BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2022-2023
________
23 december 2022
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-1836

de Tom Ongena (Open Vld)

aan de staatssecretaris voor Digitalisering, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Privacy en de Regie der gebouwen, toegevoegd aan de Eerste Minister
________
Fake news - Expertengroep 2018 - Sociale media - Desinformatie - Cijfers en tendensen
________
desinformatie
sociale media
officiŽle statistiek
________
23/12/2022Verzending vraag
________
Heringediend als : schriftelijke vraag 7-2204
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-1836 d.d. 23 december 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Desinformatie is een bedreiging voor de democratie. De nood aan actie is dringend, maar antwoorden vergen nader onderzoek en dialoog tussen de betrokken stakeholders.

Op 2†mei 2018 startte de minister van Digitale Agenda een expertenconsultatie rond fake news en de verspreiding van online desinformatie. De expertengroep kreeg de opdracht om aanbevelingen en voorstellen te formuleren om het probleem van fake news en de verspreiding van online desinformatie aan te pakken. De experten werden daarbij niet alleen gevraagd om aanbevelingen te formuleren over regelgeving en standpunten die BelgiŽ in internationale fora zou moeten innemen, maar ook over concrete voorstellen om in BelgiŽ een proeftuin op te zetten om fake news en de verspreiding van online desinformatie te bestrijden (cf. https://biblio.ugent.be/publication/8684438/file/8684439.pdf).

Het doel van de Belgische expertengroep was geenszins om het werk van de Europese deskundigengroep over te doen, maar eerder om een aantal specifieke beleidsaanbevelingen te formuleren toegespitst op een Belgische context. Parallel met de Belgische expertenconsultatie werd door de minister van Digitale Agenda ook een burgerparticipatietraject gelanceerd via de website ęstopfakenews.beĽ.

De expertengroep was van oordeel dat regelgeving over het onderwerp het best op Europees niveau kan worden georganiseerd. Dit neemt niet weg dat de Belgische overheid actie kan ondernemen om aanvullend wetgevend of regelgevend werk op Belgisch niveau ten gronde te onderzoeken. De expertengroep adviseerde de Belgische overheid dan ook om deze werkzaamheden op te starten en dit om te garanderen dat zorgvuldig te werk werd gegaan bij het overwegen van eventueel wetgevend werk.

Oplossingsrichtingen die toelaten om desinformatie tegen te gaan, situeren zich op verschillende vlakken en bij verschillende partijen. De overheid werd dan ook aangemoedigd om Ė in het kader van haar verplichting om het recht op de vrijheid van meningsuiting te beschermen en een gezond publiek debat te faciliteren Ė de verschillende stukjes van de puzzel samen te leggen en een faciliterende rol spelen. Ze diende ervoor te zorgen dat initiatieven tegen desinformatie bottom-up vanuit de samenleving en de verantwoordelijke spelers konden ontstaan, dat deze initiatieven werden samengebracht en dat ze elkaar versterkten.

Wat betreft het transversaal karakter van de schriftelijke vraag: de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2022-2024, en werden besproken tijdens een InterministeriŽle Conferentie, waarop ook de politionele en justitiŽle spelers aanwezig waren. Het betreft aldus een transversale aangelegenheid met de Gewesten waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte staatssecretaris:

1) Zou u globaal kunnen meedelen op welke manier en binnen welke domeinen de visie van de ęBelgische expertengroep inzake fake news en desinformatieĽ op dit moment is toegepast? Welke punten kregen prioriteit en waarom? Welke punten staan nog in de steigers, en op welke termijn hoopt u deze maatregelen te kunnen implementeren? Op welk gebied zou dit dan zijn en wat zijn de geraamde kosten?

2) Kunt u duiden hoe ver de creatie van een permanent overlegplatform tussen betrokken actoren (academici, media, journalisten en journalistieke opleidingen, niet gouvernementele organisaties (ngo) en platformen) op dit ogenblik staat? Bestaat dit platform op dit ogenblik? Indien ja, welke adviezen hebben ze reeds verstrekt en in welke hoeveelheid? Indien neen, waarom nog niet? Welke factoren vertragen of belemmeren volgens u de oprichting hiervan?

3) Zou u kunnen duiden op het gebied van onderzoek, waarbij men alle mogelijke kennis samenbrengt op een plek, hoever men staat met dergelijke centralisering? Bestaat er een ębest practicesĽ charter of een proeftuin die reeds in kaart werd gebracht in een centrale (steeds evoluerende) mapping, zoals het advies aanraadde?

4) Hoeveel factcheckingsinitiatieven bestaan in BelgiŽ sinds 2018? Zijn er reeds tools beschikbaar voor journalisten omtrent deze factcheckingsinitiatieven? Indien ja, welke tools, waar worden ze precies ingezet en wat bedragen de kosten hiervoor op jaarbasis?

5) Kan u ook concreet staven hoeveel van deze initiatieven omtrent factchecking momenteel steun ontvangen van de overheid? Zou u kunnen meedelen of dergelijke platformen ook momenteel op andere (misschien indirecte) manieren de kwaliteitsjournalistiek in BelgiŽ ondersteunen?

6) Kan u met concrete cijfers aangeven in hoeverre het gesteld is met de mediawijsheid in ons land? Is er een stijging of daling gaande? Welke concrete initiatieven bestaan er sinds 2018 in BelgiŽ omtrent het verbeteren van de mediawijsheid? Staan er nog andere soortgelijke, andere initiatieven in de steigers? Indien ja, hoeveel precies, op welke niveaus, wat bedragen de kosten?

7) Kan u verder staven in hoeverre er reeds tools bestaan die de kwaliteit van de bronnen nagaan? Indien ja, waar kan men dergelijke tools vinden, hoeveel zijn het er op dit ogenblik, voor wie zijn ze bestemd en hoe worden ze gebruikt? Staan er nog andere soortgelijke, andere initiatieven in de steigers? Indien ja, hoeveel precies, op welke niveaus, wat bedragen de kosten?

8) Kan u meedelen of er naast mediawijsheid reeds initiatieven bestaan rond zogenaamde ęalgoritmewijsheidĽ? Indien ja, waar wordt dit onderwezen, aan welk doelpubliek en op hoeveel locaties is dit al? Staan er nog andere soortgelijke, andere initiatieven in de steigers? Indien ja, hoeveel precies, op welke niveaus, wat bedragen de kosten?

9) Kan u meedelen in hoeverre men reeds tools in gebruik heeft genomen die een fijnmaziger metadatasysteem bij persartikels kunnen realiseren? Indien ja, waar wordt dit reeds gebruikt? Worden ngo's en academici ook hierbij betrokken? Zou u dit verder kunnen toelichten? Wat bedragen de kosten hierrond?