| BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ||||
| Zitting 2007-2008 | ||||
| ________ | ||||
| 4 september 2008 | ||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1464 | ||||
de Margriet Hermans (Open Vld) |
||||
aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen |
||||
| ________ | ||||
| Vliegreizen - Korte afstanden - Richtlijnen voor regeringsleden en administratie | ||||
| ________ | ||||
| reis luchtvervoer snelvervoer vervoer per spoor minister ambtenaar vermindering van gasemissie milieubescherming Protocol van Kyoto |
||||
| ________ | ||||
|
||||
| ________ | ||||
| Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1451 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1452 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1453 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1454 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1455 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1456 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1457 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1458 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1459 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1460 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1461 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1462 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1463 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1465 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1466 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1467 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1468 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1469 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1470 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1471 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-1472 |
||||
| ________ | ||||
| SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1464 d.d. 4 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands) | ||||
Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 4-978, waarin ik pleitte om waar mogelijk bij buitenlandse missies de trein als vervoermiddel te gebruiken. Dit naar het Nederlandse voorbeeld, waar een parlementaire motie werd goedgekeurd die onder meer stelde dat de (hogesnelheids)trein een goed alternatief is en dat de regering ervoor moet zorgen dat voor dienstreizen tot vijf honderd kilometer de trein wordt genomen. Volgens een recente evaluatie zou het aantal verplaatsingen per vliegtuig door de regeringsleden, de leden van de strategische cellen en de ambtenaren van de federale administraties ongeveer 6 500 heen- en terugvluchten per jaar bedragen. Die vluchten veroorzaken een jaarlijkse CO2-uitstoot van om en bij de 13 000 ton en hebben dus een aanzienlijke impact op het milieu. De minister van Klimaat en Energie gaf aan dat hij in overleg met de andere leden van de regering oplossingen tracht te zoeken om die impact te beperken, en om ervoor te zorgen dat de federale overheden hun voorbeeldfunctie op dit domein ter harte nemen. Momenteel hebben de ministers van Klimaat en Energie en van Sociale Zaken en Volksgezondheid instructies uitgevaardigd waarbij de ambtenaren van de betrokken departementen verplicht worden de trein te nemen voor alle bestemmingen die zich op minder dan 300 kilometer afstand bevinden (Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen, enz.) en dat de trein ook de voorkeur zal krijgen voor grotere afstanden die per trein bereikt kunnen worden in minder dan tien uur (bijvoorbeeld de steden in Zuid-Frankrijk, Zwitserland, …). Voor de verplaatsingen die toch per vliegtuig moeten gebeuren, wordt de uitstoot geneutraliseerd, ofwel door de aankoop van certificaten bij compensatieprogramma’s, ofwel door het aankopen en het annuleren van emissierechten volgens het Europees emissiehandelsysteem, of volgens het Protocol van Kyoto. De minister van Klimaat en Energie antwoordde dit initiatief te willen uitbreiden tot alle regeringsleden en het personeel van de FOD’s en de POD’s en de instellingen van openbaar nut. Een principebeslissing in die zin werd genomen en een werkgroep werd opgericht, doch binnen de groep werd nog geen akkoord bereikt. Er zit dus duidelijk iets strop. Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen : 1) Bent u het eens met de stelling dat de regering inzake het klimaat een voorbeeldfunctie heeft te vervullen, net als het parlement? 2) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat de minister of staatssecretaris en de departementen en FOD’s die onder zijn of haar bevoegdheid vallen de trein moeten nemen voor alle bestemmingen in het buitenland die zich op minder dan 300 km afstand bevinden? 3) Wordt dit heden reeds toegepast door uzelf en de FOD’s, beleidscellen en departementen waarvoor u bevoegd bent? Zo neen, waarom niet? 4) Hoe staat u ten opzichte van het principe dat als de verplaatsing toch per vliegtuig dient te geschieden, de uitstoot dient te worden geneutraliseerd? 5) Past u dit persoonlijk reeds toe en passen de departementen, de beleidscellen en de FOD’s waarvoor u bevoegd bent dit reeds toe? Zo ja, hoeveel heeft dit u reeds gekost en wat is de geschatte meerkost op jaarbasis? 6) Zo neen waarom past u het principe van de neutralisering van de verplaatsingen per vliegtuig niet toe? |
||||
| Antwoord ontvangen op 9 oktober 2008 : | ||||
Ik heb de eer het geachte lid het volgende te antwoorden: Vragen 1, 2 en 4: Ik verwijs naar het antwoord van de eerste minister aan wie een zelfde vraag werd gericht. (schriftelijke vraag nr.4-1451) Vragen 3, 5 en 6: Voor wat betreft de initiatieven die door mijn administratie en beleidscel worden genomen, verwijs ik naar het antwoord op de schriftelijke vraag nr.52-89 van 4 juli 2008 van Volksvertegenwoordiger Michel Doomst. (Kamer, Vragen en Antwoorde nr.52-35,blz.xxx) |