BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
26 november 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-233

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post
________
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - bpost - Taalwetgeving - Naleving - Schendingen - Maatregelen - Mogelijke interventie van de federale overheid - Overleg met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en met de Gemeenschappen
________
taalgebruik
postdienst
Hoofdstedelijk Gewest Brussels
________
26/11/2014 Verzending vraag
22/12/2014 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-233 d.d. 26 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De taalwetgeving is van openbare orde. Niettegenstaande deze wettelijke realiteit moeten we vaststellen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest er niet in slaagt om de taalwetgeving correct te laten toepassen. De vicegouverneur van Brussel is een federale ambtenaar die de opdracht heeft toezicht uit te oefenen op de naleving van de taalwetgeving binnen het Hoofdstedelijk Gewest. Ook binnen de federale overheidsbedrijven moeten we vaststellen dat de taalwetgeving niet nageleefd wordt. De naleving van de taalwetgeving is echter essentieel om een goed samenleven van de verschillende Gemeenschappen en Gewesten in ons land mogelijk te maken. Voor de twee grote Gemeenschappen, de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap, is het bovendien essentieel dat binnen de hoofdstad Brussel alle leden van deze twee institutionele Gemeenschappen terechtkunnen in beide landstalen. De dienstverlening van de overheid, of het nu federale, gewestelijke of gemeentelijke dienstverlening betreft, dient in Brussel steeds tweetalig te zijn.

We stellen in het tweetalig gebied Brussel Hoofdstad vast dat het overheidsbedrijf bpost er helemaal geen moeite meer doet om de dienstverlening in de twee landstalen te verzekeren. Niettegenstaande tal van vaststellingen van overtredingen merken we geen enkele verandering ten goede in de dienstverlening van dit overheidsbedrijf. De Brusselse Hoofdstedelijke regering noch de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie slagen erin om de taalwetgeving te laten naleven.

Aangaande de taalwetgeving hebben zowel de Gewesten en Gemeenschappen als de federale overheid een rol te spelen. Maar zeker op het vlak van de naleving door de federale overheid, rechtstreeks door haar administratie, maar eveneens door haar overheidsbedrijven, dient de federale regering maatregelen te nemen. De vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken is bevoegd voor de naleving van de taalwetgeving. De vice-eersteminister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post kan rechtstreeks ingrijpen in de dienstverlening van bpost. Dit alles raakt essentieel aan de taalwetgeving en aan het respect voor het Nederlands en het Frans, een bevoegdheid van de Gemeenschappen. Maar vooral raakt dit alles aan het al dan niet harmonisch kunnen samenleven van de twee institutionele Gemeenschappen in de tweetalige Hoofdstad Brussel.

1) Heeft de vice-eersteminister weet van schendingen van de taalwetgeving door b-post ?

2) Welke maatregelen zal hij nemen om deze schendingen ongedaan te maken ?

3) Bpost maakt steeds meer gebruik van privťwinkels om haar producten aan te bieden of haar dienstverlening te verzekeren. B-post doet echter geen enkele moeite om ervoor te zorgen dat die privťwinkels en eigenaars ook correct tweetalig zijn. Daarmee schenden de federale overheid en bpost de taalwetgeving en brengen ze het harmonisch samenleven van de Gemeenschappen in ons land in gevaar. De federale overheid heeft de mogelijkheid om rechtstreeks in te grijpen. Zal de vice-eersteminister van zijn voogdijbevoegdheid gebruik maken om de taalwetgeving te laten naleven ?

4) Hoe zal hij zijn bevoegdheid gebruiken om de taalwetgeving efficiŽnt te laten toepassen ?

5) Is hij het met me eens dat de naleving een prioritaire aanpak van hem vereist ?

6) Zal hij overleg plegen met zijn collega van Veiligheid en Binnenlandse Zaken om de naleving van de taalwetgeving af te dwingen ?

7) Zal hij overleg plegen met de Gemeenschappen over deze essentiŽle zaak ?

Antwoord ontvangen op 22 december 2014 :

1. bpost deelt mij mee dat in de periode januari 2010 – november 2014 in totaal 55 opmerkingen en klachten werden ontvangen vanwege de Vaste Commissie voor Taaltoezicht die belast is met het algemeen toezicht op de toepassing van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Hiervan gingen 16 klachten over een situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

2. De overheidsbedrijven zijn onderworpen aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken. bpost verzekert mij dat het alle mogelijke inspanningen doet om de taalwetgeving te respecteren. Er moeten dus geen extra maatregelen worden genomen.

3. Het respecteren van de wetgeving inzake het gebruik van de landstalen, bij het aanbieden van de diensten en de producten van bpost, maakt integraal deel uit van de toekenningsvoorwaarden voor een postpunt, hernomen in het artikel 4 van de standaard overeenkomst. De controle wordt uitgeoefend door het team van fieldmanagers van bpost dat de werking van de postpunten dagelijks en van zeer nabij opvolgt. Ook de kwaliteitscontrole via mystery shopping heeft aandacht voor de toepassing van de wetgeving op het gebruik van de landstalen.

4. Ik roep bpost op om alle mogelijk inspanningen te doen om de taalwetgeving te respecteren. Tevens hecht ik belang aan het hoffelijkheidsbeginsel, dat stelt dat de plaatselijke diensten inwoners uit een ander taalgebied mogen antwoorden in de taal waarvan de laatsten zich bediend hebben.

5. Bpost verzekert me al het mogelijke te doen om de bestaande taalwetgeving te respecteren. Voorlopig lijkt me geen bijkomende aanpak vereist.

6. Verwijs naar antwoord op vraag 5.

7. Verwijs naar antwoord op vraag 5.