BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
3 november 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-203

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen
________
Protocol - Herziening - Rangorde van de gewesten en gemeenschappen - Evaluatie - Overleg
________
protocol
verhouding land-regio
________
3/11/2014 Verzending vraag
10/3/2015 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-203 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Alle officiŽle plechtigheden worden georganiseerd door de diensten van het Protocol. De regels van het protocol werden ingesteld om rangordes te bepalen tussen hoogwaardigheidsbekleders van ons land. Uiteraard betreffen die regels eveneens de rol en de aanwezigheid van de leden van de gewest- en gemeenschapsregeringen en -parlementen, naast uiteraard de leden van Kamer en Senaat en de leden van de federale regering.

In het verleden werd steeds vastgesteld dat de vertegenwoordigers van de deelstaatregeringen en -parlementen steevast achter de federale collega's kwamen. Na de zesde staatshervorming lijkt dat niet geheel terecht meer te zijn, daar het gewicht van de bevoegdheden nu ontegensprekelijk bij de gemeenschappen en gewesten ligt.

1) Wat zal de geachte minister doen om die regels te evalueren en te herzien?

2) Hoe zal hij daarover overleg plegen met de Gemeenschappen en Gewesten? Wanneer zal dat overleg plaatsvinden?

3) Is de geachte minister het met mij eens dat er dringend een herziening van de protocolregels dient plaats te vinden en dat de deelstaten daarin een correcte en essentiŽle plaats moeten krijgen? Hoe zal hij dat realiseren?

Antwoord ontvangen op 10 maart 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1 tot 3) Ik ben mij er wel degelijk van bewust dat, gelet op de institutionele evolutie van het land, de vraag inzake de protocollaire rangorde ter sprake gebracht dient te worden met het oog op eventuele aanpassingen. Daarom heb ik besloten om binnenkort een werkgroep op te richten die samengesteld zou zijn uit de verantwoordelijken van de protocoldiensten op federaal niveau.

Deze laatsten zullen als taak hebben aanbevelingen te formuleren over dit onderwerp, die ik na onderzoek zal voorleggen aan de regering.

Het overleg met de deelstaten zal gebeuren in het kader van deze werkgroep.

De doelstelling die op termijn beoogt wordt is dat de voorrangslijst herzien zou worden tegen de volgende Nationale Feestdag.