BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2016-2017
________
4 juli 2017
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1514

de Anne Barzin (MR)

aan de minister van Justitie
________
Schoolplicht - Verlaging tot de leeftijd van drie jaar - Samenwerking met de Gemeenschappen - Overleg - FinanciŽle impact - Analyses - Resultaten
________
schoolplicht
________
4/7/2017Verzending vraag
24/7/2017Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1514 d.d. 4 juli 2017 : (Vraag gesteld in het Frans)

Artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht bepaalt: ďVoor de minderjarige is er leerplicht gedurende de periode van twaalf jaren die aanvangt met het schooljaar dat begint in het jaar waarin hij de leeftijd van zes jaar bereikt en eindigt op het einde van het schooljaar in het jaar tijdens hetwelk hij achttien jaar wordtĒ.

Sinds enkele jaren is er sprake van de verlaging van de leeftijd waarop de leerplicht begint.

Verschillende studies hebben aangetoond dat de kleuterschool zeer belangrijk is in de schoolloopbaan van kinderen, wat betreft de socialisatie, taalbeheersing en leerprocessen. Kinderen die niet naar de kleuterklas gaan, ondervinden meer moeilijkheden in het eerste leerjaar.

In februari 2016 keurde de Senaat een informatieverslag goed betreffende de noodzakelijke samenwerking tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten inzake de gezamenlijke aanpak van de strijd tegen kinderarmoede in ons land (stuk Senaat nrs. 6-162/1-4).

Dit document wijst op het belang van het kleuteronderwijs in de strijd tegen armoede en beveelt aan om de leeftijd van de leerplicht naar drie jaar te brengen.

Mijn vragen zijn de volgende:

1) Wat vindt de minister van dit voorstel om de leerplicht te laten aanvangen op de leeftijd van drie jaar?

2) Hoe schat hij de samenwerking tussen de gemeenschappen in met betrekking tot dit dossier? Is er overleg gepland?

3) Werd de financiŽle impact van een dergelijke maatregel voor de deelstaten al geanalyseerd? Zo ja, wat zijn daarvan de conclusies?

Antwoord ontvangen op 24 juli 2017 :

Er wordt verwezen naar de staatssecretaris voor Armoedebestrijding en Gelijke Kansen, gelet op diens bevoegdheid ter zake.