1-215

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1998-1999
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Namiddag - Dinsdag 27 oktober 1998

________



INHOUD




VRAAG OM UITLEG
van de heer Anciaux (veiligheid op en rond de luchthaven van Zaventem) aan de minister van vervoer. (Sprekers : de heren Anciaux en Daerden, minister van vervoer.)

WETSONTWERP BETREFFENDE DE EURO (Evocatieprocedure)
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren D'Hooghe, verslaggever, Coene, Hatry, Moens, mevrouw Willame-Boonen, de heren Anciaux en Viseur, minister van financiën.)

VRAAG OM UITLEG
van de heer Anciaux (relatie met de staf van de rijkswacht en verhoudingen binnen de rijkswacht) aan de vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. (Sprekers : de heren Anciaux en Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken.)

VERWELKOMING VAN EEN DELEGATIE VAN DE QUAESTUUR VAN DE CANADESE SENAAT

VRAGEN OM UITLEG
van mevrouw Sémer (kanker veroorzaakt door Hawk-luchtafweer) aan de vice-eerste minister en minister van landsverdediging. (Sprekers : mevrouw Sémer en de heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken, namens de vice-eerste minister en minister van landsverdediging);
van mevrouw Delcourt-Pêtre (rechten van de niet-Belgische burgers met betrekking tot de Europese en gemeenteraadsverkiezingen) aan de vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. (Sprekers : mevrouw Delcourt-Pêtre en de heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken ).

ARBITRAGEHOF

VERZOEKSCHRIFTEN

OVERZENDING VAN KONINKLIJKE BESLUITEN





_____________







VOORZITTER : DE HEER MOENS,
ONDERVOORZITTER


____



De vergadering wordt om 14.10 u. geopend.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE MINISTER VAN VERVOER,
over « de veiligheid op en rond de luchthaven van Zaventem »


De heer Anciaux (VU). - De jongste tijd hebben zich in Zaventem een aantal ernstige incidenten voorgedaan : twee noodlandingen en twee toestellen die botsten tijdens het taxiën. De omwonenden hebben mogen ondervinden wat het betekent om in de baan van een drukke vluchtroute te wonen. Gelukkig bleef de schade beperkt. Daarnaast was er ook de beroering over de bijna-crash van een toestel van Sabena dat uit New York terugkeerde. Directe aanleiding daartoe was een fout van een verkeersleider in opleiding in Heathrow. Er is dus een probleem bij de verkeersleiders. De minister heeft al laten weten dat ook bij ons de opleiding tot verkeersleider versterkt zal worden. Geregeld zijn ook berichten over vliegtuigen die met technische problemen kampen.

Sinds de deregulering is de luchtvaart in opmars. Dalende prijzen en code-sharing zijn er de symptonen van. Arbeidscontracten worden steeds flexibeler. Ook bij Sabena staat het personeel onder een enorme druk. De Vereniging van Belgische Piloten liet weten hiermee niet akkoord te gaan en wees er ook op dat het Bestuur der Luchtwegen al te gemakkelijk licenties toekent aan buitenlandse piloten. Zij vrezen ook dat de druk zodanig wordt dat ze de veiligheidsprocedures niet strikt kunnen naleven. Het antwoord van de minister in de Kamer was niet echt duidelijk.

De vraag is of het toenemend succes van het reizen per vliegtuig niet ten koste gaat van de veiligheid. Na elk incident spreken de woordvoerders van Sabena sussende taal. Toch heb ik mijn bedenkingen.

De geluidshinder rond het vliegveld leidt tot stresssituaties bij de omwonenden. Wat zijn de conclusies van het onderzoek naar de recente incidenten ? Welke criteria hanteert het bestuur bij de toepassing van het vertrouwensprincipe bij de toekenning van de licenties ? Worden de toestellen en de prestatiedocumenten effectief gecontroleerd ? Welke privé-firma zal zorgen voor de opleiding van de verkeersleiders ? Werd hun werkdruk onderzocht ?

Wordt de regelmaat aan onderhoudsbeurten onderzocht ? Zijn de vlieguren per toestel tussen twee onderhoudsbeurten de laatste jaren toegenomen ? Welke veiligheidsplannen heeft de minister voor de inwoners van de aanvliegroutes in Neder-over-Heembeek, Haren, Diegem en Zaventem ? Is de minister niet te laks bij de toepassing van veiligheidsvoorschriften van de luchtvaartmaatschappijen ? Hoe verantwoordt hij dat sommige vrachtvliegtuigen laag boven het militair hospitaal en het bedrijf Shell vliegen ?

De heer Daerden, minister van vervoer. - Elk incident inzake de veiligheid wordt grondig onderzocht overeenkomstig de EU-richtlijn 94/56.

Het onderzoek naar het incident met de Boeing op 26 september is in een eindstadium. Het wordt uitgevoerd in samenwerking tussen het Bestuur der Luchtvaart, het Amerikaanse FAA, Boeing, Pratt and Wittney en enkele gespecialiseerde laboratoria. De oorzaak lijkt zuiver accidenteel.

Het onderzoek naar het incident met de Airbus 340 van 29 augustus 1998 heeft geleid tot een nieuw navigatievoorschrift bij de Franse luchtvaartautoriteiten.

Voortaan wordt de draaicirkel gereduceerd van 77° tot 55°, teneinde de belasting van het landingsgestel te verminderen.

Piloten en luchtvaartmaatschappijen ijveren voor de veiligheid in het luchtverkeer. Hun uiteenlopende financiële belangen worden opgeschroefd en gemediatiseerd. Het Bestuur der Luchtvaart oefent een scherpe controle om de onregelmatigheden vast te stellen die een economisch voordeel opleveren ten nadele van de veiligheid.

De lijnpiloten moeten tweemaal per jaar hun vergunning vernieuwen. Daartoe moeten ze een test afleggen op een simulator, onder toezicht van het Bestuur der Luchtvaart. Ook hun lichamelijke geschiktheid wordt onderzocht.

Het Bestuur der Luchtvaart controleert de toestellen en de prestaties van de piloten. Het onderhoud wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van de constructeur. De maatschappijen die onderhoudswerken uitvoeren, zijn vergunningsplichtig.

Ik ben tevreden over de werking van het Bestuur der Luchtvaart.

Zo controleren de Staten elkaar. De Amerikaanse autoriteiten hebben onlangs een ploeg deskundigen naar de verschillende Europese landen gestuurd om na te gaan of de IAO-normen worden nageleefd. Wanneer de conclusies negatief zijn, krijgen de vliegtuigen van het betrokken land vliegverbod in de Verenigde Staten.

Het personeelsbestand van het Bestuur van de Luchtvaart wordt progressief aangevuld. Sinds 1996 zijn twaalf personeelsleden in technische graden in dienst getreden. Voor tien bijkomende personeelsleden is de wervingsprocedure aan de gang. Bij de onderhandelingen op regeringsvlak is het mijn eerste zorg het personeel te bekomen dat dringend nodig is voor het bestuur. Ik word daarbij geleid door mijn bezorgdheid om een maximale veiligheid van de burgerluchtvaart te verzekeren.

Tot enkele dagen geleden werden de luchtverkeersleiders opgeleid onder de verantwoordelijkheid van de Regie der Luchtwegen. Voortaan zal dit gebeuren onder de verantwoordelijkheid van Belgocontrol.

Het incident te West-Drayton in Groot-Brittannië schijnt te wijten te zijn aan de onervarenheid van een stagiair- radarist. In België wordt de werklast van de luchtverkeersleiders dagelijks geëvalueerd en verdeeld volgens de veiligheidsoverwegingen. Deze verdeling kan op elk ogenblik worden gewijzigd om een onvoorziene verkeerstoename op te vangen.

Elk jaar organiseert de RLW, nu Belgocontrol, een opleidingssessie voor luchtverkeersleiders. Na een theorie- en praktijkopleiding van vier tot vijf jaar worden de geslaagde kandidaten zogenaamde « radaristen ».

Elk vliegtuigtype heeft een door de constructeur voorgesteld onderhoudsprogramma. Dit programma coördineert het onderhoud van zo een honderdduizend onderdelen. Het aantal vlieguren tussen twee onderhoudsbeurten is constant.

De toename van het luchtverkeer heeft geen invloed op de veiligheid van de toestellen. Elk vliegtuig wordt onderhouden volgens een door het Bestuur van de Luchtvaart gecontroleerd programma. De controles verlopen sneller naargelang het vliegtuig meer vliegt.

De bescherming van de bewoners op de aanvliegroutes over Neder-over-Heembeek, Haren, Diegem en Zaventem wordt geregeld door het urgentieplan van de luchthaven dat in een alarmschema voorziet.

De veiligheidsvoorschriften vallen onder de federale bevoegdheid. Deze veiligheidsvoorschriften zijn niet afhankelijk van luchthaven tot luchthaven, noch van het feit of het gaat om regelmatige vluchten, charters of zakenvluchten, dan wel om vracht- of passagiersvervoer.

België neemt actief deel aan alle initiatieven en is vertegenwoordigd in alle betrokken instanties voor de bestendige verbetering van de luchtvaartveiligheid.

De kwestie van de verantwoordelijkheid van de luchtvervoerder wordt geregeld door verschillende internationale overeenkomsten. Bovendien heeft elk slachtoffer of elke rechthebbende het recht zich tot de rechtbanken te wenden. Tevens is de Europese verordening 2027/97 betreffende aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen, in werking getreden op 17 oktober van dit jaar. In deze verordening wordt bepaald dat de slachtoffers of hun rechthebbenden zeer snel een voorschot op de schadevergoeding wordt uitbetaald.

Het kan gebeuren dat bepaalde zware vrachtvliegtuigen laag over het militaire hospitaal vliegen. Deze startroute werd gekozen om de hinder voor de omwonenden in het verlengde van de piste zo klein mogelijk te houden. Het zal echter onmogelijk zijn de hinder tot nul terug te brengen.

De heer Anciaux (VU). - Ik dank de minister voor het antwoord op elk van mijn vragen. Ik kan echter enige wrevel over de aard van zijn antwoord niet onder stoelen of banken steken. Het is onzinnig om op elke vraag een precies antwoord te geven zonder enige politieke verantwoordelijkheid op te nemen.

Ik aanvaard niet dat volgens de minister de kous af is door te stellen dat het onderzoek in verband met het ongeval van 26 september in een eindstadium is beland en te concluderen dat het om een ongeluk ging. De vraag is wat de minister heeft gedaan om ongevallen in de toekomst te voorkomen.

De minister heeft op mijn vraag over de controles geantwoord dat ze sneller verlopen naargelang het vliegtuig meer vliegt. Wat wordt hiermee bedoeld ? Onlangs is gebleken dat een jongen van 14 jaar de hele RLW voor aap kan zetten. De heer Kirsch verklaarde dat het om spionage ging. De vraag is welke conclusies de minister uit het voorval heeft getrokken.

Ik heb de indruk dat de minister de gevolgen van de toegenome verkeersdrukte niet au sérieux neemt. De minister zegt dat de toename van het luchtverkeer geen gevolg heeft voor de veiligheid. De omwonenden in Diegem die met de kleine ongelukken geconfronteerd werden, stellen zich vragen over de druk op de piloten en het materieel. De minister kan toch niet ontkennen dat er de jongste tijd een toename van incidenten is geweest. Nochtans heb ik geen toename vastgesteld van het aantal initiatieven en reglementeringen die de veiligheid kunnen verhogen. De minister zegt dat de mensen van de Regie der Luchtwegen het best geplaatst zijn om de veiligheid te controleren. Maar welke controle gebeurt er extern ?

Er zijn reeds verschillende interpellaties geweest over de veiligheid van het luchtverkeer maar de minister heeft daar nooit gevolg aan gegeven en telkens alles toegedekt met de mantel der liefde. Dat gaat niet op hij moet zijn politieke verantwoordelijkheid nemen.

De heer Daerden, minister van vervoer (in het Frans). - Ik ben het niet met de conclusies van onze collega eens. We stellen alles in het werk om de veiligheid te waarborgen; onze luchthaven is één van de veiligste ter wereld en wordt voortdurend verbeterd. De toename van het luchtverkeer brengt natuurlijk een uitbreiding van het personeel mee, maar ook daar passen wij ons geleidelijk aan.

Ik wijs erop dat alles wordt gedaan om de veiligheid te handhaven en te bewaren. Elk risico uitsluiten is evenwel onmogelijk.

- Het incident is gesloten.





WETSONTWERP BETREFFENDE DE EURO
(Evocatieprocedure)



De heer D'Hooghe (CVP), verslaggever. - De tekst die ter bespreking voorligt is de technische uitwerking van de Belgische toetreding tot de Europese Monetaire Unie. Het legt het juridisch kader vast van de positie van de euro en van de gevolgen voor de private rechtsregels. Na onderzoek zijn een aantal bepalingen opgedoken die het best via een wetswijziging toegepast worden. De minister benadrukte dat het niet uit te sluiten is dat een aantal nieuwe elementen kunnen opduiken die ook nog bij wet geregeld moeten worden. De minister vertrok van vier basisideeën. De programmawet slaat alleen op de overgangsfase 1999-2002. Daarnaast zullen een aantal koninklijke besluiten en ministeriële besluiten de overgang begeleiden. Deze programmawet staat in rechtstreeks verband met de euro. Tenslotte zal de terminologie van de Europese verordeningen worden overgenomen. Vanuit deze basisgedachten zijn 62 artikelen voorgelegd die de continuïteit en de overgang moesten verzekeren.

De Senaat heeft in deze zijn evocatierecht uitgespeeld. De leden onderstreepten de betekenis van de euro voor onze economie. Enkele leden wezen erop dat de toetreding tot de EU raakt aan de internationale verplichtingen van ons land en dat de Senaat hierin een rol kan spelen. De minister benadrukte de betekenis van de monetaire stabiliteit en enkele senatoren uitten hun vrees dat de toetreding kostelijk zou worden voor kleine ondernemingen. De minister antwoordde dat de overgangsperiode van drie jaar een spreiding van de kosten met zich brengt. Vanaf 1996 was het mogelijk daartoe een aantal provisies aan te leggen.

Het is zeer belangrijk dat de Eurozone naar buiten toe met gemeenschappelijke standpunten vertegenwoordigd wordt. Dit zal tot de stabiliteit van het systeem bijdragen.

Tijdens de informele vergadering van ECOFIN in Wenen, is overeengekomen dat de informatie zo snel mogelijk wordt uitgewisseld. De ministers willen het systeem van telefonisch overleg zoals dat werd toegepast bij de bekendmaking van het standpunt over de crisis in Rusland, verder uitwerken.

Een ander probleem is de manier waarop een standpunt wordt verwoord. Alle landen zijn het erover eens dat bij een crisis het gemeenschappelijk standpunt wordt verwoord door de voorzitter van de Eurozone. Er is tevens een probleem van externe vertegenwoordiging op de verschillende internationale fora ? In de G7 beschikken de leden van de Eurozone over zes zetels. Volgens een Frans voorstel moet er ruimte zijn voor een autonoom standpunt van de Eurozone, te vertolken door de Europese Centrale Bank en de voorzitter van de informele Euro-XI-groep. De gouverneur van de Banque de France is het hiermee niet eens.

Noch de ECB, noch de Eurozone zijn op dit ogenblik in het IMF en in het IMF-interimcomité vertegenwoordigd. In de toekomst zou in het interimcomité het standpunt van de Eurozone worden vertolkt door haar voorzitter, terwijl de ECB het statuur van waarnemer bij het IMF zou hebben.

Met betrekking tot de G22 hebben de vier kleine leden van de G10, waaronder België, een gemeenschappelijke actie ondernomen. Zij vinden dat men geen forum kan oprichten los van het IMF en willen deze rol toekennen aan het interimcomité en de Eurozone. De heer Strauss-Kahn heeft dan voorgesteld het interimcomité van het IMF om te vormen tot een vast comité dat de politieke vleugel van het IMF kan vormen.

De elf leden van de Eurozone willen op de verschillende fora met een gemeenschappelijk standpunt naar voor treden. Zij vinden de voorzitter van de Eurozone de meest geschikte persoon om de Elf naar buiten toe te vertegenwoordigen. Er is voorgesteld om de president niet aan te wijzen op basis van een toerbeurt, maar een primus inter pares te kiezen. In dat geval wordt de voorzitter aangewezen voor een periode van één of meer jaren en wordt er een vice-voorzitter verkozen.

Al deze voorstellen zullen op de Top van november worden besproken.

De euro zal de fiscale harmonisatie ongetwijfeld versnellen. De werkwijze van de groep-Monti en van de Europese Commissie levert hoopgevende resultaten op. Alle aspecten van de fiscaliteit moeten in aanmerking worden genomen. De commissie zal binnenkort een interimrapport opstellen over de fiscaliteit in de lidstaten.

Het ontwerp werd door de commissie unaniem goedgekeurd. (Applaus.)

De Voorzitter. - Ik stel voor de vergadering te schorsen tot de minister ons opnieuw kan vervoegen.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Als voorzitter van de commissie heb ik het bedrijfsleven beloofd dat dit ontwerp voor het einde van oktober 1998 zou worden aangenomen. Ik zou niet graag hebben dat die belofte door de afwezigheid van de minister in het gedrang komt.

De vergadering wordt om 15.15 uur geschorst
en om 15.20 uur hervat


De heer Coene (VLD). - Ik feliciteer de rapporteur met zijn verslag. De VLD heeft dit ontwerp geëvoceerd omdat het nauw verbonden is met de internationale verdragen die ons land heeft onderschreven. Onze fractie heeft echter geen amendementen ingediend, omdat het slechts om technische regelingen gaat.

Toch gaat het om een grote omwenteling. Daarom is het jammer dat de overgangsregeling zo ingewikkeld werd gemaakt. De keuze van de cliënt om tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002 naar de euro over te stappen is onomkeerbaar. De banken worden aldus in een keurslijf gedwongen. Ik vernam dat de banken hun cliënten nu reeds aanmoedigen om zo vlug mogelijk over te stappen. In Nederland is alles veel eenvoudiger. Daar blijven alle rekeningen in gulden bestaan tot het einde van de overgangsperiode, en wie nu reeds voor de euro wil kiezen, moet een nieuwe rekening openen. Later zullen alle rekeningen in guldens op één enkele dag in euro worden omgezet.

Een tweede probleem is de hoge kostprijs voor de KMO.

Het NCMV raamt de kosten voor de omschakeling op 2 % van de omzet van de KMO's. Voor vele KMO's is dit een gehele jaarwinst. Zelfs bij een afschrijving over een periode van drie jaar zal dit de KMO's beïnvloeden. Het is niet uitgesloten dat vooral oudere bedrijfsleiders hun zaak aan het einde van de overgangsperiode zullen sluiten. Het is jammer dat voor deze weinig gebruiksvriendelijke methode werd geopteerd.

Verder wordt het parlementair controlerecht in deze materie uitgehold. Veel moet worden geregeld via koninklijke besluiten. De VLD zal dit ontwerp goedkeuren omdat het vooral een technisch ontwerp is, maar blijft ongelukkig over de ingewikkeldheid ervan. (Applaus.)

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik feliciteer de rapporteur. Net als voor het wetsontwerp dat wij vanmorgen hebben besproken, lijkt het mij niet goed dat de Kamer nagenoeg exclusief bevoegd is voor de ontwerpen die geregeld worden bij artikel 78 van de Grondwet. Dit ontwerp had net zo goed eerst door de Senaat behandeld kunnen worden.

Jarenlang hebben wij ons afgevraagd welke landen meteen op de euro zouden overschakelen. België is daarin geslaagd en het wetsontwerp dat wij bespreken is een stap in een lang besluitvormingsproces. België maakte deel uit van de muntslang, was vervolgens lid van het eerste Europees monetair systeem, koppelde vervolgens de frank aan de mark en stapte in de Europese Monetaire Unie. Die fasen sluiten goed op elkaar aan. Zonder dat was de pariteit met de dollar een illusie geweest.

Naast dit opmerkelijke succes zijn sommige sociale en macro-economische aspecten echter niet goed. Dat verontrust mij. Wij hebben immers problemen die rechtstreeks voortvloeien uit onze toetreding tot de monetaire unie, namelijk de loonkosten, de overproductie van bedrijven, die daardoor met sluiting worden bedreigd, de hoge werkloosheidscijfers, enz.



Voorzitter : mevrouw Sémer, oudste lid in jaren


De toetreding tot de euro is van fundamenteel belang voor België, want de voordelen zijn groter dan de nadelen. Zo doet België opnieuw mee aan het monetair beleid. De euro kan een reservemunt worden. Door de grote hoeveelheid euro's wordt speculatie nagenoeg onmogelijk. De prijsvergelijking wordt doorzichtiger. Tot slot is het zeer goed dat prijsstabiliteit tot regel wordt verheven, zowel voor de consumenten als voor de investeerders en de buitenlandse handel. Kostenverlaging door schaalvergroting en meer concurrentie zijn positieve gevolgen daarvan.

Er zijn ook nadelen. Wij hebben ons economisch en sociaal beleid nog steeds niet op elkaar afgestemd. De Unie is niet zo een coherent geheel als de Verenigde Staten. De Unie bestaat uit talrijke sociaal weinig op elkaar afgestemde gebieden. Dat maakt haar zeer kwetsbaar. Het verdwijnen van de flexibiliteit waarover vele regeringen beschikten, maakt een homogeen beleid onmogelijk.

De verlaging van de rentetarieven zal bijvoorbeeld voor sommige landen, zoals Duitsland en Frankrijk, positieve gevolgen hebben, maar voor andere hogere kosten meebrengen.

Monetaire unies zijn niet altijd een succes geweest. Een monetaire unie kan enkel slagen als sommige aspecten tot de bevoegdheid van de nationale regeringen blijven behoren. De lonen gelijkschakelen zou een grove vergissing zijn. Ik ben tegen collectieve onderhandelingen op het niveau van de vijftien. Zo zou een van de factoren voor de noodzakelijke flexibiliteit verloren gaan.

Bovendien zal men de maatregelen waartoe de Europese Centrale Bank beslist, moeten aanvaarden, zelfs als die niet overeenstemmen met de beleidskeuzen van de landen. Er moeten dus nieuwe nationale instrumenten worden ontworpen. De rentetarieven van de Europese Centrale Bank worden niet op maat gemaakt. Ze zullen, net als confectiekleding, in eigen land passend moeten worden gemaakt.

Ik ben er niet van overtuigd dat prijsstabiliteit en externe monetaire stabiliteit samengaan. Er zou een bijzonder netelig debat moeten worden gevoerd. We hoeven niet langer te zorgen voor de pariteit tussen de dollar en de euro. Bovendien vind ik de regelmatige verslagen van Europese economen aan de Europese politieke instanties en aan de nationale parlementsleden geen goede zaak. Wij wilden een onafhankelijke Europese Centrale Bank. Waarom dan de controle op het beheer van die bank verscherpen ?

België stapt in de monetaire unie met een aantal troefkaarten. Zijn tekort wordt kleiner en men vergeet soms dat het samen met Zwitserland de meeste schuldvorderingen op het buitenland heeft.

De goede beslissingen kwamen er onder buitenlandse druk. Zonder die druk zouden wij ons zeker in een minder gunstige situatie bevinden. Het is dus positief dat wij de euro en de beperkingen van de Euroleden aanvaarden.

Niemand weet precies hoe onze hoge werkloosheid zich verhoudt tot de Europese cijfers. Die hoge werkloosheid en de sluiting van bedrijven die er niet in geslaagd zijn hun productiviteit op te drijven zijn de prijs die wij voor een sterke munt en een hoge productiviteit moeten betalen.

Wij permitteren ons ook rijkbemande overheidsdiensten. De federalisering heeft die ontwikkeling zeker niet afgeremd. Sinds 1989 worden geen cijfers meer bekendgemaakt. Bestaat er geen Europese benadering op dat gebied ?

Voorts hebben wij te kampen met zeer hoge belastingen, een hoge loonkost, een gebrek aan flexibiliteit en een trage besluitvorming door coalitieregeringen.

Wij treden het eurotijdperk binnen met een aantal troefkaarten, hoewel het sociale en economische beleid de vooruitzichten vertroebelt.

Ik reken erop dat de volgende regering een en ander bijstuurt. (Applaus.)

De heer Moens (SP). - Zoals bekend staat mijn fractie uit Eurofielen, maar hoewel we het wetsontwerp volledig steunen, blijft er een zekere scepsis over. Dat heeft te maken met het feit dat wij pleiten voor de primauteit van de politiek : eerst moet de politiek eengemaakt worden, uit de politieke eenmaking zal de eenheidsmunt voortvloeien. De redenering van de regering luidt : « als we de munt eenmaken, zal de rest volgen ». Ik huiver als ik denk aan de mogelijke gevolgen op fiscaal, economisch en sociaal vlak. Fiscaal bestaan er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten en ook op het vlak van parafiscaliteit, zoals de sociale zekerheidsbijdragen, zijn er grote verschillen. We moeten ons geen illusies maken, want die verschillen zullen de rivaliteit tussen de lidstaten in stand houden. Ik vrees dat we de kar vóór de paarden spannen, dat we zullen stilstaan of zelfs achteruitgaan. We pleiten er dus voor om ook initiatieven te nemen voor de politieke eenmaking.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Medio 1997 hebben twee Europese verordeningen het wettelijk statuut van de euro vastgelegd. Deze verordeningen zijn rechtstreeks van kracht in de lidstaten. Toch moeten nog bepaalde elementen van de Belgische wetgeving worden aangepast.



Voorzitter : de heer Moens


De besprekingen hierover in de Kamer waren belangrijk en er werden regeringsamendementen aangenomen. Eigenlijk was het niet nodig dit ontwerp in de Senaat te evoceren. Gelet evenwel op de gevolgen voor de monetaire internationale toestand, meen ik dat het normaal is dat ook de Senaat dit ontwerp bespreekt.

Op 1 janauri 2002 zal de definitieve regeling in werking treden. De werking van de administratie moet worden aangepast en ik wens dat men daar zo spoedig mogelijk mee begint. De bepalingen beogen hoofdzakelijk de rechtszekerheid te waarborgen, het Verdrag van Maastricht te coördineren, de overgang en de omrekening in de eenheidsmunt te bespoedigen. Het ontwerp werd meer om de essentie van de zaak dan om de economische motieven geëvoceerd.

De heer Viseur, minister van financiën (in het Frans). - Ik dank de heer D'Hooghe voor zijn uitstekend schriftelijk verslag. Jammer genoeg heb ik zijn mondeling verslag niet kunnen horen, want ik was opgehouden in de Kamer.

Wij zijn ervan overtuigd dat Europa met de invoering van de euro een historische daad stelt. Het is zeker niet de eerste poging om een monetaire unie tot stand te brengen in Europa. Ditmaal wordt echter wel de grondslag gelegd voor een versnelde integratie. We moeten er wel op wijzen dat de politiek de Europese beweging heeft bespoedigd.

Het afschaffen van de eigen munt ten gunste van de euro is een moedige en moeilijke daad, vooral voor de Duitsers die hun Staat rond de mark hebben heropgebouwd.

De nieuwe structuren zullen het mogelijk maken de doelstellingen van de eenheidsmunt te bereiken. Ze beantwoorden aan een optimaal evenwicht tussen de politieke, economische en monetaire pijlers. Wat het monetaire beleid betreft, is de onafhankelijkheid van de Centrale Bank een absolute noodzaak, want die ligt aan de basis van de doeltreffendheid ervan en is een element van de aantrekkingskracht van de euro. Onze eerste minister wees er onlangs ook nog op. Het economisch en sociaal beleid mag echter niet volledig worden overgeheveld naar de monetaire pijler. De Ministerraad en de commissie vormen hier een economisch en sociaal tegenwicht, waardoor het mogelijk wordt politieke oplossingen uit te werken.

De personen die vertrouwd zijn met het Europees beleid stellen met verbazing vast dat de Eurozone nu al harmoniserend werkt op het begrotingsbeleid en op de aanpassingen van het fiscaal beleid.

Als de Eurozone efficiënt werkt, kunnen de nadelige gevolgen van de concurrentie worden weggewerkt, voornamelijk wat de belasting op het spaargeld betreft.

Wij zijn optimistisch omdat er opnieuw een economisch beleid is, met monetaire stabiliteit en een succesvolle bestrijding van de inflatie. Zodra Italië, Spanje, Portugal en Ierland hun rentevoeten op het niveau van de kernlanden brengen, kunnen wij in de zone een duurzame ontwikkeling tot stand brengen. Overal zegt men immers al dat de Eurozone een eiland van stabiliteit is gebleven in de Aziatische crisis.

De invoering van de euro zal moeilijkheden met zich meebrengen. We zullen oog moeten hebben voor de aanpassing van de economische cycli tussen de kernlanden en bijvoorbeeld Ierland. De interne stabiliteit is gewaarborgd, maar de vaststelling van de pariteit met de andere munten kan problemen doen rijzen. De Bank en vervolgens de Raad zullen optreden, maar ook de markt zal beslissen.

De heer Hatry heeft gelijk als hij zegt dat de harmonisering van het volledige economisch en sociaal beleid een utopie is. Daarmee zou men de landen in het zuiden van Europa geen goede dienst bewijzen. Zelfs in de Verenigde Staten is dit beleid niet volledig eengemaakt.

Wij zullen deze uitdaging kunnen aangaan. Europa zal een gebied worden van economische groei gebaseerd op eigen, ook sociale waarden. De toekomst zal indrukken nalaten op intern niveau, maar Europa zal eindelijk ook erkend worden als een economische en politieke grootmacht die in de wereldhandel de rol van een stabiliteitszone speelt.

Op basis van een technische tekst moet over de hele Europese economie een debat worden gevoerd. Wij moeten de Koning de mogelijkheden laten om op te treden aangezien de euro een ingewikkelde constructie is. Van dag tot dag zullen wij merken welke veranderingen noodzakelijk zijn.

Men zegt dat de prijs voor de KMO's hoog zal zijn. Dat klopt wellicht, maar hun afzetmarkt zal tegelijk aanzienlijk groeien, aangezien 90 % van de Belgische buitenlandse handel in de eenheidsmunt zal geschieden.

Het gaat hier om een belangrijke uitdaging. De periode van drie jaar zal zeker noodzakelijk zijn om de bevolking aan de nieuwe situatie te laten wennen. Door ons systeem zijn de beroepsmensen verplicht om dadelijk de logica van de euro te hanteren.

Men moet zich rekenschap geven van de stap die wij gaan doen. Door op basis van de euro zijn eenheid te versterken, bouwt Europa een zone van vrede en voorspoed uit. (Applaus.)

De heer Anciaux (VU). - Wij zijn voorstander van de Europese gedachte, maar we zijn tegen de Verdragen van Maastricht en Amsterdam omdat eerst de democratie moet worden hersteld. Wij zijn het er ook mee eens dat dit ontwerp hoofdzakelijk technische aanpassingen bevat. Wij maken ons eveneens zorgen over de weerslag van de omschakeling voor de KMO's. Het is jammer dat talrijke koninklijke besluiten en ministeriële besluiten zullen worden getroffen. We vrezen dat de omschakeling tot witwasoperaties zal leiden, indien het geheel niet streng wordt gecontroleerd.

De basisrente zou nu overal gelijk moeten zijn, ten einde kapitaalvlucht te voorkomen. Op de Top in Oostenrijk werd trouwens gepleit voor een basistarief. Toch blijft het probleem van de rente op lange termijn die afhankelijk is van de kredietwaardigheid van de emitent. Het is jammer dat de regering haar belofte in verband met de indexering van de belastingtarieven en de vermindering van de sociale lasten ten belope van 18 miljard frank niet kan waarmaken. Het stabiliteitsprogramma dreigt daardoor in het gedrang te komen.

De Volksunie zal zich onthouden.

De heer Viseur, minister van financiën (in het Frans). - Wat de rentevoeten en de gevolgen voor de kapitaalbewegingen betreft, is de toepassing van het Verdrag van Maastricht een enorm succes. De Finse mark heeft goed standgehouden hoewel hij nauw bij de Russische crisis betrokken was. Er is geen speculatie geweest tegen de munten van België en Italië, hoewel die landen de grootste schuldenlast hebben. Er heerst dus een opmerkelijke stabiliteit. De rentevoeten op korte en op lange termijn hebben nauwelijks geschommeld.

Wat het stabiliteitspact betreft, voeren wij het besluit van mei uit, waardoor wij op middellange termijn onze schuldenlast aanzienlijk kunnen verlagen.

De heer Coene (VLD). - Wat de kosten van de KMO's betreft, heeft de minister gelijk met te wijzen op de opening van de markten. Maar voor vele KMO's geldt dat voordeel niet omdat ze enkel werkzaam zijn op een beperkte binnenlandse markt.

We hadden ook liever gezien dat de vele uitvoeringsbesluiten in één pakket door het parlement zouden worden goedgekeurd.

Ik heb ook veel twijfels over de harmonisatie van de conjunctuurcycli. Eigenlijk geloof ik daar niet in. De minister verwijst naar Finland als een voorbeeld van een succes van stabilisatie, maar in dat land wordt een grote sociale prijs betaald in de vorm van een hoge werkloosheid. Men moet opletten met een ver-gaande fiscale harmonisatie. Wanneer de fiscaliteit is geharmoniseerd zijn aanpassingen enkel nog mogelijk via het nettoloon van de arbeiders.

- De algemene bespreking is gesloten.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN,
over « de gespannen relatie met de staf van de rijkswacht en de verhoudingen binnen de rijkswacht zelf »


De heer Anciaux (VU). - Het is bekend dat er binnen de rijkswacht weinig enthousiasme bestaat voor de politiehervormingen. Zowel de rijkswachttop als de syndicale vertegenwoordigers formuleren bedenkingen. De sfeer tussen binnenlandse zaken en de rijkswachtstaf blijft verzuurd. Dat is ook zo voor de verhoudingen tussen de rijkswachttop en de basis. De bonden hebben weinig vertrouwen in de top en slingeren elkaar verwijten naar het hoofd. Zij halen uit naar de politiek. Iedereen verdenkt iedereen van slechte bedoelingen.

De rijkswachtstaf ontkent een oorlog met binnenlandse zaken. De informatieronde van de voorganger van de minister kon de gemoederen evenwel niet bedaren. Via een waakzaamheidscomité keerde een groep officieren zich tegen de staf. Een federaal comité met vertegenwoordigers van de gerechtelijke eenheden binnen de rijkswachtdistricten moet de ambities van bepaalde officieren dwarsbomen. De rijkswachtstaf heeft het moeilijk om de controle te bewaren. Zij weet echter dat het ongenoegen groot is en daarom richt men zijn pijlen naar de minister. Door de druk te verhogen, wil de rijkswacht zijn plaats binnen de toekomstige politiestructuur veilig stellen. Tegelijk lijkt de wetloop naar toekomstige posities gestart. Er is een interne machtsstrijd aan de gang die wellicht nog zal verergeren.

De starre houding van de top naar aanleiding van de dood van Semira heeft bijgedragen tot het ontslag van minister Tobback. Toch liet de staf weten dat er geen oorlog is tussen de rijkswacht en de minister. Ook de sanctionering van Koen Depreytere wijst op grote zenuwachtigheid. In de Senaat suggereerde die dat de rijkswacht zou weigeren andere politiediensten toegang te verlenen tot haar databestanden.

Daarnaast beweert CCOD-lid Hainaut over bewijzen van schriftvervalsing van officieren te beschikken. Hij zou de minister hierover details hebben verschaft maar de minister verklaarde razend kwaad dat de heer Hainaut noch aan hem, noch aan de gerechtelijke instanties een dossier heeft gegeven. De voorzitter van het SFBR volgt Hainaut en beweert dat officieren er alles aan doen om hun eigen falen niet te moeten erkennen. Adjudant De Baets stelde dat zijn oversten te Brussel de magistratuur hebben misleid in de nevenonderzoeken naar de zaak-Dutroux. Volgens hem zijn er ook vele rijkswachters die hun sympathieën voor extreem-rechts etaleren. Er bestaan ook vreemde praktijken inzake de mogelijkheden om het persoonlijk dossier te raadplegen. Het blijkt dat bepaalde onderzoeken naar rijkswachters niet in het persoonlijk dossier zijn terug te vinden. Toch geven die onderzoeken aanleiding tot overplaatsingen, het weigeren van bevorderingen en chantage. Is dit wettelijk ? Is de minister daarvan op de hoogte en zal hij maatregelen nemen ? Kan hij garanties geven dat diegenen die informatie verschaffen niet zullen worden gesanctioneerd ?

Hoe beoordeelt de minister de huidige interne situatie bij de rijkswacht ? Welke intern opgerichte groepen, zoals het waakzaamheidscomité, beschouwt de minister als een afzonderlijke gesprekspartner ? Heeft hij een onderhoud gehad met de heer Hainaut en zo ja, wat waren daarvan de resultaten ? Hoe beoordeelt hij de bewijzen waarover Hainaut beweert te schikken ? Welk gevolg wordt hieraan gegeven ? Is er sprake van een vuile oorlog tussen de rijkswachtstaf en binnenlandse zaken ? Hoe zal hij de gespannen relatie met de rijkswachttop verbeteren ? Hoe is de relatie tussen de verbindingsofficier van binnenlandse zaken en de rijkswachtstaf ? Heeft de rijkswacht nog voldoende controle en gezag bij het korps ? Indien ja, hoe legitimeert de minister deze stelling ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Het stoort me dat men veralgemeningen maakt wanneer men over de rijkswacht spreekt. Vooraleer kritiek te geven moet men aan dammage-controle doen, zoals men dat doet in elk groot bedrijf. Indien er slechts 5 % rotte appelen zijn is dat een goed resultaat. Op een totaal van 18 000 gaat het dan om 900 manschappen. Daarbij komt dat er aan de rijkswacht veel meer aandacht wordt besteed dan aan een bedrijf van dezelfde grootte.

De rijkswacht zou weinig enthousiasme tonen voor de op til zijnde hervormingen. Bij het begin van een veranderingsproces is er nooit veel enthousiasme. Er is eerder angst voor wat komen zal en dat is normaal.

Wij staan aan het begin van de hervorming. Er is enkel een wet tot stand gekomen maar nog geen pecuniair statuut, nog geen syndicaal statuut, een tuchtstatuut, enzovoort. Zo is bijvoorbeeld het probleem nog niet opgelost hoe de samenwerking zal verlopen tussen een lid van de rijkswacht dat momenteel in de BOB werkt en de gerechtelijke politie.

Er zou een probleem bestaan tussen de minister en de rijkswacht. De heer Anciaux stelt dat de gemoederen niet bedaard zijn na het bezoek van de heer Tobback aan de rijkswacht. Men kan echter de onrust niet stillen omdat men op heel wat vragen nog geen antwoord heeft. De ronde van Tobback was eerder een daad van goodwill met de bedoeling vrees weg te nemen.

Ik geef wel toe dat de weerstand bij de rijkswacht nog erger kan worden omdat de strikte hiërarchie die er bestaat sterk cultuurbepalend is. Daarbij komt nog dat men de laatste tijd om het even welke bewering van om het even wie gelooft. Men doet te weinig aan bronnenkritiek. Indien later blijkt dat degene die iets beweert ongelijk heeft, schrijft men er niet meer over. De nieuwsgeilheid maakt het probleem erger. Sommigen bewijzen wel lippendienst aan het Octopusbeleid maar torpederen het nadien door veralgemeningen te maken.

De verhouding tussen de minister en de rijkswacht verloopt normaal. Wij zijn het niet van bij het begin over alles eens maar er is een open discussie mogelijk. De contacten verlopen loyaal en fair. Vanzelfsprekend zijn er klachten, waarvan sommigen allicht terecht zullen zijn. Die zijn er echter in elk bedrijf.

Na zijn uitlatingen op de televisie heb ik de heer Van Keer uitgenodigd samen met de generale staf. Ik heb aan de heer Van Keer gevraagd dat hij zijn excuses aan de generale staf zou aanbieden in mijn aanwezigheid. De heer Van Keer heeft dat gedaan en ik waardeer dat.

Ik heb de heer Hainaut maandag geconvoceerd. Ik heb hem gezegd dat ik beide dossiers aan het Comité P wou overmaken. Hij was het daarmee eens. Achteraf is hij daarop teruggekomen en wilde hij maar één dossier aan het Comité P geven. Ik heb het Comité P gevraagd beide dossiers in beslag te nemen. Ik wil de heer Hainaut ook niet meer ontmoeten, want hij is een woordbreker. De heer Hainaut is alleszins tuchtrechterlijk schuldig. Als er geen sprake was van valsheid in geschrifte, dan moest hij dit onmiddellijk aan de gerechtelijke overheid gemeld hebben. Indien er geen valsheid in geschrifte was, dan heeft hij anderen publiek ten onrechte beschuldigd van een misdrijf. In beide gevallen zat hij fout en moet hij daarvan de gevolgen dragen.

Als De Baets denkt dat strafdossiers in alle gerechtelijke arrondissementen worden geklasseerd op basis van één stuk, dan is hij toch wat goedgelovig.

Ik sluit niet uit dat sommige rijkswachters met extreem-rechts te maken hebben. Ik vind dat erg, maar het is niet ongewoon in zo'n grote organisatie.

Als de heer Anciaux mij bewijzen geeft dat er chantage werd gepleegd, dan laat ik dat onmiddellijk onderzoeken. In afwachting doen wij er beter aan om niemand te beschuldigen.

Dat diegene die protesteert een gemakkelijk slachtoffer is, vind ik spijtig, maar dit bestaat in elk groot bedrijf. De rijkswacht ontsnapt hier niet aan. De hiërarchisering van het verleden weegt op de organisatie en heeft verhinderd dat men zich op een normale wijze ontlaadt. Bij de hervorming van de politiediensten mogen we niet in deze hiërarchisering hervallen.

De kloof tussen top en basis bestaat in elk groot bedrijf. Al eeuwenlang is deze kloof te groot. Het Octopusakkoord wil dit structureel doorbreken.

De rijkswacht heeft zich verontschuldigd bij het overlijden van Sémira Adamu. De houding van de rijkswacht was niet de reden voor het ontslag van mijn voorganger.

Ik beoordeel de situatie als het resultaat van het verleden met zijn sterke hiërarchisering.

Er is bij de rijkswacht geen abnormale weerstand tegen het Octopusakkoord. Dat er een zekere onrust is bij het personeel, is normaal. De wijzigingen zullen gevolgen hebben voor eenieders persoonlijk leven. Daarom zijn goede communicatiesystemen bijzonder belangrijk. De hoofdverantwoordelijke voor de communicatie is de hiërarchische overste.

Ik heb geen oordeel over de bewijzen van Hainaut. Het Comité P zal dit onderzoeken. Maar de tijd is voorbij dat vakbondsleiders alles mogen zeggen.

Er is geen oorlog met de rijkswacht. De staf van de rijkswacht heeft voldoende gezag om de hervormingen door te voeren. Laten we het geheel beoordelen binnen de filosofie van de damage control en niet op basis van verklaringen van de eerste de beste. In onze maatschappij is het heel simpel geworden om iemand zwart te maken. We zijn ver verwijderd van de nieuwe politieke cultuur !







BEGROETING VAN EEN DELEGATIE
VAN DE CANADESE SENAAT



De Voorzitter. - Ik verwelkom in de tribune de heer Pierre-Claude Nolin, ondervoorzitter van de quaestuur van de Canadese Senaat.





DE BERAADSLAGING WORDT HERVAT



De heer Anciaux (VU). - Ik dank de minister voor zijn gedetailleerd antwoord. Ik ben bezorgd over de goede werking van de rijkswacht. Het is helemaal niet mijn bedoeling populistisch over te komen.

In het bedrijfsleven is het aanvaardbaar dat er 5 % minder goede elementen aanwezig zijn. De rijkswacht is echter geen bedrijf. Zij is een belangrijk instrument voor de goede werking van de samenleving.

Bronnenkritiek is niet altijd de taak van de personen die de bronnen ontvangt. Ik hoop dat de minister van binnenlandse zaken zich in zijn oordeel boven de hiërarchie zal stellen. Bij de FBI wordt alles onderzocht, ook het onwaarschijnlijke.

De minister beweert dat hij geen conflict heeft met de rijkswachttop. Toch had de SP-voorzitter kritiek naar aanleiding van het ontslag van de vorige minister.

Waarom heeft de minister niet gezegd dat de heer Van Keer zijn excuses heeft aangeboden ?

Ik wist niet dat de minister het Comité P kan belasten met een huiszoeking bij de heer Hainaut.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Ik heb het woord huiszoeking niet gebruikt. Ik zei dat de dossiers in beslag moesten worden genomen en dat op grond daarvan een onderzoek moest worden opgestart.

De heer Anciaux (VU). - Ik vind dat de minister de heer Hainaut nogal snel beschuldigd.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Als de heer Hainaut kennis had van het misdrijf, had hij onmiddellijk de procureur-generaal moeten verwittigen.

De heer Anciaux (VU). - Ja, maar het is nog niet bewezen dat hij valse beschuldigingen heeft geuit.

De Voorzitter. - Gelieve uw repliek af te sluiten, mijnheer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). - Het is goed te weten dat de minister zich zorgen maakt over extreem-rechts. Weet de minister van de onderzoeken van de BOB naar de gezindheid van andere rijkswachters ? Hij heeft deze vraag niet beantwoord.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Ik ben het eens met de heer Anciaux dat de politiediensten goed moeten functioneren.

Mocht het waar zijn dat de BOB inlichtingen verzamelt over andere rijkwachters, dan moet onmiddellijk worden opgetreden tegen dit misbruik van het ambt.

Ik zal zeker geen onderdeel worden van de hiërarchie, want ik ben nog altijd een beetje anarchistisch.

Ik geloof niet de de heer De Baets zelf gelooft dat één element volstaat opdat alle procureurs-generaal een dossier zouden seponeren.

Ik laat elke klacht onderzoeken, ook als ze weinig waarschijnlijk is.

Ik vond het niet nodig publiek mede te delen dat de heer Van Keer zich had verontschuldigd.

De top van de rijkswacht heeft zijn excuses aangeboden voor het gedrag van de heer Hainaut. Als het Comité P geen onderzoek uitvoert, zal ik mij wenden tot de procureur des Konings.

- Het incident is gesloten.





\EVRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW SEMER AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING,
over « kanker veroorzaakt door Hawk-luchtafweer »


Mevrouw Sémer (SP). - De minister deelde ons reeds mee de nodige opdrachten te zullen geven voor een epidemiologisch onderzoek naar de al dan niet kankerverwekkende effecten van de niet-ioniserende straling van het Hawk-luchtafweer op militairen. In de pers verscheen nu het bericht dat de fabrikant van het systeem, Hollandse Signaal Apparaten, toegegeven heeft dat het Hawk-systeem kankerverwekkende ioniserende stralen verspreidde en dat hiertegen pas na verloop van tijd een loden bescherming werd aangebracht. Houdt de minister in het licht van deze ontwikkeling vast aan een omstandig epidemiologisch onderzoek of kan een eenvoudiger onderzoek volstaan ? Is het niet aangewezen dit onderzoek aan te vullen met een genetisch en celonderzoek ? Wanneer werd de loden bescherming aangebracht en hoeveel jaar gebeurde dit na de ingebruikstelling van het systeem ? Hoeveel militairen, inclusief dienstplichtigen, werden bij het systeem tewerkgesteld vóór en na deze datum ? Uit de persverklaringen blijkt dat de militaire autoriteiten niet maar de fabrikanten wel op de hoogte waren van de kankerverwekkende straling. Is er dan geen sprake van verzuim vanwege de fabrikant en kan landsverdediging geen schadevergoeding van de fabrikant eisen ? De NAVO heeft een grootschalig onderzoek afgewezen. Heeft dit enige invloed op de voortzetting van het Belgisch onderzoek ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Namens mijn collega Poncelet kan ik melden dat hij niet terugkomt op de talrijke reeds gestelde vragen. Tevens wil hij herhalen dat niet alle perspublicaties wetenschappelijk juist zijn.

De Nederlandse fabrikant heeft de dag na het verschijnen van de informatie over ioniserende straling een logenstraffing gepubliceerd. Na contact met de Nederlandse medische autoriteiten werd nog geen enkel element verkregen dat de uitstraling van ioniserende straling met pathologisch effect staaft. De loden bescherming werd ingevoerd in het raam van de verhoging van de veiligheidsnormen en niet ingevolge alarmerende inlichtingen. De medische dienst van de strijdmacht werd gevraagd dit aspect te onderzoeken in samenwerking met universitaire diensten. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Om het even wie twijfels heeft, kan een gratis grondige screaning ondergaan en opgevolgd worden door de medische diensten voor arbeid. Indien de producent opzettelijk informatie zou hebben achtergehouden, worden de mogelijkheden van schadevergoeding onderzocht. Het Belgisch onderzoek gebeurt onafhankelijk van onderzoeken in andere NAVO-landen. Wij blijven wel in contact met de partners via het medisch comité van de NAVO.

Mevrouw Sémer (SP). - Dit antwoord ontgoochelt mij. Ik weet niet welke universitaire centra werden geraadpleegd. Wel weet ik dat de VUB aandringt op een genetisch en celonderzoek omdat een epidemiologisch onderzoek niet zou volstaan.

Misschien is het niet zeker dat de straling kankerverwekkend is maar bij twijfel is een onderzoek door onafhankelijke instanties nodig. Ik kreeg geen antwoorden op mijn vragen wanneer de loden bescherming werd aangebracht en hoeveel militairen daarvoor en daarna met het systeem werkten. Volgens de NRC gaf de fabrikant gevaarlijke straling toe. Ik dring dan ook aan op een grootschalig onderzoek binnen de NAVO. Er bestaat in elk geval grote bezorgdheid in de pers. In Nederland bestaat er wel bereidheid tot onderzoek. Ik zal deze zaak verder blijven opvolgen.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Ik begrijp de bezorgdheid van mevrouw Sémer en ik zal die overbrengen aan mijn collega van defensie.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW DELCOURT-PETRE AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN,
over « de Europese richtlijnen die België verplichten de niet-Belgische burgers van de Europese Unie in kennis te stellen van hun rechten met betrekking tot de Europese en de gemeenteraadsverkiezingen »


Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - De Kamer heeft vanmiddag de wijziging van artikel 8 van de Grondwet goedgekeurd, waardoor Europeanen aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen zullen kunnen deelnemen. Ik ben echter ontgoocheld dat de kwestie van het stemrecht van de niet-Europeanen uitgesteld is.

Volgens mij hebben wij de politieke verantwoordelijkheid zoveel mogelijk Europese burgers aan de Europese en aan de gemeenteraadsverkiezingen te laten deelnemen. De Europese verkiezingen vinden echter over nauwelijks acht maanden plaats. Aan de vorige Europese verkiezingen hebben ontzettend weinig Europeanen deelgenomen. Het is dan ook van belang om in stimuli te voorzien. In dat verband is de Europese richtlijn dubbelzinnig, misschien omdat wij het enige land in Europe zijn waar men verplicht is te stemmen. De richtlijn bepaalt uitdrukkelijk dat het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie van toepassing moeten zijn en dat de keuzevrijheid gerespecteerd moet worden. Voorts voert artikel 7 een afgeleide stemplicht in, aangezien de Europese burgers zich op een kiezerslijst moeten laten inschrijven.

Wegens de verschillen in behandeling zou men moeten trachten de onderscheiden situaties van alle toekomstige kiezers op elkaar af te stemmen. In mijn wetsvoorstel had ik bepaald dat de Europese burgers ambtshalve op kiezerslijsten zouden worden ingeschreven, waarbij in een termijn was voorzien opdat degenen die niet wensen te stemmen dat kunnen laten weten.

Welke initiatieven hebt u terzake genomen ? Overweegt men een lange inschrijvingsperiode, een uitgebreide informatiecampagne of hulp aan immigrantenverenigingen ? Kunnen geen stappen worden gedaan met het oog op een inschrijving voor de Europese verkiezingen van 1999 en voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 samen ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken (in het Frans). - Richtlijn 93/109 van 6 december 1993 is in de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement omgezet door de wet van 11 april 1994.

De kiezerslijst diende volgens de wet op 1 april 1994 te worden afgesloten. De richtlijn is becommentarieerd en toegepast bij de circulaire van 27 januari 1994, die in het Belgisch Staatsblad van 2 februari 1994 is bekendgemaakt. Die circulaire nodigt de gemeenten uit aan die richtlijn de nodige bekendheid te geven opdat de Europese burgers zich op die lijst laten inschrijven. Het ministerie van binnenlandse zaken en dat van buitenlandse zaken hebben toen aan die bekendmaking meegewerkt.

Daarom is een informatiecampagne betreffende het Europees stemrecht gevoerd hoewel de kiezerslijst kort na de aanneming van de richtlijn dienden te worden afgesloten.

Voor de verkiezing van het Europees Parlement moeten de Europese burgers op dezelfde wijze stemmen als de Belgen. De Europese burger kan ervoor opteren om zich op een Belgische kiezerslijst te laten inschrijven, maar dan is hij dan ook verplicht te stemmen. Bovendien kan die Europese burger zich dan niet meer van de kiezerslijst laten schrappen tijdens de periode vanaf de afsluiting van de lijst in kwestie, dat is 1 april van het verkiezingsjaar, tot de dag van de verkiezingen.

Het ministerie van binnenlandse zaken zal begin 1999 wellicht samen met de federale informatiedienst een grootscheepse informatiecampagne voeren over die verkiezingen, om zoveel mogelijk kiezers te bereiken en hen ertoe te brengen zich op de kiezerslijst voor de Europese verkiezingen te laten inschrijven. De gemeenten zullen bij deze maatregel worden betrokken.

Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - Zullen de Europese kiezers ambtshalve opgeroepen worden om te stemmen ? Zullen zij verzocht worden zich te laten inschrijven ? Zal men de organisaties voor volwassenenvorming helpen bij hun sensibiliseringscampagne ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken (in het Frans). - Vanaf begin volgend jaar zal een grootscheepse informatiecampagne worden gevoerd. De Europese kiezers die zich willen laten inschrijven, hoeven zich alleen bij hun gemeente te melden. Overigens ben ik gewonnen voor steun aan de organisaties in kwestie. Ik verzoek hen met mijn diensten contact op te nemen.

- Het incident is gesloten.





ARBITRAGEHOF



De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van :

de beroepen tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 46 en 52 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap waarbij diverse bepalingen worden ingevoegd of vervangen in de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen, ingesteld door J. Arnould en anderen, door B. Van Hee en door D. Hamainte en M. Laloux (rolnummers 1394, 1398 en 1402);

het beroep tot vernietiging van de artikelen 98, 99, 100 en 101 van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen (betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen), ingesteld door het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van geneesheren-specialisten en anderen (rolnummer 1406);

het beroep tot vernietiging van artikel 48 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, in zoverre dit artikel 6, § 4, van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen aanvult, ingesteld door R. Vande Velde en C. Auquier (rolnummer 1399).

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van :

de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2 en 8 van de wet van 10 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (rolnummer 1424).

De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van :

het arrest nr. 102/98, uitgesproken op 21 oktober 1998, inzake de beroepen tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 102 en 103 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, ingesteld door M. Berg en S. Barreca (rolnummers 1135 en 1263, samengevoegde zaken);

het arrest nr. 103/98, uitgesproken op 21 oktober 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 1°, e), en 23, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal verzekerde en artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de wet van 12 januari 1993, gesteld door de arbeidsrechtbank te Brussel (rolnummer 1148);

het arrest nr. 104/98, uitgesproken op 21 oktober 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 322 en 323 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Luik (rolnummer 1155);

het arrest nr. 106/98, uitgesproken op 21 oktober 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4 en 10, eerste lid, van de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn, gesteld door de Raad van State (rolnummer 1165);

het arrest nr. 107/98, uitgesproken op 21 oktober 1998, inzake de beroepen tot vernietiging van artikel 353bis van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het werd vervangen door artikel 84 van de wet van 17 februari 1997 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het personeel van de griffies en parketten, ingesteld door C. Servaes en anderen (rolnummers 1182, 1183, 1184 en 1185, samengevoegde zaken).





VERZOEKSCHRIFTEN



De Voorzitter. - Bij verzoekschriften uit Halle en Lint zenden de burgemeesters van deze stad en gemeente aan de Senaat de moties betreffende de toekenning van gemeentelijk stemrecht aan onderdanen van de Europese Unie, aangenomen door de gemeenteraad van deze stad en deze gemeente op 22 en 28 september 1998.





OVERZENDING VAN
KONINKLIJKE BESLUITEN



De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 3bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de minister van sociale zaken aan de Senaat overgezonden, vóór de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad :

het koninklijk besluit van 24 september 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling van uitzendkrachten, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;

het koninklijk besluit van 16 oktober 1998 tot wijziging van sommige bepalingen inzake de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;

het koninklijk besluit van 16 oktober 1998 houdende bepalingen betreffende de elektronische handtekening, geldend voor de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.





EUROPEES PARLEMENT



De Voorzitter. - Bij brief van 15 oktober 1998 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden :

een resolutie over de herstructureringsplannen van Levi-Strauss, aangenomen tijdens de vergaderperiode van 5 tot en met 9 oktober 1998.

Bij brief van 19 oktober 1998 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden :

een resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over het beleid van de Unie ter bestrijding van de corruptie;

een wetgevingsresolutie houdende advies van het Europees Parlement inzake het voorstel voor een besluit van de Raad tot sluiting van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Verenigde Staten van Amerika;

een resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de verbinding van het vervoersinfrastructuurnetwerk van de Unie en met de buurlanden. Op weg naar een samenwerkingsbeleid inzake het pan-Europees vervoersnetwerk;

een resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over een communautaire strategie en een communautair kader voor de invoering van telematica voor het wegvervoer in Europa en voorstellen voor eerste maatregelen;

een resolutie over het verslag van de Commissie van de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de regio's over communautaire maatregelen van de regio's over communautaire maatregelen die van invloed zijn op het toerisme (1995-1996);

een resolutie over Malta;

een resolutie over het overlijden van Semira Adamu, naar aanleiding van haar uitwijzing;

een resolutie over de vrijlating van Leyla Zana;

een besluit betreffende het protocol bij de overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Sweden tot de Europese Unie;

een resolutie over de mededeling van de Commissie betreffende de nieuwe regionale programma's voor de periode 1997-1999 in het kader van doelstelling 2 van het structuurbeleid van de Gemeenschap, toegespitst op banengroei.

Aangenomen tijdens de vergaderperiode van 5 tot en met 9 oktober 1998.

- De vergadering wordt om 18 uur gesloten.

- Donderdag om 15 uur, openbare vergadering.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



Mevrouw Maximus, de heer Urbain, wegens beroepsplichten; de heren Olivier, wegens andere plichten, Hazette en Mahoux, met opdracht in het buitenland.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen