BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
3 november 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-194

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Strijd tegen Ebola - Betrokkenheid van de gemeenschappen
________
infectieziekte
epidemie
medische research
voorkoming van ziekten
institutionele samenwerking
verhouding land-regio
________
3/11/2014 Verzending vraag
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-194 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De strijd tegen Ebola begint eindelijk enige sérieux te krijgen. Nu er enkele (dodelijke) gevallen van Ebola in het Westen opduiken, binnen Europa en binnen de Verenigde Staten, is er plots internationale interesse en kondigt de World Health Organisation (WHO) aan dat er via wetenschappelijk onderzoek binnen enkele maanden wellicht een Ebola-geneesmiddel zal zijn. Duizenden doden in Afrika doen de wetenschappelijke wereld niet in een hogere snelheid rijden. Enkele zieken in het Westen zorgen voor een algemene mobilisatie.

Ook in ons land zijn er enkele maatregelen genomen om te voorkomen dat Ebola hier een kans maakt. De gemeenschappen in ons land hebben grote bevoegdheden op het vlak van gezondheidsbeleid en zeker op het vlak van preventie. Ze moeten bijgevolg zeer nauw betrokken worden bij het uit te stippelen Ebola-beleid. Ook het wetenschappelijk onderzoek is in grote mate een bevoegdheid van de gemeenschappen. Het lijkt vanzelfsprekend dat de universitaire instellingen op dat vlak een enorme bijdrage kunnen leveren.

1) Werd er reeds contact opgenomen met de gemeenschappen, zowel op het vlak van (preventieve) volksgezondheid als op het vlak van wetenschappelijk onderzoek?

2) Hebben de gemeenschappen een rol in de aanpak van de Ebola-epidemie? In hoeverre is er echt een samenwerking afgesproken?