BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2015-2016
________
1 augustus 2016
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1015

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de Minister van FinanciŽn
________
Wetenschappelijke instellingen - Menselijke resten - Tentoonstelling - Wetenschappelijk onderzoek - Teruggave aan de landen van oorsprong - Wetgeving
________
federale wetenschappelijke en culturele instellingen
wetenschappelijk onderzoek
museum
archeologie
sociale en culturele antropologie
cultuurgoed
handel in organen
forensische geneeskunde
begraafplaats
zaakregister
zoŲlogie
recht op lichamelijke integriteit
beroepsdeontologie
dood
________
1/8/2016 Verzending vraag
31/8/2016 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1015 d.d. 1 augustus 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In verschillende federale wetenschappelijke instellingen worden menselijke resten bewaard. Officieel is dit met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In de praktijk gebeurt daar echter niet al te veel mee en worden deze menselijke resten als curiosa bewaard in depots of andere opslagruimten. Nu en dan worden menselijke resten tentoon gesteld. Het gaat over mummies, schedels allerlei, maar ook halve en hele menselijke lichamen enz.

Het is me niet duidelijk of er wetten of decreten bestaan aangaande het bewaren of opslaan van menselijke resten. Het is me niet duidelijk of daar ook gedragsregels rond bestaan. Maar de nood daaraan lijkt me wel duidelijk. Ook is het belangrijk dat er ernstig overleg met de Gemeenschappen wordt opgestart met het oog op het correct behandelen van menselijke resten, al dan niet met het oog op onderzoek, wetenschappelijk onderzoek, cultureel onderzoek, maar ook met het oog op de bewaring en tentoonstelling ervan.

Werden er aangaande het bewaren en tentoon stellen van menselijke resten afspraken gemaakt tussen de federale wetenschappelijke instellingen en instellingen van de Gemeenschappen?

Heeft de staatssecretaris weet van een gedragsregel of wettelijke of decretale regels aangaande het bewaren of tentoonstellen van menselijke resten?

Zijn deze regels in overleg met de Gemeenschappen tot stand gekomen? Zo neen, wil de staatssecretaris dit vooralsnog organiseren?

Zijn er inventarissen van deze menselijke resten? Zijn er gemeenschappelijke inventarissen van de menselijke resten die in het bezit zijn van de Gemeenschappen of van instellingen die afhangen van de gemeenschappen?

Zijn er regels die gelden voor particulieren die in het bezit zijn van menselijke resten?

Hoeveel menselijke resten zijn in het bezit van de federale wetenschappelijke instellingen? Graag een gedetailleerde beschrijving van deze menselijke resten per instelling.

Werden deze menselijke resten ook gedigitaliseerd of gefotografeerd en zo ja, wat gebeurt daarmee?

Klopt het dat in het Afrikamuseum lijken van inwoners van Kongo bewaard worden? Wat gebeurt daarmee? Hoe zijn deze lijken opgeborgen?

Worden deze lijken en menselijke resten uitgeleend aan instellingen van de Gemeenschappen of aan andere instellingen en musea en zo ja, aan welke? Wat wordt daarmee dan gedaan?

Zou het niet getuigen van enige menselijkheid en respect om menselijke lichamen en resten van menselijke lichamen terug te zenden naar de landen van oorsprong om daar op een respectvolle wijze begraven te worden ipv hier onrespectvol in kasten en schuiven te leggen?

Hoe kan men voorkomen dat er gesold wordt met menselijke resten en lijken die in het bezit zijn van de federale wetenschappelijke instellingen?

Werden er samenwerkingsovereenkomsten opgezet met universiteiten aangaande onderzoek rond deze menselijke resten? Werden de gemeenschappen daarbij betrokken?

Antwoord ontvangen op 31 augustus 2016 :

1) Het bewaren en tentoonstellen van menselijke resten valt onder richtlijnen die zowel op de federale musea als op de gemeenschapsmusea van toepassing zijn (cf. de laatste editie van het Routledge Handbook of Archeological Remains and Legislation (2011) en het hoofdstukgedeelte over de stand van zaken in België).

2) & 3) De Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) leven dienaangaande de internationale richtlijnen na, in het bijzonder de aanbevelingen van de International Council of Museums (ICOM) van de UNESCO.

4) Er bestaat geen gemeenschappelijke inventaris van in België bewaarde menselijke resten. De in de FWI's bewaarde menselijke resten zijn geïnventariseerd, net als de overige bewaarde kunstwerken, artefacten en specimina. Te noteren valt dat menselijke resten van niet-Belgische oorsprong bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) in hoofdzaak door derden (particulieren, diplomatiek personeel, andere FWI's, wetenschappelijke genootschappen) werden aangebracht, uitgewisseld, geschonken of in bruikleen gegeven.

Er moeten, ter herinnering, verschillende categorieën van menselijke resten worden onderscheiden :

a) resten uit archeologische opgravingen die niet langer gelinkt zijn aan een nog bestaande biologische en / of culturele context. Bij de tentoonstelling ervan rijzen in hoofdzaak vragen over hoe het aangesproken publiek zal reageren ;

b) resten die tijdens etnologische expedities werden verzameld. Vanuit deontologisch oogpunt ligt die categorie zonder twijfel het meest gevoelig, want collecties uit die categorie komen voort uit nog bestaande culturele milieus of milieus waarop afstammelingen zich kunnen beroemen ;

c) collecties van organen voor onderzoeksdoeleinden. Die categorie ressorteert onder de medische ethiek ;

d) relieken. De aan die categorie gelinkte praktijkgebonden deontologie ressorteert onder het respect voor de geloofsovertuiging.

5) Het wetenschappelijk personeel dat menselijke resten beheert, moet de aanbevelingen van de UNESCO (ICOM) volgen.

6)

A) Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)

Het KBIN bezit zowat 687 aan menselijke resten gelinkte items (uit Afrika, Azië, Amerika en Oceanië), in hoofdzaak schedels, botfragmenten, enkele (31) deelskeletten of complete skeletten, waaronder twee skeletafgietsels. Wie die personen zijn, is niet bekend. Meestal wordt wel de geografische en / of ethnische herkomst vermeld, zonder verdere preciezere toelichting.

Menselijke resten uit België worden per site geïnventariseerd. Die inventarissen kunnen op aanvraag worden geraadpleegd en hebben betrekking op prehistorische (paleolithicum, mesolithicum en neolithicum) en historische (in hoofdzaak de Middeleeuwen en de Moderne Tijd) periodes. De grootste collectie is die van de abdij van Koksijde en telt 1 200 stukken.

Er zijn ook twee collecties met resten van mensen van wie de leeftijd en het geslacht zijn bekend die dateren van eind 19e eeuw en het eerste gedeelte van de 20e eeuw (Schoten en Châtelet). Die collecties worden gebruikt om methoden te ontwikkelen in het kader van de forensische geneeskunde en de fysische antropologie.

Tot slot zijn er enkele (droge en natte) anatomische preparaten die voor didactische doeleinden worden gebruikt (in het kader van studentenbezoeken of tentoonstellingen van het KBIN).

B) Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG)

– Kunst en Archeologie in België

Talrijke menselijke resten (enkel skeletten) afkomstig van prehistorische, Gallo-Romeinse of middeleeuwse sites. Sommige van die menselijke resten worden tentoongesteld, bijvoorbeeld in het kader van de reconstructie van de acht graven van de Merovingische necropool in Harmignies (Henegouwen).

Zevenentachtig reliekschrijnen uit de Middeleeuwen, de moderne tijd, de 18e en 19e eeuw, met daarin zeer kleine botfragmenten van meer dan waarschijnlijk menselijke oorsprong.

– Niet-Belgische prehistorie

Talrijke menselijke resten (enkel skeletten) uit doorzochte begraafplaatsen in de 19e eeuw in Zuidoost-Spanje door de broers Henri en Louis Siret. Die graven behoren toe aan de El Argar-cultuur (begin van de Bronstijd, einde van het derde millennium voor het begin van onze jaartelling).

– Nabije Oosten en Midden-Oosten

Enkele menselijke beenderen van Yortan (Turkije).

Enkele menselijke beenderen van de opgravingen van Tell Kannas (Syrië).

– Oude Egypte

Volledig skelet van de eerste dynastie dat werd ontdekt in de temenos van de Osiris-tempel in Abydos (Opper-Egypte), opgegraven door W. M. Flinders Petrie rond 1900.

Elf volledige mummies (vier jongeren, zeven volwassenen), zeven delen van mummies van volwassenen (drie hoofden, twee handen, twee voorarmen), een volledig skelet en één schedel van een volwassene.

– Mediterrane klassieke oudheid (Griekenland, Rome)

Enkele menselijke resten (uitsluitend skeletten) uit oude opgravingen.

– Amerika

Zeven mummies (of delen van mummies) ; vijf vervormde schedels ; eén kraakbeen met bewerkte tanden ; drie gekrompen hoofden van de Jivaro-indianen ; vier kratten met verschillende beenderen afkomstig uit graven.

– Oceanië

Twee versierde schedels van het Paaseiland (Rapa Nui) ; twaalf in menselijk been gesculpteerde vishaken van het Paaseiland (Rapa Nui) ; twee afgehakte en gerookte hoofden uit Nieuw-Zeeland (Aotearoa) ; twee harnassen van de Gilbert-eilanden van kokosvezels met menselijk haar aan elkaar genaaid ; vier tiki (voorstellingen van voorouders) uit menselijk bot, waarvan één met menselijk haar is versierd.

– India en Zuidoost-Azië

Een Tibetaanse zandlopertrommel (19e eeuw), gemaakt uit een kinderschedel ; een Tibetaans muziekinstrument (trompet ?), gemaakt uit een menselijk dijbeen ; een mand van Indonesische koppensnellers, versierd met menselijk haar.

C) Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)

De collecties fysieke antropologie van het KMMA zijn van start gegaan in 1898 (met enkele honderden schedels, een paar skeletten en tanden), en werden aan het KBIN overhandigd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1964 waarbij de bevoegdheden van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika gewijzigd en gecoördineerd worden. De originele handgeschreven inventaris wordt nog altijd bewaard in de afdeling Prehistorie van het KMMA.

Bij het KMMA worden de volgende menselijke resten bewaard :

– Midden-Afrika

- drie muziekinstrumenten (« sanza's ») van het Lokele-volk, met een klankkast in de vorm van een menselijke schedel ;

- één reliekhouder (Luluwa-volk), waarin onder andere een menselijke schedel is verwerkt ;

- één kleine ivoren hoorn waaraan een onderkaakbeen is gevestigd, een « souvenir » van Henri Morton Stanley dat zijn zoon aan het Museum heeft geschonken ;

- één reliekkoffer van het Mbundu-volk uit Angola waarin een in een stof verwikkelde schedel van een stamhoofd ligt ;

- één gemodelleerde schedel (Pangwe-volk) uit Gabon ;

- beenderen van vier of vijf personen, archeologische site van Masangano in Rwanda ;

- deel van een bovenkaakbeen met tanden, botfragmenten, site van Muranda in Rwanda ;

- twee « blokken aarde » met (zo mogelijk menselijke) beenderen, archeologische context ;

- versteende beenderen van twee personen, aan de oppervlakte gevonden, neolithicum, Jebel Uweinat, Libië ;

- twee mummies (zie vraag 8).

– Zuid-Amerika

Een mummie van een kind, oorsprong en manier waarop ze werd verkregen onbekend ; een gekrompen hoofd, oorsprong en manier waarop het werd verkregen onbekend (kan ook een gereconstrueerd hoofd zijn van pekarileer) ; een gemodelleerde schedel uit Noord-Colombia.

– Oceanië

- drie schedels, rituele jachttrofeeën van koppensnellers, die als borstsieraad of hoofdsteun dienen, Asmat-volk, Nieuw-Guinea ;

- een gemodelleerde schedel, vulkaaneiland Ambrym, Vanuatu ;

- een gemodelleerde schedel, Iatmul-volk, Midden-Sepik, Nieuw-Guinea ;

- een gemodelleerde schedel, eiland Malakula, Vanuatu ;

- overblijfselen van fossiele beenderen, Fiji.

– Onbekend

Gezichtsfragmenten en schedel.

7)

A) KBIN

De specimina worden gedigitaliseerd of gefotografeerd op vraag van onderzoekers, gegevensbestanden of foto's worden ook doorgegeven op vraag van onderzoekers. Zo worden elk jaar vijf skeletten van Pygmeeën voor studiedoeleinden uitgeleend. Die skeletten worden op het ogenblik gedigitaliseerd, waardoor ze bestudeerd kunnen worden zonder dat ze dreigen kwijtgespeeld te worden.

Te noteren valt dat de vraag naar genetische analyses groter is dan de vraag naar foto's. Die vraag kan betrekking hebben op menselijke resten die niet in onze collecties worden bewaard (een recent voorbeeld daarvan is de analyse van de relieken van Sint-Idesbald, op verzoek van de burgemeester van Koksijde).

B) KMKG

Alle menselijke resten werden op dezelfde manier als voor andere collecties geïnventariseerd, te weten aan de hand van inventarisfiches en foto's. Voor het digitaliseren van menselijke resten bestaan geen bijzondere technieken.

Bij de KMKG loopt op het ogenblik een onderzoeksprogramma met betrekking tot menselijke resten, met als doel bewaringsprotocollen uit te werken voor de verschillende soorten van in de instelling bewaarde menselijke resten. Op het ogenblik worden op mummies röntgen-scans uitgevoerd om in hoofdzaak Egyptische mummies verder te onderzoeken, zonder dat daarbij specifieke deontologische problemen rijzen. Het resultaat daarvan zal worden gepubliceerd.

C) KMMA

Etnografische voorwerpen met menselijke resten en mummies werden gedigitaliseerd en ter beschikking gesteld aan onderzoekers.

8) Het departement Zoölogie van het KMMA bewaart twee « gemummificeerde » lichamen die waarschijnlijk in de jaren 30 in het Museum zijn toegekomen, zonder verdere indicatie over hun exacte afkomst of over de omstandigheden waarin ze werden ontdekt en aan het KMMA overgedragen.

Uit wetenschappelijk onderzoek kon noch het land, noch de etnie waartoe ze behoorden, worden bepaald. Over teruggave spreken kan dus niet. Het KMMA bewaart die mummies met de nodige tact en het nodige respect die vereist zijn bij het bewaren van menselijke resten. Die resten behoren tot de wetenschappelijke collecties van de instelling.

9) Voor tijdelijke tentoonstellingen worden enkel christelijke relieken en in een archeologische context gevonden menselijke resten in bruikleen gegeven.

10) Algemeen genomen moet de kwestie van de teruggave niet worden opzijgezet onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Te noteren valt echter dat die kwestie slechts menselijke resten betreft van etnieën met nog altijd voortlevende culturele tradities. Dat geldt niet voor archeologische overblijfselen, schenkingen van organen aan musea en relieken.

Een voorbeeld van hoe die teruggave voorbeeldig wordt geregeld is terug te vinden in Nieuw-Zeeland. Daar werd een instelling opgericht om er, uit eerbied voor de gewoonten en het geloof van de Maori's, de Maori-hoofden op te slaan die door Europese musea werden teruggegeven. Onderzoekers mogen ze wel gebruiken voor onderzoeksdoeleinden. Die gerookte hoofden zijn afkomstig van voorouders, vijanden of slaven, die werden gebruikt voor handelsdoeleinden met het Westen. De KMKG en Te Papa, het officiële Nieuw-Zeelandse orgaan, plegen daarover overleg in alle sereniteit.

Het Nieuw-Zeelandse voorbeeld is wel uniek.

Voor de kwestie van de teruggave kan geen alomvattende regeling worden getroffen. Een van de twee schedels afkomstig van het Paaseiland die bij de KMKG worden bewaard, werd in 1934 door een inwoonster van het eiland geschonken aan de toenmalige conservator, als dank voor zijn achting voor de eilandbewoners. Terzelfder tijd kreeg hij bij zijn terugkeer in België alle steun van een voorouder van het eiland.

Wat de historische en culturele omstandigheden ook zijn waarin menselijke resten werden verzameld, moet voortaan ook rekening worden gehouden met de universele hedendaagse waarde van een menselijk lichaam. Die nieuwe situatie kan niet over het hoofd worden gezien met het voorwendsel dat ze niet overeenstemt met de oudste heilige principes van elke maatschappij wereldwijd. Onder het mom van politieke correctheid kan hiermee ook niet elke historische context worden verborgen gehouden. Voor een in de 20e eeuw naar eer en geweten verkocht hoofd rijzen niet dezelfde vragen als voor de inhoud van een graf dat werd leeggehaald zonder instemming van de (biologische of culturele) afstammelingen van de betrokken overledenen.

De FWI's conformeren zich ter zake hoe dan ook aan de deontologische code van de ICOM. Zij zouden trouwens voor de teruggave zijn van menselijke resten van personen die door aanverwanten werden geïdentificeerd en nu worden opgeëist. Hierbij rijst dan de vraag van de onvervreemdbaarheid van de Staatscollecties. Voor elke gewijzigde houding ter zake moet een wettelijk kader worden goedgekeurd.

11) Door zich te conformeren aan de normen van de ICOM, leveren de FWI's al een antwoord af. Over aanvragen tot teruggave wordt openlijk en zonder a priori's gediscussieerd, wat ook al duidelijk bewijst met welk respect de FWI's menselijke resten bewaren.

12) Het KBIN heeft een structureel akkoord met de Université libre de Bruxelles (ULB) wat de opleiding en de studie betreft in het kader van collecties op het gebied van biologie, geneeskunde en tandwetenschappen, meer bepaald alle disciplines waarbij een beroep wordt gedaan op kennis van fysieke antropologie.

Bij de KMKG wordt op het ogenblik enkel samengewerkt (met de ULB en de Université catholique de Louvain–UCL) in het kader van het onderzoeksproject met betrekking tot gemummificeerde resten. Dat programma, dat het federaal wetenschapsbeleid financiert in de vorm van een extra onderzoeker, bestudeert mummies (uit Egypte, Amerika en Nieuw-Zeeland) en stelt protocollen op voor de bewaring van menselijke resten. De FWI's conformeren zich ter zake hoe dan ook aan de deontologische code van de ICOM. Zij zouden trouwens voor de teruggave zijn van menselijke resten van personen die door aanverwanten werden geïdentificeerd en nu worden opgeëist. Hierbij rijst dan de vraag van de onvervreemdbaarheid van de Staatscollecties. Voor elke gewijzigde houding ter zake moet een wettelijk kader worden goedgekeurd.

Behalve die programma's zijn er voor alle FWI's ook nog de talrijke aanvragen van studenten en doctorandi van verschillende Belgische en buitenlandse universiteiten om bepaalde collecties te bestuderen. Die aanvragen hebben in hoofdzaak betrekking op archeologische menselijke resten (waarvan geen nog levende biologische of culturele afstammelingen meer bestaan).