BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
27 januari 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1013

de Lieve Maes (N-VA)

aan de minister van Klimaat en Energie
________
Gaslekken - Maatschappijen - Oorzaken - Gevolgen
________
gasdistributie
vervoer per pijpleiding
veiligheid van het vervoer
gasleiding
aardgas
________
27/1/2011Verzending vraag
10/5/2011Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1013 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op vrijdagavond 7 januari 2011 werden in Beersel de bewoners van een vijftigtal huizen op de Steenweg naar Ukkel geŽvacueerd nadat een gaslek werd vastgesteld. De bewoners mochten uiteindelijk pas de volgende dag in de vooravond naar huis terugkeren.

Dit verhaal is geen alleenstaand feit. Het afgelopen jaar waren er geregeld nieuwsitems rond gasontploffingen, al dan niet gepaard met evacuaties. Dat zou te maken kunnen hebben met een grotere gevoeligheid hiervoor bij de media, vooral na de gasramp in Gellingen, maar misschien is het effectief zo dat er meer gaslekken voorkomen.

Om hier meer duidelijkheid over te krijgen, had ik dan ook graag een antwoord gekregen op volgende vragen:

1) Hoeveel gaslekken waren er in 2010, 2009 en 2008?

2) Op welk soort leidingen (hoogcalorisch of laagcalorisch) kwamen ze voor?

3) Welke maatschappij was eigenaar van de leidingen met een lek?

4) Hoeveel lekken resulteerden in een ontploffing? Bij hoeveel gevallen werden er bewoners geŽvacueerd?

5) Hoeveel bedraagt de totale kostprijs van die voorvallen per jaar, zowel op het vlak van schade als van de kostprijs van het tijdelijk onderdak verlenen aan geŽvacueerden?

6) Waaruit bestaat het normale onderhoudsschema van de bestaande leidingen? Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering?

7) Gebeurt het onderhoud volgens schema en zijn er daar verslagen van?

Antwoord ontvangen op 10 mei 2011 :

1. Mijn diensten oefenen het toezicht uit op de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties en het koninklijk besluit van 28 juni 1971 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasdistributie door middel van leidingen. Zij zijn georganiseerd op een regionale basis. Wij beschikken over de cijfers van de jaren 2008 en 2009; de cijfers voor 2010 zullen slechts begin volgend jaar volledig meegedeeld zijn.

Bij het opstellen van deze statistieken maakt men het onderscheid tussen lekken op de distributieleidingen zelf, uitgedrukt per 100 km, en lekken op de aftakkingen van deze leidingen naar de huizen, uitgedrukt per 1 000 aftakkingen. Het aantal lekken op distributieleidingen bedroeg in 2008:

- voor Wallonië: 741 lekken op een lengte van 11 851 km, hetzij 6,25 lekken per 100 km;

- voor Vlaanderen: 1 757 lekken voor een lengte van 49 477 km, hetzij 3,55 per 100 km;

- voor Brussels gewest: 214 lekken op een lengte van 2 783 km, hetzij 7,69 lekken per 100km.

Totaal voor 2008: 4,23 lekken per 100 km.

Het aantal lekken op aftakkingen in 2008 bedroeg 2,55 lekken per 1 000 aftakkingen.

Voor het jaar 2009 hebben wij volgende cijfers( gegevens vanwege ALG zijn nog niet ter onze beschikking):

- distributie Wallonië: 371 lekken op 8 351 km, hetzij 4,44 per 100km;

- distributie Vlaanderen; 1 429 lekken op 50 929 km, hetzij 2,8 lekken per 100 km;

- distributie Brussel: 230 lekken op 2 851 km, hetzij 8,07 lekken per 100 km.

Totaal voor 2009: 3,26 lekken per 100 km.

Het totaal aantal lekken op aftakkingen in 2009 bedroeg 2,37 per 1.000 aftakkingen.

2. Het feit dat er hoog calorisch of laag calorisch gas vervoerd wordt, heeft geen invloed op het aantal gaslekken. Bij de gasdistributieleidingen komen voor: leidingen in grijs gietijzer, leidingen in nodulair gietijzer, leidingen in staal, leidingen in vezelcement, leidingen in PVC en leidingen in polyethyleen. Bij alle soorten leidingen komen er gaslekken voor. Gasleidingen in gietijzer en vezelcement worden geleidelijk vervangen omdat de kans op gaslekken bij dergelijke leidingen veel groter is. Tijdens de laatste twintig jaar worden enkel nog gasdistributieleidingen in staal of in polyethyleen geplaatst.

3.Geen enkel distributienet is volledig lekdicht; alle maatschappijen worden hiermee geconfronteerd en hebben daarvoor speciale lekopsporingsdiensten. Het percentage van de lekken varieert lichtjes van jaar tot jaar, en daalt op lange termijn door de vervanging van verouderde leidingen, en een stijgende kwaliteit van de nieuwe aangelegde.

4. In 2007 waren er geen ontploffingen in woningen ten gevolge van lekken op gasdistributie-installaties.

In 2008 was er één ontploffing in een woning ten gevolge van een lek op een gasdistributie-installatie.

In 2009 waren er geen ontploffingen in woningen ten gevolge van lekken op gasdistributie-installaties.

In 2010 waren er twee ontploffingen in woningen ten gevolge van lekken op gasdistributie-installaties.

Ontploffingen in woningen wegens aardgaslekken waren meestal het gevolg van lekken op de binneninstallaties waarvoor de eigenaars of de bewoners zelf verantwoordelijk zijn (minstens drie gevallen in 2007, zes in 2008, twee in 2009 en twee in 2010).

Het juiste aantal evacuaties wegens gaslekken kan niet meegedeeld worden. Evacuaties gebeuren meestal op bevel van de brandweer of de politie, die als eerste ter plaatse zijn na de melding van een gaslek.

5. Bij een gaslek zijn er de kosten van de verzorging van eventuele slachtoffers, de kosten van interventies van de hulpdiensten (brandweer en politie), de kosten bij bedrijven die moeten ontruimd worden of waarvoor de gastoevoer moet onderbroken worden, de kosten van de opvang van de geëvacueerden, de kosten wegens het verlies van het geloosde gas en de kosten van de herstellingen die moeten worden uitgevoerd aan de gasleidingen en de omgeving. Elk ongeval of voorval is verschillend.

Er zijn geen cijfers beschikbaar over de kostprijs van elk voorval en dus ook niet over de totale kostprijs per jaar.

6. Voor de ondergrondse gasdistributieleidingen zijn de gaslekopsporingen de voornaamste controles. Minstens om de vijf jaar wordt het volledige leidingennet onderzocht op lekken. Naast de gaslekopsporingen zijn er de zesmaandelijkse controles van ontspanningsstations en de jaarlijkse controles van de hoofdafsluiters.

In verband met de kathodische bescherming van de stalen middendruk leidingen om corrosie te vermijden zijn er de tweemaandelijkse controles van de beschermingstoestellen en jaarlijkse metingen van de potentiaal van de leidingen.

De gasnetbeheerders zijn uiteraard verantwoordelijk voor de uitvoering van de controles en het treffen van de nodige maatregelen naar aanleiding van de controles. Deze controles worden gedeeltelijk uitgevoerd door personeel van de gasnetbeheerder en gedeeltelijk door bedrijven in opdracht van de gasnetbeheerders.

7. De controles en het onderhoud gebeuren volgens een vooraf opgestelde planning. Van alle controles worden verslagen opgesteld en deze verslagen worden bewaard in de archieven van de gasnetbeheerders.