BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2016-2017
________
1 december 2016
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1153

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken
________
Openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW) - Leefloon - Schorsing wegens verblijf in het buitenland - Grenscontrole - Uitvoering - Samenwerking tussen de federale en de gewestelijke diensten - Cijfers
________
OCMW
minimumbestaansinkomen
grenscontrole
administratieve sanctie
Belgen in het buitenland
officiŽle statistiek
________
1/12/2016 Verzending vraag
11/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
9/12/2018 Dossier gesloten
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1150
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1151
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1152
Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2154
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1153 d.d. 1 december 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW) vallen onder de bevoegdheid van de Gewesten. Een deel van de terugbetaling van het leefloon valt onder de bevoegdheid van de federale overheid. Ook de grenscontroles en de grenspolitie vallen onder de federale verantwoordelijkheid. In sommige gevallen is er een samenwerking tussen federale diensten en de diensten die onder de Gewesten vallen.

Mensen die een leefloon genieten mogen per jaar, mits voorafgaandelijke melding, maximum achtentwintig dagen elders verblijven dan het grondgebied van de gemeente waar ze een leefloon genieten via het OCMW. Indien langer, wordt het leefloon geschorst. Vroeger was het een maand†; het is nu vier weken, of achtentwintig dagen.

Geregeld krijgen OCMW's een proces-verbaal (pv) van de grenspolitie met de vaststelling dat mijnheer of mevrouw X, genieter van een leefloon, meer dan achtentwintig dagen in het buitenland verbleef van die datum tot die datum.

Op basis van dergelijke pv's wordt het leefloon ook effectief geschorst. Het gaat daarbij zowel over Belgen als over niet-Belgen die legaal op ons grondgebied verblijven in een statuut dat toegang geeft tot sociale tegemoetkomingen van een OCMW.

Er bestaat geen algemene controle over het verblijf in het buitenland en het aantal dagen per jaar. Het gaat hier duidelijk om steekproeven.

1) Het is mij evenwel niet duidelijk op welke basis de grenscontrole deze vaststelling doet, met andere woorden wanneer ze beslist om de kruispuntbank te raadplegen. Gebeurt dit systematisch†? Wordt alle passagiers op bepaalde vluchten daaraan onderworpen†? Is er sprake van een of andere profilering, en zo ja welke†?

2) Hoe wordt in deze zaak de samenwerking tussen de federale diensten en de gewestelijke diensten geregeld?

3) Werd over deze aangelegenheid overleg gepleegd met de Gewesten? Werd er afgesproken voor welke categorieŽn er al dan niet dergelijke controles plaatvinden?

4) Over hoeveel mensen ging het in 2014, in 2015 en in 2016?

5) Zijn er verschillen tussen de Gewesten†? Werden er in verhouding evenveel schorsingen van het leefloon bevolen in het Vlaams Gewest, in het Waals Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

6) Kan er meer informatie gegeven worden over de andere landen waar deze mensen, die recht hebben, op een leefloon zich bevonden?

7) Hoe gebeuren deze controles in concreto? Worden ze stelselmatig voor alle leefloners uitgevoerd?