| BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ||||
| Zitting 2024-2025 | ||||
| ________ | ||||
| 6 juni 2025 | ||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 8-246 | ||||
de Nadia El Yousfi (PS) |
||||
aan de minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen |
||||
| ________ | ||||
| Kindvrije ruimtes - Trend - Cijfers - Overleg met de betrokken sectoren - Maatregelen - Leeftijdsdiscriminatie - Preventie - Juridisch kader | ||||
| ________ | ||||
| discriminatie op grond van leeftijd kind toerisme |
||||
| ________ | ||||
|
||||
| ________ | ||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 8-246 d.d. 6 juni 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
In Frankrijk is onlangs een openbaar debat ontstaan over een praktijk die erg in zwang is: de oprichting van zogenoemde kindvrije ruimtes. Dat zijn ruimtes waar kinderen niet meer welkom zijn, ruimtes waar kinderen onzichtbaar zijn gemaakt, of zelfs verboden zijn. Ze wekken heftige reacties op, zowel bij het grote publiek als in de politiek. Die initiatieven zijn even verleidelijk als polariserend. Kindvrije zones staan bijvoorbeeld in het vizier van de Franse hoge commissaris voor het Kind. Sarah El Haïry heeft immers verschillende federaties uit de toeristische en vervoersector bijeengebracht om dit «kindvrije» commerciële aanbod te bespreken teneinde de omvang van dit verschijnsel te meten en de goede praktijken te identificeren. Ze wil het tij doen keren en proberen een einde te maken aan die trend om minderjarigen te weren uit bepaalde hotels en restaurants, en bij bepaalde reizen en andere vrijetijdsactiviteiten. Achter die nieuwe trend gaat onverdraagzaamheid tegenover kinderen schuil, die nu openlijk wordt geuit. Er wordt rust en stilte beloofd aan volwassenen in voorbehouden ruimtes (restaurants, vliegtuigen, vervoer of zelfs huwelijksfeesten), ver van kinderen, die voor sommigen een bron van vreugde zijn, maar voor anderen een last. Ten aanzien van die onverdraagzaamheid en uitsluiting van een deel van de bevolking, meent de Franse socialistische senator Laurence Rossignol dat het om discriminatie gaat en dat de samenleving te veeleisend is voor kinderen (en de ouders). Zij heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om dit soort ruimtes te verbieden. Volgens haar zijn die ruimtes zonder kinderen de uiting van de onwil om samen te leven. Zij ontnemen de jongsten een deel van hun opvoeding, namelijk het geleidelijk leren deel te nemen aan het sociale leven. De senator wijst ook op de gevolgen voor ouders, die uitgesloten worden van het gemeenschapsleven. 1) Wat is het standpunt van de federale overheid over de opkomst van dit soort ruimtes in België? 2) Hebt u cijfers over het stijgend aantal ruimtes dat meesurft op de kindvrije trend in België? Zo ja, om welke cijfers gaat het per Gewest? 3) Hebt u al vragen gekregen hierover van verenigingen voor de strijd tegen discriminatie en de bevordering van gelijke kansen? 4) Overweegt u om samen met de deelstaten een rondetafel te organiseren met de sectoren die met deze trend te maken hebben? 5) Welke eventuele maatregelen zijn er al ter zake genomen? 6) Zal er worden nagedacht over een juridisch kader om eventuele leeftijdsdiscriminatie te voorkomen, in het bijzonder voor kinderen en gezinnen? 7) Meer algemeen, hoe denkt de federale regering de vrijheid om evenementen te organiseren, te verzoenen met gelijke toegang tot de publieke ruimte voor alle burgers, ongeacht hun leeftijd? Deze schriftelijke vraag valt onder de bevoegdheid van de Senaat aangezien gelijke kansen en gendergelijkheid zowel het federale niveau als de deelstaten aanbelangen. |
||||
| Antwoord ontvangen op 18 juli 2025 : | ||||
2) & 3) Ik beschik momenteel niet over cijfers over de toename van het aantal «no kids»-plaatsen in België. Ik ben daar overigens tot dusver nog niet over aangesproken door verenigingen ter bestrijding van discriminatie en ter bevordering van gelijke kansen. Aangezien het gaat om een trend die zich hoofdzakelijk in de toeristische sector en de horeca voordoet, valt dat onder de bevoegdheid van de Gewesten, die mogelijk beter in staat zijn om gegevens ter zake te verstrekken. Wat leeftijdsdiscriminatie betreft, financiert de federale regering de derde fase van het project «Improving equality data collection in Belgium» (IEDCB). In die fase loopt een onderzoeksproject onder leiding van Unia, dat een stand van zaken over leeftijdsdiscriminatie in België wil geven. Met dit project zullen we (1) in kaart kunnen brengen hoe vaak mensen zich gediscrimineerd voelen op basis van hun leeftijd; (2) zicht kunnen krijgen op de concrete manieren waarop leeftijdsdiscriminatie zich manifesteert in verschillende domeinen, waaronder toegang tot de openbare ruimte; en (3) reacties van slachtoffers kunnen begrijpen, zoals waarom ze het voorval al dan niet rapporteren. In november 2025 wordt een rapport voorgesteld met de onderzoeksresultaten en concrete aanbevelingen. De verzamelde onderzoeksgegevens worden beschikbaar gesteld op de website van Unia, via de Equality Data Hub. 1), 6) & 7) De wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie verbiedt leeftijdsdiscriminatie, tenzij het onderscheid op grond van dit criterium objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn (artikelen 4, 4°), 7 en 9). Iemand de toegang tot bepaalde diensten ontzeggen omdat er kinderen bij zijn, kan – naargelang de omstandigheden van de zaak – een bij de wet verboden discriminatie uitmaken, hetzij direct ten aanzien van kinderen vanwege hun leeftijd, hetzij bij associatie ten aanzien van ouders, die met hun kind(eren) geen toegang tot deze diensten krijgen. Dat moet echter geval per geval worden geanalyseerd. Er moet met de volledige context rekening worden gehouden om de vrijheid van ondernemen van de dienstverlener af te wegen tegen de gelijke toegang tot de openbare ruimte voor iedereen. Enkel de bevoegde rechter is in staat om de kwestie definitief te beslechten in het specifieke geval dat hem is voorgelegd. Sinds 2023 kan de rechter niet alleen bevelen dat een discriminerende daad wordt beëindigd, maar kan hij ook eisen dat de dader corrigerende en eventueel structurele maatregelen neemt om te voorkomen dat hij of zij zich in de toekomst opnieuw aan discriminatie schuldig maakt. De rechter kan op basis van die bevoegdheid bijvoorbeeld bevelen dat er een einde wordt gesteld aan een leeftijdsdiscriminerend beleid van een restaurant of hotel of kan de personeelsleden van een reisbureau ertoe veroordelen een opleiding over de antidiscriminatiewetgeving te volgen. Op basis van de informatie waarover ik momenteel beschik over de verspreiding van het «no kids»-fenomeen, lijkt mij dat dit juridische kader gepaste respons mogelijk maakt op vastgestelde discriminatie en eventuele toekomstige discriminatie kan voorkomen. 4) & 5) Op basis van de vaststellingen en aanbevelingen als resultaat van de derde fase van het IEDCB-project en het bovengenoemde onderzoek, en rekening houdend met de ontwikkelingen en aanbevelingen op het niveau van de Europese Unie en de Verenigde Naties, zal ik een beleid uitwerken ter bestrijding van agisme en leeftijdsdiscriminatie, waarbij met alle leeftijden rekening wordt gehouden. Afhankelijk van de verschillende in kaart gebrachte werkassen zal ik samenwerken met de andere leden van de federale regering, teneinde hen te ondersteunen in hun respectieve bevoegdheden, en zal ik indien nodig ad hoc overleg met mijn collega’s van de deelstaten organiseren. |