BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
27 januari 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-827

de Liesbeth Homans (N-VA)

aan de minister van Klimaat en Energie
________
Energie - Fluxys en Gazprom - Protocolakkoord - Mededinging
________
gasdistributie
gas
opslag van koolwaterstoffen
CREG
marktliberalisatie
________
27/1/2011Verzending vraag
7/4/2011Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-827 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tijdens het bezoek van de Russische president Medvedev aan BelgiŽ maakten het Russische energiebedrijf Gazprom en de Belgische netwerkbeheerder Fluxys van de gelegenheid gebruik om een protocolakkoord te sluiten. In dat akkoord worden de economische en juridische mogelijkheden onderzocht van het langetermijngebruik van het opslagsysteem voor gas te Loenhout door Gazprom.

Het probleem is echter dat het artikel 15/11, ß 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen het volgende stelt:

"De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van de bestaande opslaginstallaties bij voorrang toe aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributie-installaties bevoorraden.

De Koning kan, na advies van de Commissie en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het prioritaire allocatierecht beperken tot een deel van de bestaande opslagcapaciteiten in het geval dat nieuwe opslagcapaciteiten worden ontwikkeld en op voorwaarde dat de opslagcapaciteiten die bij voorrang worden toegekend aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributie-installaties bevoorraden minstens gelijk blijven aan de opslagcapaciteiten die aan hen worden toegewezen overeenkomstig de huidige paragraaf voor de ontwikkeling van de nieuwe opslagcapaciteiten".

Bovendien heeft de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) in het verleden al een negatief advies verstrekt voor een gelijksoortig project, wegens de waarschijnlijke schending van de principes van liberalisering en mededinging.

Graag stelde ik hierover de volgende vragen:

1) Op welke manier is de regering bij dit dossier betrokken? Wat was het advies van de regeringscommissaris bij Fluxys International en op welke manier werd dit gemotiveerd?

2) Wat is de stand van zaken en de tijdlijn voor de toekomstige onderhandelingen?

3) Wordt voorzien in een wetswijziging om deze deal mogelijk te maken? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met de principes van liberalisering / mededinging?

4) Op welke wijze zullen de distributeurs de garantie krijgen dat de toegang tot de opslag afhankelijk zal zijn van gereguleerde tarieven en transparante niet-discriminerende procedures?

Antwoord ontvangen op 7 april 2011 :

De overheid is vertegenwoordigd door een “golden share” binnen de Raad van Bestuur van de NV FLUXYS en een waarnemer binnen de Fluxys Holding.

De conclusie van de MOU (die dateert van 8 december) met Gazprom Export, vond plaats naar aanleiding van het bezoek van de Russische president Dimitri Medvedev aan België. Zij ligt in de lijn van de logica die door Fluxys wordt ontwikkeld, een logica die in september het voorwerp heeft uitgemaakt van een “aktename” door de Belgische regering met het oog op het instellen van een gasdiplomatie, teneinde de rol van België te versterken als draaischijf voor het vervoer en de doorvoer van gas in West-Europa. Via deze niet- bindende MOU heeft Fluxys zich alleen verbonden de economische en juridische haalbaarheid van een dergelijke verbintenis te onderzoeken. Eenzelfde MOU werd in januari van dit jaar met STATOIL ondertekend.

De regeringscommissaris is niet bij de NV Fluxys tussengekomen ten tijden van het sluiten van een dergelijk MOU, rekening houdende met de niet-bindende context waarbinnen het zich bevond en rekening houdende met zijn bevoegdheden want dit MOU voorziet juist dat in geval van hoogdringendheid, de bijkomende volumes die door de producent worden geleverd zullen dienen als strategische voorraad.

Bovenop de interesse van producenten en het voordeel van een hogere bevoorrading-zekerheid, is er het feit dat deze winter de opslagcapaciteit in Loenhout slechts gedeeltelijk werd gebruikt door de in aanmerking komende bedrijven.

Volgens de tijdslijn die Fluxys heeft opgesteld is de eerste stap het overleg met de Commissie voor de Regulatie van de Elektriciteit en het Gas (CREG) over procedures en de krachtlijnen van de regulatoire documenten. Na consultatie van de stakeholders en na akkoord van de CREG, voorziet Fluxys gedurende de maand oktober een tijdsvenster open te stellen voor het bindend boeken van opslagcapaciteit. Dit zal dan toelaten tijdig, dus voor het komende opslagseizoen van 2012, de nodige vullingsgraad van de opslag te verzekeren.

Momenteel zijn alleen de MOU's ondertekend.

Het huidig systeem van prioritaire toewijzing van de opslag aan bepaalde leveranciers is alleen in België van toepassing, en valt in feite niet direct te rijmen met de principes van liberalisering. Het openstellen van de opslag is in elk geval een maatregel in de goede richting. Een niet-discriminatoire en transparante aanpak wordt gegarandeerd door het systeem waarbij alle marktspelers een voorstel zullen kunnen maken voor het gebruik van het ter beschikking gesteld volume, inclusief de huidige eligiebele bedrijven, en dit zowel voor korte, middellange als lange termijn. Zoals u hebt aangegeven impliceert dit inderdaad een aanpassing van de gaswet; een wetsvoorstel werd uiteraard op dinsdag 29 maart 2011 in de Commissie Bedrijfsleven van de Kamer gestemd.

Bijkomend bij wat ik zojuist heb uiteengezet wens ik vooreerst te benadrukken dat er niets wordt gewijzigd aan het systeem van de gereguleerde tarieven, met behoud van de monitoring door de regulator, en ten tweede dat er in het huidige systeem geen opslagverplichting is opgelegd aan de leveranciers van de distributiebedrijven. Een verplichting voor een onmiddellijke ter beschikking stelling van de opgeslagen volumes wordt juist met het voorliggend wetsontwerp ingevoerd, gekoppeld aan de mogelijkheid voor de regering om bij incident of in geval van nood, beslag te kunnen leggen op een bepaald deel van de opslag. Op die manier is de bevoorradingszekerheid voor de huishoudelijke afnemers en de KMO's beter gegarandeerd, en is gestoeld op transparante en objectieve procedures.