BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2014-2015
________
23 oktober 2014
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-173

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister van Justitie
________
de betaling van psychologen door Justitie
________
paramedisch beroep
gerechtelijke expertise
seksueel geweld
psychiatrie
________
23/10/2014 Verzending vraag
25/1/2016 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-173 d.d. 23 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De correctionele rechtbank van Leuven moest een zaak rond de verkrachting van een 14-jarig meisje uitstellen.

De psychologe aangesteld voor de maatschappelijke enquête weigerde haar opdracht omdat ze te weinig wordt betaald.

Als gevolg daarvan moet de rechtbank voor de vierde keer op zoek naar een nieuwe expert.

Er zijn steeds opnieuw en steeds meer berichten over slechte, achterstallige of geen betalingen van externe experts ingeschakeld door justitie. Dit is geen fait divers maar een structureel en uiterst bedenkelijk probleem. Justitie slaagt er niet in - systematisch - om externe zorgverstrekkers en experts op een correcte wijze te vergoeden: het gaat over de omvang van het ereloon, de timing waarin wordt betaald. Dit is niet alleen respectloos tegenover deze personen, het bedreigt vooral een correcte rechtsbedeling.

Bevestigt de minister dat de correctionele rechtbank van Leuven voor de vierde keer een zaak in een verkrachting van een 14-jarig meisje moest uitstellen omdat de aangestelde psychologe haar opdracht weigerde wegens onvoldoende ereloon? Hoe evalueert de minister de vaststelling dat met de regelmaat van een klok berichten opduiken van onvoldoende, laattijdige of gewoonweg geen betalingen van door justitie aangestelde experts? Het gaat hier over psychiaters, psychologen en vele hulp- en zorgverstrekkers aan gedetineerden en zeker ook aan geïnterneerden. Kan de minister beamen dat het hier over een structureel euvel bij de diensten van justitie gaat, die er blijkbaar steeds minder in slagen om de juiste en voldoende middelen op de juiste en correcte wijze ter beschikking te stellen… en hoe zal de minister dit structurele falen oplossen?

Antwoord ontvangen op 25 januari 2016 :

De administratie beschikt niet over concrete gedetailleerde gegevens over welke rechtbanken zaken hebben uitgesteld, noch om welke redenen dit is gebeurd.

Het is en blijft een van mijn grote bekommernissen sinds mijn aanstelling dat mijn departement inderdaad geconfronteerd wordt met een structurele onderfinanciering in welbepaalde materies.

De kredieten toegekend aan de uitgaven voor gerechtskosten in strafzaken zijn belast met de maatregelen van budgettaire behoedzaamheid en de opgelegde besparingen van 20 %. Het effect van dergelijke maatregelen kent zijn impact op het volume aan beschikbare middelen, terwijl elk jaar toch moet vastgesteld worden dat de uitgaven inzake gerechtskosten in strafzaken alsmaar toenemen.

Ondanks de inspanningen die geleverd worden om deze uitgaven beter beheersbaar te maken, mag men de ogen niet sluiten voor het groeipad dat dergelijke soort van uitgaven kent. De toenemende anti-terreuracties zullen bovendien een exponentiële toename van de kosten met zich meebrengen. De interdepartementale provisie voor aanpak van terrorisme zou soelaas kunnen brengen voor de stijgende gerechtskosten die dit fenomeen met zich meebrengt.

Ook voor wat betreft de uitgaven aan de hulp- en zorgverstrekkers aan gedetineerden geldt dezelfde jarenlange onderfinanciering, ontstaan ten gevolge van de opgelegde lineaire besparingsmaatregelen.

De situatie wordt zeer nauw opgevolgd.

Om de gevolgen van de onderfinanciering uit het verleden voor 1 januari 2015 weg te werken werden er in 2015, na zeer intens overleg met de minister van Begroting en de regeringspartners, extra middelen verkregen. Er werd meer bepaald voor een totaal van 146 miljoen euro verkregen voor het gehele departement om het hoofd te bieden aan de uit het verleden ontstane achterstallen.

De administratie voert waar mogelijk binnen zijn eigen kredietmiddelen herverdelingen door, zodat de noodlijdende basisallocaties wat ruimte kregen.