BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
28 december 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-4725

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden
________
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) - Treinverkeer - Agressie tegen spoorwegpersoneel - Beleidsmaatregelen
________
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
reizigersvervoer
lichamelijk geweld
officiŽle statistiek
________
28/12/2011Verzending vraag
14/5/2012Antwoord
________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-1871
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-4725 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De agressie tegen spoorwegpersoneel neemt alsmaar toe. Dat blijkt uit de cijfers van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die de cijfers van een vakbond kon inkijken. Het geweld op de trein wordt ingedeeld in vier categorieŽn:

(1) slagen en verwondingen;

(2) lichte geweldplegingen;

(3) bedreigingen;

(4) beledigingen.

Vooral de categorie " slagen en verwondingen " kent een opmerkelijk stijging, van 102 meldingen in 2008 tot 143 in 2009 en 177 in 2010. Ook het aantal beledigingen neemt opmerkelijk toe, van 157 meldingen in 2008 tot 183 in 2009 en 231 in 2010. De lichte geweldplegingen stegen van 175 in 2008 tot 239 in 2010, de bedreigingen van 346 tot 438.

Het betrappen van reizigers zonder vervoersbewijs geeft de voornaamste aanleiding voor geweldplegingen op de trein. De woordvoerder NMBS verklaart dat deze toename van geweld niet gelinkt zou zijn aan het stijgend ongenoegen van de reizigers over de vertragingen en het afgelasten van treinen.

De vakbond ziet twee mogelijke oplossingen voor het probleem. Bij het Zwitserse spoor losten ze dit agressieprobleem op door de inzet van meer personeel: twee begeleiders per trein, in plaats van een zoals in BelgiŽ. Ook het afsluiten van de perrons met toegangspoortjes zou helpen. Deze techniek wordt sinds kort in de Brusselse metro toegepast.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Bevestigt de geachte minister deze onrustbarende evolutie? Kan zij mij tevens deze cijfers bezorgen? Hoe duidt zij deze cijfers en ontwikkelingen, welke conclusies zal men hieruit trekken en gaven deze aanleiding tot een aanpassing van het beleid ter zake? Beschikt de NMBS ondertussen over een actieplan of een integraal beleid hieromtrent? Welke recente en concrete maatregelen om deze cijfers en dus het oorzakelijke fenomeen te verminderen kan zij voorleggen?

2) Bestaan er met betrekking tot deze geweldplegingen significante verschillen tussen de verschillende stations en treinlijnen? Welke lijnen en stations springen daarbij het meest in het oog? Hoe duidt en verklaart zij deze verschillen?

3) Volgens de NMBS is de voornaamste aanleiding het betrappen van zwartrijders. Klopt dit? Worden hierover gegevens en cijfers bijgehouden? Zo ja, kan zij mij deze bezorgen en mij hierbij vertellen wat de voornaamste oorzaken zijn? Zo nee, waarom niet? Gaat zij akkoord dat men enkel het probleem kan oplossen indien men ten gronde weet waar de oorzaken liggen?

4) Beaamt zij de uitspraak van de woordvoerder van de NMBS dat er geen verband bestaat tussen stijgende agressie en de toenemende frustratie over de vele vertragingen? Op basis van welke argumenten motiveert zij haar antwoord?

5) Welke gevolgen worden er aan deze geweldplegingen gegeven? Hoe vaak en met welke gevolgen werd het parket hieromtrent ingeschakeld?

6) Hoe beoordeelt zij het voorstel van vakbonden om meer personeel in te zetten, onder andere geÔnspireerd door het Zwitserse succes? Kan zij haar antwoord motiveren?

7) Hoe beoordeelt zij het voorstel van de vakbonden om de perrons af te sluiten met toegangspoortjes? Werd deze oplossing al onderzocht, en zo ja met welke conclusies? Kan zij haar antwoord motiveren?

Antwoord ontvangen op 14 mei 2012 :

1. De onderstaande tabel geeft het aantal feiten van agressie weer tegen treinbegeleiders tijdens de laatste vijf jaar:


Slagen en verwondingen

Lichte geweldplegingen

Bedreigingen

Beledigingen

Totaal

2007

220

85

403

112

820

2008

104

171

344

155

774

2009

142

220

442

181

985

2010

178

237

436

233

1.08

2011

215

261

537

217

1.23

Het fenomeen van de agressie op het spoorwegdomein heeft de volle aandacht van de Corporate Security Service en wordt geanalyseerd in het raam van een bredere sociale context.

Op het stuk van de bestrijding van agressie en diverse onbeschaafdheden in de treinen, wordt jaarlijks een operationeel actieplan opgesteld en uitgevoerd door de Corporate Security Service die instaat voor de spoorwegveiligheidsdienst Securail.

De opdrachten en treinbegeleidingen die aan Securail worden toevertrouwd, worden opgesteld op basis van dit actieplan maar ook volgens de dagelijkse evolutie van de toestand op het spoorwegdomein.

Bovendien laten de nationale en lokale overlegstructuren tussen Securail, de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en de politiediensten toe op optimale wijze de treinen en lijnen op te volgen die het onderwerp dienen uit te maken van specifieke toezichten.

In het kader van het actieplan van de Corporate Security Service werden in 2010, 35 950 treinen begeleid door Securail en meer dan 37 000 in 2011.

2. Het treinpersoneel werd het meest geconfronteerd met agressie op de volgende lijnen:

  • Lijn 25 Brussel-Noord – Antwerpen-Centraal;

  • Lijn 50 Brussel-Noord – Gent-Sint-Pieters;

  • Lijn 96 Brussel-Zuid – Grens (Feignes)

Het stationspersoneel werd het meest geconfronteerd met agressie in de volgende stations:

  • Antwerpen Centraal;

  • Station Brussel-Centraal;

  • Station Brussel-Zuid.

Dit zijn tevens de drukste lijnen en stations met het grootste aantal reizigers.

3. en 4. Het in kaart brengen van de motieven voor agressie draagt bij tot een efficiënte en effectieve aanpak van de agressieproblematiek.

In 2011 kwamen de agressies in 67,5 % van de gevallen tot stand als gevolg van een commerciële overtreding.

5. Deze vraag behoort tot de bevoegheid van de minister van Justitie.

6. Hierbij verwijs ik naar het antwoord dat werd gegeven op de interpellatie nr. 5 en de mondelinge vragen 8688, 8710, 8736, 8737 en 8802 in de commissie Infrastructuur van 25 januari 2012 (CRABV 53, COM 370 blz. 27).

7. Het station is een publieke ruimte en de NMBS-Groep is niet gewonnen voor het idee van “gesloten stations”. Er wordt gestreefd naar het invoeren van duidelijk afgebakende vervoerbewijszones waarbinnen de veiligheidsagenten kunnen optreden volgens de bepalingen van de wet van 10 april 1990 betreffende de private en bijzondere veiligheid en van het Koninklijk Besluit (KB) van 20 december 2007 houdende reglement van de politie op de spoorwegen.