BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2007-2008
________
3 april 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-694

de Joris Van Hauthem (Vlaams Belang)

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
________
Verantwoordelijke uitgevers - Valse adressen (Le magazine Carrefour de la périphérie)
________
valsheid in geschrifte
personderneming
uitgeverij
gerechtelijke vervolging
publicatie
persvrijheid
________
3/4/2008 Verzending vraag
13/8/2008 Rappel
13/11/2008 Antwoord
________
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-402
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-694 d.d. 3 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 27 augustus 2003 stelde toenmalig senator Vanhecke aan de toenmalige minister van Justitie schriftelijke vraag nr. 3-100 (Vragen en Antwoorden nr. 3-18, blz.1125) over het feit dat het blad Le magazine Carrefour de la périphérie verscheen met als verantwoordelijke uitgever een persoon die woonde in Sint-Genesius-Rode, maar een niet bestaand adres opgaf.

De geachte minister antwoordde hierop dat er een onderzoek was opgestart om de werkelijke identiteit en het adres van de uitgever van het blad vast te stellen en zelfs dat dit onderzoek werd bespoedigd.

Op 2 februari 2006 vroeg ik wat terzake de stand van zaken was (schriftelijke vraag nr.3-4220, Vragen en Antwoorden nr. 3-61, blz. 5607). Als voorlopig antwoord werd mij daarop door de toenmalige minister van Justitie het volgende meegedeeld: “De gegevens nodig om te antwoorden op de vraag werden opgevraagd aan de bevoegde instanties. Het resultaat hiervan zal later worden meegedeeld.” Ik heb sindsdien nooit meer iets vernomen over deze zaak.

Derhalve ben ik zo vrij deze vraag te hernemen. Zijn de opgevraagde gegevens intussen bij de geachte minister terechtgekomen en wat is het resultaat van dat onderzoek? Wat is de stand van zaken?

Antwoord ontvangen op 13 november 2008 :

Mijnheer de procureur des Konings te Brussel heeft mij laten weten dat er een opsporingsonderzoek werd ingesteld met betrekking tot de bedoelde feiten maar dat de zaak zonder gevolg werd geklasseerd enerzijds wegens de ouderdom van de feiten en anderzijds omdat de op dat moment verantwoordelijke uitgever niet kon worden geïdentificeerd.