BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
16 november 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3670

de Richard Miller (MR)

aan de minister van Justitie
________
De Belgische actie om Hissène Habré te laten berechten
________
misdaad tegen de menselijkheid
Senegal
uitlevering
internationaal strafrecht
extraterritoriale bevoegdheid
Tsjaad
________
16/11/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1210
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4329
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3670 d.d. 16 november 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

De Tsjaadse president Hissène Habré wordt vervolgd voor misdaden tegen de mensheid. Hij wordt vastgehouden in Senegal, dat in juli 2006 door de Afrikaanse Unie is gemandateerd om zijn proces te organiseren. Volgens de Senegalese autoriteiten vergde de organisatie van dat proces drie jaar en waren er financieringsproblemen. Dat proces heeft nog steeds niet plaatsgevonden.

Inmiddels is er, na de niet-uitwijzing van Hissène Habré naar zijn land, Tsjaad, waar hij ter dood is veroordeeld, een nieuwe mogelijkheid om zijn uitwijzing naar België te bekomen zodat hij in een eerlijk proces op zijn beschuldigingen kan reageren.

De Senegalese slachtoffers hebben in België een klacht ingediend in het kader van de wet op de universele bevoegdheid. Er werd een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd voor de uitlevering van Hissène Habré door Senegal aan België.

Ons land moet dat proces organiseren om de internationale gerechtigheid te bevorderen, de waarheid over de begane wreedheden te achterhalen en aan de nood aan gerechtigheid van de slachtoffers tegemoet te komen.

1) Welke stappen hebt u de jongste dagen ondernomen om de snelle uitlevering van Hissène Habré te bekomen en wat is de inhoud van de boodschap die de minister van Buitenlandse zaken aan de ambassadeur van Senegal in Brussel heeft meegedeeld?

2) Welke technische en financiële maatregelen moeten worden genomen om dat proces, dat exemplarisch en transparant moet zijn voor het Tsjaadse volk, effectief te laten doorgaan?