des dossiers, une mise en place progressive du traitement policier automne, une meilleure connaissance de la politique criminelle du parquet et un contingentement des infractions constatées par radar automatique.

Volgens het antwoord van het parket van de procureur des Konings van Brussel worden de dossiers binnen de tien maanden na het misdrijf vastgesteld. In de zittingen worden er, na het afsluiten van het onderzoek, te veel dossiers vastgesteld die binnen het jaar verjaren voor dewelke gevangenisstraffen kunnen worden gevorderd. Deze praktijk is niet onwettig. Het aantal beroepen doordat de zitting werd vergeten is miniem.

De problematiek van laattijdige dagstellingen heeft ook te maken met het ontoereikende aantal strafzittingen dat voortvloeit uit een onvolledig en ontoereikend kader van de politierechtbank.

De voorzitter van de Franstalige Algemene Vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank van het rechtsgebied Brussel heeft aan de Verenigde Advies- en Onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie (VAOC) meegedeeld dat de politierechtbank van Brussel te kampen had met een personeelstekort. De VAOC is op 14 april 2005 samengekomen om deze kwestie te behandelen. In 2007 werd een audit van de politierechtbank en het politieparket van Brussel uitgevoerd. Hierin worden de vaststellingen, aanbevelingen en voorgestelde actieplannen opgenomen om de beheersing van hun activiteiten te verbeteren. Deze kan op de website van de Hoge Raad voor de Justitie worden geraadpleegd.

In het verslag worden verschillende maatregelen voorgesteld om de dagstellingstermijn te verminderen:

- bepalen van de termijn binnen dewelke, volgens het parket, een zaak idealiter voor behandeling zou moeten worden vastgesteld om een cijfermatige opvolging ervan mogelijk te maken;

- regelmatige opvolging door het parket van de evolutie van de daadwerkelijke dagstellingstermijn ten aanzien van de doelstelling en op de hoogte houden van de politierechtbank, het parket-generaal en de minister van Justitie;

-opzetten van een gestructureerde dialoog tussen het parket en de politierechtbank over het aantal strafzittingen en het aantal vastgestelde dossiers per zitting.

De procureur des Konings wenst de dagstellingstermijn tot zes maanden te beperken. In overleg met de politie werden verschillende maatregelen opgezet om de behandelingstermijn te verminderen. Deze hebben betrekking op het verbeteren van de kwaliteit van de manier waarop de dossiers worden behandeld, het geleidelijk opzetten van een autonome politiebehandeling, een betere kennis van het strafrechtelijk beleid door het parket en een contingentering van de door de automatische radar vastgestelde overtredingen.