BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
26 oktober 2010
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-281

de Christine Defraigne (MR)

aan de minister van Justitie
________
Autonome werkstraffen - Aantal - Omkaderingsdiensten - Budget - Gegevens over de betrokkenen - Werkgevers - Kostenlast - Uitvoeringstermijn alternatieve straf
________
vervangende straf
voltrekking van de straf
officiŽle statistiek
________
26/10/2010 Verzending vraag
28/1/2011 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-281 d.d. 26 oktober 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

De gevangenissen in ons land zijn overbevolkt. Bijgevolg zijn er verschillende alternatieven voor de gevangenisstraf ingevoerd, bijvoorbeeld de autonome werkstraffen. Dat betekent dat gedurende een aantal uren niet-bezoldigde prestaties worden verricht ten gunste van de samenleving. Uit een brief van de Federatie van alternatieve straffen, heb ik afgeleid dat de situatie voor de Dienst Omkadering Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen (OAGM) helaas niet helemaal duidelijk is. De autonome werkstraffen dreigen aan zin en efficiŽntie in te boeten.

1)Kunt u mij zeggen hoeveel mensen een autonome werkstraf in plaats van een gevangenisstraf hebben gekregen in 2009, 2008 en 2007?

2)Een aantal van de betrokkenen hebben te kampen met zware maatschappelijke problemen, die moeilijkheden in de dagelijkse begeleiding veroorzaken. Als de omkaderingsdiensten toegang krijgen tot de gerechtelijke antecedenten van de verstrekkers, kunnen de risico's op het terrein worden beperkt en kan de goede uitvoering van de prestaties worden gewaarborgd.

3)De werkgevers hebben bovendien verplichtingen op het gebied van veiligheid en welzijn op het werk. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie zou de plaats waar het werk wordt uitgevoerd als werkgever worden beschouwd. Op basis van de arbeidsplaats zou de FOD Justitie de werkgever zijn. Kunt u die situatie uitklaren en mij zeggen wie de werkgever is en wie bijgevolg de financiŽle lasten van de alternatieve straf moet dragen? Ik herinner eraan dat de prestatieplaatsen op vrijwillige basis aan de werkstraffen deelnemen. Denkt u bijgevolg niet dat weinigen bereid zullen zijn om die mensen op te vangen als zij voor de financiŽle lasten moeten opdraaien? Hoe zult u dat oplossen?

4)Ik had ook graag geweten welk budget toegekend wordt aan de begeleidingsdiensten van de alternatieve gerechtelijke maatregelen? Hoeveel mensen werken er?

5)Er moet uiteraard worden nagedacht over de zin en de efficiŽntie van de prestaties die worden uitgevoerd in het kader van de alternatieve autonome werkstraffen. In theorie moeten de autonome werkstraffen worden uitgevoerd binnen de twaalf maanden die volgen op de datum waarop het vonnis definitief is geworden. In de praktijk is het aantal prestaties dat niet binnen de wettelijke termijn is uitgevoerd, aanzienlijk gestegen. Soms gebeurt dat pas drie tot vijf jaar na de feiten. Welke maatregelen zult u dus nemen om de gerechtelijke achterstand en de achterstand in de uitvoering van de autonome werkstraffen weg te werken?

Antwoord ontvangen op 28 januari 2011 :

1. De justitiehuizen registreren de mandaten die hen door hun opdrachtgevers worden overgemaakt. Voor de jaren 2009, 2008 en 2007 hebben de justitiehuizen respectievelijk 10 112, 10 131 en 9 847 nieuwe mandaten werkstraf ontvangen. (Sipar- Dienst Data analyse en Kwaliteit- statistiek gevalideerd de data 1 april 2010)

2. Het lijkt me wenselijk dat de omkaderingsdiensten toegang kunnen hebben tot bepaalde informatie. Daarom heeft het Directoraat-generaal justitiehuizen werkinstructies uitgeschreven die een optimale uitvoering van de werkstraf kunnen garanderen.

Opdat een prestatieplaats kan gezocht worden geeft de justitieassistent volgende informatie aan de omkaderingsdienst : de coördinaten van de justitiabele, de datum van het vonnis, het aantal te presteren uren werkstraf, het werkregime van de justitiabele en eventuele contra-indicaties. Deze contra-indicaties zijn gebaseerd op de redenen waarom de justitiabele niet terecht kan op een bepaalde prestatieplaats en dit om gezondheidsredenen, een bepaalde problematiek, gerechtelijke antecedenten of andere concrete elementen uit het dossier.

Bovendien baseren de justitieassistenten zich, om een geschikte prestatieplaats te kiezen, onder andere op de aard van de feiten en het strafregister en houden ook rekening met de criteria geformuleerd door de prestatieplaatsen en de indicaties van de omkaderingsdiensten. Het is na verificatie van al deze parameters door de justitieassistent dat de werkstraf kan starten.

3. De prestatieplaatsen kunnen worden beschouwd als werkgevers van de werkgestraften en dragen bijgevolg de kosten die voortvloeien uit de toepassing van de reglementering inzake welzijn op het werk. De studie uitgevoerd door de VUB “naar het statuut van de werkgestrafte - dienstverlener in het kader van de wetgeving inzake welzijn op het werk” heeft dit aangetoond. (“naar het statuut van de werkgestrafte - dienstverlener in het kader van de wetgeving inzake welzijn op het werk”, VUB, 2008).

De wijze waarop de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie kan tussenkomen in de kosten die inherent zijn aan de uitvoering van de werkstraf maakt echter deel uit van de fundamentele hervorming van het subsidiesysteem.

4. In 2009 werd 4 553 184,41 euro besteed aan de omkadering van alternatieve gerechtelijke maatregelen en straffen (werkstraf en dienstverlening) via de verschillende subsidiekanalen.

In 2009 waren 137,5 voltijds equivalente personeelsleden werkzaam binnen deze omkaderingsdiensten.

5. Ik beschik niet over cijfers inzake het tijdsverloop tussen het begaan van de feiten en het uitvoeren van de autonome werkstraf. Enkel de datum van het vonnis wordt geregistreerd door mijn administratie.

Wat betreft de achterstand stonden, op 30 november 2010, 1 134 dossiers ingeschreven op de wachtlijst. Deze dossiers werden wel al aan het justitiehuis bezorgd, maar er werd nog geen justitieassistent aangeduid om de concrete invulling van de werkstraf op te volgen.

Ik wens op te merken dat na een kortstondige stijging, er een dalende trend is.

Zo stonden in april bijna 1 500 personen ingeschreven op de wachtlijst, tijdens de vakantieperiode meer dan 2 000 personen en gedurende de maand september 1 300 personen. Er is dus een positieve evolutie met 1 134 dossiers op 30 november 2010.

Het Directoraat-generaal justitiehuizen zet haar inspanningen verder om de opgelopen achterstand weg te werken.

Bovendien houdt een werkgroep, opgericht onder leiding van het Directoraat-generaal justitiehuizen, zich bezig met de uitwerking van een organisatiemodel in functie van een efficiënte uitvoering van de werkstraf. Deze is opgezet om tegemoet te komen aan de actuele problemen.

Het is nog te vroeg om iets te zeggen over de richting die de besluiten van de werkgroep zullen uitgaan. Ik zal ten gepaste tijde over de voorstellen van de werkgroep worden geïnformeerd.